← België

Arrest 263710 - Overheidsopdrachten - 23/06/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.710 Rolnummer: A. 227995/XIV-39557 Zaak: Arrest 263710 - Overheidsopdrachten - 23/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-25 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-16 03:25 Fiche Arrest nr 263.710 van 23 juni 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 263.710 van 23 juni 2025 in de zaak A. 227.995/XIV-39.557 In zake: de N.V. G. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean Van Den Bergh kantoor houdend te 1730 Dikbeek Kaudenaardstraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de TUSSENGEMEENTELIJKE MAATSCHAPPIJ DER VLAANDEREN VOOR WATERVOORZIENING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vandendriessche, Leen De Vuyst en Daan Willems kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Lore Derdeyn en Grigori Badalyan kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86c/b113 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 14 maart 2019, strekt tot de nietigverklaring van: “- de beslissing van de Raad van Bestuur TMVW d.d. 1 maart 2018 tot selectie van de inschrijvers voor de vermelde percelen; XIV-39.557-1/4 - de beslissing van de Raad van Bestuur TMVW d.d. 28 februari 2019 waarbij Verzoekende partij niet weerhouden werd voor Perceel 6;.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 2 juli
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Frederick Ongena heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 3 maart
  4. Op 30 april 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij, per aangetekende brief, de mededeling verstuurd bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement). Deze zending werd door bpost op 2 mei 2025 om 12.40 hr tevergeefs aangeboden op het adres waar de verzoekende partij woonplaatskeuze heeft gedaan. De zending werd niet afgehaald in het afhaalpunt. De aangetekende zending werd teruggestuurd naar de griffie. Aldus heeft de verzoekende partij niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. XIV-39.557-2/4 III. Beoordeling
  6. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
  7. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  8. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  9. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. XIV-39.557-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.557-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.710 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.