← België

Arrest 263797 - Wegenwezen - 27/06/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.797 Rolnummer: A. 241038/X-18567 Zaak: Arrest 263797 - Wegenwezen - 27/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-07-03 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-16 03:17 Fiche Arrest nr 263.797 van 27 juni 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 263.797 van 27 juni 2025 in de zaak A. 241.038/X-18.567 In zake :

  1. D.R.
  2. M.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koenraad Van De Sijpe en Jorn Houvenaeghel kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57-59 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
  3. de GEMEENTE NAZARETH-DE PINTE
  4. het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de BV V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Frederick Hallein kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingesteld op 26 januari 2024, strekt tot de nietigverklaring van het “Ministerieel Besluit van 27 oktober 2023 betreffende het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente De Pinte van 26 juni 2023 houdende de goedkeuring van het rooilijnplan en de zaak der wegen in de omgevingsvergunningsaanvraag [van de tussenkomende partij]”. X-18.567-1/12 II. Verloop van de rechtspleging
  6. De tweede verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De bv V. heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De tweede verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 april
  7. Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jorn Houvenaeghel, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Dylan Vercammen, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de tweede verwerende partij en advocaat Bram Vanden Berghe, die loco advocaten Pieter-Jan Defoort en Frederick Hallein verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. X-18.567-2/12 III. Feiten 3.
  9. Verzoekers wonen aan de Heirweg te Nazareth - De Pinte (voorheen: De Pinte). 3.
  10. Op 21 maart 2023 dient de tussenkomende partij bij het gemeentebestuur een omgevingsvergunningsaanvraag in voor het aanleggen van een op de Heirweg aansluitende nieuwe ontsluitingsweg voor de toekomstige ontwikkeling van een zone voor lokaal bedrijventerrein en een zone voor openbare nuts- en gemeenschapsvoorzieningen tussen de Heirweg en de autosnelweg E
  11. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit een stuk van het administratief dossier waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-18.567-3/12 Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de Heirweg en de daarop in het oosten aansluitende brug over de autosnelweg E17 geselecteerd zijn als bovenlokale functionele fietsroute. 3.
  12. Van 20 april tot 19 mei 2023 wordt een openbaar onderzoek gehouden. Er worden 27 bezwaarschriften ingediend, waaronder een door verzoekers. Verzoekers beklagen zich over de verkeersveiligheidsproblemen die zullen voortvloeien uit het conflict tussen de vrachtwagens van en naar het nieuwe bedrijventerrein en de vele fietsers in de woonstraat die de Heirweg is. 3.
  13. Met een besluit van 26 juni 2023 keurt de gemeenteraad van de gemeente De Pinte het in het aanvraagdossier van de tussenkomende partij opgenomen rooilijnplan voor de nieuwe ontsluitingsweg goed (hierna: het gemeenteraadsbesluit van 26 juni 2023). De gemeenteraad keurt de aanleg van de nieuwe weg en de inlijving bij het openbaar domein van de strook tussen de rooilijnen goed. In dit besluit wordt de verkeersveiligheidskritiek van verzoekers als volgt weerlegd: “Verkeersveiligheid: de nieuwe straat is voldoende breed om twee vrachtwagens te laten kruisen. Er is ook rekening gehouden met de afmetingen van zwaar verkeer in de bochtstralen. Zowel voor fietsers als voor voetgangers is een eigen ruimte in de wegenis voorzien, in de vorm van resp. een dubbelrichtingsfietspad van 3 meter en een voetpad van 1 meter breedte. De nieuwe wegenis takt recht op de Rozenstraat aan, zoals voorzien in het RUP. In het kader van de rioleringswerken, gepland in 2024, wordt het volledige kruispunt heraangelegd. De toegang naar de Heirweg (richting ’t Kruisken) wordt daarbij versmald zodat doorgaand (zwaar) verkeer in dat deel van de straat ontmoedigd wordt. Dit verkleint ook de oversteekplaats over de Heirweg voor voetgangers. Fietsers en gemotoriseerd verkeer op de Heirweg zullen voorrang hebben op de nieuwe wegenis. Het kruispunt wordt bovendien op een plateau aangelegd om het verkeer komende naar het kruispunt te vertragen en de voorrang af te dwingen. In de volledige Heirweg worden ook vrijliggende fietspaden voorzien.” X-18.567-4/12 3.
