id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.845 Rolnummer: A. 244900/XII-9877 Zaak: Arrest 263845 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen en paramedische beroepen - 01/07/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-07-08 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-16 03:18 Fiche Arrest nr 263.845 van 1 juli 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen en paramedische beroepen Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 263.845 van 1 juli 2025 in de zaak A. 244.900/XII-9877 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ann Dierickx en Charlotte Plottier De Foer kantoor houdend te 3000 Leuven Mechelsestraat 107-109 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Sabbe en Hendrik Lemmens kantoor houdend te 1040 Brussel Sint-Michielslaan 47 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 21 mei 2025, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de secretaris-generaal van het departement Zorg, afdeling Vlaamse Zorgkas en Zorgberoepen, van 27 maart 2025 tot stopzetting van zijn stage in de anesthesie-reanimatie. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 23 mei 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. XII-9877-1/24 De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 juni 2015, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Charlotte Plottier, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Baaike Van de Wygaert, die loco advocaten Stijn Sabbe en Hendrik Lemmens, verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 19 september 2022 wordt aan verzoeker door het directoraat- generaal Gezondheidszorg van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu het visum houdende de toelating om het beroep van arts uit te oefenen vanaf 15 september 2022 verleend. 3.
- Op 26 augustus 2022 dient verzoeker bij het agentschap Zorg en Gezondheid, afdeling Informatie en Zorgberoepen, een stageplan in voor de opleiding tot arts-specialist in de anesthesie-reanimatie en op 16 januari 2023 een aangepast stageplan. XII-9877-2/24 Op 26 oktober 2022 start verzoeker effectief als arts-specialist in opleiding (hierna : ASO) in de anesthesie-reanimatie aan het UZ Gent. Zijn aangepast stageplan ziet er als volgt uit: 26-10-2022 – 31-12-2022 UZ Gent 01-01-2023 – 31-08-2023 AZ Sint-Lucas 01-09-2023 – 25-10-2027 UZ Gent. Na een positief advies op 31 januari 2023 door de erkenningscommissie, wordt op 8 februari 2023 dit aangepast stageplan goedgekeurd door het agentschap Zorg en Gezondheid. 3.
- Wat de stage in het AZ Sint-Lucas (01-01-2023 – 31-08-2023) betreft, vindt op 20 maart 2023 een functioneringsgesprek plaats. De sterktes en zwaktes van verzoeker worden door de coördinerend stagemeester als volgt omschreven: - Medicus: “Theoretische kennis is in de loop van de maanden al wat bijgeschaafd, maar kan nog beter. Is tijdens de ingreep vaak met andere zaken bezig terwijl die ‘dode momenten’ misschien nuttig kunnen worden gebruikt om wat bij te studeren. Is anderzijds in de praktijk wel geïnteresseerd om bij te leren en receptief voor tips van supervisie. Positieve evolutie in technische vaardigheden. Eerste stappen gezet in de locoregionale anesthesie.” - Wetenschapper: “Voorstelling met onderwerp naar keuze gegeven tijdens stafvergadering (zie afzonderlijke beoordeling).” - Communicator: “Wordt gepercipieerd door de leden van het OK-team als aangename, vriendelijke en rustige collega. Maakt soms een beetje een afwezige indruk.” - Manager: “Leidinggevende attitude nog onvoldoende aanwezig. Is zich hiervan bewust en tracht hieraan te werken. Nog te beperkte inschatting van risicovolle situaties en van het eigen kunnen, alsook van wanneer je best om hulp vraagt bij probleemsituaties. XII-9877-3/24 Systematiek, planning en anticipatie op onbekende/onverwachte zaken kunnen nog beter. Patiëntendossiers zijn preoperatief heel goed doorgenomen en voorbereid.” Op 31 juli 2023 vindt een evaluatiegesprek plaats waarbij de coördinerend stagemeester verwijst naar eerdere evaluaties. 3.
