← België

Arrest 263716 - Overheidsopdrachten - 24/06/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.716 Rolnummer: A. 244989/XIV-39815 Zaak: Arrest 263716 - Overheidsopdrachten - 24/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-25 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-16 03:25 Fiche Arrest nr 263.716 van 24 juni 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.716 no lien 284086 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 263.716 van 24 juni 2025 in de zaak A. 244.989/XIV-39.815 In zake: de BV C. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te 9052 Gent Dorpsstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD SINT-NIKLAAS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elke Casteleyn kantoor houdend te 9160 Lokeren Begijnhofstraat 8/0003 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 3 juni 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas van 12 mei 2025 “waarbij de overheidsopdracht voor werken ‘scenografische inrichting MAP- Mercator: decorbouw en grafische uitvoering’ (bestek 2025/008aa) wordt gegund aan de [nv P.]”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 4 juni 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. XIV-39.815-1/26 De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 juni 2025 om 14.00 uur. Staatsraad Inge Vos heeft verslag uitgebracht. Advocaat Rika Heijse, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Elke Casteleyn, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Lennard Michaux heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor werken uit met als voorwerp ‘scenografische inrichting MAP-Mercator: decorbouw en grafische uitvoering’. Als plaatsingsprocedure wordt gekozen voor een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. De opdracht wordt nationaal bekendgemaakt. 3.
  5. De opdracht is onderworpen aan het bestek met referentie 2025/008aa. Luidens de bij het bestek gevoegde projectomschrijving wordt beoogd om van een traditioneel, chronologisch museum over Mercators leven en werk te evolueren naar een dynamisch, interactief en thematisch opgebouwd ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.716 XIV-39.815-2/26 museum dat cartografie in al haar facetten verkent en heeft de voorliggende opdracht tot doel de scenografische inrichting van ‘MAP-Mercator’, meer specifiek decorbouw en grafische uitvoering. Het bestek vermeldt als gunningscriteria de prijs (gewicht 20), het plan van aanpak (gewicht 30) en de kwaliteit van de werken (gewicht 50). Het derde gunningscriterium ‘kwaliteit van de werken’ wordt als volgt omschreven: “Principe doorsnede artikel ballonvaart D.3.9 De ballonvaartconstructie (plan 00, 14 en 15) met betrekking tot esthetiek, gebruikte technieken, draagkracht, opbouw, duurzaamheid, e.d. Dit wordt uitgewerkt op maximaal 3 pagina’s, inclusief eventuele afbeeldingen en/of schetsen. De bijhorende technische fiches worden toegevoegd. - Principe doorsnede artikel D.4.1 meandervitrine incl glazen legboorden (plan 00, 16 en 17) met betrekking tot esthetiek, gebruikte technieken, draagkracht, opbouw, duurzaamheid, e.d. Dit wordt uitgewerkt op maximaal 3 pagina’s, inclusief eventuele afbeeldingen en/of schetsen. De bijhorende technische fiches worden toegevoegd. - Het aanleveren van stalen ter kwalitatieve beoordeling: o 1 x staal van 50 cm op 50 cm volgens bestekomschrijving hoofdstuk 4.1 Algemene technische bepalingen, Multiplex grijswit behandeld (decorwanden, topstukkentafel, rugwand meandervitrine, …) 3 x verschillende gradaties behandeling gebeitst of geolied of geschilderd… o 1 x staal van 50 cm op 50 cm print op textiel of neppapier, als onderdeel van artikel G.3.1 Grootste atlas ter wereld: print op canvas 280h x 428 cm, 10 kaarten + principe opbouw omdat de manier van printen afhankelijk is van de opbouw + principe opbouw grootste atlas (artikel D.3.8 Grootste atlas ter wereld) en dragers van de kaarten (omdat de manier van printen afhankelijk is van de drager waarop geprint moet worden: vb canvas gespannen in frame, print op matte kleeffolie op paneel, print rechtstreeks op drager…) max 1 pagina A4 Voor de print wordt een vectorafbeelding meegegeven die geschaald moet worden op de grootte van een dubbele atlaspagina (ca. 280 cm hoog x 428 cm) en waarvan een sample van 50 x 50 cm gevraagd wordt ter printen op voorgestelde drager. De stalen worden aangeleverd voor de uiterste indieningstermijn van de offerte in het Techniekhuis, Industriepark-Noord 4, 9100 Sint-Niklaas ter attentie van dienst overheidsopdrachten werken.” Luidens het bestek zullen de scores voor het tweede en derde gunningscriterium volgens de volgende schaal worden toegekend: XIV-39.815-3/26 “Uitstekend 100% van de punten Zeer goed 90% van de punten Meer dan goed 80% van de punten Goed 70% van de punten Meer dan voldoende 60% van de punten Voldoende 50% van de punten Matig 40% van de punten Onvoldoende 30% van de punten Scores tot en met 30% = onregelmatig”. 3.
  6. Slechts twee inschrijvers dienen een offerte in, meer bepaald de verzoekende partij en de nv P. 3.
  7. Er wordt een verslag van nazicht opgesteld. Daarin wordt vastgesteld dat beide inschrijvers worden geselecteerd en dat beide offertes als regelmatig worden beschouwd. Na toetsing van de offertes aan de gunningscriteria wordt de offerte van de nv P. als eerste gerangschikt met een totaalscore van 89 % en de offerte van de verzoekende partij als tweede gerangschikt met een totaalscore van 85,98 %. De volgende deelscores worden toegekend: nv P. verzoekende partij Prijs 20 19,98 Plan van Aanpak 24 27 Kwaliteit van de werken 45 39 Wat het derde gunningscriterium ‘kwaliteit van de werken’ betreft, behaalt de offerte van de verzoekende partij een score van 39, hetgeen als volgt wordt verantwoord: “
  8. Principe doorsnede artikel ballonvaart D.3.9 De ballonvaartconstructie (plan 00, 14 en 15) met betrekking tot esthetiek, gebruikte technieken, draagkracht, opbouw, duurzaamheid, e.d. Dit wordt uitgewerkt op maximaal 3 pagina’s, inclusief eventuele afbeeldingen en/of schetsen. De bijhorende technische fiches worden toegevoegd. XIV-39.815-4/26 - Gedetailleerde en duidelijke 3D-tekening van de technische opbouw - Goede technische opbouw ballonwand, inclusief redelijk goede akoestische eigenschappen - Goede afwerking ballonvaartmand, afwerking van recuperatiemateriaal van echte ballonvaarmanden kan mooi zijn maar look & feel van geheel is wat onzeker (ofwel volledig retro, ofwel volledig nieuw) - Idem textiel voor wand van gerecupereerde luchtvaartballon, niet zeker van look & feel (beperkte kleurkeuze?), maar kan juist ook heel mooi worden - Vloeropbouw ballonwand niet geheel duidelijk, wel rekening gehouden met resonerende woofers (geen technisch detail vloeropbouw) - Voortgaand op beschrijving: goed akoestisch isolerend plafond - Scheidingwand opbouw ok, maar niet volledig tot plafond getekend en niet zo duidelijk wat bedoeld wordt met click wall + muurverf - Gebogen houten wandstructuur afgewerkt met MDF: principe is duidelijk, maar wat vragen bij uitzetting en inkrimping van verschillende materialen zodat voegen tussen de panelen misschien na een tijdje zichtbaar worden? score: 16/20
