← België

Arrest 263562 - Kansspelen - 12/06/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.562 Rolnummer: A. 235918/VII-41341 Zaak: Arrest 263562 - Kansspelen - 12/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-13 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-16 03:34 Fiche Arrest nr 263.562 van 12 juni 2025 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 263.562 van 12 juni 2025 in de zaak A. 235.918/VII-41.341 In zake : de NV BETCENTER GROUP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GENK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Mertens en Philippe Dreesen kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 20 april 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Genk van 15 maart 2022 om geen convenant af te sluiten met de nv Betcenter Group voor het exploiteren van een kansspelinrichting klasse IV, gelegen aan de Europalaan 85 te Genk. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 253.461 van 4 april 2022 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en tot het opleggen van voorlopige maatregelen verworpen. VII-41.341-1/18 Bij arrest nr. 254.572 van 22 september 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en tot het opleggen van voorlopige maatregelen verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Thomas Maes heeft op 29 mei 2024 een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 oktober
  3. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laurent Generet, die loco advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Philippe Dreesen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. VII-41.341-2/18 III. Feiten 3.
  5. De verzoekende partij exploiteert een kansspelinrichting klasse IV, een wedkantoor, aan de Europalaan 85 te Genk. Zij beschikte daartoe over een kansspelvergunning F2 377065, geldig tot 20 maart
  6. 3.
  7. In het kader van de hernieuwing van de voornoemde kansspelvergunning richt de verzoekende partij op 7 september 2021 een aanvraag aan de stad Genk tot het verkrijgen

(1)van een convenant in de zin van artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’ (hierna: kansspelwet) en
(2)van een advies van de burgemeester in de zin van artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 ‘betreffende de vorm van de vergunning klasse F2, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F2 moeten worden ingediend en onderzocht en de verplichtingen waaraan vergunninghouders F2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding’. 3.3. Op 15 maart 2022 beslist de gemeenteraad van de stad Genk om geen convenant af te sluiten met de verzoekende partij. Dit is de bestreden beslissing die als volgt is gemotiveerd: “Het aantal wedkantoren in Genk met een vergunning F2 (van de kansspelcommissie) is 7. Conform de wet behoort de beslissing om al dan niet dergelijke convenanten te sluiten tot de discretionaire bevoegdheid van de gemeente. Artikel 43/5, 5º van de wet van 7 mei 1999 bepaalt ondubbelzinnig dat de aanvrager ervoor moet zorgen dat de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, zulks behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan. In de parlementaire voorbereidingen staat nog: ‘Dat convenant bepaalt waar de kansspelinrichting wordt gevestigd, inzonderheid rekening houdend met onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, plaatsen waar erediensten worden gehouden of gevangenissen.’ Hieruit blijkt dat de concrete omstandigheden die een weigering om een convenant te sluiten kunnen verantwoorden, niet beperkt zijn tot die inrichtingen die uitdrukkelijk vermeld staan in artikel 43/5, 5° van de wet. Het Grondwettelijk Hof heeft dit nog bevestigd in het arrest VII-41.341-3/18 nr. 177/2021 van 9 december 2021. De wetgever heeft de gemeente de mogelijkheid gegeven om per concreet dossier na te gaan of de voorgestelde locatie al dan niet in de nabijheid van kwetsbare inrichtingen gelegen is. Die bepalingen strekken er in het bijzonder toe de sociale risico’s in verband met de ligging van de vaste kansspelinrichtingen klasse IV te beperken en de spelers te beschermen. In het kader van een concreet individueel dossier is het nabijheidsonderzoek een belangrijk en zelfs determinerend motief in de afweging van de gemeente om al dan niet een convenant af te sluiten. De door Betcenter nv voorgestelde vestigingsplaats