- Wat de stage in het UZ Gent (01-09-2023 – 25-10-2027) betreft, meldt verzoeker op 31 augustus 2023 zijn afwezigheid wegens ziekte op 1 september
- Na vraag om verduidelijking over deze mededeling, geeft verzoeker op 2 september 2023 toe dat dit geen afwezigheid wegens ziekte betrof, maar wel wegens slechte planning van zijn vakantie, wat een nalatigheid van zijnentwege uitmaakt waarvoor hij de gevolgen wil dragen en wat een gebrek aan collegialiteit en verantwoordelijkheidsgevoel aantoont. Naar aanleiding van deze onwettige afwezigheid van verzoeker aan het begin van deze stage wordt op 12 september 2023 door de coördinerend stagemeester bij het departement Zorg, afdeling Vlaamse Zorgkas en Zorgberoepen, melding gemaakt van een geschil in kader van artikel 12 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 februari 2017 ‘betreffende de erkenning van artsen-specialisten en van huisartsen’ (hierna: besluit van de Vlaamse regering van 24 februari 2017). Op 31 oktober 2023 wordt verzoeker uitgenodigd om hieromtrent te worden gehoord door de erkenningscommissie op 28 november
- Op 28 november 2023 wordt verzoeker gehoord door de erkenningscommissie. Tijdens deze hoorzitting geeft verzoeker aan te beseffen dat hij fouten heeft gemaakt en zijn verantwoordelijkheid heeft ontlopen, wat volgens hem om een eenmalige stommiteit gaat, dat hij hoopt de relatie met zijn stagemeesters en mentoren te herstellen, dat hij dankbaar is voor de nieuwe kans en dat hij zich professioneler zal opstellen. XII-9877-4/24 3.
- Naar aanleiding van het posten door verzoeker van een foto van een minderjarige patiënt op Instagram in de periode eind oktober - begin november 2023, wordt een afsprakennota opgesteld. 3.
- Op 21 december 2023 vindt een tussentijdse evaluatie plaats waar de coördinerend stagemeester verzoeker als volgt evalueert: - Medicus: “Ter info: balkjes zijn zelfevaluatie, werden door mij als correct gepercipieerd. Je theoretische kennis wordt als matig beoordeeld. Je technische vaardigheden zijn op niveau.” - Wetenschapper: “Ter info: balkjes zijn zelfevaluatie, en zijn wat mij betreft iets te streng. Belangrijk is nu om te focussen op twee zaken, nl het EDAIC examen en het volgen van de aangereikte wetenschappelijke vorming. Als je dit al kan volhouden, zal je kennis boosten, wat je kliniek en je probleemoplossend vermogen ten goede zal komen.” - Communicator: “Ter info: balkjes zijn zelfevaluatie, werden door mij niet aangepast. Je communiceert vlot, maar er ontbreekt momenteel nog maturiteit in je professioneel gedrag. Je lijkt wel open te staan voor feedback, dus we hopen dat je uit je fouten leert en dat we de beste versie van Robin zeer binnenkort mogen leren kennen.” - Manager: “Ter info: balkjes zijn zelfevaluatie, werden door mij als correct gepercipieerd, met uitzondering van de Kennis van de grenzen van de eigen competentie. Deze wordt zowel door de perifere opleiders als door onze eigen staf als ruim onder het verwacht niveau geëvalueerd. Je lijkt soms wat afwezig, wat ‘zweverig’, met een onvoldoende inschatting van je eigen kunnen en weten.” 3.
- Op 2 januari 2024 wordt verzoeker door de secretaris van de erkenningscommissie in kennis gesteld van de ontvangst op 28 december 2023 van verzoekers stagerapport voor zijn eerste stagejaar, hetwelk de erkenningscommissie op 30 januari 2024 zal onderzoeken. XII-9877-5/24 Op 30 januari 2024 verleent de erkenningscommissie een positief advies over het eerste stagejaar van verzoeker. Desalniettemin heeft zij wel de volgende opmerkingen: “matige evaluaties en wat betreft professioneel gedrag XXXX ondermaats. stagerapport 1: UZGent/st Lucas Gent: evaluatie matig, professioneel gedrag ondermaats […].” Op 8 februari 2024 wordt verzoeker er door de secretaris van de erkenningscommissie van in kennis gesteld dat zijn stagerapport voor jaar 1 van zijn opleiding anesthesie-reanimatie is goedgekeurd. 3.
