← België

Arrest 263596 - Overheidsopdrachten - 13/06/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.596 Rolnummer: A. 244937/XIV-39809 Zaak: Arrest 263596 - Overheidsopdrachten - 13/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-17 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-16 03:35 Fiche Arrest nr 263.596 van 13 juni 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 263.596 van 13 juni 2025 in de zaak A. 244.937/XIV-39.809 In zake : de BV B.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven Menten kantoor houdend te 3500 Hasselt Charles Darwinstraat 2/201 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VZW ONDERWIJSINRICHTINGEN VOORZIENIGHEID -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 27 mei 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de verwerende partij van 26 april 202[5] houdende de gunning van de overheidsopdracht ‘Verbouwing Middelbare School – Perceel 1: Ruwbouw en buitenschrijnwerk’ aan [een derde].” II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 28 mei 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 juni
  3. Staatsraad Inge Vos heeft verslag uitgebracht. XIV-39.809-1/3 Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Toepassing van artikel 71, derde lid, van het algemeen procedurereglement
  5. Het inleiden van een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een akte geeft overeenkomstig de artikelen 66, 6°, en 70 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement) aanleiding tot de betaling van een recht van 200 euro en een bijdrage van 26 euro. Dit recht en deze bijdrage moeten worden gekweten door middel van een overschrijving of storting op de in artikel 71, eerste lid, van het algemeen procedurereglement bedoelde rekening. Artikel 71, derde lid, van het algemeen procedurereglement luidt: “Wanneer een vordering tot schorsing of tot het bevelen van voorlopige maatregelen volgens de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid is ingesteld, wordt het overschrijvingsformulier bij de beschikking tot vaststelling van de rechtsdag gevoegd. Het bewijs dat een overschrijvingsopdracht is gegeven of dat een storting is uitgevoerd, wordt op de terechtzitting overgelegd. Indien dat bewijs niet is geleverd voor de sluiting van het debat, wordt de vordering verworpen.”
  6. De griffie van de Raad van State heeft de verzoekende partij op 28 mei 2025 in kennis gesteld van de vaststelling van de zaak op de terechtzitting van 11 juni 2025 om 10.30 uur en heeft haar tevens uitgenodigd om het voor haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid verschuldigde rolrecht en de verschuldigde bijdrage te voldoen. Daarbij heeft de griffie gewezen XIV-39.809-2/3 op de hiervóór vermelde bepaling van artikel 71, derde lid, van het algemeen procedurereglement. De verzoekende partij, die niet aanwezig of vertegenwoordigd was op de terechtzitting, heeft geen gevolg gegeven aan de uitnodiging tot betaling vóór de sluiting van het debat. Er is bijgevolg reden om de ingestelde vordering krachtens het voormelde artikel 71, derde lid, van het algemeen procedurereglement te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertien juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Inge Vos, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Inge Vos XIV-39.809-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.596 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.