  9. Principe doorsnede artikel D.4.1 meandervitrine incl. glazen legboorden (plan 00, 16 en 17) met betrekking tot esthetiek, gebruikte technieken, draagkracht, opbouw, duurzaamheid, e.d. Dit wordt uitgewerkt op maximaal 3 pagina’s, inclusief eventuele afbeeldingen en/of schetsen. De bijhorende technische fiches worden toegevoegd. - Duidelijke gedetailleerde constructietekeningen en 3D-tekening - Binnenruimte vitrinekast luchtdicht afgesloten (dit werd niet onmiddellijk gevraagd want vitrineruimte is niet actief of passief geklimatiseerd, maar kan eventueel een meerwaarde zijn naar stofdichtheid) - Vermelding van voorgesteld glas (conform de bestekvoorschriften): anti reflecterend glas, ook dikte glas voorgesteld: 2 x 4 mm met 2 x film ertussen - Esthetische minpunt: stalen L-profiel rondom zichtbaar aan voor en achterzijde van vitrine, kast verliest daarmee wat zijn houten look & feel, - Esthetische minpunt: de poten, dit zijn nu stalen kokerprofielen, zonder verjonging zodat het bedoelde retro-karakter verloren gaat (volgt niet het ontwerp) Score: 16/20
  10. Het aanleveren van stalen ter kwalitatieve beoordeling: o 1 x staal van 50cm op 50 cm volgens bestekomschrijving hoofdstuk 4.1 Algemene technische bepalingen, Multiplex grijswit behandeld (decorwanden, topstukkentafel, rugwand meandervitrine, ...) 3 x verschillende gradaties behandeling gebeitst of geolied of geschilderd... - [De verzoekende partij] leverde meerdere stalen met in totaal 6 soorten afwerking: op berk, esdoorn of grenen multiplex, afgewerkt met waterbeits en ultramatte PU-vernis - 1 behandeling van (wellicht) Poolse Grenen ligt dicht bij het beoogd resultaat, met lichte en donkere grijstinten (helaas toont dit paneel een defaut in het midden, maar de andere panelen lijken A of B -klasse) Score:4/5
  11. o 1 x staal van 50 cm op 50 cm print op textiel of neppapier, als onderdeel van artikel G.3.1 XIV-39.815-5/26 Grootste atlas ter wereld: print op canvas 280h x 428 cm, 10 kaarten + principe opbouw omdat de manier van printen afhankelijk is van de opbouw + principe opbouw grootste atlas (artikel D.3.8 Grootste atlas ter wereld) en dragers van de kaarten (omdat de manier van printen afhankelijk is van de drager waarop geprint moet worden: vb canvas gespannen in frame, print op matte kleeffolie op paneel, print rechtstreeks op drager...) max 1 pagina A4 Staal: - [De verzoekende partij] levert een staal geprint op jetex. Lijkt een degelijk en duurzaam materiaal, een scherpe print - De textuur van het doek (verticale textiellijnen) is van dichtbij zichtbaar en beïnvloedt in lichte mate de helderheid en lijnscherpte - De kleuren komen wat flets (minder verzadigd) over in vergelijking met de schermkleuren van het digitaal bestand bekeken op beeldscherm - Materiaal lijkt duurzaam en afwasbaar Principe opbouw grootste atlas: - [De verzoekende partij] levert een principetekening van de opbouw van de atlas - Goede keuze voor honingraatkarton, is ecologisch en duurzaam, - dit samengesteld met een inwendig uitwendig en inwendig aluminium frame zorgt voor een degelijke constructie Score: 3/5”. De offerte van de nv P. behaalt voor het derde gunningscriterium een score van 45, hetgeen in het verslag van nazicht als volgt wordt verantwoord: “
  12. - principe doorsnede artikel ballonvaart D.3.9 De ballonvaartconstructie (plan 00, 14 en 15) met betrekking tot esthetiek, gebruikte technieken, draagkracht, opbouw, duurzaamheid, e.d. Dit wordt uitgewerkt op maximaal 3 pagina’s, inclusief eventuele afbeeldingen en/of schetsen. De bijhorende technische fiches worden toegevoegd. - Duidelijke goed uitgewerkte detailtekeningen - Op technisch vlak goed rekening gehouden de vereisten: met trillingen vloer, beplating van vloer, wandopbouw als akoestisch geheel, beschrijving van akoestische deuren, stabiliteit van het projectiescherm, voorstel span- en akoestisch plafond, sound-stoppaneel tussen ballonwand en plafond, brandweerstand van het geheel, ... : geeft vertrouwen in een technisch, duurzaam en esthetisch kwalitatief voorstel -Mooi esthetische afwerking van de ballonmand en textiel bekleding, incl. voorbeelden van een eerder gelijkaardig project. Score: 18/20
  13. - Principe doorsnede artikel D.4.1 meandervitrine incl. glazen legboorden (plan 00, 16 en 17) met betrekking tot esthetiek, gebruikte technieken, draagkracht, opbouw, duurzaamheid, e.d. Dit wordt uitgewerkt op maximaal 3 pagina’s, inclusief eventuele afbeeldingen en/of schetsen. De bijhorende technische fiches worden toegevoegd. XIV-39.815-6/26 - Goede technische uitwerking en esthetische interpretatie van ontwerp, in de lijn van de beoogde stijl - Duurzaam constructie met: gelijmde tand- en groefverbindingen, rekening gehouden met voldoende ventilatieopeningen voor hardware multimedia, stevig onderstel - Poot en draagstel in multiplex vormt eenheid met kast en volgt de ‘verjonging’ naar de vloer toe, volgt daarmee mooi het ontwerp (‘vintage look’) - Mooi voorbeeld van gelijkaardig display en pootsysteem, eerder uitgevoerd door [de gekozen inschrijver], schept vertrouwen Score: 18/20
  14. 1 x staal van 50cm op 50 cm volgens bestekomschrijving hoofdstuk 4.1 Algemene technische bepalingen, Multiplex grijswit behandeld (decorwanden, topstukkentafel, rugwand meandervitrine, ...) 3 x verschillende gradaties behandeling gebeitst of geolied of geschilderd... - [De gekozen inschrijver] levert 1 staal met 3 soorten afwerking (OK) - Er werd geen beschrijving van het staal meegeleverd (is ook niet gevraagd), maar af te leiden uit de beschrijving van de materialen van de meandervitrine is dit staal vermoedelijk Oukume multiplex - De afwerking op het staal oogt zeer kwalitatief en is ultramat, de houtvlam is door de afwerking nog licht zichtbaar: zeer mooi egaal en professioneel ogend resultaat. Score: 5/5
  15. 1 x staal van 50cm op 50 cm print op textiel of neppapier, als onderdeel van artikel G.3.1 Grootste atlas ter wereld: print op canvas 280h x 428 cm, 10 kaarten + principe opbouw omdat de manier van printen afhankelijk is van de opbouw + principe opbouw grootste atlas (artikel D.3.8 Grootste atlas ter wereld) en dragers van de kaarten (omdat de manier van printen afhankelijk is van de drager waarop geprint moet worden: vb canvas gespannen in frame, print op matte kleeffolie op paneel, print rechtstreeks opdrager...) max 1 pagina A
  16. Staal: - [De gekozen inschrijver] levert een staal geprint op stevige en flexibele drager: is een degelijk en duurzaam materiaal, een scherpe print - De textuur van het doek is niet zichtbaar waardoor de lijnen en randen extra scherp lijken - De kleuren komen heel helder en verzadigd over, liggen zeer dicht bij de kleuren van het digitaal bestand bekeken op beeldscherm - Materiaal is duurzaam en afwasbaar Principe opbouw grootste atlas: - De principeopbouw van de atlas werd meegegeven door [de gekozen inschrijver] bij uitleg levering staal, nl: toepassing: snijden, zomen ringen, tunnel, velcro, ronde pees Score: 4/5”. Voorgesteld wordt om de opdracht te gunnen aan de nv P. XIV-39.815-7/26 3.