- Naar aanleiding van het overlopen van de tiktijden van verzoeker in de periode van 1 oktober 2023 tot 31 januari 2024 en naar aanleiding van de melding van een aantal medewerkers dat bepaalde door verzoeker als grap bedoelde opmerkingen of handelingen aanleunen bij grensoverschrijdend gedrag, wordt op 9 februari 2024 opnieuw een afsprakennota opgesteld, waarin het volgende wordt opgenomen: “In werkkledij de tik klok gebruiken dichtst bij de werkplek. Op vlak van professioneel gedrag werken we verder aan voortschrijdend inzicht in de kernwaarden van het UZ Gent. De komende maanden leggen we de focus op respectvol en integer omgaan met medewerkers ongeacht de hiërarchische positie of gender.” 3.
- Op 29 maart 2024 vindt een tussentijdse evaluatie plaats, waar verzoeker als volgt wordt geëvalueerd door zijn supervisor: - Medicus: “De stafleden hebben unaniem en aan de hand van multipele voorbeelden aangegeven dat zowel theoretische kennis als technische vaardigheden onder verwacht niveau liggen. Onvoldoende voorbereiding van de casussen. Laat erg belangrijke zaken uit medische voorgeschiedenis weg bij overdracht patiënt. Er wordt onvoldoende tot geen gevolg gegeven aan feedback.” - Wetenschapper: “Dringend tijd om aan een MANAMA onderwerp te beginnen denken. EDAIC examen voorbereiden.” - Communicator: XII-9877-6/24 “Een aangename werksfeer is belangrijk, maar humor kan kwetsend zijn voor de ontvangers. Humor mag niet grensoverschrijdend zijn. Jouw grappen en je gedrag werden door enkele vrouwelijke medewerkers van het operatiekwartier en de PAZA ervaren als grensoverschrijdend. We hebben je hierover aangesproken en gewezen op nultolerantie. Dit gedrag kan je carrière en je reputatie ernstig schaden en is ontoelaatbaar. Wees eerlijk in je communicatie. Als je een fout maakt: biecht op. Veel stafleden zien in jou de perfecte toneelspeler: in bijzijn van supervisor onderdanig, achter onze rug ongepast assertief (Vb. incidenten op materniteit waarbij beleid van obstetricus in twijfel wordt getrokken in bijzijn van patiënt).” - Manager: “Theorie moet omhoog door te studeren. Technische vaardigheden blijven haperen omdat kennis van de protocollen nog onvoldoende is. Een protocol enkel lezen is onvoldoende, je moet er parate kennis van maken. Essentiële veiligheidsmaatregelen dienen gekend te zijn met correcte implementatie. Nood aan meer systematiek, planning en anticipatie. Er werd geen of onvoldoende gevolg gegeven aan feedback over: correct gebruik van de tiktijden, onwettige afwezigheid, grensoverschrijdend gedrag, ongepast professioneel gedrag (gebruik van hoofdtelefoon tijdens patiëntencontact, ernstige GDPR inbreuken, niet bereikbaar tijdens lunchpauze, …) Hierover werden reeds de hoofdarts, de sectorvoorzitter en de erkenningscommissie op de hoogte gebracht. Tevens werden twee afsprakennota’s opgesteld met opleggen van een nultolerantie voor onprofessioneel gedrag. Afspraken worden driemaandelijks opgevolgd. Tijdens de laatste stafvergadering eind maart hebben de stafleden reeds een stopzetting geadviseerd aan het diensthoofd wegens het cumul aan tekortkomingen in je CANMED-rollen van arts medicus, wetenschapper, communicator en manager. [H]et diensthoofd heeft juridisch advies in UZ Gent gevraagd: eerst een verbetertraject opstellen conform het ministerieel besluit over stopzetting opleiding. Er werd een plan van aanpak opgesteld: binnen drie weken verwachten we van jou een verbeteringstraject met focus op verbetering van je motivatie/houding, arts medicus & communicator en arts manager. Binnen 3 maand krijg je een her-evaluatie. Indien terug onvoldoende dan wordt stopzetting van de opleiding aangevraagd bij de erkenningscommissie.” 3.
