id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.824 Rolnummer: A. 241365/IX-10428 Zaak: Arrest 263824 - Varia (economische zaken) - 30/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-07-10 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-16 03:18 Fiche Arrest nr 263.824 van 30 juni 2025 Economische zaken - Varia (economische zaken) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 263.824 van 30 juni 2025 in de zaak A. 241.365/IX-10.428 In zake: de NV BELGISCH CENTRUM VOOR CERTIFICATIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Roosens en Stéphanie Rondelez kantoor houdend te 3000 Leuven Quinten Metsysplein 12 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Economie en Werk bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tine Bricout kantoor houdend te 9041 Oostakker Orchideestraat 61A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 28 februari 2024, strekt tot de nietigver- klaring van de beslissing van de Belgische nationale accreditatieinstelling BELAC “tot afwijzing van het verzoek tot heroverweging dat BCC [met] toepassing van artikel 8, § 2, 1° lid van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur op 22 november 2023 per e-mail gericht heeft aan de directie van BELAC”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-10.428-1/5 Auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. Met toepassing van artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuurs- rechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de IXe kamer bij be- schikking van 29 april 2025 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom ver- zoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 16 juni
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoör- dineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekster is door de Belgische nationale accreditatieinstelling BELAC geaccrediteerd als ‘instelling voor de conformiteitsbeoordeling’ in de zin van artikel I.9, 7°, van het Wetboek van economisch recht voor zowel kwaliteits- systemen (accreditatiecertificaat 017-QMS) als milieubeheersystemen (accredita- tiecertificaat 017-EMS). IX-10.428-2/5 3.
- Met een brief van 5 september 2023 vraagt verzoekster aan BE- LAC om een kopie van “een aantal gegevens” – die zij nader preciseert – “van alle vergaderingen van het Accreditatiebureau die hebben plaats gevonden vanaf febru- ari 2022 (datum van de aanvraag voor hercertificatie) tot op heden waarin het dos- sier B-017 besproken werd” en vraagt zij om “de lijsten 6-015 (leden van de BE- LAC Coördinatiecommissie) en 6-016 (leden van het BELAC Accreditatiebu- reau)” te bezorgen. Na enige briefwisseling heen en weer die niet leidt tot een zin- volle reactie van de verwerende partij, richt verzoekster op 22 november 2023 ver- volgens een verzoek tot heroverweging aan BELAC. Gelijktijdig verstuurt zij een e-mail aan de commissie voor de toegang tot het hergebruik van bestuursdocumen- ten, afdeling openbaarheid van bestuur (CTB) met het verzoek om advies uit te brengen. Bij brief van 21 december 2023 bezorgt de CTB haar advies nr. 2023-199 aan verzoekster en de verwerende partij. Verzoekster ontvangt geen beslissing van BELAC binnen de door artikel 8, § 2, derde lid, van de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de open- baarheid van bestuur’ voorgeschreven termijn, zodat de verwerende partij, over- eenkomstig diezelfde bepaling, wordt geacht een beslissing tot afwijzing van het verzoek tot heroverweging te hebben genomen. Deze stilzwijgende afwijzende beslissing vormt de thans bestre- den beslissing. 3.
- Met een e-mail van 4 september 2024 wordt aan verzoekster een aantal documenten bezorgd die zij had opgevraagd in het kader van de openbaar- heid van bestuur. IX-10.428-3/5 Met een e-mail van 15 januari 2025 bezorgt de verwerende par- tij, na een vraag daartoe vanwege het auditoraat, nog bijkomende inlichtingen en aanvullende stukken, die zij tevens aan verzoekster bezorgt. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Het auditoraat besluit tot de verwerping van het beroep om de volgende reden: “Uit de openbaarmaking van 4 september 2024 en de bijkomende open- baarmaking van 15 januari 2025 kan worden afgeleid dat inmiddels aan de verzoekende partij volledige genoegdoening werd verschaft. Zij heeft im- mers de documenten waarvan de openbaarmaking werd verzocht, ontvan- gen. Bijgevolg heeft zij geen actueel belang meer bij de gevraagde vernie- tiging van de bestreden stilzwijgende beslissing.”
- “BCC gedraagt zich op dat punt naar de wijsheid van de Raad,” zo schrijft verzoekster in haar laatste memorie.
- De aangehaalde reactie toont aan dat verzoekster geen actueel belang, minstens geen belangstelling meer heeft bij de gevorderde nietigverklaring, wat desnoods ambtshalve moet worden vastgesteld V. Kosten
- In haar laatste memorie wijst verzoekster in verband met de kos- ten erop dat een procedure bij de Raad van State nodig was én “daar bovenop nog eens de actieve tussenkomst van het auditoraat” om de verwerende partij tot de openbaarmaking te dwingen.
- De verwerende partij weerspreekt die zienswijze niet.
- In die omstandigheden past het om de verwerende partij in de kosten van het geding te verwijzen, daarin begrepen de gevraagde rechtsplegings- vergoeding. IX-10.428-4/5 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie- tigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de ver- zoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren IX-10.428-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.824 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div