  14. Met een besluit van 27 oktober 2023 verwerpt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken het door verzoeker tegen het gemeenteraadsbesluit van 26 juni 2023 ingestelde bestuurlijk beroep (hierna: het ministerieel verwerpingsbesluit). De in het bezwaarschrift geuite kritiek van verzoekers in verband met de ontoereikende beoordeling van de verkeersveiligheidseffecten voor de Heirweg wordt in het ministerieel verwerpingsbesluit als volgt weerlegd: “In eerste instantie wijst de Vlaamse Regering erop dat de beroepsindieners een tegenstrijdige houding aannemen door enerzijds te stellen dat de bestreden beslissing onvoldoende rekening houdt met de verkeersveiligheid en anderzijds te stellen dat de aanleg van de wegenis op heden compleet nutteloos is. […] Wat betreft de beoordeling van de verkeersveiligheid: Beroepsindieners kunnen niet gevolgd worden wanneer zij stellen dat de bestaande toestand niet voldoende werd onderzocht. De beroepsindieners erkennen zelf dat […] de gemeenteweg in de huidige toestand geen impact zal hebben op de verkeersveiligheid, doordat zij (nog) geen gebruik zal kennen en bovendien tonen zij niet aan dat er sprake zal zijn van verkeersconflicten. Daarnaast houdt de bestreden beslissing terecht rekening met ingrijpende werkzaamheden die aan de Heirweg/Heerweg zullen worden uitgevoerd. Beroepsindieners tonen in ieder geval op geen enkele concrete manier aan dat de bestreden beslissing kennelijk onredelijk is op dit vlak.” IV. Precisering van het voorwerp van het beroep
  15. Met het ministerieel verwerpingsbesluit heeft de bevoegde Vlaamse minister louter een vernietigings- en geen hervormingstoezicht uitgeoefend. Haar beslissing is niet in de plaats van het gemeenteraadsbesluit van 26 juni 2023 gekomen, maar heeft er zich aan toegevoegd. Rekening houdend met de aangevoerde middelen is er reden om, naast het ministerieel verwerpingsbesluit, ook het gemeenteraadsbesluit van 26 juni 2023 tot het voorwerp van het beroep te rekenen. X-18.567-5/12 V. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 5.
  16. In het eerste middel wordt onder meer de schending aangevoerd van de artikelen 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet), evenals van de materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 5.
  17. Verzoekers wijzen erop dat zij in hun tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift er uitdrukkelijk op gewezen hebben dat de Heirstraat een woonstraat is die sinds jaar en dag in aanzienlijke mate gebruikt wordt als verbindingsweg door vele fietsers die naar Gent fietsen voor werk en school. Zij hebben uiteengezet dat door het feit dat het nieuwe bedrijventerrein aansluit op de Heirweg een nieuwe conflictsituatie wordt gecreëerd op deze woonstraat, waardoor de veiligheid van fietsers in het gedrang wordt gebracht. In het antwoord op hun bezwaarschrift beschouwt de gemeenteraad de nieuwe wegenis echter als een op zichzelf staand geïsoleerd gegeven, zonder rekening te houden met de gevolgen die deze weg met zich meebrengt op het vlak van de verkeersveiligheid in de Heirweg. Ze stellen dat het niet is omdat de ontsluitingsweg op vandaag op zichzelf nog niet bruikbaar is, dat het onderzoek naar de verkeersveiligheid van de aansluiting niet dient te gebeuren en zonder meer mag worden doorgeschoven naar de toekomst. De overheid heeft het