bevindt zich op het adres Europalaan 85, 3600 Genk. Deze vestigingsplaats bevindt zich in de nabijheid van tal van kwetsbare inrichtingen. Elke besproken locatie wordt opgenomen in een omgevingsplan als bijlage. Na concreet onderzoek blijkt dat de locatie zich in de nabijheid van diverse onderwijsinstellingen bevindt. Dit betreft volgende locaties: Basisschool Mater Dei gelegen te Grotestraat 25 op 475m; Basisschool Broederschool gelegen te Schabartstraat 10 op 600m; Academie voor Beeldende Kunst & Media te Welzijnscampus 9 op 670m; Academie voor Muziek, Woord, Dans te Stadsplein 1 op 445m. Deze overweging op zich volstaat om het sluiten van de convenant te weigeren. De voorgestelde locatie bevindt zich in de nabijheid van een ziekenhuis. Op een wandelafstand van 1.731m ligt het ZOL Campus Sint-Jan. Dit ziekenhuis heeft een PAAZ (Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis). Deze patiënten zijn niet alleen bijzonder kwetsbaar, maar zij kunnen er zelfs in behandeling zijn voor spel gerelateerde problemen. Deze overweging op zich volstaat om het sluiten van de convenant te weigeren. De voorgestelde locatie bevindt zich in de nabijheid van plaatsen waar regelmatig erediensten worden gehouden. De Sint-Martinuskerk ligt op een afstand van 265m. Deze overweging op zich volstaat om het sluiten van de convenant te weigeren. De voorgestelde locatie bevindt zich in de nabijheid van plaatsen die vooral door jongeren bezocht worden: • De stationsbuurt is op 370m gelegen in een rechte lijn van de voorgestelde vestigingsplaats. Hier is zowel een trein- als busstation gelegen dat als belangrijke verkeershub/overstapplaats fungeert. Vooral jongeren maken veelvuldig gebruik van het openbaar vervoer. Zeker gedurende het schooljaar is het station (met stelplaatsen Lijnbussen) een plaats die overwegend door heel veel jongeren wordt bezocht, met name vooral die jongeren die vanuit de wijde regio zich met de trein of met de bus verplaatsen naar Genk, teneinde er les te volgen in tal van onderwijsinstellingen (Hogeschool UCLL - Limburgse zorgacademie, HBO Verpleegkunde, LUCA School of Arts, alsook een aantal middelbare scholen). Wanneer zij moeten wachten bij een overstap, beschikken zij over tijd om de onmiddellijke omgeving te verkennen. • Videogamewinkel Game Mania op 70m. Dit is een plaats die veel jongeren aantrekt en vlakbij de vestigingsplaats gelegen is. • Jeugdcentrum Rondpunt 26 op 560m. Dit is hét centrum voor jongeren in Genk. Jeugd Genk werkt hier aan het jeugdbeleid, maar ook partners zoals VII-41.341-4/18 OverKop, JAC en Villa Basta hebben hier een plekje. Hier gaan diverse jeugdactiviteiten door. Hier is o.a. Jeugdhuis PAND gevestigd. In de vakanties kunnen tieners naar de activiteiten van Perron 13 komen, waar zij dikwijls zelfstandig naartoe reizen. • Quick op 225m, Bij de Waerd op 115m, Shakerato op 135m, Rootsbar op 85m, Wonder Bar op 155m. Dit betreffen elk horecagelegenheden waar vooral jongeren komen. • De bibliotheek aan het Stadplein ligt op een afstand van 355m. Het ruime culturele en ontspanningsaanbod is ook gericht tot kinderen, jongeren en jongvolwassenen. • In de omgeving liggen diverse sportclubs met een belangrijke jeugdwerking. Op 140m ligt de padelclub PC Padelleboogske, die een jeugdwerking op zullen starten. Op 590m ligt Tendoryu Aikido Seibukan Genk met 17 jeugdleden. • Campus O3 op een afstand van 1.000m. Dit is ontmoetings-, informatie en ondersteuningsplek voor (aanstaande) ouders. Jongeren kunnen hier o.a. een pedagogisch traject volgen. • Ligo LiMiNo op 1.150m (Jaarbeurslaan 25). Hier kunnen allerhande cursussen in het kader van basiseducatie gevolgd worden. • Ligo LiMiNo op 370m (Hoogstraat 5 - inclusief zaal De Kempen). • Skatepark Genk-Centrum op 840m. Hier komen veel jongeren samen. • t Uilennestje. Kinderdagverblijf op een afstand van 510m. • Junitas vzw op 580m. Hier wordt ondersteuning geboden rond opvoeding en ontwikkeling. Dit initiatief omvat o.a. dagcentrum De Passer voor twaalf meisjes en jongens tussen 6 en 18 jaar. Hier is ook de leefgroep Jongenstehuis gevestigd met plaats voor dertien jongens tussen 12 en 20 jaar. De nabijheid van elk van de hiervoor genoemde plaatsen volstaat op zich om het sluiten van de convenant te weigeren. Daarnaast kunnen ook motieven die verwijzen naar de hoge concentratie aan sociaal en economisch