id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.733 Rolnummer: A. 240983/XII-9625 Zaak: Arrest 263733 - Dierenwelzijn - 24/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-26 Raadplegingen: 189 - laatst gezien 2026-06-13 05:58 Fiche Arrest nr 263.733 van 24 juni 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Tussenkomst geweigerd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 263.733 van 24 juni 2026 in de zaak A. 240.983/XII-9625 In zake : G.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Carlé kantoor houdend te 9160 Lokeren Bergendriesstraat 73 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen Verzoekende partij tot tussenkomst: de BV VALKERIJ L’ESPOIR EN PENNES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Carlé kantoor houdend te 9160 Lokeren Bergendriesstraat 73 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 18 januari 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het Directoraat Generaal Leefmilieu, Biodiversiteit en Governance, cel CITES van 20 november 2023 tot toewijzing in volledige eigendom van de volgende dieren aan het Natuurhulpcentrum vzw […]”: - Falco cherrug 3 met identificatie o KEV 0V513 12.0 20 014 XII-9625-1/19 o KEV 0V513 12.0 20 017 o KEV 0V513 12.0 20 020 - Falco peregrinus 1 met identificatie KEV 0V 513 14.0 16 055 - Falco rusticolus X Falco peregrinus 1 met identificatie BOF BL 124 12.0 21
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De bv Valkerij L’espoir en Pennes heeft op 28 maart 2024 een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoeker en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 april
- Staatsraad Frédéric Vanneste heeft verslag uitgebracht. Advocaat Luc Carlé, die verschijnt voor de verzoekende partij en de verzoekende partij tot tussenkomst en advocaat Joy Moens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. XII-9625-2/19 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is de bestuurder van de verzoekende partij tot tussenkomst. Het maatschappelijk doel van de verzoekende partij tot tussenkomst is het bestrijden van vogeloverlast, valkerijdemonstraties, vogelafrichting en - regie, en het verzorgen van culturele manifestaties met valken. Verzoeker legt zich toe op de kweek van valken en deelname aan wedstrijden in het Midden-Oosten. Verzoeker vroeg in de periode van 2015 tot 2020 159 CITES EU-certificaten en 54 exportvergunningen aan voor de valken van de verzoekende partij tot tussenkomst. 3.
- De administratieve dienst Cel Cites ontvangt een klacht betreffende verzoeker. 3.
- In augustus 2020 dient verzoeker een reeks aanvragen in tot het bekomen van exportvergunningen. Het betreft valken die opgenomen zijn in bijlage A van de CITES bijlagen. Verzoeker voegt bij de aanvragen de bijhorende verklaringen van kweek (DOB, declaration of birth). 3.
- Op 7 augustus 2020 wordt een visitatiemachtiging afgeleverd. Er wordt een controle uitgevoerd bij verzoeker op 12 augustus
- Er worden tijdens de controle stalen van 21 jongen bestemd voor export en 11 ouderdieren genomen. Er worden 36 extra stalen genomen van mogelijk ouderdieren omdat verzoeker niet met zekerheid kan zeggen wie de ouderdieren zijn en dat hij bij zijn aanvragen enkel dieren opgeeft die mogelijk de ouderdieren kunnen zijn. XII-9625-3/19 3.
- Op 13 augustus 2020 maakt verzoeker zijn register van binnenkomst en vertrek over. Op 7 september 2020 maakt verzoeker bijkomende informatie over. Op 11 september 2020 meldt verzoeker dat hij niet zeker is dat alle ouderdieren werden aangeduid. Op 24 september 2020 worden bijkomende DNA-stalen afgenomen. 3.
- De stalen worden onderzocht door het laboratorium Gendika. Het labo meldt met een e-mail van 25 september 2020 het volgende: “[v]an de meeste valken hebben we het ouderschap inmiddels kunnen bepalen, maar nog niet voor alle. Voor sommige valken blijven meerdere ouderkoppels over als mogelijk ouderpaar, soms is er genetische variatie die we met de beschikbare merkers hebben kunnen bepalen niet voldoende om ouders uit te kunnen sluiten. We zouden eventueel extra merkers kunnen testen, dit betekent echter wel dat het onderzoek meer tijd in beslag gaat nemen. Bovendien kunnen we niet voorspellen hoeveel extra merkers we moeten testen om wel meer ouder te kunnen uitsluiten voor de betreffende valken en of het uiteindelijke mogelijk wordt om alle mogelijke ouders uit te sluiten met de beschikbare DNA-merkers. Voor 1 jonge slechtvalk en 1 jonge gierslechtvalk hebben we geen mogelijk ouderkoppel kunnen vinden in de geteste ouders. Uit uw mail begrijp ik echter dat er veren van extra mogelijke ouders worden nagezonden. Wie weet vinden we daarmee wel de ouders van de betreffende slechtvalk en gierslechtvalk.” 3.