verkeersconflict dat op de Heirweg zal ontstaan tussen zwaar vrachtverkeer en zwakke weggebruikers geenszins zorgvuldig onderzocht. In het gemeenteraadsbesluit van 26 juni 2023 wordt verwezen naar wegwerkzaamheden die in de toekomst aan de Heirweg zouden worden uitgevoerd, doch er bestaat geen enkele zekerheid dat die werken effectief uitgevoerd zullen worden. Ook in hun beroepschrift bij de Vlaamse regering hebben verzoekers gewezen op het feit dat het drukke fietsverkeer in combinatie met een kruispunt waar zwaar vrachtverkeer continu gebruik van maakt, een verkeersonveilig conflict veroorzaakt. Evenwel heeft ook de minister geen zorgvuldig onderzoek uitgevoerd naar deze kritiek. X-18.567-6/12
  18. In haar memorie van antwoord wijst de tweede verwerende partij erop dat de gemeenteraad ertoe gehouden is om zich uit te spreken over hetgeen hem voorgelegd wordt. Voorts heeft de bevoegde Vlaamse minister een beperkte rol en kan zij slechts op limitatief omschreven gronden haar annulatietoezicht uitoefenen. Verzoekers hekelen het feit dat de verwerende partijen zich niet hebben uitgesproken over de mogelijke mobiliteits- en verkeersveiligheidseffecten van het bedrijventerrein. Echter, zo stelt de tweede verwerende partij, noch de gemeenteraad, noch de minister heeft zich hierover uit te spreken “aangezien deze ontwikkeling momenteel nog slechts een concept is, een ‘intentie’ [; het] betreft aldus een louter hypothetische gebeurtenis die [wanneer] de gemeenteraad [of de minister] zich hierover uitgesproken had er […] rechtsonzekerheid zou [zijn gecreëerd; de] ‘zaak van de wegen’ zou immers gemotiveerd worden vanuit een toekomstige onzekere gebeurtenis.” Volgens de tweede verwerende partij blijkt uit het gemeenteraadsbesluit van 26 juni 2023 en het ministerieel verwerpingsbesluit echter wel dat er rekening is gehouden met de functie van de ontsluitingsweg, dienende voor zwaar verkeer, gelet op de uitrusting en de breedte van de wegenis en het feit dat er voldoende aandacht uitgegaan is naar de bochtstralen en de interferentie tussen het zwaar verkeer en zachte weggebruikers.
  19. In haar verzoekschrift tot tussenkomst benadrukt de tussenkomende partij dat enkel het effect van haar aanvraag in de beoordeling kan worden betrokken, niet de effecten van toekomstige vergunningsprojecten. Wat betreft de verkeersveiligheid ter hoogte van het kruispunt met de Heirweg, merkt ze op dat dit verkeersknooppunt geen deel uitmaakt van de door haar voorgestelde wegenis, maar wel kadert binnen de concrete plannen van de gemeente om de Heirweg volledig opnieuw aan te leggen. Verzoekers tonen volgens de tussenkomende partij niet aan dat er in de beoordeling geen oog was voor de verkeersveiligheid ter hoogte van dit kruispunt of dat het kennelijk onredelijk zou zijn om met de toekomstige wegenwerken aan de Heirweg rekening te houden. Er is over deze werken al een gemeentelijke infovergadering voor de buurtbewoners georganiseerd, het studiebureau is bezig met de verdere uitwerking X-18.567-7/12 van het dossier en er wordt aangegeven dat er een tweede infovergadering zal volgen.
  20. In haar laatste memorie herhaalt de tweede verwerende partij dat aan de beslissende overheden niet kan worden verweten geen rekening te hebben gehouden met de verkeersgeneratie van het toekomstige bedrijventerrein aangezien hierover nog niets vaststaat.