zwakken in de gemeente, het lage gemiddelde inkomen, de hoge concentratie aan werklozen e.d. in aanmerking worden genomen bij het oordeel om al dan niet een convenant af te sluiten (RvS nr. 100.398, 26 oktober 2001). Gokken kan schulden en financiële problemen veroorzaken. Het brengt mensen tot armoede en leidt tot gezondheids- en sociale problemen. Uit de resultaten van de bevraging van de stadsmonitor m.b.t. het thema ‘armoede’ voor Centrumstad Genk blijkt dat de armoedecijfers in Genk boven het gemiddelde liggen. Zo heeft 16,8% van de Genkse bevolking betalingsmoeilijkheden tegenover een gemiddelde van 14,9% van het totaal centrumsteden. Gelet op de socio-economische achterstelling is het bijgevolg niet wenselijk om een wedkantoor toe te laten op de voorgestelde locatie. De voorgestelde locatie bevindt zich in de nabijheid van organisaties die zich direct of indirect inzetten voor sociaal en economisch zwakken: • Campus O3 op een afstand van 1.000m. Dit is ontmoetings-, informatie en ondersteuningsplek voor (aanstaande) ouders. Jongeren kunnen hier o.a. een pedagogisch traject volgen. Gedragsproblemen hangen dikwijls samen met een onderliggende problematiek van kansarmoede. VII-41.341-5/18 • Ligo LiMiNo op 1150m (Jaarbeurslaan 25). Hier kunnen allerhande cursussen in het kader van basiseducatie gevolgd worden. Deze cursussen zijn ook gericht op maatschappelijke integratie. • Tweedehandswinkel De Parel op 185m. • Rap op Stap op 1.040m. Dit initiatief biedt vakanties, daguitstappen, sport- en culturele activiteiten, ... aan voor mensen met een beperkt budget. Zij verleent ook vrijetijdsadvies en allerlei voordelen. • Sociale woonmaatschappij Nieuw Dak op 640m. • Buurthuis De Sfeer is gelegen op 435m. Deze vzw is een erkende organisatie die een ontmoetingsplaats wil bieden om zo mensen uit de kansarmoede te versterken. • Jeugdcentrum Rondpunt 26 op 560m. Dit centrum heeft op woensdag, donderdag en vrijdag een overkop-werking. Hier kunnen jongeren tot 25 jaar gewoon binnen en buiten lopen en allerlei leuke activiteiten doen. Het is een veilige piek waar zij een luisterend oor vinden en beroep kunnen doen op professionele therapeutische hulp, zonder een label opgeplakt te krijgen. • Crème Brulée op 750m (Winterdagopvang). Deze organisatie biedt in de koude wintermaanden een warm onderdak aan dak- en thuislozen. • Sociaal Huis Portavida (OCMW) op 710m. Zij biedt dienstverlening aan die het OCMW van Genk eerder aanbood. Hier komen veel kwetsbare personen die er o.m. hulp bij schulden kunnen krijgen. • Alternatief vzw is gelegen op 650m. Zij zetten via opleiding, tewerkstelling, coaching en bemiddeling in op duurzame en inclusieve tewerkstelling. Zij begeleiden voornamelijk werkzoekenden. • VDAB op 415m. Deze overheidsdienst begeleidt ook werkzoekenden in hun traject om werk te vinden met in begrip van opleidingen. • Werkstation is gelegen op 315m. Hier begeleiden jobcoaches personen die moeilijkheden hebben om werk te vinden. • Op een afstand van 1180m is het Agentschap voor Integratie en Inburgering alsook het Huis van het Nederlands gelegen. De behoefte aan integratie vindt haar oorzaak dikwijls in kansarmoede. • De stationsbuurt is op 370m gelegen in een rechte lijn van de voorgestelde vestigingsplaats. Hier is zowel een trein- als busstation gelegen dat als belangrijke verkeershub/overstapplaats fungeert. De personen die voormelde locaties bezoeken, hebben dikwijls niet de middelen om een auto aan te schaffen. Zij zijn dan aangewezen op het openbaar vervoer. Deze groep van kwetsbare personen weten zich hierbij geconfronteerd met een wedkantoor. De nabijheid van elk van de hiervoor genoemde plaatsen volstaat op zich om het sluiten van de convenant te weigeren. Overige ontvangen adviezen: • Advies Veiligheidshuis: Vanuit het Genks Drugbeleid zetten we sterk in op preventie rond middelengebruik en verslaving. Ook gokken en gamen zijn opgenomen in ons drugbeleid. Sinds een aantal jaren ligt de focus voornamelijk op gokken en de mogelijke risico's die daarmee gepaard gaan. Ons beleid voorziet een hulpaanbod voor mensen die in de problemen komen door hun gokgedrag. Eveneens wordt er door Stad Genk via politie en de afdeling Veiligheid VII-41.341-6/18 ingezet op de handhaving van de afspraken en regels met betrekking tot gokken. Het belangrijkste instrument in het voorkomen van