  17. Op 12 mei 2025 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas om de opdracht in overeenstemming met het verslag van nazicht te gunnen aan de nv P. Dit is de bestreden beslissing. 3.
  18. Met een e-mailbericht van 19 mei 2025 en een aangetekend schrijven, verzonden op 23 mei 2025, wordt de verzoekende partij in kennis gesteld van de gunningsbeslissing en het verslag van nazicht. 3.
  19. Met een e-mailbericht van 19 mei 2025 vraagt de verzoekende partij nog om bijkomende toelichting, gevolgd door een formeel verzoek tot heroverweging bij e-mailbericht van 27 mei
  20. Beiden worden door de verwerende partij beantwoord met een aangetekend schrijven en e-mailbericht van 27 mei 2025 waarin besloten wordt dat de gunningscores correct zijn en niet zullen worden aangepast. IV. Verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken
  21. Beide partijen vragen om de vertrouwelijke behandeling van bepaalde door hen neergelegde stukken die zij in de inventaris als vertrouwelijk aanduiden en waarbij zij de redenen opgeven waarom zij om die vertrouwelijke behandeling vragen. Er zijn geen gronden aangevoerd door de partijen om het aangevoerde vertrouwelijk karakter ervan, althans in deze fase van het geding, te lichten. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  22. Krachtens artikel 17, §§ 1, 5 en 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen XIV-39.815-8/26 inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: de wet van 17 juni 2013), moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VI. Onderzoek van het enig middel Standpunt van de verzoekende partij
  23. In het enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, van de materiëlemotiveringsplicht, de zorgvuldigheidsplicht en het legaliteitsbeginsel (patere legem quam ipse fecisti), van de bepalingen van het bestek, en van de artikelen 4, 8° en 5, 6 °, 8° en 9° van de wet van 17 juni 2013, “doordat de bestreden beslissing op basis van meerdere motieven voor het derde gunningscriterium een totaalscore van 45 punten toekent aan de [gekozen inschrijver] en slechts een totaalscore van 39 punten aan verzoekster, Terwijl de offerte van verzoekster kwalitatief hoogstaander is dan de offerte van [de gekozen inschrijver] en aldus de score voor de offerte van [de gekozen inschrijver] lager diende te zijn en deze van verzoekster hoger diende te zijn, omdat de beoordeling, hetzij niet overeenstemt met feitelijke gegevens, hetzij inhoudelijk niet pertinent is; dat er geen correcte juridische en feitelijk[e] motivering voorligt die de gunningsbeslissing rechtvaardigt, voor wat de kenmerken en de relatieve voordelen van de gekozen offerte betreft, Terwijl de beoordeling ook niet volledig de beoordelingselementen van het bestek volgt, zodat verwerende partij haar eigen bestek heeft geschonden, Terwijl op basis van de kritieken die verzoekster aanbrengt, blijkt dat zij ertoe leiden dat zij een puntenverschil van 6 punten met zich meebrengen, zodat verzoekster belang heeft bij het aanvechten van de scores voor dit gunningscriterium, Zodat blijkt dat de aangehaalde wettelijke en reglementaire bepalingen zijn geschonden door de gebrekkige motivering van de beoordeling van het derde gunningscriterium”. XIV-39.815-9/26 In de toelichting bij het middel betwist de verzoekende partij achtereenvolgens de volgens haar gebrekkige motivering van de beoordeling van de offertes voor het derde gunningscriterium wat de beoordeling van de ballonvaartconstructie, de meandervitrine, de stalen multiplex grijswit en de stalen print op textiel of neppapier betreft, waarbij aan de gekozen inschrijver een score van 45 punten werd toegekend en slechts 39 punten aan de verzoekende partij. Na een overzicht van de technische specificaties en een vergelijkende tabel met de beoordelingen uit het verslag van nazicht zet de verzoekende partij inzake de beoordeling van de ballonvaartconstructie het volgende uiteen: “De plus- en minpunten die worden vermeld bij de beoordeling van [de gekozen inschrijver] laten niet toe te besluiten dat de offerte de score van ‘zeer goed’ verdient: - Er is geen specifieke toelichting van de plus- of minpunten voor het beoordelingselement duurzaamheid - Het woordelijk aangehaalde niveau van de kwaliteit is enkel ‘goed’ of ‘mooi’, maar niet ‘zeer goed’, zodat deze bewoordingen niet toelaten te concluderen dat het voorstel ‘zeer goed’ is. […] De plus- en minpunten die worden vermeld bij de beoordeling van verzoekster stemmen niet overeen met de effectieve hogere kwaliteit van het voorstel en zijn niet coherent in het licht van de bewoordingen die voor [de gekozen inschrijver] zijn benut. - De pluspunten zijn als ‘goed’ benoemd, net zoals bij [de gekozen inschrijver] en betreffende de kwaliteit van de detailtekeningen en de technische opbouw, hier zou dan ook de beoordeling ‘zeer goed’ (zoals bij [de gekozen inschrijver]) passend zijn - De duurzaamheid van de ballonmand wordt expliciet en specifiek positief gevalideerd, maar niet passend in punten gehonoreerd. Nochtans zijn gebruikte technieken en duurzaamheid twee beoordelingselementen en werd in de toelichting over de context van de opdracht (zie bijlage D bij het bestek, stuk 3) benadrukt dat de voorkeur werd gegeven aan duurzame materialen, - De kritiek op het esthetisch vlak dat de look&feel onzeker zou zijn, valt niet te kaderen binnen de vereisten van het bestek. Het lijkt alsof de verwerende partij ervan uitgaat dat er met een retro-effect moet worden gewerkt. Het bestek legt deze eis evenwel niet op. Er is geen look&feel materiaalvoorschrift in het bestek opgenomen. In strijd met het bestek wordt het beweerde gebrek aan retro-karakter of onvoldoende duidelijk retro- karakter gesanctioneerd. Al dan niet met retro-effect werken houdt evenwel geen verband met de esthetiek van het ontwerp. - De punten van kritiek die aangeven dat een onderdeel van de offerte van verzoekster onduidelijk zou zijn (met name de opbouw