- Naar aanleiding van de problemen die zich tot dan toe tijdens zijn stage met verzoeker hebben voorgedaan, wordt een verbeterplan aan verzoeker overhandigd. In dit verbeterplan wordt concreet overlopen om welke problemen het precies gaat en worden dienaangaande telkenmale volgende doelstellingen geformuleerd: XII-9877-7/24 “
- Tiktijden: Om7.30 uur in werkkledij aan de prikklok het dichtst bij de werkplek van die dag.
- Onwettige afwezigheid en frauduleuze ziektemelding: Nultolerantie
- Grensoverschrijdend gedrag: Nultolerantie. We verwachten dat er respectvol en integer wordt omgegaan met medewerkers, ongeacht hiërarchische positie of gender.
- Ongepast professioneel gedrag: Nultolerantiebeleid voor ongepast gedrag tegenover patiënten en familie.
- Professionele ontwikkeling: Opvolgtraject ter verbetering van casusvoorbereiding, klinisch functioneren, theoretische kennis, implementeren van feedback en professionele houding.
- Persoonlijke ontwikkeling: - Zorg voor voldoende slaap - Verander je studie- en sportroutine - Opvolging door Dr. [S.].” Daarnaast bevat dit verbeterplan een actieplan theoretische kennis en een opvolgtraject klinisch functioneren met een opleidingsschema van acht weken. Op 7 en 14 juni 2024 volgen dan de beoordelingen van de weken 1 en
- 3.
- Op 17 en 19 juni 2024 doen er zich dan drie voorvallen voor die, mede gelet op de continue houding van professioneel onderpresteren, voor het UZ Gent de aanleiding vormen voor de beëindiging van de ASO-overeenkomst met verzoeker. Naar aanleiding van de ernst van de tekortkomingen, die de goede werking van de dienst anesthesie en de goede zorgverlening én de veiligheid van de patiënten ernstig in gevaar brengen, wordt de ASO-overeenkomst van verzoeker met UZ Gent op 28 juni 2024 beëindigd. 3.
- In haar brief van 4 juli 2024, gericht aan het departement Zorg, aan de erkenningscommissie anesthesie en aan verzoeker, geeft de coördinerend stagemeester van verzoeker een overzicht van de problemen i.v.m. zijn XII-9877-8/24 professionele ontwikkeling en zijn onprofessioneel gedrag en verzoekt zij daarom om de beëindiging van zijn stageplan. 3.
- Daaropvolgend, op 5 juli 2024, wordt verzoeker in het kader van de procedure van artikel 13 besluit van de Vlaamse regering van 24 februari 2017 door de erkenningscommissie anesthesie-reanimatie uitgenodigd om te worden gehoord op 30 juli
- In hun brief van 29 juli 2024 aan de erkenningscommissie argumenteren de raadslieden van verzoeker waarom het beëindigen van zijn stage disproportioneel zou zijn en nu zeker nog niet nodig is. Zij vragen om een aanpassing van het stageplan en de stageplaats van verzoeker met eventuele opvolging door de erkenningscommissie en, indien nodig, een verlening van de stage. Op 30 juli 2024 wordt verzoeker, in aanwezigheid van één van zijn raadslieden, gehoord door de erkenningscommissie. In de op deze hoorzitting volgende bespreking wordt door de erkenningscommissie het volgende aangehaald: “- Voor het verbetertraject werd opgelegd had hij al twee afsprakennota’s lopen (o.a. door gedeelde foto van minderjarige op instagram). Hij werd meerdere keren gewaarschuwd en kreeg meerdere kansen om zich te herpakken. Hij kreeg ook al eens een waarschuwing van de EC. - Op deontologisch (te laat komen, onwettige afwezigheid, grensoverschrijdend gedrag, patiënten zien met koptelefoon op…) en theoretische en technische kennis schiet hij tekort. - Casussen uit medbook zijn zeer selectief. De kandidaat kan zelf