- Met een schrijven van 15 oktober 2020 bezorgt het laboratorium Gendika de resultaten van het onderzoek aan de verwerende partij. Uit onderzoek blijkt dat geen enkele ingediende verklaring van kweek overeenstemt met het resultaat van het laboratoriumonderzoek. Daarnaast waren er vier dieren waarvan slechts één ouder bepaald kon worden. Verzoeker wordt om een verklaring gevraagd. 3.
- Gelet op de resultaten van het onderzoek, worden er op 28 oktober 2020 nieuwe stalen afgenomen van de negen jongen opgenomen in de latere aanvragen als ook om een pluimstaal van één extra mogelijk vaderdier. 3.
- Op 30 oktober 2020 worden de aanvragen tot vergunning (met bijhorende verklaringen van kweek) EXP346000, EXP347028 en EXP46820 afgewezen. Verzoeker moet hiervoor nieuwe verklaringen van kweek indienen. XII-9625-4/19 Voor de dieren waarvoor de afstamming niet kon worden vastgesteld dient verzoeker het resultaat van het laboratoriumonderzoek af te wachten. 3.
- Op 10 november 2020 betwist verzoeker de resultaten van het laboratorium Gendika. 3.
- Op 19 november 2020 ontvangt de verwerende partij de testresultaten en de vraag voor een extra staal. 3.
- Op 9 december 2020 annuleert de dienst CITES 3 aanvragen voor uitvoervergunningen op vraag van verzoeker. 3.
- Uit de testresultaten ontvangen op 22 december 2020 blijkt dat slechts 3 verklaringen van kweek correct werden ingediend en dat alle ouderdieren bepaald konden worden. 3.
- Verzoeker dient tussen 12 augustus 2020 en 23 december 2020 een reeks verklaringen van kweek en aanvragen tot CITES-certificaten in. De verwerende partij besluit om de aanvragen tot CITES-certificaten van de dieren waarvan het ouderschap bepaald werd na te kijken en vervolgens goed te keuren indien de ouderdieren correct werden doorgegeven. Voor de andere wordt verder onderzoek afgewacht. Op 3 januari 2021 laat verzoeker weten dat hij drie aanvragen voor uitvoervergunningen wenst te annuleren. 3.
- Op 2 februari 2021 nodigt de verwerende partij verzoeker uit voor een verhoor op 18 februari
- De e-mail vermeldt dat de verwerende partij verzoeker wenst te horen over de resultaten van het laboratoriumonderzoek. Ze wensen vragen te stellen over het register van binnenkomst en vertrek en over de algemene werking van de zaak. XII-9625-5/19 Verzoeker wordt gevraagd om alle CITES-documenten mee te brengen. Als bijlage is de officiële uitnodiging voor verhoor bijgevoegd waarin de feiten worden vermeld die hem ten laste kunnen worden gelegd en die een misdrijf betreffen en waarvoor een vrijheidsstraf kan worden opgelegd meer bepaald: “-Het niet correct aangeven van uw ouderdieren bij het indienen van uw aanvragen tot documenten bij de administratieve Cel CITES en bijgevolg het afleggen van valse verklaringen voor het bekomen van CITES-documenten. -De onduidelijkheid over in welke omstandigheden uw kweek plaatsvindt. -Het niet correct bijhouden van een register van binnenkomst en vertrek op de plaats waar de specimen zich bevinden.” Het verhoor wordt op vraag van verzoekers raadsman verzet naar 23 februari
- Op 23 februari 2021 wenst verzoeker geen mondelinge verklaring af te leggen. Hij verwijst naar zijn schriftelijke verklaring. Hij bezorgt de verwerende partij een map met zijn schriftelijke verklaring en 96 kopieën van CITES-certificaten alsook een overzicht van de bijhorende vogels en hun volgnummers in het register van binnenkomst. 3.