van de XIV-39.815-10/26 scheidingswand en de zichtbaarheid van de voegen van de gebogen houten wandstructuur), staat haaks op de zorgvuldigheidsplicht van de verwerende partij, die steeds de mogelijkheid heeft om een vraag tot toelichting of verduidelijking te stellen. De verwerende partij kan zich ten deze niet verbergen achter het voorbehouden recht om de opdracht te gunnen zonder onderhandelingen te voeren. Een verstrekte toelichting of verduidelijking die de offerte niet wijzigt, is geen daad van onderhandeling maar laat de verwerende partij wel toe om de offertes in alle objectiviteit en transparantie te vergelijken en zo op een eerlijke manier de economisch meest voordelige offerte te kiezen. De verwerende partij heeft daar zelf belang bij. Conclusie: [de gekozen inschrijver] dient 2 punten minder te krijgen. Verzoekster verdient 2 punten extra [De gekozen inschrijver]: 16/20 – meer dan goed Verzoekster: 18/20 – zeer goed’. Na een overzicht van de technische specificaties en een vergelijkende tabel met de beoordelingen uit het gunningsverslag zet de verzoekende partij inzake de beoordeling van de meandervitrine het volgende uiteen: ‘De plus- en minpunten die worden vermeld bij de beoordeling van [de gekozen inschrijver] laten niet toe te besluiten dat de offerte de score van ‘zeer goed’ verdient: - Het woordelijk aangehaalde niveau van de kwaliteit is enkel ‘goed’ of ‘mooi’, maar niet ‘zeer goed’, zodat deze bewoordingen niet toelaten te concluderen dat het voorstel ‘zeer goed’ is. - Niet alle beoordelingselementen zijn onderzocht en beoordeeld: esthetiek, gebruikte technieken, draagkracht, opbouw, duurzaamheid - Er is geen specifieke toelichting van de plus- of minpunten voor het beoordelingselement duurzaamheid. De beoordeling van de gelijmde tand- en groefverbinding heeft betrekking op de opbouw en draagkracht van het meubelstuk, maar niet op de duurzaamheid. - Er is sprake van een goed esthetische interpretatie van ontwerp in lijn met de beoogde stijl. Evenwel beschrijft het bestek niet de beoogde stijl, zodat deze beoordeling geen steun vindt in het bestek. - De positieve beoordeling houdt in hoofdzaak verband met de esthetische beoordeling waarbij gefocust wordt op de (houten) vintage-look van het meubel. De verwerende partij gaat ervan uit dat er met een retro-effect moet worden gewerkt. Het bestek legt deze eis evenwel niet op. Er is geen look&feel materiaalvoorschrift in het bestek opgenomen. In strijd met het bestek wordt de vintagelook als esthetisch hoogstaander beoordeeld, dan de look die verzoekster heeft voorgesteld. Een gekozen stijl is op zich niet esthetisch, het gaat eerder om de samenhang van alle elementen die esthetisch moet zijn, zodat het beoordelingselement ook verkeerd wordt ingevuld door de verwerende partij. XIV-39.815-11/26 - Er moet echter worden gewezen op het feit dat de verwerende partij bevestigt dat [de gekozen inschrijver] werkt met (vermoedelijk) okoumé- multiplex, een houtsoort die in museale vitrines om kwaliteits- en emissieredenen doorgaans wordt vermeden. Dit is een minpunt dat niet werd gesanctioneerd via de toegekende puntenscore. - Daarnaast ontbreekt elke vermelding van stofdichtheid, veiligheid of technische specificatie van het gebruikte glas. Dit in tegenstelling tot het voorstel van verzoekster, waarin wel een stofdichte afsluiting, beveiliging en anti-reflecterend glas zijn opgenomen. Dit zijn elementen die relevant zijn en vallen onder de beoordelingselementen gebruikte technieken, draagkracht, opbouw. De beoordeling van [de gekozen inschrijver] lijkt deze parameters te overwaarderen terwijl ze inhoudelijk niet toegelicht zijn of negeert technische risico’s. - De toegekende score is aldus te hoog nu er geen beoordeling in vervat zit voor de voormelde beoordelingselementen. Op basis van het voorgaande kan de offerte van [de gekozen inschrijver] hoogstens een score van 16/20 krijgen. […] De plus- en minpunten die worden vermeld bij de beoordeling van de offerte van verzoekster stemmen niet overeen met de effectieve hogere kwaliteit van het voorstel en zijn niet coherent in het licht van de bewoordingen die voor [de gekozen inschrijver] zijn benut. - De pluspunten zijn als ‘goed’ benoemd, net zoals bij [de gekozen inschrijver] en betreffen de kwaliteit van de detailtekeningen en de technische opbouw, hier zou dan ook de beoordeling ‘zeer goed’ (zoals toegekend aan [de gekozen inschrijver]) passend zijn - Vervolgens wordt een technisch detail: het luchtdicht afsluiten van de binnenruimte van de vitrinekast als een meerwaarde benoemd, zonder dat dit pluspunt zich in een hogere score vertaalt. - Het gebruik van metaal in het ontwerp is tot twee keer toe als een minpunt aangehaald. De twee vermelde esthetische minpunten (zichtbaar stalen L- profiel en stalen poten zonder verjonging) hebben beide betrekking op dezelfde ontwerpkeuze, namelijk het gebruik van metaal. Dit vertegenwoordigt een esthetisch aspect en niet twee afzonderlijke zodat het ten onrechte dubbel in rekening wordt gebracht. - De kritiek op het esthetisch vlak dat de houten look&feel en het bedoelde retro-karakter verloren gaat, valt niet te kaderen binnen de vereisten van het bestek. Het lijkt alsof de verwerende partij ervan uitgaat dat er met een retro- effect moet worden gewerkt. Het bestek legt deze eis evenwel niet op. Er is geen look&feel materiaalvoorschrift in het bestek opgenomen. In strijd met het bestek wordt het beweerde gebrek aan retro-karakter of houten look&feel gesanctioneerd. Al dan niet met retro-effect werken houdt evenwel geen verband met de esthetiek van het ontwerp. - Er is in het bestek geen esthetische richtlijn opgenomen die staal uitsluit of hout verkiest. Er is geen mood bord in het bestek. De algemene scenografie toont daarentegen net een visuele staalstructuur tussen vloer en ca. 80 cm hoogte. Dit blijkt uit de beschrijving van de decorwanden in het technisch bestek (zie bijlage D, rubriek D.1.