de ontwikkeling van een gokstoornis is een uitgewerkte, evidence-based preventie. Hoewel gokken onder de 18 jaar verboden is, merken we via de laatste leerlingenbevraging van de VAD (Vlaams expertisecentrum alcohol en andere drugs) dat jongeren reeds op vroege leeftijd in aanraking komen met gokken. Zelfs voordat ze meerderjarig zijn. Adolescentie is een belangrijke ontwikkelingsperiode. Problematisch gokgedrag start vaak in de (vroege) adolescentie en jonge problematische gokkers startten vaker vroeger met gokken dan hun leeftijdsgenoten die niet problematisch gokken. Verschillende risicofactoren die eerder besproken werden, zoals impulsiviteit, hyperactiviteit, gedragsproblemen en onaangepaste coping, vinden hun oorsprong in de adolescentie.. Naast impulsiviteit als persoonlijkheidskenmerk, is impulsiviteit ook kenmerkend voor de adolescentie door de ongelijke rijping van de hersenstructuren, waarin de prefrontale cortex trager ontwikkelt dan de andere structuren. Dit maakt adolescenten kwetsbaar voor impulsief gokgedrag. (Shead, Derevensky & Gupta, 2010; Brezing, Derevensky & Potenza, 2010) Wat de doelgroep jongeren betreft, hebben we binnen Genk te maken met een bovengemiddeld kwetsbare doelgroep. Dit geldt zowel voor de jongeren, als de context waarin ze opgroeien. Als we de algemene armoedecijfers (zie bijlage) bekijken, zien we een gelijkaardige trend. Stad Genk heeft de laatste jaren heel wat inspanningen geleverd om de cijfers naar een Vlaams gemiddelde terug te brengen. De meest recente cijfers tonen ook aan de geleverde inspanningen bijdragen aan een verbetering in de cijfers. Desalniettemin zien we de noodzaak om deze extra inspanningen minstens te blijven voortzetten. • Dienst Omgeving & Handhaving: gunstig • Brandweer: gunstig • Politie Carma maakt haar advies zelf over aan de kansspelcommissie.” IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Standpunt van de verzoekende partij 4. In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 43/4 en 43/5 van de kansspelwet, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ VII-41.341-7/18 (hierna: motiveringswet), van de materiëlemotiveringsplicht, van het vertrouwensbeginsel en van het zorgvuldigheidsbeginsel. Als eerste middelonderdeel laat de verzoekende partij in essentie gelden dat in de bestreden beslissing een schijnmotivering wordt verstrekt, dat het werkelijke motief voor de weigering van het convenant gelegen is in de principiële wens van de verwerende partij om het aantal kansspelinrichtingen op haar grondgebied te verminderen of zelfs volledig te bannen. In het tweede middelonderdeel stelt de verzoekende partij dat de bestreden beslissing niet steunt op deugdelijke en voldoende draagkrachtige motieven. Zij betoogt in dit verband: “De bestreden beslissing bevat vier groepen van motieven die als volgt kunnen worden samengevat: (
  1. a)de vestigingsplaats van het wedkantoor is gelegen in de nabijheid van diverse ‘kwetsbare inrichtingen’ die de bestreden beslissing opsomt en die zij onderverdeelt in een aantal groepen (ziekenhuizen, onderwijsinstellingen, plaatsen die vooral door jongeren zouden worden bezocht en organisaties die zich inzetten voor sociaal en economisch zwakken); (
  2. b)het grondgebied van verwerende partij zou een hoge concentratie aan sociaal en economisch zwakken kennen, met laag gemiddeld inkomen, en een hoge concentratie aan werklozen; (
  3. c)gokken geeft aanleiding tot potentiële gezondheids-, sociale en financiële problemen; de jongeren komen vroeg in aanraking met het gokken; jongeren zijn een bijzonder beschermenswaardige groep; (
  4. d)verwerende partij zou diverse maatregelen nemen omtrent het drugbeleid en verslaving in haar gemeente.” De verzoekende partij zet vervolgens uiteen dat de motieven (
  5. b)tot en met (
  6. d)betrekking hebben op aspecten die geen wettige reden kunnen vormen om een convenant te weigeren. Inzake de vestigingsplaats van het wedkantoor benadrukt zij dat artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet voorziet in twee beoordelingscriteria, meer bepaald (
  7. i)de aanwezigheid van bepaalde soorten van inrichtingen en (