- Het proces-verbaal van vaststelling van inbreuk van 26 februari 2021 besluit als volgt: “uit de uitgevoerde verwantschapsverklaringen kan besloten worden dat: Dhr. De Smet diende 17 verklaringen van kweek […] in voor de invoervergunningen onderzocht in dit dossier […]. a. Er werden slechts bij 2 […] verklaringen van kweek de correcte ouderdieren opgegeven. b. In de overige 15 verklaringen van kweek werden de ouderdieren foutief doorgegeven. Dit is een inbreuk op artikel 16, lid 1c, van Verordening (EG) nr. 338/97; […] alsook is dit een inbreuk op artikel 5, lid 2b van Verordering (EG) nr. 338/97; […]. Dit artikel werd overtreden voor volgende verklaringen van kweek: (…) Dit omvat een foutieve verklaring voor 25 specimen.” Het proces-verbaal vermeldt de sancties. Er wordt besloten dat het administratief onderzoek dient verder gezet te worden op basis van 1) ingediende aanvragen en verklaringen van kweek 2) kopieën van documenten die tijdens verhoor werden meegekregen XII-9625-6/19 3) register van binnenkomst en vertrek. Met een e-mail van 31 augustus 2021 deelt de verwerende partij mee dat zij voor de nieuwe aanvragen in 2021 een DNA-analyse wenst uit te voeren op de kweekkoppels en opgegeven nakweek. Met een e-mail van 2 september 2021 gaat verzoeker hiermee akkoord. De stalen worden afgenomen op 15 september 2021 en op 16 september 2021 verstuurd naar het laboratorium Gendika. Op 15 oktober 2021 ontvangt de verwerende partij het resultaat van het ouderschapsonderzoek. Op pagina 6 besluit het laboratorium dat voor twee dieren de verklaringen van kweek niet correct waren. Voor deze twee dieren kon noch het vader- noch het moederdier bepaald worden. Deze resultaten worden op 19 oktober 2021 per e-mail naar verzoeker verstuurd met de vraag naar een mogelijke verklaring. Op 27 oktober 2021 bezorgt verzoeker zijn verklaringen aangaande de foutief opgegeven verwantschappen. Op 16 november 2021 maakt verzoeker bijkomende opmerkingen over aan de verwerende partij. Deze opmerkingen zijn volgens de verwerende partij niet voldoende om de legaliteit van de betrokken valken aan te tonen zodat nog steeds geen certificaten afgeleverd kunnen worden. 3.
- Er wordt een overleg ingepland op 12 januari
- Tijdens dit gesprek wordt besproken wat er in de toekomst kan verbeterd worden. 3.
- Op 12 januari 2022 worden de zes valken waarvan de legale herkomst op dat ogenblik niet bevestigd kan worden ter plaatse in beslaggenomen. Het betreft de volgende zes valken:-Falco cherrug – KEV OV513 12.0 20 014 - Falco cherrug – KEV OV513 14.0 20 017 - Falco cherrug – KEV OV513 14.0 20 020 XII-9625-7/19 - Falco peregrinus – KEV OV 513 14.0 16 055 - Falco rusticolus X Falco peregrinus – BOF BL 124 12.0 21 040 - Falco rusticolus X Falco peregrinus – KEV OV513 14.0 20
- 3.
- Op 14 januari 2022 bevestigt het laboratorium de legale herkomst van de Falco peregrinus KEV OV 513 14.0 20
- 3.
- Op 6 april 2022 wordt aan verzoeker meegedeeld dat de overige vijf valken in beslag moeten worden genomen. 3.
- Op 26 april 2022 betwist verzoeker de testresultaten van het laboratorium Gendika en vraagt hij een tegenexpertise. Dit wordt geweigerd op 7 juli
- 3.
- Op 18 augustus 2022 wordt verzoeker uitgenodigd voor een verhoor. 3.
- Het verhoor gaat door op 21 september
- 3.
- Aangezien er nog geen bewijs van legale oorsprong voorligt voor de vijf betrokken valken wordt er een proces-verbaal van inbreuk opgesteld en worden de betrokken valken op 3 mei 2023 definitief in beslag genomen: “ PRO JUSTITIA van INBESLAGNAME Origineel/kopie PV nr. 63/CITES/175/2/2022 van 03/05/2023 N/ref dossier: 175/2022 De negentiende april tweeduizend drieëntwintig, om 11u30 […]Waar ik aantref: [G.D.], zaakvoerder van Besloten Vennootschap Valkerij L’Espoir en Pennes[…]. Wij stellen ons voor en vragen om over te gaan tot de inbeslagname, zoals reeds op voorhand per telefoon en mail werd aangekondigd aan dhr. [D.]. BETREFFENDE PERSO(O)N(EN) Naam: [D.] Voornaam: [G.] […] Naam: Besloten Vennootschap Valkerij L’Espoir en Pennes Zaakvoerder: [G.D.] […] HISTORIEK XII-9625-8/19 Van 12 juli 2020 tot en met 15 september 2021 zijn er door de inspectiedienst CITES diverse DNA-stalen afgenomen bij de opgegeven nakweek van dhr. [D.] zijn roofvogels. Het hieraan gekoppelde administratief onderzoek resulteerde in twee PV’s van inbreuk, met name: - PV/63/CITES/171/1/2020 - PV/63/CITES175/1/2022 Doorheen het administratief onderzoek is er geen sluitend bewijs van legale oorsprong aangetroffen voor volgende specimen: Falco cherrug – sakervalk – CITES Bijlage AII – KEV OV513 12.0 20 014 Falco cherrug – sakervalk – CITES Bijlage AII - KEV OV513 14.0 20 017 Falco cherrug – sakervalk – CITES Bijlage AII - KEV OV513 14.0 20 020 Falco peregrinus – Slechtvalk - CITES Bijlage AI - KEV OV 513 14.0 16 055 