  24. decorwand - p 12- waar is vermeld dat er voor de wanden tussen vloer en plafond een rond stalen kokerprofiel van XIV-39.815-12/26 80 mm diameter diende te worden gebruikt. De keuze van verzoekster voor metaal sloot daar feilloos bij aan. Aangezien in de wanden een staalprofiel van vloer tot plafond was voorzien, was het gebruik van staal in de uitvoering van de meanderkast technisch, ergonomisch en esthetisch afgestemd op het geheel. Voor de meandervitrine is kwaliteit in het licht van conservatie van de wereldbollen cruciaal alsook de stabiliteit van de constructie. Een vitrine mag ook niet opvallen, maar moet alle aandacht naar de geëtaleerde objecten trekken. Er is dus geen enkele objectieve grond om de offerte van verzoekster een lager score toe te kennen omwille van het gebruik van staal in de vitrinekast. - Bovendien is de vitrine van verzoekster volledig stofdicht – een objectieve functionele meerwaarde die niet meegewogen werd – en werd voorzien van correct geselecteerd, anti-reflecterend gelaagd glas. Beide elementen overstijgen de functionele vereisten uit het technisch bestek en vormen een tastbare kwaliteitsverbetering ten opzichte van het voorstel van de concurrent. Dit is niet vertaald in de toegekende score. - Bovendien wordt in het bestek zelf het gebruik van een zichtbaar metalen T-profiel voorzien voor de montage van LED-strips in de vitrine. (zie bijlage E, p 33 - Verticale LED-strips achter verticale voegen glas: telkens 2 led strips in T-profiel (een naar links en een naar rechtsgericht)) Dat versterkt het onbegrip waarom een ander metalen profiel (L-profiel) esthetisch negatief beoordeeld wordt, terwijl het net op gelijkaardige wijze functioneel en visueel wordt geïntegreerd in de vitrine zelf en als bestekseis van bijlage E geldt. - Het gebruikte profiel betreft een gepoederlakt element in RAL 7035 (lichtgrijs), met een beperkte hoogte van 30 mm. Dit profiel werd bewust gekozen in functie van duurzaamheid, gebruiksgemak en visuele integratie. Het profiel is gemonteerd tegen een wandpaneel in berken multiplex van 1500 mm hoog, eveneens afgewerkt in RAL
  25. Door deze uniforme kleurstelling en het bescheiden formaat ontstaat een discreet en evenwichtig visueel resultaat. - De beoordeling van de meandervitrine is sterk gebaseerd op esthetiek, terwijl er geen functionele of museale vereisten werden geschonden — integendeel. De belangrijkste museale eisen zoals stofdichtheid, veiligheid, conservatie en stabiliteit werden net door verzoekster onderbouwd met ervaring, technische tekeningen en materiaalkeuze. De beoordeling. De beoordeling focust zich op twee esthetische elementen, die eigenlijk slechts details in de uitvoering zijn. Dit staat in wanverhouding tot de integrale kwaliteit van de door verzoekster voorstelde algehele uitvoering van de meandervitrine. - Niet alle beoordelingselementen zijn onderzocht en beoordeeld: tot esthetiek, gebruikte technieken, draagkracht, opbouw, duurzaamheid Het verschil in puntentoekenning (18/20 vs. 16/20) is dan ook niet proportioneel. De score dient te worden herzien naar 16/20 voor [de gekozen inschrijver] en 18/20 voor verzoekster.’ XIV-39.815-13/26 Na een overzicht van de technische specificaties en een vergelijkende tabel met de beoordelingen uit het gunningsverslag zet de verzoekende partij inzake de beoordeling van de stalen multiplex grijswit het volgende uiteen: ‘De plus- en minpunten die worden vermeld bij de beoordeling van [de gekozen inschrijver] laten niet toe te besluiten dat de offerte de score van ‘uitstekend’ verdient: - Hoewel er een minpunt is vermeld in de beoordeling, wordt dit niet in een lagere score vertaald. - [de gekozen inschrijver] leverde een staal met drie afwerkingsvarianten, zonder vermelding van de gebruikte houtsoort. - Een score van 5/5 veronderstelt dat het staal volledig beantwoordt aan de verwachtingen uit het bestek. Als niet eens duidelijk is welk materiaal werd gebruikt, en er gerede twijfel bestaat over de geschiktheid voor museale toepassingen, is deze score niet objectief verdedigbaar en dus veel te hoog, - De jury concludeert op basis van vermoedens dat de gebruikte houtsoort ‘okoume’ betreft. Deze houtsoort is evenwel niet gebruikelijk in museale vitrines, en de afwezigheid van objectieve informatie (houtklasse, afwerkingstype, technische fiche) doet besluiten dat een maximale score van 5/5 niet te verantwoorden valt en veel te hoog is. De score van [de gekozen inschrijver] dient te zakken naar 4/
  26. […] De plus- en minpunten die worden vermeld bij de beoordeling van de offerte van verzoekster stemmen niet overeen met de effectieve hogere kwaliteit van het voorstel en zijn niet coherent in het licht van de bewoordingen die voor [de gekozen inschrijver] zijn benut. - De lagere score wordt toegekend omdat het staal dat het dichtst bij het beoogde resultaat komt, een gebrek zou vertonen. Voor de beoordeling van de multiplexstalen heeft verzoekster 6 afzonderlijke stalen ingediend, die verschillende houtsoorten en afwerkingen (waaronder berk, esdoorn, grenen) omvatten, en waarvan een staal - bewust - een typische imperfectie in grenen toonde (de A klasse bestaat immers niet in Poolse grenen). De beoordeling die verzoekster op dit punt benadeelt is dus feitelijk foutief. Verzoekster mocht niet gesanctioneerd worden voor de beweerde imperfectie aangezien het staal op de markt niet verkrijgbaar is in A-klasse. - De overige stalen voldeden ruimschoots aan de eisen en vertoonden een hoogwaardige afwerking. Dit verantwoordt een hogere score dan de score die is toegekend. - Deze transparante benadering van verzoekster via 6 stalen illustreert de zowel materiaalkennis als flexibiliteit die verzoekster aanbiedt, in functie van de voorkeur van de opdrachtgever. Ook dit element verdient een hoge score. De offerte van verzoekster verdient dus een score van 5/
  27. De score van [de gekozen inschrijver] dient te zakken naar 4/5.’ XIV-39.815-14/26 Na een overzicht van de technische specificaties en een vergelijkende tabel met de beoordelingen uit het gunningsverslag zet de verzoekende partij inzake de beoordeling van de stalen print op textiel of neppapier het volgende uiteen: ‘De plus- en minpunten die worden vermeld bij de beoordeling van [de gekozen inschrijver] laten niet toe te besluiten dat de offerte de score van ‘meer dan goed’ verdient: - Het woordelijk aangehaalde niveau van de kwaliteit niet uitgedrukt als ‘meer dan goed’. Er zijn enkel een aantal losse opmerkingen vermeld. De score van 3/5 (60%= meer dan voldoende) is dan ook beter passend. […] De plus- en minpunten die worden vermeld bij de beoordeling van de offerte van verzoekster stemmen niet overeen met de effectieve hogere kwaliteit van het voorstel en zijn niet coherent in het licht van de bewoordingen die voor [de gekozen inschrijver] zijn benut. - De verlaging van de score is gebaseerd op kleurperceptie ten opzichte van een digitale weergave. Dit is een subjectieve vergelijking, aangezien schermkleuren variëren en geen referentiestandaard zijn. - De jury stelt dat Jetex ‘moeilijker te vervangen’ is en ‘fletser van kleur’. Dit is onjuist. o Jetex is een professioneel, veelgebruikt museumdoek (vb. >200 m2 gebruikt in KBR). o Het is snel te kleven, vervangbaar, herbruikbaar en toont zeer scherpe prints zonder textuur. o Canvas, dat [de gekozen inschrijver] gebruikt, toont op staal mogelijk diepere kleuren, maar is gevoeliger, niet naadloos, en minder duurzaam in montage. - De beoordeling negeert dus het totaalplaatje (inclusief onderhoud, duurzaamheid en vervangbaarheid), en baseert zich louter op esthetiek, wat de vergelijking scheef trekt. De jury houdt geen rekening met de technische tekening van verzoekster t.o.v. de algemene definitie van confectiemogelijkheden van een canvas doek bij [de gekozen inschrijver]. - De printdrager van verzoekster is duurzaam en scherp, en zij leverde een volledige technische tekening van de onderbouw van de grootste atlas, wat getuigt van voorbereiding en inzicht. Verzoekster scoort hier minstens even goed als [de gekozen inschrijver] en verdient dus dezelfde score van 4/5.’ In het algemeen merkt de verzoekende partij in de toelichting bij haar middel nog op dat de beoordeling van esthetiek zonder voorafgaand esthetisch kader, en zonder raadpleging van de ontwerper tijdens de beoordeling, onvermijdelijk leidt tot subjectieve interpretaties door de jury. De beoordeling van haar offerte voor het derde gunningscriterium kwaliteit focust zich volgens de XIV-39.815-15/26 verzoekende partij op details die met een vergrootglas werden bekeken en zwaar en disproportioneel werden gesanctioneerd. Zij besluit dat op basis van het voorgaande de scores van de offertes van de beide inschrijvers voor het derde gunningscriterium dienen te worden aangepast, minstens dat op basis van de wijziging van de punten van enkel de gekozen inschrijver voor het derde gunningscriterium blijkt dat de offertes voor het derde gunningscriterium gelijkwaardig zijn. In beide gevallen blijkt volgens haar dat de offerte van de verzoekende partij alsdan de best gerangschikte is. Beoordeling
  28. De verwerende partij werpt in de nota met opmerkingen een exceptie van niet-ontvankelijkheid van het middel op wat de aangevoerde schending van de materiëlemotiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel, het beginsel patere legem, het bestek in zijn algemeenheid en de artikelen 4, 8° en 5, 6°, en 8°, van de wet van 17 juni 2013 betreft omdat niet nader wordt geduid wat de verzoekende partij hieronder begrijpt, noch wordt aangegeven op welke wijze de verwerende partij deze bepalingen en beginselen zou hebben geschonden. Op het eerste gezicht laat de toelichting bij het middel evenwel toe voldoende inzicht te krijgen in de bezwaren die tegen de bestreden beslissing worden aangevoerd, ook wat de aangevoerde schending van de materiëlemotiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel, het beginsel patere legem, het bestek en de voormelde bepalingen van de wet van 17 juni 2013 betreft, waarop de verwerende partij ook inhoudelijk heeft gerepliceerd. De exceptie wordt verworpen.
