← België

Arrest 263658 - Overheidsopdrachten - 20/06/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.658 Rolnummer: A. 244982/XIV-39813 Zaak: Arrest 263658 - Overheidsopdrachten - 20/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-23 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-16 03:24 Fiche Arrest nr 263.658 van 20 juni 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 263.658 van 20 juni 2025 in de zaak A. 244.982/XIV-39.813 In zake: de NV G. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Liesbeth Peeters en Cas Verboven kantoor houdende te 2300 Turnhout Parklaan 126/1 tegen: het INTERGEMEENTELIJK SAMENWERKINGSVERBAND PONTES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9420 Erpe-Mere Schoolstraat 20 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 2 juni 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de raad van bestuur van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Pontes van 22 mei 2025 “tot uitsluiting van [de offerte van de verzoekende partij], alsook de gunning van de opdracht” met als voorwerp ‘Raamovereenkomst met meerdere deelnemers voor de levering van cateringdiensten in de crematoria van Antwerpen en Turnhout’. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 4 juni 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 juni
  3. XIV-39.813-1/4 De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Staatsraad Inge Vos heeft verslag uitgebracht. Auditeur Frederick Ongena heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Herkwalificatie van het voorwerp van de vordering
  5. Uit de bestreden beslissing van 22 mei 2025 blijkt dat het gaat om een beslissing tot niet-plaatsing van de opdracht waarbij de verzoekende partij niet werd geselecteerd. De vordering wordt dan ook geacht te zijn gericht tegen de beslissing van de raad van bestuur van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Pontes van 22 mei 2025 tot niet-plaatsing van de overheidsopdracht voor diensten ‘Raamovereenkomst met meerdere deelnemers voor de levering van cateringdiensten in de crematoria van Antwerpen en Turnhout’, alsook de beslissing tot niet-selectie van de verzoekende partij voor de voormelde opdracht. Uit de nota met opmerkingen blijkt dat het ook in die zin is dat de verwerende partij de vordering heeft begrepen. IV. Afstand
  6. Met een brief van 13 juni 2025 laat de verzoekende partij aan de Raad van State weten afstand te doen van het geding. XIV-39.813-2/4 V. Kosten
  7. In de gegeven omstandigheden worden de kosten ten laste van de verzoekende partij gelegd. De verwerende partij vordert een rechtsplegingsvergoeding ten belope van het basisbedrag van 770 euro. De verzoekende partij vraagt de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het minimale bedrag van 140 euro ‘rekening houdende met de afstand van geding voor het plaatsnemen van de zitting’. Luidens artikel 30/1, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de afdeling Bestuursrechtspraak een rechtsplegingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Bij artikel 67, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ heeft de Koning de basisbedragen en de minimale en maximale bedragen van de rechtsplegingsvergoeding bepaald. Luidens artikel 30/1, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de afdeling Bestuursrechtspraak bij een met bijzondere redenen omklede beslissing, de (basis)vergoeding verlagen of verhogen, zonder echter de door de Koning voorziene maximale en minimale bedragen te overschrijden. In haar beoordeling houdt zij rekening met: 1° de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij, 2° de complexiteit van de zaak, 3° de kennelijk onredelijke aard van de situatie. Deze bepaling somt de criteria op waarmee de Raad van State rekening houdt om al dan niet af te wijken van het toe te kennen basisbedrag. Deze opsomming is limitatief zodat de Raad van State niet op andere gronden mag afwijken van het basisbedrag. XIV-39.813-3/4 Ten gevolge van het indienen van de vordering heeft de verwerende partij een schriftelijke nota ingediend, die op alle punten van de vordering is ingegaan. Zij kan in beginsel aanspraak maken op het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding. Tot staving van haar verzoek om het bedrag tot het minimumbedrag te beperken voert de verzoekende partij geen omstandigheden aan als bedoeld in artikel 30/1, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. De Raad ziet dan ook geen reden om het door de verwerende partij gevorderde bedrag te beperken. BESLISSING
  8. De Raad van State verleent akte van de afstand.
  9. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Inge Vos, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Inge Vos XIV-39.813-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.658 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.