Falco rusticolus X Falco peregrinus – Gierslechtvalk - CITES Bijlage AI - BOF BL 124 12.0 21 40 2020: Soort Jonge valk Vader Moeder Falco cherrug KEV OV513 12.0 Niet bepaald I07091583782 20 014 7 Falco cherrug KEV OV513 14.0 1869900W Niet bepaald 20 017 Falco cherrug KEV OV513 14.0 KEVOV513 15.0 Niet bepaald 20 020 16 009 Gelet op de inbreuken zoals hierboven beschreven, Op datum van 3 mei 2023 wordt, overeenkomstig art. 6 van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten en van de bijlage opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de wijzigingen van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979 door de dienst overgegaan tot de administratieve inbeslagname van ondergeschreven specimen: Falco cherrug – sakervalk – CITES Bijlage AII – KEV OV513 12.0 20 014 Falco cherrug – sakervalk – CITES Bijlage AII - KEV OV513 14.0 20 017 Falco cherrug – sakervalk – CITES Bijlage AII - KEV OV513 14.0 20 020 Falco peregrinus – Slechtvalk - CITES Bijlage AI - KEV OV 513 14.0 16 055 Falco rusticolus X Falco peregrinus – Gierslechtvalk - CITES Bijlage AI - BOF BL 124 12.0 21 040 De inbeslaggenomen specimen worden toevertrouwd aan het beheersorgaan CITES die vraagt ze onder te brengen bij het Natuurhulpcentrum Oudsbergen in afwachting van hun definitieve bestemming. […] Voorliggend proces-verbaal werd opgesteld om over te maken aan: - Parket van de Procureur des Konings van Oost-Vlaanderen, Afdeling Gent. Een kopie van het proces-verbaal wordt overgemaakt op 03/05/2023 aan: - De belanghebbende - De leidend ambtenaar van de juridische dienst van de FOD Leefmilieu - Het CITES-beheersorgaan Gedaan en afgesloten te Brussel, op 03/05/2023.” De beslissing tot inbeslagname wordt niet aangevochten bij de Raad van State. XII-9625-9/19 3.
- Met een schrijven van 14 september 2023 meldt de verwerende partij dat zij conform de procedure van artikel 5 bis van de wet van 28 juli 1981 ‘houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten en van de bijlage opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de wijzigingen van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979’ (hierna: wet van 28 juli 1981) wil overgaan tot het voorstellen van een administratieve boete en wordt verzoeker uitgenodigd zijn verweermiddelen over te maken met betrekking tot het opleggen van een administratieve geldboete. 3.
- Op 20 november 2023 worden de vijf betrokken valken in volle eigendom toegewezen aan Natuurhulpcentrum VZW. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd: “Geachte De Smet Met betrekking tot proces verbaal 63/CITES/175/2/2022 dd. 04/05/2023 waarin volgende specimens administratief in beslag werden genomen, wijzen we deze dieren in volledig eigendom toe aan Natuurhulpcentrum VZW: SOORT CITES Aantal Identificatie Falco cherrug AII 3 KEV OV513 12.0 20 014 KEV OV513 12.0 20 017 KEV OV513 12.0 20 020 Falco peregrinus AI 1 KEV OV 513 14.0 16 055 Falco rusticolus X Falco AI 1 BOF BL 124 12.0 21 040 peregrinus De motivering voor deze beslissing wordt hieronder uitvoerig toegelicht. De mogelijke bestuurlijke maatregelen die het CITES-Beheersorgaan kan opleggen zijn de volgende (aanvullen waar nodig):
- Een bevel tot terugzenden naar de Staat van uitvoer op kosten van deze laatste: niet van toepassing in deze zaak omdat de herkomst van de dieren onbekend is.
- Het geven van het volle eigendom aan de geschikte natuurlijke of rechtspersoon, wanneer dit verenigbaar is met de doelstellingen van de Overeenkomst of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake: de bestemming gegeven aan deze vogels is een opvangcentrum gespecialiseerd in de opvang van roofvogels. Dit opvangcentrum kan de gepaste zorg en aandacht geven aan deze dieren. De specimen kunnen ofwel in het opvangcentrum blijven en hierdoor bijdragen aan de educatie en sensibilisatie van het grote publiek inzake de vereisten voor het houden en handelen in dergelijke soorten; ofwel kunnen de specimen ter adoptie aangeboden worden. Met deze beslissing worden de CITES- richtlijnen inzake bestemming van in beslag genomen specimens volledig opgevolgd (cfr. Resolutie Conf. 10.7 (Rev. CoP15): Disposal of confiscated live specimens of species included in the Appendices)
- Het organiseren van een openbare verkoop: dit is enkel mogelijk is voor specimens van soorten opgenomen op Bijlage B II, niet voor deze specimens. XII-9625-10/19
- Een bevel tot slachten of vernietigen: aangezien het om levende dieren gaat, die in goede gezondheid zijn en waarvoor er een zinvolle bestemming kan gegeven worden aan de levende specimens wordt het slachten of vernietigen niet opportuun geacht. U heeft de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen deze beslissing binnen 60 dagen bij de Raad van State. Hoogachtend.” Dit is de bestreden beslissing. 3.