  29. De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 verplichten de administratieve overheid in de akte de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat op ‘afdoende’ wijze. Voorts bepaalt, wat de formele motivering van een gunningsbeslissing betreft, artikel 5 van de wet van 17 juni 2013 dat die beslissing een reeks vermeldingen moet bevatten, waaronder (9°) de namen van de gekozen inschrijver of de gekozen ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.716 XIV-39.815-16/26 deelnemer of deelnemers bij de raamovereenkomst en van de deelnemers en inschrijvers van wie de regelmatige offerte niet werd gekozen en de juridische en feitelijke motieven, waaronder de kenmerken en relatieve voordelen van de gekozen offerte, voor de beslissingen die daarop betrekking hebben. Het afdoend karakter van de motivering betekent dat de motivering pertinent moet zijn, dit wil zeggen dat ze duidelijk met de beslissing te maken moet hebben, en dat ze draagkrachtig moet zijn, dit wil zeggen dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De belangrijkste bestaansreden van de motiveringsplicht bestaat erin dat de betrokkene in de hem aanbelangende beslissing zelf de motieven moet kunnen aantreffen op grond waarvan ze werd genomen, opdat de betrokkene met kennis van zaken zou kunnen uitmaken of het aangewezen is de beslissing met een schorsings- of annulatieberoep te bestrijden. In zoverre de verzoekende partij daarnaast ook artikel 5, 6° en 8°, van de wet van 17 juni 2013 geschonden acht, welke bepalingen respectievelijk betrekking hebben op de motivering inzake de selectie of niet-selectie en de onregelmatigverklaring van de offerte, lijkt de aangevoerde grief niet dienstig nu het enig middel betrekking heeft op de beoordeling van de gunningscriteria en de juridische en feitelijke motieven die daarmee verband houden. Uit het verslag van nazicht blijkt bovendien dat de verzoekende partij werd geselecteerd en dat haar offerte regelmatig werd bevonden. In zoverre een schending wordt aangevoerd van artikel 5, 6° en 8°, van de wet van 17 juni 2013 is het enig middel alvast niet ernstig.
  30. De aanbestedende overheid beschikt bij de inhoudelijke beoordeling van de offertes en hun toetsing aan de gunningscriteria over een beoordelingsruimte. Het is in de eerste plaats de aanbestedende overheid die bepaalt wat zij als sterke en zwakke punten in de offertes beschouwt en om er dienovereenkomstig punten aan toe te kennen. De Raad van State is niet bevoegd om de beoordeling van de offertes over te doen en zijn eigen beoordeling in de plaats te stellen van deze van de overheid. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht vermag hij desgevraagd wel na te gaan of deze beoordeling berust op voldoende veruitwendigde en draagkrachtige motieven, of XIV-39.815-17/26 het bestuur daarbij niet onzorgvuldig heeft gehandeld en of het de regels die het zelf hieromtrent in het bestek heeft vastgesteld, heeft geëerbiedigd. Een verzoekende partij die kritiek wil leveren op de toetsing door de aanbestedende overheid van de offertes aan de hand van de gunningscriteria, kan er evenwel niet mee volstaan één of meer uit hun context gehaalde onderdelen van de motivering selectief te citeren en te bekritiseren. Het is immers de motivering van de toetsing van de offertes in haar geheel genomen die afdoende moet zijn.
  31. Het op de opdracht toepasselijk bestek voorziet in een gunningscriterium ‘kwaliteit van de werken’ dat 50 punten vertegenwoordigt. De inhoud en wijze van beoordeling van dit gunningscriterium zoals aangekondigd in het bestek werd hoger reeds weergegeven onder punt 3.
  32. van het feitenrelaas. De offerte van de verzoekende partij behaalt op dit gunningscriterium een score van 39 punten tegenover 45 punten voor de gekozen inschrijver. De totaalscore van de gekozen inschrijver bedraagt 89 punten tegenover 85,98 voor de verzoekende partij. In het enig middel betoogt de verzoekende partij in essentie dat de plus- en minpunten die in het verslag van nazicht worden vermeld bij de beoordeling van de offerte van de gekozen inschrijver voor het derde gunningscriterium niet toelaten te besluiten dat de offerte de haar toebedeelde scores verdient. Daarnaast stemmen de plus- en minpunten die worden vermeld bij de beoordeling van de offerte van de verzoekende partij voor het derde gunningscriterium volgens haar niet overeen met de effectieve hogere kwaliteit van haar voorstel en zijn ze niet coherent in het licht van de bewoordingen die voor de gekozen inschrijver worden gehanteerd. Zij voert in dat verband diverse grieven aan per beoordelingselement die hieronder worden onderzocht.
  33. In de mate dat de verzoekende partij in het algemeen opwerpt dat de beoordeling van de esthetiek zou zijn gebeurd zonder voorafgaand esthetisch kader, lijkt zij alvast niet te kunnen worden bijgevallen. De esthetiek wordt in de omschrijving van het derde gunningscriterium in het bestek immers uitdrukkelijk ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.716 XIV-39.815-18/26 vermeld als één van de beoordelingselementen. Zoals uit de hiernavolgende beoordeling blijkt, vindt de algemene stelling van de verzoekende partij dat de opdrachtnemer ‘geen kleur, geen stijl, geen vorm’ kiest, op het eerste gezicht geen steun in de bestekbepalingen. Daargelaten de vraag, zoals verduidelijkt ter terechtzitting, of naast de ontwerper, ook de scenograaf bij de beoordeling werd betrokken, maakt de verzoekende partij in het licht van het voorgaande evenmin aannemelijk dat enkel ‘subjectieve interpretaties’ door de jury mogelijk zijn.