  8. ii)de nabijheid ervan. Wat betreft de in aanmerking te nemen inrichtingen doet de verzoekende partij in essentie gelden dat de wetgever, anders dan de verwerende partij het ziet, in een limitatieve lijst van VII-41.341-8/18 inrichtingen heeft voorzien. Inzake het nabijheidscriterium zet zij uiteen dat de bedoeling van de wetgever er niet in bestaat om bepaalde inrichtingen te beschermen, maar wel bepaalde doelgroepen van personen. Vervolgens brengt zij kritiek uit op elk van de inrichtingen die de verwerende partij in aanmerking heeft genomen. Ook wordt betwist dat die inrichtingen in de nabijheid van het wedkantoor gelegen zijn. Volgens de verzoekende partij dienen de afstanden gemeten te worden in wandelafstand, niet in vogelvlucht. Zij geeft een tabel met de afstanden zoals vermeld in de bestreden beslissing en daarnaast de volgens haar correcte afstanden. Zij pleit voor een restrictieve invulling van het begrip ‘in de nabijheid’. 5. In haar laatste memorie beklemtoont de verzoekende partij dat sinds de inwerkingtreding van de convenantsverplichting voor wedkantoren elke aanvraag door de verwerende partij systematisch werd geweigerd, dat “een onderliggend, verdoken motief aan de weigering van het convenant ligt dat niets te zien heeft met de kansspelwet of de bevoegdheid die de gemeente in dat kader uit de wet put”, dat zelfs vooraleer de kansspelwet in 2019 werd gewijzigd de verwerende partij systematisch een ongunstig advies uitbracht over elke vergunningsaanvraag en dat de kansspelwet evenwel “het lokaal bestuur géén bevoegdheid [geeft] om het aantal kansspelinrichtingen op het grondgebied te laten dalen, noch om convenanten de plano te weigeren”. Voorts argumenteert de verzoekende partij dat ook de notulen van de gemeenteraad van 15 maart 2022 vooringenomenheid aantonen omdat erin sprake is van “eensgezindheid om geen wedkantoren meer toe te laten in Genk”. Tot slot bevestigen de notulen van de gemeenteraad van 17 september 2015 “de principieel weigerachtige houding van verwerende partij t.o.v. wedkantoren”. Met betrekking tot het tweede middelonderdeel herhaalt zij dat de lijst van instellingen en plaatsen, vermeld in artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet, limitatief is en dat het convenant niet kan worden geweigerd indien aan de geografische liggingsvoorwaarden is voldaan. In het bijzonder over jeugdhuis ‘Rondpunt’ merkt de verzoekende partij op dat het gaat om een instelling VII-41.341-9/18 “met een zeer beperkte capaciteit” waarvan “de opleidingen en activiteiten enkel op specifieke momenten doorgaan”. Beoordeling Eerste onderdeel 6. Artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de kansspelwet kent aan de gemeente een discretionaire bevoegdheid toe die onder meer betrekking heeft op de beoordeling van de plaats waar een kansspelinrichting kan worden gevestigd. Op grond van voormelde bepaling moet de exploitatie van een vaste kansspelinrichting klasse IV immers geschieden krachtens een convenant dat “voorafgaandelijk wordt gesloten tussen de gemeente van vestiging en de uitbater” waarin wordt bepaald “waar de kansspelinrichting wordt gevestigd”, alsook waarbij “de nadere voorwaarden, de openings- en sluitingsuren, de openings- en sluitingsdagen […] en wie het gemeentelijk toezicht waarneemt” worden vastgesteld. De beoordelingsbevoegdheid van de gemeente houdt in wezen in dat op grond van een in concreto onderzoek van de eigen en particuliere omstandigheden van elke zaak, geval per geval wordt uitgemaakt of al dan niet een convenant kan worden gesloten. Artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de kansspelwet verplicht de gemeente van vestiging alleszins niet om elke aanvraag tot het sluiten van een convenant in te willigen en nog minder om aan een dergelijke aanvraag een positief gevolg te geven zonder acht te slaan op de in artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van dezelfde wet bedoelde prohibitieve nabijheid. 