- Met een brief van 7 februari 2025 legt de verwerende partij een dierengeneeskundig attest voor waaruit het overlijden van volgende twee dieren blijkt: Sakervalk – KEV OV 153 14.0 16 055 – sterfte 17.09.24 en Sakervalk – BOF BL 124 12.0 21 040 – sterfte 07.09.
- De oorzaak van het overlijden is onbekend. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie van gebrek aan belang in hoofde van de verzoeker Standpunt van de partijen
- De verwerende partij voert in de memorie van antwoord een exceptie van gebrek aan belang in hoofde van verzoeker aan. Zij laat gelden: “
- Als verzoekende partij moet men belang hebben bij de vordering tot nietigverklaring. Het belang moet persoonlijk zijn, wat inhoudt dat de bestreden beslissing de persoonlijke rechtstoestand van de verzoekende partij betreft en dat zij er rechtstreeks door wordt geraakt; een onrechtstreeks belang volstaat niet. […]
- Verwerende partij stelt vast dat verzoekende partij geen, minstens geen voldoende rechtstreeks belang aantoont. De bestreden beslissing betreft het definitief in volle eigendom geven van de vijf betrokken valken aan het Natuurhulpcentrum vzw. Deze valken waren, vooraleer de bestreden beslissing genomen werd, echter niet de eigendom van de verzoekende partij, doch wel van de tussenkomende partij. Uit de rechtspraak van Uw Raad volgt dat de verzoekende partij die een beslissing tot inbeslagname van dieren aanvecht, zonder de eigenaar van de betrokken dieren te zijn, niet over het vereiste belang beschikt om de vernietiging te bekomen (RvS, nr. 227.101, 10 april 2014, Porton.) XII-9625-11/19 Uw Raad oordeelde reeds dat men als zaakvoerder niet over het rechtens vereiste belang beschikt wanneer men een beslissing aanvecht die de rechtspersoon waarvan men de zaakvoerder is, treft: ‘De eerste verzoekende partij is de zaakvoerder van de tweede verzoekende partij. De vervoersvergunningen die door de bestreden beslissing zijn ingetrokken, werden aan de tweede verzoekende partij toegekend. De eerste verzoekende partij beschikt vervolgens niet over het rechtens vereiste rechtstreekse belang.’ Uw Raad heeft tot slot geoordeeld dat het ‘onrechtstreeks ondergaan van de financiële gevolgen van de bestreden beslissing op de bestemmeling ervan, onvoldoende is om de vernietiging te bekomen: ‘Verzoekende partij aanvaardt zelf dat zij, bij de vernietiging van de bestreden beslissing, enkel een “onrechtstreeks” belang heeft. Deze bestaat uit het feit dat zij “immers onrechtstreeks de financiële gevolgen ondergaat van de handeling van de kerkfabriek, namelijk door de verplichte toelage in geval van een deficitaire begroting van de kerfabriek”. Ook al is de begroting deficitair, het belang van de verzoeker lijdt een onrechtstreeks belang omdat de wettelijke verplichting van de verzoekende partij om bij te dragen in welbepaalde uitgaven van de kerkfabriek, althans, wanneer haar middelen ontoereikend zijn, op zich, nog niet een voldoende rechtstreekse band bij de vernietiging van de bestreden beslissing aantoont.’