  34. Een eerste grief is gericht tegen de beoordeling van de ballonvaartconstructie waarvoor de gekozen inschrijver een score van 18/20 (zeer goed, 90 % van de punten) behaalt, tegenover een score van 16/20 (meer dan goed, 80 % van de punten) voor de verzoekende partij. Het verslag van nazicht vergelijkt, op het eerste gezicht, beide offertes concreet en geeft in woorden weer waarin de inhoudelijke verschillen te vinden zijn die de verwerende partij ertoe hebben bewogen om de offerte van de gekozen inschrijver meer punten toe te kennen dan de offerte van de verzoekende partij. Uit die beoordeling blijkt op het eerste gezicht overigens dat het beperkte puntenverschil tussen beide offertes wat de ballonvaartconstructie betreft wordt verklaard door een beperkt verschil in technieken (akoestische eigenschappen), een verschil inzake de esthetische afwerking van de ballonmand en het textiel voor de wand van de luchtvaartballon en meer vragen en onzekerheid bij de offerte van de verzoekende partij inzake de opbouw. Aangezien de beoordelingselementen ‘esthetiek, gebruikte technieken, draagkracht, opbouw, duurzaamheid e.d.’ zoals zij in het bestek bij de ballonvaartconstructie en meandervitrine zijn opgesomd, geen subgunningscriteria lijken te zijn, vragen zij bijgevolg geen afzonderlijke motivering per onderdeel, laat staan een afzonderlijke quotering. Uiteraard betreffen ze wel elementen die de inschrijver in zijn offerte diende te behandelen en vormen ze aldus mee het voorwerp van de beoordeling en de vergelijking van de offertes. Die beoordeling moet evenwel niet leiden tot het opmerken van een verschil op al die elementen. Zo kan het niet of slechts beknopt vermelden in de besluitvorming van bepaalde ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.716 XIV-39.815-19/26 elementen uit de offerte, ook worden verklaard door het feit dat er voor die elementen geen bijzondere waardering in plus of in min is. Het enkele gegeven dat in de motivering zelf een paar keer het woord ‘goed’ wordt gehanteerd, lijkt voorts op het eerste gezicht niet uit te sluiten dat een globale score van 18/20 (zeer goed) wordt toegekend nu de motivering van de toetsing van de offertes in haar geheel moet worden gelezen. In zoverre de verzoekende partij betoogt dat de vermelding van het woord ‘goed’ in de motivering bij haar offerte dan ook met een globale score van 18/20 (zeer goed) dient te worden gehonoreerd, lijkt zij voorbij te gaan aan de minpunten die ten aanzien van haar offerte in de motivering worden vermeld. Uit het verslag van nazicht blijkt op het eerste gezicht ook dat de verwerende partij het gebruik van recuperatiemateriaal in de offerte van de verzoekende partij wel degelijk bij haar beoordeling heeft betrokken maar dat zij, specifiek op het vlak van de esthetiek, twijfels heeft bij een combinatie van oude met nieuwe materialen. Ook de kritiek van de verzoekende partij dat deze beoordeling niet zou kaderen binnen de vereisten van het bestek lijkt dan ook niet te kunnen worden bijgevallen. In zoverre de verzoekende partij aanvoert dat de verwerende partij eventueel bijkomende informatie had kunnen opvragen, gaat zij eraan voorbij dat op de verwerende partij in beginsel geen verplichting rust om aanvullende informatie op te vragen bij de inschrijvers in geval van onduidelijkheid van hun offerte. De kritiek op de beoordeling ter zake in het verslag van nazicht kan dan ook niet worden aangenomen.
  35. Een tweede grief is gericht tegen de beoordeling van de meandervitrine waarvoor de gekozen inschrijver eveneens een score van 18/20 (zeer goed, 90 % van de punten) behaalt, tegenover een score van 16/20 (meer dan goed, 80 % van de punten) voor de verzoekende partij. XIV-39.815-20/26 Ook wat de meandervitrine betreft, vergelijkt het verslag van nazicht, op het eerste gezicht, beide offertes concreet en geeft het in woorden weer waarin de inhoudelijke verschillen te vinden zijn die de verwerende partij ertoe hebben bewogen om de offerte van de gekozen inschrijver meer punten toe te kennen dan de offerte van de verzoekende partij. In zoverre de verzoekende partij ook in het kader van de tweede grief kritiek uit dat niet alle beoordelingselementen zijn beoordeeld of afzonderlijk gequoteerd en dat de toegekende score niet overeenstemt met het gebruik van het woord ‘goed’, kan verwezen worden naar de beoordeling van de eerste grief. De verzoekende partij kan voorts op het eerste gezicht niet worden bijgevallen waar zij stelt dat het verslag van nazicht voor de offerte van de gekozen inschrijver geen specifieke toelichting bevat van de plus-of minpunten voor het beoordelingselement duurzaamheid. Het vermeldt voor de offerte van de gekozen inschrijver immers uitdrukkelijk dat er sprake is van een ‘duurzame constructie met gelijmde tand- en groefverbindingen, rekening gehouden met voldoende ventilatieopeningen voor hardware multimedia, stevig onderstel’. In de nota met opmerkingen stelt de verwerende partij dat de verzoekende partij een te beperkte interpretatie geeft aan het in het bestek gehanteerde begrip ‘duurzaamheid’ en dat dit begrip ook inhoudt dat iets duurzaam is in de zin van bedoeld om lang mee te gaan. Op het eerste gezicht vindt deze interpretatie van de verwerende partij steun in de bestekbepalingen waarin onder meer wordt gesteld dat voorkeur wordt gegeven aan het gebruik van duurzame materialen (beschrijving van de context van de opdracht, bijlage D bij het bestek) en waarin het begrip duurzaamheid ook herhaaldelijk samengaat met de vermelding ‘hufterproof’, en dus het bestand zijn tegen vandalisme (art. G.0.6 en G.3.1 van de technische bepalingen). Uit het verslag van nazicht lijkt op het eerste gezicht ook te kunnen worden afgeleid dat het beperkte puntenverschil tussen beide offertes wat de meandervitrine betreft hoofzakelijk wordt verklaard door twee esthetische minpunten in de offerte van de verzoekende partij, terwijl de offerte van de gekozen inschrijver de stijl van het ontwerp ‘vintage look’ volgt en een mooi XIV-39.815-21/26 uitgevoerd voorbeeld van gelijkaardig display en pootsysteem kan voorleggen, hetgeen vertrouwen schept bij de verwerende partij. Hoewel met de verzoekende partij op het eerste gezicht kan worden vastgesteld dat de technische bepalingen van het bestek onder punt D.4.1 ‘Meandervitrine incl. glazen legborden’ niet expliciet een beoogde stijl voorschrijven, lijkt zowel uit de bij deze technische specificaties gevoegde ontwerpschets van de meandervitrine als uit de bij het bestek gevoegde planzicht en vooraanzicht van de vitrine wel een vintage stijl te kunnen worden afgeleid met een ‘verjonging’ (versmalling) van poot en draagstel naar onder toe. Een meer positieve waardering op het vlak van esthetiek voor een offerte die zich inschrijft in deze stijl en een esthetisch minpunt voor een offerte die werkt met kokerprofielen zonder ‘verjonging’, gaat op het eerste gezicht dan ook niet in tegen het bestek. Hetzelfde geldt op het eerste gezicht wat het meer zichtbare gebruik van staal in de offerte van de verzoekende partij betreft door het gebruik ervan rondom de vitrinekast en voor de poten. Anders dan de verzoekende partij het ziet, blijkt op het eerste gezicht ook niet dat haar in dit verband tweemaal een minpunt zou zijn aangerekend voor hetzelfde. Beide minpunten lijken immers betrekking te hebben op afzonderlijke onderdelen van de meandervitrine. Het tweede minpunt lijkt voorts niet alleen betrekking te hebben op het gebruik van staal, maar ook op de vorm van de poten. In zoverre de verzoekende partij nog betoogt dat in de motivering ten onrechte geen pluspunten worden toegekend voor het luchtdicht afsluiten van de binnenruimte van de meandervitrine en het door haar aangeboden glas, lijkt zij voorbij te gaan aan het gegeven dat zij, ondanks de voormelde minpunten, voor de meandervitrine een score 16/20 heeft behaald en dat de motivering in zijn geheel dient te worden gelezen. Uit het verslag van nazicht blijkt voorts dat de verwerende partij deze elementen alleszins bij haar beoordeling heeft betrokken. Wat het voorgestelde glas betreft, wordt daarbij vastgesteld dat dit conform de bestekvoorschriften is. Wat het luchtdicht afsluiten van de binnenruimte van de vitrinekast betreft, wordt in het verslag van nazicht opgemerkt dat het luchtdicht afsluiten geen bestekvereiste betreft maar eventueel een ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.716 XIV-39.815-22/26 meerwaarde kan zijn naar stofdichtheid toe, hetgeen op het eerste gezicht steun vindt in de materiaal specifieke bepalingen onder punt 4.