kiezen welke casussen die hij ingeeft. Dus de positieve casussen zijn niet (noodzakelijk) representatief. - ASO heeft geen schuldinzicht. Anderen hebben het verkeerd gezegd of verkeerd verstaan… Het is altijd de schuld van iemand anders. - Hem overplaatsen naar ander universitair centrum gaat geen soelaas bieden. Hij is niet betrouwbaar. Foto’s op internet zetten van patiënt… Dit kan niet door de beugel. We kunnen niet onbeperkt kansen geven. Ze spelen met mensenlevens. - Als XXXX de opleiding mag voorzetten en finaal erkend zal worden, dan zal er allicht een serieus tekort aan anesthesisten moeten zijn vooraleer hij XII-9877-9/24 tewerkgesteld kan worden want zijn opleidingsplekken zullen wellicht een negatieve aanbeveling geven. - Kandidaat heeft lange lijst van problemen en incidenten. Is hij üperhaupt wel geschikt om als arts te werken?” 3.
- Op 24 september 2024 wordt de coördinerend stagemeester van verzoeker gehoord door de erkenningscommissie. In de op deze hoorzitting volgende bespreking wordt door de erkenningscommissie het volgende aangehaald: “- Hij heeft meerdere waarschuwingen en gesprekken gekregen. Het dringt niet door. - Foto op internet als belangrijk argument aanhalen. - Hij is er meermaals op gewezen dat er gebreken waren. In het begin met de zachte hand, tegen het einde steeds strenger. - De andere coördinerend stagemeesters bevestigen dat zij hem niet zouden aannemen. Hij heeft al meerdere kansen gekregen en hij hervalt elke keer in een onprofessionele houding. - Dossier toont aan dat hij evolueert van matige assistent naar slechte assistent, ondanks meerdere aanmaningen. Gaat om cumulatief verhaal. - Geen kans op verbetering als hij zelfs niet inziet dat de fout bij hem ligt. - Dat de advocaat het ontslag bij het UZ Gent niet aanvecht, is een teken dat ze beseffen dat ze geen sterk dossier hebben. - Extra hoorzitting via zoom is wenselijk. Vb. met [V.S.] van AZ Sint-Lucas.” Op 30 oktober 2024 wordt verzoeker door de secretaris van de erkenningscommissie ervan in kennis gesteld dat extra hoorzittingen zullen worden ingelast en dat daaropvolgend verzoeker opnieuw zal worden gehoord op 26 november
- Op 30 oktober 2024 en op 13 november 2024 volgen dan nog die extra hoorzittingen. 3.
- Op 22 november 2024 maakt verzoeker nog een brief met bijkomende argumentatie en bewijsstukken over aan de erkenningscommissie en vraagt hij om een verdere kans om zich als anesthesist te bewijzen. XII-9877-10/24 Op 25 november 2024 maakt ook de vader van verzoeker een brief over aan de erkenningscommissie met daarin aangevend zijn visie op het dossier en zijn mening dat verzoeker zeer geschikt is om het beroep van anesthesist uit te oefenen. Daarom vraagt hij dat aan verzoeker alsnog een kans wordt verleend, minstens te verlenen onder bepaalde voorwaarden. 3.
- Na verzoeker en zijn vader te hebben gehoord, adviseert de erkenningscommissie op 26 november 2024 dat de opleiding tot het verkrijgen van de bijzondere beroepstitel anesthesie-reanimatie van verzoeker moet worden stopgezet, op grond van de volgende overwegingen: “- Dat de vader van dr. XXXX 14 pagina’s nodig had om in zijn brief alles te kunnen weerleggen, toont aan dat er duidelijk heel veel aan de hand is. - Twee zaken zijn relevant en leiden tot de beslissing om stop te zetten:
- Het gaat echt om een opstapeling van feiten. Verschillende voorvallen zouden als eenmalig voorval wel geduld worden, maar hier betreft het een opeenstapeling. Dr. XXXX leert niet bij.