- Verzoekende partij was geen eigenaar van de vijf valken die definitief in volle eigendom aan het Natuurhulpcentrum vzw werden toegewezen. Verzoekende partij wordt dan ook niet rechtstreeks in zijn persoonlijke rechtstoestand geraakt door de bestreden beslissing. Het financiële nadeel dat hij aanvoert is louter indirect. Verzoekende partij beschikt dan ook niet over het rechtens vereiste rechtstreeks en persoonlijk belang bij huidige procedure. Ten overvloede benadrukt verwerende partij dat het belang in hoofde van de verzoekende partij onderzocht moet worden en dat er in casu slechts één verzoekende partij is, zijnde dhr. De Smet. De BV Valkerij L’Espoir en Pennes is daarentegen slechts tussenkomende partij.” In haar laatste memorie merkt de verwerende partij op dat van de vijf vogels die in beslag genomen werden, er inmiddels drie overleden zijn. Verzoeker heeft volgens de verwerende partij geen belang meer bij zijn beroep tot nietigverklaring wat deze drie dieren betreft. De verwerende partij benadrukt ook dat uit de beslissing tot beslagname volgt dat een bestemmingsbeslissing zou volgen. Gelet op de feiten die aan de grondslag liggen van de beslagbeslissing, gelet op het feit dat deze beslagbeslissing niet aangevochten werd en definitief is geworden en gelet op de richtlijnen die nageleefd dienen te worden bij het nemen van een bestemmingsbeslissing, had de verwerende partij niet de beslissing kunnen nemen de dieren terug aan verzoeker te geven. De teruggave aan verzoeker zou immers in strijd zijn met de doelstelling om de verdere illegale of irreguliere handel in de XII-9625-12/19 soort te ontmoedigen. Om die reden heeft verzoeker geen belang bij het beroep tot nietigverklaring en het tweede middelonderdeel van het eerste middel. Evenmin geeft verzoeker aan welke argumenten hij dan wel naar voren had willen schuiven tijdens een verhoor en die volgens hem hadden moeten toelaten een andere bestemmingsbeslissing te nemen.
- Anticiperend zet verzoeker zijn belang in het verzoekschrift als volgt uiteen: “Verzoekende partij is niet statutair bestuurder voor onbepaalde duur van de vrijwillig tussenkomende partij (stuk 2). Verzoekende partij fokt en traint jonge valken. Hij vraagt ook vereiste CITES- documenten aan (stuk 3). Alle activiteiten die verzoekende partij met deze valken ontplooit zoals onder meer de bestrijding van vogeloverlast, valkerijdemonstraties, vogelafrichting en verzorgen van culturele manifestaties maar ook verkoop van jonge valken worden gefactureerd via de vrijwillig tussenkomende partij (stuk 4). Aldus is de vrijwillig tussenkomende partij de facto eigenaar van de door verzoekende partij gefokte vogels die het voorwerp uitmaken van de bestreden beslissing. Dankzij de inkomsten die de vrijwillig tussenkomende partij hiermee verwerft kan verzoekende partij eveneens een inkomen genieten voor de betaling van de kosten voor het onderhoud van zijn gezin. De bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de vrijwillig tussenkomende partij zijn eigendomsrecht op vijf roofvogels met name drie sakervalken één slechtvalk en één hybride giervalk x slechtvalk verliest hetgeen rechtstreeks financieel nadelige gevolgen heeft voor zowel verzoekende partij als voor de vrijwillig tussenkomende partij. Dit financieel nadeel volstaat om het belang te staven dat met de vernietiging van de bestreden beslissing wordt beoogd (Arrest nr. 252.617 Raad van State afdeling Bestuursrechtspraak VII kamer dd. 13 januari 2022 in de zaak 225.121/VII- 40.262). Aldus heeft verzoekende partij uiteraard een belang om de beslissing houdende de toewijzing in volle eigendom aan een derde met name VZW natuurhulpfonds te laten vernietigen en zodoende de eigendomsoverdracht ongedaan te laten maken en heeft de vrijwillig tussenkomende partij belang om in deze procedure vrijwillig tussen te komen en zich aan te sluiten bij het verzoek van de verzoekende partij tot vernietiging van de bestreden beslissing.” In de memorie van wederantwoord zet verzoeker het volgende uiteen: “In haar memorie van antwoord voert verwerende partij aan dat verzoekende partij geen minstens geen voldoende rechtstreeks belang zou aantonen. Zij stelt daarbij dat verzoekende partij niet de eigenaar is van de betrokken dieren. XII-9625-13/19 Indien men de redenering van verwerende partij volgt dan is de bestreden beslissing ten aanzien van de verkeerde persoon genomen. De bestreden beslissing is enkel aan de verzoekende gericht en dus niet aan de vrijwillig tussenkomende partij. Deze beslissing is dan ook niet ter kennis gebracht van de vrijwillig tussenkomende partij terwijl de beslissing betrekking heeft op de dieren die in eigendom toebehoren aan de vrijwillig tussenkomende partij zoals door de verwerende partij ook wordt bevestigd. Gezien aldus de beslissing enkel en alleen ten aanzien van verzoekende partij is genomen heeft verzoekende partij wel degelijk een belang om deze beslissing aan te vechten. Met deze beslissing wordt verzoekende partij het eigendomsrecht van vijf valken ontnomen terwijl verwerende partij in haar memorie van antwoord aanvoert dat deze valken niet de eigendom zijn van verzoekende partij. Dit maakt dat deze beslissing de facto onwettig en strijdig is met de beginselen van behoorlijk bestuur en derhalve dient vernietigd te worden. […] Er ligt ook geen enkel bewijs voor dat de beslissing tot inbeslagname van 19 april 2023 van vijf specimens (stuk 3 administratief dossier) en de beslissing tot bestemming van deze vijf specimens van 20 november 2023 (bestreden beslissing) ter kennis zijn gebracht van de vrijwillig tussenkomende partij conform de bepalingen van de wet van 28 juli