7. Zoals uit de beoordeling van het tweede middelonderdeel zal blijken, is de weigering om het convenant te sluiten gestoeld op een in concreto onderzoek van de omgeving van het wedkantoor waarbij wordt vastgesteld dat de inrichting gelegen is in de nabijheid van onder meer een onderwijsinstelling (Academie voor Muziek, Woord en Dans) en een plaats die vooral door jongeren wordt bezocht (Jeugdcentrum ‘Rondpunt 26’). VII-41.341-10/18 Uit die vaststelling volgt dat de kritiek van de verzoekende partij dat de bestreden beslissing de loutere toepassing vormt van een algemeen beleidskader dat ertoe strekt om te allen prijze wedkantoren op het grondgebied van de stad Genk te weren, feitelijke grondslag mist. 8. Het eerste onderdeel is ongegrond. Tweede onderdeel 9. Naar luid van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet moet de aanvrager om een vergunning klasse F2 te kunnen verkrijgen “ervoor zorgen dat de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, zulks behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan”. De weigering om een convenant te sluiten wegens de nabijheid van plaatsen en inrichtingen overeenkomstig het aangehaalde artikel 43/5 van de kansspelwet, komt aan de vereisten van de motiveringswet tegemoet wanneer de over de aanvraag genomen beslissing uitdrukkelijk aangeeft op grond van welke gegevens het gemeentebestuur, na een in concreto onderzoek en afweging, tot de prohibitieve nabijheid heeft besloten. 10. Het nabijheidsverbod voor onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht strekt ertoe bepaalde kwetsbare categorieën van personen te beschermen tegen de verleiding om een wedkantoor op te zoeken omdat zij de inrichting niet ver verwijderd weten of omdat het slechts een minimale inspanning vergt om ze te bereiken. Uit artikel 43/5 van de kansspelwet blijkt niet dat het begrip “nabijheid” zo geïnterpreteerd moet worden dat enkel onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en voornamelijk door jongeren bezochte plaatsen die gelegen zijn op een afstand van maximaal 500 meter van de kansspelinrichting bij de beoordeling van de aanvraag tot het sluiten van een convenant betrokken mogen worden. Bijgevolg komt het, zonder VII-41.341-11/18 afbreuk te doen aan het wettigheidstoezicht van de rechter, aan de lokale overheden toe om het begrip “in de nabijheid” verder in te vullen rekening houdend met alle relevante plaatselijke omstandigheden. 11. In het bestreden besluit wordt gesteld dat het wedkantoor gelegen is in de nabijheid van diverse onderwijsinstellingen in de zin van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet, waaronder de Academie voor Muziek, Woord en Dans op een afstand van 445 meter. Ondanks het voorbehoud van de verzoekende partij dat in deze instelling geen voltijds onderwijsprogramma wordt verstrekt voor het verkrijgen van een diploma in het kader van de leerplicht, maar er opleidingen worden aangeboden die “voor vele deelnemers als hobby kan worden beschouwd”, wordt aangenomen dat het gaat om een onderwijsinstelling in de zin van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet. Instellingen voor deeltijds kunstonderwijs die studiebewijzen uitreiken zijn immers aan te merken als erkende onderwijsinstellingen. Voorts vormen onderwijsinstellingen naar luid van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet een afzonderlijke categorie van te beschermen inrichtingen die onderscheiden moeten worden van “plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”. In het licht van de beschermingsdoelstellingen van de kansspelwet is het dus niet relevant dat bepaalde opleidingen specifiek gericht zijn tot kinderen of volwassenen. Overigens betwist de verzoekende partij niet dat eveneens opleidingen worden aangeboden aan jongeren en jongvolwassenen. Tot slot toont de verzoekende partij met haar bepaling van de werkelijke wandelafstand tot het wedkantoor - 600 meter via het centrum en 450 meter via een ongebruikt wandelpad - niet aan dat de verwerende partij een foutieve invulling heeft gegeven aan de notie ‘nabijheid’. Daarenboven wordt in het bestreden besluit gewezen op de nabijheid van het jeugdcentrum ‘Rondpunt 26’ op een afstand van 560 meter. De verwerende partij omschrijft ‘Rondpunt 26’ als “hét centrum voor jongeren in Genk” waar aan het jeugdbeleid wordt gewerkt met partners zoals OverKop, JAC en Villa Basta. Ter plaatse is ook het jeugdhuis PAND (thans: EFFORT) gevestigd. De verzoekende partij poneert dat jeugdcentrum ‘Rondpunt 26’ geen pertinente plaats is omdat uit de website (https://www.jeugdgenk.be/rondpunt-26), zonder VII-41.341-12/18 verder in detail te treden, zou blijken dat het centrum “hoofdzakelijk bezocht wordt door kinderen -12 jaar”. Deze zienswijze blijkt feitelijke grondslag te missen alleen al omdat op voormelde website jeugdcentrum Rondpunt 26 zich aandient als “hét centrum voor jongeren in Genk” waar ook “partners zoals OverKop, Jeugdhuis EFFORT