- Er is een gebrek aan ernstige inschatting van de feiten door dr. XXXX. Er zijn heel veel negatieve beoordelingen, waar dr. XXXX toch telkens het positieve uitfiltert. Dit toont aan dat hij zijn fouten en de ernst ervan niet inziet. - Het zal heel moeilijk zijn om in Vlaanderen een tweede kans te krijgen. - Het blijft wel een verregaande beslissing, maar het vertrouwen is weg bij alle leden. Anesthesisten hebben een grote verantwoordelijkheid nodig, die toont dr. XXXX niet. - De hoorzittingen met de mensen van het AZ Sint-Lucas en het UZ Gent spreken voor zich. - De frauduleuze afwezigheid valt voor sommige leden onder een jeugdzonde, voor sommige leden is dit voorval op zichzelf al voldoende voor ontslag. - Een stopzetting betekent niet dat hij in de toekomst nooit meer opnieuw kan kandideren voor een ticket bij een Vlaamse / Franstalige universiteit. Hij kan elders altijd opnieuw kandideren voor anesthesie of een andere discipline. Hij kan ook nog naar het buitenland. - Dr. XXXX heeft verschillende kansen gekregen, maar deze niet gegrepen. Er kon geen verbetering worden vastgesteld.” 3.
- Op 5 december 2024 bezorgt de secretaris-generaal van het departement Zorg, afdeling Vlaamse Zorgkas en Zorgberoepen, aan verzoeker haar voornemen om zijn stageplan anesthesie-reanimatie stop te zetten, op grond van de volgende overwegingen: “Ik heb het voornemen om uw stageplan anesthesie-reanimatie stop te zetten. XII-9877-11/24 Ik volg daarmee het advies van de erkenningscommissie anesthesie-reanimatie van 26 november 2024 en de motivering ervan. U vindt dit advies in bijlage 1 bij deze brief. U kan tegen dit voornemen tot verlenging een bezwaarnota indienen, eventueel vergezeld van extra bewijsstukken. Om ontvankelijk te zijn, mailt u uw bezwaarnota binnen 30 dagen na ontvangst van deze brief naar artsen@vlaanderen.be, conform artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2017 betreffende de erkenning van artsen-specialisten en van huisartsen. U vindt het volledige artikel 16 in bijlage 2 bij deze brief. Als u tijdig een bezwaarnoga indient, ontvangt u na het doorlopen van de bezwaarprocedure nog een definitieve beslissing over uw erkenning via aangetekende brief. Als u geen bezwaarnota indient, of dat laattijdig doet, wordt het voornemen tot negatieve beslissing, vermeld in deze brief, van rechtswege geacht een weigeringsbeslissing te zijn. In dat laatste geval kan u tegen deze beslissing in beroep gaan bij de Raad van State. Om ontvankelijk te zijn, stuurt u uw beroep binnen 60 dagen naar de afdeling Administratie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel en volgt u daarbij de procedure vastgelegd in het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Administratie van de Raad van State.” 3.
- Op 7 januari 2025 dienen de raadslieden van verzoeker, tegen dat voornemen van 5 december 2024, een omstandig gemotiveerde bezwaarnota met bewijsstukken in, waarin zij op basis van hun argumentatie vragen om: - niet te beslissen tot een stopzetting van de stage anesthesie; - een verderzetting van de stage anesthesie, zij het niet meer aan het UZ Gent; - een aangepast stageplan anesthesie te mogen voorleggen; - zo nodig, te voorzien in aanvullende opvolging door de erkenningscommissie op systematisch ingeplande tijdstippen; - voor de in een universitair ziekenhuis te volgen maanden niet te opteren voor het UZ Gent; en - opleiding door een andere coördinerend stagemeester. 3.