- Alle activiteiten die verzoekende partij met deze valken ontplooit zoals onder meer de bestrijding van vogeloverlast, valkerijdemonstraties, vogelafrichting en verzorgen van culturele manifestaties maar ook verkoop van jonge valken wordt gefactureerd via de vrijwillig tussenkomende partij. Aldus is de vrijwillig tussenkomende partij de facto eigenaar van de door verzoekende partij gefokte vogels, die het voorwerp uitmaken van de bestreden beslissing. Dankzij de inkomsten die de vrijwillig tussenkomende partij hiermee verwerft kan verzoekende partij, die bestuurder is van de vrijwillig tussenkomende partij, eveneens een inkomen genieten voor de betaling van de kosten voor het onderhoud van zijn gezin en zijn dieren. Ingevolge de weigering van verwerende partij tot het afleveren van exportvergunningen hebben diverse klanten aan wie verzoekende partij en vrijwillig tussenkomende partij vogels hadden verkocht in augustus 2020 deze verkopen geannuleerd waardoor de vrijwillig tussenkomende partij voor in totaal €73.451, 00 aan facturen diende te crediteren (aanvullend stuk 26). De vrijwillig tussenkomende partij heeft hiervoor verwerende partij op 21 oktober 2020 dan ook in gebreke gesteld (aanvullend stuk 25). De bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de vrijwillig tussenkomende partij daarenboven zijn eigendomsrecht op vijf roofvogels met name drie satervalken […] één slechtvalk […] en één hybride giervalk x slechtvalk […] verliest hetgeen, rekening houdend met de verkoopwaarde van deze vogels, rechtstreeks financieel nadelige gevolgen heeft voor zowel de verzoekende partij als voor de vrijwillig tussenkomende partij. In het boekjaar 2020 boekte de vrijwillig tussenkomende partij een verlies van 86.724,00 euro tegenover het boekjaar 2019 waarin een winst van 36.754,00 euro werd geboekt (stuk 24). Door het wegvallen van deze inkomsten kon verzoekende partij zich ook geen loon of vergoeding uitkeren en diende het gezin van verzoekende partij te leven van de inkomsten van de echtgenote van verzoekende partij. Dit financieel nadeel volstaat om het belang te staven dat met de vernietiging van de bestreden beslissing wordt beoogd.(Arrest nr. 252.617 […]dd.13 januari 2022) XII-9625-14/19 Aldus heeft verzoekende partij uiteraard een belang om de beslissing houdende de toewijzing in volledige eigendom aan een derde met name VZW Natuurhulpcentrum te laten vernietigen en zodoende de eigendomsoverdracht ongedaan te laten maken en heeft de vrijwillig tussenkomende partij belang om in deze procedure vrijwillig tussen te komen en zich aan te sluiten bij het verzoek van verzoekende partij tot vernietiging van de bestreden beslissing.” In de laatste memorie stelt verzoeker: “Vooreerst betreft het hier een loutere bewering van verwerende partij zonder dat enig bewijs van overlijden wordt bijgebracht. Is dit overlijden vastgesteld door een beëdigd dierenarts ? Wanneer zijn de vogels overleden en welke was de doodsoorzaak ? Hieromtrent wordt geen enkel document bijgebracht zodat er geen bewijs van overlijden is. Zelfs indien sprake zou zijn van overlijden van 3 vogels dan nog blijft het belang van verzoekende partij en vrijwillig tussenkomende partij overeind gezien er nog twee vogels in leven zijn. Ook indien zou zijn bewezen dat meer dan de helft van de inbeslaggenomen dieren, voorwerp van de beslissing, hangende de procedure zouden overleden zijn, blijft het belang van verzoekende partij en vrijwillig tussenkomende partij overeind met betrekking tot de overleden dieren. Het financieel nadeel in hoofde van verzoeker en vrijwillig tussenkomende partij blijft bestaan. Integendeel is dit belang door het overlijden nog verder toegenomen. Het nadeel bestaat er dan in dat de betrokken vogels definitief niet kunnen worden aangewend voor de activiteiten van de verzoekende partij en tussenkomende partij waardoor het financieel nadeel toeneemt, nadeel hetwelk voorwerp zal worden van een vordering tot schadevergoeding tot herstel voor de Raad of de burgerlijke rechtbank. (zie hiervoor ook verslag Auditeur pg. 15). […]” Beoordeling
- Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, 244.015, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.015). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden XII-9625-15/19 administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, 243.406, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406). Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.) 22 maart 2019, 244.015, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.015), zonder dat de verzoekende partij noodzakelijk elk belang bij de nietigverklaring verliest wanneer zij het initiële voordeel niet meer kan ambiëren (cf. GwH 9 juli 2020, 105/2020, ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.105, punten B.11.2 en B.12.2). Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, 109/2010, ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.109, punt B.4.3; GwH 9 juli 2020, 105/2020, ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.105, punt B.9.3; EHRM 17 juli 2018, 5475/06, ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD000547506, Vermeulen/België, punten 42 e.v.). Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, wordt dit belang in twijfel getrokken, dan valt het haar toe bij de eerstvolgende procedurele gelegenheid hierover opheldering te verschaffen en haar belang te staven. Doet een verzoekende partij zulks, dan heeft zij daarmee ook de contouren geschetst waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden (RvS (A.V.) 15 januari 2019, 243.406, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406). XII-9625-16/19
- Verzoeker verwijst in eerste instantie naar een aantasting van het eigendomsrecht. Zowel verzoeker als de verwerende partij stellen dat de verzoekende partij tot tussenkomst de eigenaar is van de vijf roofvogels. Ook de verzoekende partij tot tussenkomst deelt die analyse. Aldus is er geen sprake van een persoonlijk belang van verzoeker voor zover verwezen wordt naar een aantasting van het eigendomsrecht.
- In de mate dat in het verzoekschrift verwezen wordt naar een financieel nadeel doordat verzoeker de vogels niet kan aanwenden voor zijn activiteiten en die van de verzoekende partij tot tussenkomst, wordt opgemerkt dat de vernietiging van de bestreden beslissing niet tot gevolg heeft dat de valken hem teruggegeven worden. Verzoeker noch de verzoekende partij tot tussenkomst hebben de beslissing tot inbeslagname aangevochten, zodat die definitief geworden is. Gelet op het voorgaande zijn de inbeslaggenomen specimens op basis van artikel 6, § 2, van de wet van 28 juli 1981 zelfs bij een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing nog steeds toevertrouwd aan het Beheerscentrum. Het voordeel dat er door de vernietiging alsnog een kans bestaat dat hij na een nieuwe bestuurlijke maatregel op grond van artikel 6, § 3, van de wet van 28 juli 1981 terug over de betrokken vogels kan beschikken, is louter hypothetisch.
- In de laatste memorie voert verzoeker ter staving van zijn belang nog aan dat de vogels niet aangewend kunnen worden voor de activiteiten en dat dit nadeel het voorwerp zal worden van een vordering tot schadevergoeding tot herstel voor de Raad van State of de burgerlijke rechtbank. Verzoeker heeft geen vordering tot schadevergoeding tot herstel ingediend bij de Raad van State. De omstandigheid dat verzoeker een procedure voor de burgerlijke rechtbank aanhangig zou kunnen maken voor een geleden financieel nadeel, verleent verzoeker geen voldoende rechtstreeks belang bij de vernietiging van de bestreden beslissing. Verzoeker zou zijn belang dan uitsluitend ontlenen aan het onwettig verklaren door de Raad van State van de bestreden beslissing om de toekenning van een mogelijke vordering voor de burgerlijke rechtbank te faciliteren, wat een onvoldoende rechtsreeks belang is. XII-9625-17/19
- Verzoeker toont, gelet op het voorgaande, niet aan dat de vernietiging van de bestreden beslissing hem een direct en persoonlijk voordeel, hoe miniem ook, kan verschaffen.
- De exceptie van gebrek aan belang is gegrond.
- Het beroep is niet-ontvankelijk. V. Tussenkomst Verzoek tot tussenkomst
- De bv Valkerij L’Espoir en Pennes verzoekt om te mogen tussenkomen omdat ze eigenaar is van de vijf roofvogels en ze door de bestreden beslissing rechtstreeks financieel nadelige gevolgen ondervindt. Beoordeling
- Wanneer het beroep niet-ontvankelijk is in hoofde van verzoeker, is de vrijwillig ter ondersteuning van het beroep gevraagde tussenkomst evenmin ontvankelijk. Het verzoek tot tussenkomst is niet-ontvankelijk. BESLISSING
- Het verzoek tot tussenkomst van de bv Valkerij L’Espoir en Pennes wordt afgewezen.
- De Raad van State verwerpt het beroep. XII-9625-18/19
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De bv Valkerij L’Espoir en Pennes wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Ann Coolsaet, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja doms Chantal Bamps XII-9625-19/19 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.733 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.109 ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.105 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.015 ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD000547506 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div