en Villa Basta […] een plekje [hebben]”. In OverKop blijken “jongeren tussen de 14 en 25 jaar [… ] op woensdag, donderdag en vrijdag na school” welkom te zijn om te “kickeren, basketballen of gewoon hangen”. Jeugdhuis EFFORT stelt zich voor als “dé ontmoetingsplek in Genk, voor en door jongeren”, waar je “naast gezellig iets drinken aan de toog, […] zelf activiteiten [kan] organiseren”, zoals concerten, fuiven, filmavonden en andere activiteiten. Ook wordt vermeld dat jeugdhuis EFFORT inzet op livemuziek en fuifavonden organiseert onder de naam Plankgas. Tot slot dient Villa Basta vzw zich aan als een “creatief jeugdcultuurhuis waar jonge mensen van 6 tot 30 jaar kunnen experimenteren met theater, dans, video, muziek en beeld”. De informatie die wordt gedeeld op de website laat, anders dan de verzoekende partij wil doen geloven, niet toe te besluiten dat de activiteiten van jeugdcentrum ‘Rondpunt 26’ hoofdzakelijk gericht zouden zijn op kinderen (-12 jaar). Aangezien de verzoekende partij niet betwist dat het wedkantoor gevestigd zou worden op een afstand van 560 meter van het jeugdcentrum, heeft de verwerende partij artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet niet miskend door het centrum aan te merken als een in de nabijheid gelegen plaats die vooral door jongeren wordt bezocht. 12. De ligging van het wedkantoor in de nabijheid van een onderwijsinstelling en een plaats die vooral door jongeren wordt bezocht, volstaat om het sluiten van een convenant te weigeren. In die omstandigheden is het niet nodig ook de kritiek te onderzoeken op de andere in het bestreden besluit veruitwendigde motieven inzake de nabijheid van andere onderwijsinstellingen, van een ziekenhuis met een psychiatrische afdeling, van een plaats waar regelmatig erediensten worden gehouden en van verscheidene plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht. Hetzelfde geldt voor de verwijzingen in de motivering van het bestreden besluit naar de “hoge concentratie aan sociaal en economisch zwakken in de gemeente, VII-41.341-13/18 het lage gemiddelde inkomen, de hoge concentratie aan werklozen e.d.”, de bovengemiddelde armoedecijfers, de nabijheid van organisaties die zich direct of indirect inzetten voor sociaal-economisch zwakkeren en de risico’s op gokverslaving. De kritiek op overtollige weigeringsmotieven kan immers niet tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing leiden, zelfs indien na onderzoek zou blijken dat die motieven de genomen beslissing in rechte niet kunnen verantwoorden. 13. Het tweede onderdeel is ongegrond. Conclusie 14. Het eerste middel wordt verworpen. B. Tweede middel Standpunt van de verzoekende partij 15. Als tweede middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 2 en 3 van de motiveringswet, van de materiëlemotiveringsplicht en van het rechtszekerheids-, het vertrouwens- en het zorgvuldigheidsbeginsel. De verzoekende partij laat in essentie gelden dat zij de rechtmatige verwachting mocht hebben dat er een convenant zou worden gesloten, nu de afdeling Economie van de verwerende partij een ontwerpconvenant had goedgekeurd en er onderhandeld werd over de concrete exploitatievoorwaarden voor het wedkantoor. Vervolgens heeft de verwerende partij echter getalmd om een beslissing te nemen en uiteindelijk heeft zij geweigerd om het convenant te sluiten. Volgens de verzoekende partij werd haar rechtmatig vertrouwen daardoor verschalkt. VII-41.341-14/18 16. In haar laatste memorie stelt de verzoekende partij dat zij door het aanvatten van de onderhandelingen over de inhoud van het convenant erop mocht vertrouwen dat de ligging van het wedkantoor niet problematisch was. Beoordeling 17. Het vertrouwensbeginsel is een beginsel van behoorlijk bestuur dat moet vermijden dat de rechtmatige verwachtingen welke de burger uit het bestuursoptreden put, worden tekortgedaan. Dit houdt in dat de burger moet kunnen vertrouwen op een vaste gedragslijn van de overheid of op toezeggingen of beloften die de overheid in een concreet geval heeft gedaan. Het vertrouwensbeginsel kan echter niet contra legem worden toegepast. 