- Op 4 februari 2025 vindt de hoorzitting van de adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat- )pleegzorgers, Kamer voor artsen-specialisten en huisartsen (hierna: adviescommissie), plaats. Op 18 maart 2025 verstrekt de adviescommissie volgend advies: XII-9877-12/24 “3 ADVIES De commissie gaat niet over tot een nieuwe, eigen beoordeling van de situatie, maar spreekt zich uit over de genomen beslissing. Daarbij kan zij rekening houden met de feitelijke evoluties in het dossier tot de dag van de zitting, voor zover die voldoende betrouwbaar zijn aangetoond. Zij gaat na of die beslissing in overeenstemming is met de wettelijke regeling, met de algemene rechtsbeginselen en met de beginselen van behoorlijk bestuur, of zij procedureel correct tot stand gekomen is en of zij redelijk verantwoord en opportuun is. Na grondige evaluatie is gebleken dat er aanzienlijke tekortkomingen zijn in zowel de kennis als het functioneren van betrokkene. Ondanks eerdere signaleringen en mogelijkheden tot verbetering is er onvoldoende geremedieerd, waardoor de geconstateerde fouten blijven bestaan. Tijdens de praktijkvoering zijn meerdere manifeste fouten in doseringen vastgesteld, en daarnaast zijn er overtredingen van bevoegdheden geconstateerd. Dit wijst op een gebrek aan bekwaamheid en vormt een risico voor een veilige en verantwoorde uitoefening van de functie. Naast deze inhoudelijke tekortkomingen zijn er ook structurele problemen op het gebied van attitude en professionaliteit. Betrokkene is herhaaldelijk niet komen opdagen, wat duidt op een gebrek aan verantwoordelijkheid en inzet. Dit is zorgwekkend, zeker gezien het feit dat het belang en de veiligheid van de patiënt altijd voorop moeten staan. Door de aanhoudende tekortkomingen kan niet worden gegarandeerd dat de zorg op een veilige manier wordt verleend, wat onaanvaardbare risico’s met zich meebrengt. Bovendien is het theoretisch examen niet met succes afgerond, wat een verdere indicatie is van onvoldoende kennis en voorbereiding. Gezien deze bevindingen kan niet anders dan tot de conclusie worden gekomen dat betrokkene niet geschikt is om de functie op een verantwoorde wijze uit te oefenen. Nadat de commissieleden kennis hebben genomen van het administratief dossier, inclusief het bezwaarschrift, en nadat ze beide partijen hebben gehoord, beschouwt de commissie dit bezwaarschrift ongegrond.” Op 21 maart 2025 wordt een afschrift van dit advies van de adviescommissie aan verzoeker bezorgd. 3.
- Op 27 maart 2025 beslist de -generaal van het departement Zorg, afdeling Vlaamse Zorgkas en Zorgberoepen, om verzoekers stage in de anesthesie- reanimatie stop te zetten, op grond van de volgende overwegingen: “Stopzetting van de stage in de anesthesie-reanimatie Geachte dr. XXXX, Ik bezorg u hierbij mijn beslissing met betrekking tot de vraag van de erkenningscommissie anesthesie-reanimatie om uw dossier stop te zetten. Na haar zitting van 26 november 2024, adviseerde de erkenningscommissie anesthesie-reanimatie en nam het Departement Zorg het voornemen om uw stageplan anesthesie-reanimatie stop te zetten. Dit voornemen werd aan u overgemaakt op 10 december
- Op 4 januari 2025 verzond u een bezwaarschrift, dat ontvankelijk werd bevonden. Uw bezwaar werd beoordeeld tijdens de bijeenkomst van 4 februari 2025 van de kamer voor artsen-specialisten en huisartsen van de Adviescommissie voor XII-9877-13/24 voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (kandidaat-)pleegzorgers (hierna de adviescommissie). De adviescommissie concludeert dat u ongeschikt bent om de functie op een verantwoorde manier uit te oefenen en verklaart het bezwaarschrift ongegrond. Conform de standpunten van de erkenningscommissie en de adviescommissie, besluit ik om uw stage in de anesthesie-reanimatie stop te zetten. U vindt het advies van de adviescommissie, aan u overgemaakt op 21 maart 2025, nogmaals in bijlage. U kan tegen deze beslissing in beroep gaan bij de Raad van State. Om ontvankelijk te zijn, stuurt u uw beroep binnen de 60 dagen naar de afdeling Administratie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel en volgt u daarbij de procedure vastgelegd in het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. V. Spoedeisendheid Standpunt van de verzoeker