  36. ‘Algemene technische bepalingen’ van het bestek. De verzoekende partij uit voorts kritiek op het gebruik door de gekozen inschrijver van okoumé-multiplex, een houtsoort die volgens haar in museale vitrines om kwaliteits- en emissieredenen doorgaans wordt vermeden, hetgeen door de verwerende partij op haar beurt wordt betwist. Los van de betwisting tussen de partijen over het al dan niet courant gebruik van het betrokken materiaal voor museumvitrines en waarvan het onderzoek zich niet leent tot een versnelde behandeling, valt op te merken dat het in de eerste plaats aan de aanbestedende overheid toekomt om de technische specificaties in het bestek vast te stellen. Het is immers zij die haar behoeften bepaalt. Te dezen blijkt op het eerste gezicht niet, en de verzoekende partij voert ook niet aan, dat de toepasselijke bestekbepalingen het gebruik van dit materiaal zouden uitsluiten voor de meandervitrine. Integendeel lijken de toepasselijke technische bepalingen uitdrukkelijk als materiaal ‘Kast MPX pools grenen grijswit afgewerkt’ te vermelden. Dat de verzoekende partij het oneens is met de materiaalkeuze van de verwerende partij in het bestek toont op het eerste gezicht niet aan dat een inschrijver die inschrijft overeenkomstig de materiaalkeuze in het bestek hiervoor negatief dient te worden gewaardeerd in het kader van de beoordeling van de gunningscriteria. De kritiek op de beoordeling ter zake in het verslag van nazicht kan dan ook niet worden aangenomen.
  37. Een derde grief is gericht tegen de beoordeling van de stalen Multiplex grijswit waarvoor de gekozen inschrijver een score van 5/5 (uitstekend, 100 % van de punten) behaalt, tegenover een score van 4/5 (meer dan goed, 80 % van de punten) voor de verzoekende partij. In zoverre de verzoekende partij betoogt dat de gekozen inschrijver niet de maximale score voor de stalen multiplex grijswit kon behalen omdat zij één staal levert zonder vermelding van de gebruikte houtsoort, kan zij niet worden bijgevallen. Op het eerste gezicht blijkt uit de informatie in de offerte ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.716 XIV-39.815-23/26 van de gekozen inschrijver over de constructie van de meandervitrine immers duidelijk dat het aangeboden materiaal okoumé multiplex betreft ‘zoals het gepresenteerde staal’. Op dit punt lijkt de grief dan ook feitelijke grondslag te missen. Uit het verslag van nazicht blijkt voorts dat de iets lagere, maar nog steeds meer dan goede score voor de offerte van de verzoekende partij voor de stalen multiplex grijswit wordt verklaard doordat het door haar voorgelegde staal (Pools Grenen), dat volgens de jury het meest aansluit bij het door het bestek beoogde resultaat, een imperfectie in het midden vertoont. De verzoekende partij bevestigt ook dat het betrokken staal op de markt niet verkrijgbaar is in A-klasse. Uit het administratief dossier blijkt dat de technische bepalingen onder D.4.
  38. ‘Meandervitrine incl. glazen legborden’ als materiaal vermelden ‘Kast MPX poolse grenen grijswit afgewerkt (zie 4.
  39. Algemene technische bepalingen)’. De materiaal specifieke bepalingen onder punt 4.
  40. ‘Algemene technische bepalingen’ van het bestek vermelden onder meer ‘Multiplex grijswit behandeld (decorwanden, topstukkentafel, rugwand meandervitrine, …)’ die op staal zal worden beoordeeld en waarbij als vereisten onder meer wordt gesteld ‘MPX 18 mm met fineerafwerking met duidelijk zichtbare houtvlam (vb Poolse Grenen)’ en ‘Kwaliteit A: uitgesorteerd en foutvrij, verkleuringen, wormgaatjes en reparaties zijn niet toegestaan, het fineer is uit één stuk (ongevoegd) waardoor geen zichtbare naden voorkomen’. In het licht van de voormelde bestekbepalingen maakt de verzoekende partij dan ook niet aannemelijk dat de toekenning van een score van 4/5 voor de door haar voorgelegde stalen multiplex grijswit de grenzen van een zorgvuldige beoordeling te buiten gaat. De kritiek op de beoordeling ter zake in het verslag van nazicht kan dan ook niet worden aangenomen.
  41. Een vierde en laatste grief is gericht tegen de beoordeling van de stalen print op textiel of neppapier waarvoor de gekozen inschrijver een score van XIV-39.815-24/26 4/5 (meer dan goed, 80 % van de punten) behaalt, tegenover een score van 3/5 (meer dan voldoende, 60 % van de punten) voor de verzoekende partij. Wat de onder deze grief aangevoerde kritieken betreft op grond waarvan de verzoekende partij betoogt dat aan de offerte van gekozen inschrijver een score van 3/5 had moeten worden toegekend en dat aan haar offerte minstens dezelfde score als de gekozen inschrijver diende te worden toegekend, volstaat het vast te stellen dat deze kritieken, gelet op het niet ernstig bevinden van de overige kritieken, er niet toe kunnen leiden dat het verschil in score tussen de beide inschrijvers kan worden overbrugd, zodat de verzoekende partij geen belang lijkt te hebben bij deze kritieken.
  42. Het enig middel is niet ernstig. VII. Besluit
  43. Het enig middel is niet ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook verworpen. BESLISSING
  44. De Raad van State verwerpt de vordering.
  45. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XIV-39.815-25/26 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Inge Vos, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Inge Vos XIV-39.815-26/26 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.716 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.