18. Bij de beoordeling van het eerste middel werd reeds vastgesteld dat het wedkantoor gelegen is in de nabijheid van onderwijsinstellingen en een plaats die vooral door jongeren wordt bezocht. Het beroep op het vertrouwensbeginsel kan er niet toe leiden dat de in artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet bepaalde rechtsplicht om geen wedkantoren toe te laten in de nabijheid van onderwijsinstellingen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, zinledig wordt. Het doet derhalve niet ter zake dat de verzoekende partij uit de wijze waarop het verzoek tot het sluiten van een convenant door de administratieve diensten van de verwerende partij werd behandeld, de verwachting heeft gekoesterd dat de procedure een voor haar gunstige afloop zou kennen. 19. Het tweede middel is ongegrond. C. Derde middel Standpunt van de verzoekende partij 20. Als derde middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 43/4, § 1, vierde lid, en 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet, van de artikelen 2 en 3 van de motiveringswet en van de materiëlemotiveringsplicht. VII-41.341-15/18 De verzoekende partij stelt dat er geen geldige wettige motieven zijn om zich tegen de geografische ligging van het betrokken wedkantoor te verzetten op grond van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet en dat het sluiten van een convenant dan ook niet kan worden geweigerd op grond van een discretionaire bevoegdheid die aan de gemeenten zou zijn toegekend. 21. De verzoekende partij herhaalt in haar memorie van wederantwoord dat de verwerende partij niet beschikt over een discretionaire bevoegdheid om het sluiten van een convenant te weigeren indien aan de voorwaarden met betrekking tot de ligging van het wedkantoor, zoals voorgeschreven door artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet, is voldaan. Beoordeling 22. De kritiek van de verzoekende partij berust op de foutieve aanname dat de verwerende partij in voorliggend geval geen motieven uit de kansspelwet heeft kunnen putten om het sluiten van een convenant te weigeren en dat derhalve aangenomen moet worden dat de bestreden weigeringsbeslissing steunt op het eigen discretionaire inzicht van de verwerende partij. Uit de beoordeling van het eerste middel is echter gebleken dat er wel degelijk geldige wettige motieven bestaan om zich tegen de ligging van het betrokken wedkantoor te verzetten overeenkomstig artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet en dat de verwerende partij het voorleggen van en het onderhandelen over een convenant kon weigeren wegens de ligging van het betrokken wedkantoor in de nabijheid van een onderwijsinstelling en een plaats die vooral door jongeren wordt bezocht. 23. Het derde middel is ongegrond. VII-41.341-16/18 D. Vierde middel Standpunt van de verzoekende partij 24. Een vierde middel wordt ontleend aan de schending van de artikelen 2 en 3 van de motiveringswet, van het onpartijdigheidsbeginsel, van de materiëlemotiveringsplicht en van het zorgvuldigheidsbeginsel. Volgens de verzoekende partij berust het bestreden besluit op vooringenomenheid. Zij verwijst naar een e-mail van de burgemeester van 7 maart 2022 en naar bepaalde verklaringen die werden afgelegd tijdens vergaderingen van de gemeenteraad omtrent het principieel weigeren van kansspelinrichtingen op het grondgebied van de stad Genk. 25. In de memorie van wederantwoord zet de verzoekende partij uiteen dat de verwerende partij de inspraak die haar door de kansspelwet is toegekend misbruikt om een beleid te voeren dat het doel van deze wet miskent. Ter staving van haar standpunt verwijst de verzoekende partij nog naar de online blog van een schepen van de stad Genk waar wordt verklaard dat met de komst van het convenant tussen stad en uitbater het aantal wedkantoren kan worden teruggeschroefd. Beoordeling 26. Zoals reeds werd gesteld bij de beoordeling van het eerste onderdeel van het eerste middel kan niet aangenomen worden dat het bestreden besluit de loutere toepassing vormt van een algemene beleidskeuze om de exploitatie van wedkantoren op het grondgebied van de stad Genk op absolute wijze te verhinderen. 27. Het vierde middel is ongegrond. VII-41.341-17/18 BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 44 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-41.341-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.562 Gerelateerde publicatie(
  9. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.461 ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.572 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.