  21. In haar laatste memorie verwijst de tussenkomende partij naar de screening van de milieueffecten in de in haar aanvraagdossier opgenomen nota. In die screeningsnota is geoordeeld dat de noodzaak tot fietspaden niet significant wijzigt ten gevolge van het voorgenomen project en dat dit project geen significant effect heeft op de oversteekbaarheid van de omliggende wegen. Wel is aanbevolen om fietsinfrastructuur te voorzien op de Heirweg, ook al resulteert deze noodzaak niet uit het voorgenomen project. Uit dit alles blijkt volgens de tussenkomende partij dat terecht is geoordeeld dat verzoekers’ vrees op het vlak van de verkeersveiligheid hypothetisch is. Beoordeling
  22. De artikelen 3 en 4 van het gemeentewegendecreet luiden: “Art. 3 - Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen. Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op: 1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau; 2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak. Art. 4 - Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes: 1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang; 2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd; 3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen X-18.567-8/12 worden steeds in acht genomen; 4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief; 5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.” Het materiëlemotiveringsbeginsel houdt in dat een besluit van het bestuur moet gedragen worden door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het besluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden geïnventariseerd en gecontroleerd, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen. Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is.
  23. Terecht voeren verzoekers aan dat bij de goedkeuring van een nieuwe weg en de vaststelling van het tracé ervan, de beslissende overheid zich er niet toe mag beperken om deze nieuwe weg op zichzelf in aanmerking te nemen, zonder rekening te houden met de toekomstige effecten op de bestaande wegen waarop de nieuwe weg aansluit. De gemeenteraad dient immers na te gaan of de nieuwe weg past in een uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening doordacht wegennet, waarbij hij rekening dient te houden met de doelstellingen van artikel 3 en 4 van het gemeentewegendecreet. X-18.567-9/12 Dit impliceert onder meer dat de gemeenteraad de gepaste aandacht dient te besteden aan de gevolgen voor de verkeersveiligheid op de bestaande wegen.
  24. Uit het gestelde in het vorige randnummer volgt dat te dezen de gemeenteraad een zorgvuldige beoordeling diende te maken van de toekomstige mobiliteitseffecten voor de Heirweg van het (vracht)verkeer van en naar de zone voor lokaal bedrijventerrein en de zone voor openbaar nut. Het is onterecht dat de tweede verwerende partij beweert dat de gemeenteraad diende af te zien van deze beoordeling omdat hij anders rechtsonzekerheid zou creëren.
  25. Vastgesteld moet worden dat niet blijkt dat de gemeenteraad verzoekers’ kritiek in verband met de creatie van een verkeersonveilig conflict tussen het fietsverkeer in de Heirweg en het (vracht)verkeer van en naar de zone voor lokaal bedrijventerrein en de zone voor openbaar nut met de gepaste zorgvuldigheid zou hebben onderzocht en hierop een afdoende antwoord zou hebben gegeven. De in randnummer 3.4 aangehaalde overwegingen waarin de gemeenteraad de nieuwe ontsluitingsweg louter op zichzelf in aanmerking neemt en verwijst naar toekomstige wegenwerken volstaan in dit verband niet.
  26. Aan de in het vorige randnummer gedane vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de door de tweede verwerende en de tussenkomende partij aangehaalde elementen, zoals de gegevens uit de screeningsnota in verband met de oversteekbaarheid van de omliggende wegen en de aanbeveling om fietsinfrastructuur te voorzien (randnr. 9).
  27. Tot slot geeft de in randnummer 3.5 geciteerde weerlegging in het ministerieel verwerpingsbesluit er geen blijk van dat de tweede verwerende partij de in het beroepsschrift van verzoekers geuite kritiek met de gepaste X-18.567-10/12 zorgvuldigheid heeft onderzocht, al was het maar omdat de beweerde “tegenstrijdige houding” van verzoekers elke pertinentie mist.
  28. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
  29. De Raad van State vernietigt: - het besluit van de gemeenteraad van de gemeente De Pinte van 26 juni 2023 ‘Aanleg wegenis en riolering - zaak der wegen – omgevingsaanvraag OMV/2023/00040’ en - het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 27 oktober 2023 ‘betreffende het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente De Pinte van 26 juni 2023 houdende de goedkeuring van het rooilijnplan en de zaak der wegen in de omgevingsvergunningsaanvraag met kenmerk OMV_2023019228’.
  30. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten.
  31. De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-18.567-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zevenentwintig juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.567-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.797 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.