← België

Arrest 263687 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/06/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.687 Rolnummer: A. 242390/VII-42578 Zaak: Arrest 263687 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-07-03 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-16 03:25 Fiche Arrest nr 263.687 van 23 juni 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 263.687 van 23 juni 2025 in de zaak A. 242.390/VII-42.578 In zake :

  1. XXX
  2. XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Van der Veken kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 182 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE ANTWERPEN Tussenkomende partij : de BV EURO ELITE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Loix en Ellen Voortmans kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 26, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het cassatieberoep, ingesteld op 8 juli 2024, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2324-0772 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 30 mei 2024 in de zaak 2223-RvVb-0704-A. II. Verloop van de rechtspleging
  4. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 13 september
  5. VII-42.578-1/5 De verzoekende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend. De bv EURO ELITE heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 29 oktober
  6. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft op 10 januari 2025 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ (hierna: cassatieprocedurebesluit). De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 juni
  7. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Yves Loix, die verschijnt voor de tussenkomende partij, is gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.
  8. De deputatie van de provincieraad van Antwerpen verleent na bestuurlijk beroep op 16 maart 2023 aan de tussenkomende partij een VII-42.578-2/5 omgevingsvergunning voor het wijzigen van de kantoorfunctie van een gebouw naar een woonfunctie met 22 wooneenheden en een gelijkvloerse handelsruimte. 3.
  9. De verzoekende partijen stellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) een beroep in tot vernietiging van de beslissing van 16 maart
  10. Zij ontwikkelen hierin drie middelen tot nietigverklaring. 3.
  11. Het bestreden arrest verwerpt het eerste middel en het derde middel tot nietigverklaring, bevindt het tweede middel tot nietigverklaring in de aangegeven mate gegrond, vernietigt de bestreden deputatiebeslissing en beveelt de verwerende partij om een nieuwe beslissing te nemen over het bestuurlijk beroep. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Standpunten van de partijen
  12. De tussenkomende partij werpt op dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is bij gebrek aan belang: het bestreden arrest heeft de deputatiebeslissing die door de verzoekende partijen werd bestreden, vernietigd, zodat de cassatie van dat arrest de verzoekende partijen geen voordeel kan opleveren.
  13. De verzoekende partijen antwoorden dat zij wel degelijk belang hebben bij het cassatieberoep: na de cassatie zal de RvVb het door hen opgeworpen eerste middel tot nietigverklaring opnieuw moeten onderzoeken, bestaat de mogelijkheid dat dit middel gegrond wordt bevonden, waarna de deputatie bij het nemen van een nieuwe beslissing hiermee rekening zal moeten houden. VII-42.578-3/5 Beoordeling
  14. Het cassatieberoep waarin cassatiemiddelen worden aangevoerd die geen van de zelfstandige vernietigingsmotieven van het bestreden arrest bekritiseren, kan, ook al waren één of meer van die cassatiemiddelen gegrond, niet tot cassatie leiden van het bestreden vernietigingsarrest. Het gezag van gewijsde van het bestreden arrest strekt zich uit tot de onverbrekelijk met het dictum verbonden motieven die uitspraak doen over de tijdens het rechtsgeding voor de RvVb betwiste rechtspunten waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren. Het dictum van het bestreden arrest besluit tot de vernietiging van de bestreden vergunningsbeslissing van 16 maart 2023 en tot het geven van het bevel aan de deputatie om een nieuwe beslissing te nemen. Het bevel dat het bestreden arrest geeft aan de deputatie, is krachtens artikel 37, § 1, van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ onlosmakelijk verbonden met de vernietiging van de bestreden vergunningsbeslissing van 16 maart
  15. De onverbrekelijk met het dictum verbonden motieven van het bestreden arrest zijn enkel de motieven voor de -in de door het arrest aangegeven mate- gegrondverklaring van het tweede annulatiemiddel van de verzoekende partijen. Het gezag van gewijsde van het bestreden arrest strekt zich niet uit tot de motieven voor de verwerping door de RvVb van het eerste en het derde annulatiemiddel. De verzoekende partijen voeren slechts één middel tot cassatie aan, waarin zij opkomen tegen de beslissing van het bestreden arrest om het eerste middel tot nietigverklaring van de deputatiebeslissing, te verwerpen. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. VII-42.578-4/5 BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  17. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een bijdrage van 24 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-42.578-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.687 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.