- Verzoeker laat ter verantwoording van de spoedeisendheid in essentie gelden dat de impact van de stopzetting van zijn stage zich manifesteert op financieel vlak en moreel vlak en evident nefast is voor zijn verder carrière als arts-specialist. Hij benadrukt dat zijn stage, en dus beroepsuitoefening, met de bestreden beslissing definitief werd stopgezet en dat hij zich intussen niet meer kan specialiseren tot arts-specialist in de anesthesie-reanimatie, nu deze piste door het departement Zorg werd beëindigd omwille van een vermeend gebrek aan XII-9877-14/24 bekwaamheid, structurele problemen op het vlak van attitude en professionaliteit, onvoldoende kennis en het niet geschikt zijn om het specialisme op een verantwoorde wijze uit te oefenen. Verzoeker wijst er nog op dat i) in de aanloop van deze definitieve stopzetting, zijn ASO-overeenkomst met het UZ Gent en zijn coördinerend stagemeester, reeds op 28 juni 2024 per direct werd beëindigd; ii) vrijdag 28 juni 2024 zijn laatste werkdag was; iii) met een brief van 4 juli 2024 Prof. Dr. M. de procedure conform artikel 13, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 24 februari 2017 heeft in gang gezet en iv) dit uiteindelijk heeft geleid tot de stopzetting van zijn stage met de bestreden beslissing van het departement Zorg van 27 maart
- Verzoeker is van oordeel dat hij vooreerst een moreel nadeel, met name ernstige imago- en reputatieschade, lijdt, nu hij zijn toekomstige carrière als arts ernstig in het gedrang ziet komen. Verzoeker voelt dat hij inmiddels volledig verbrand is binnen het specialisme van de anesthesie-reanimatie, nu hij zowel in de erkenningscommissie, als in de adviescommissie op zeer sterke standpunten van collega-artsen over zijn vermeende onkunde, onprofessionaliteit, gebrek aan kennis, … botste. Dit is overigens, volgens hem, eveneens duidelijk naar voren gekomen op de zitting van de erkenningscommissie van 26 november 2024, waar een commissielid op deze hoorzitting heeft aangegeven dat het online posten van een foto van een patiënt door verzoeker een onvergeeflijke fout is, die hij niet meer kan goedmaken, terwijl dit commissielid verder aangaf dat zijn onwettige afwezigheid en het niet altijd accuraat bijhouden van werkuren jeugdzondes zijn. Verzoeker benadrukt voorts dat dit commissielid besluit dat hij uiteindelijk nergens meer aan de slag zal kunnen gaan binnen een (universitair) ziekenhuis, wat volgens hem wordt bevestigd in het advies van de erkenningscommissie van 26 november
- Daarnaast benadrukt verzoeker dat hij eveneens aanzienlijke materiële schade, zijnde een financieel nadeel, lijdt, nu hij sinds 28 juni 2024 niet langer actief is als arts. Hij wijst erop dat zijn kennis en kunde in tussentijd atrofieert, nu een stage is bedoeld om op systematische basis bij te leren en zijn XII-9877-15/24 vaardigheden en behendigheid te ontwikkelen en te onderhouden, wat hij intussen niet meer kan doen, hetgeen nefast is voor zijn ontwikkeling. Volgens verzoeker moet er rekening mee worden gehouden dat i) hij momenteel basisarts of zogenoemde 000-arts is; ii) hij het diploma van Master in de geneeskunde behaalde, wat een titel is van niveau 1; iii) hij geen titel van een specialisme behaalde en zijn stage, om een dergelijke titel te behalen, diende stop te zetten; iv) de behaalde specialismen, titels van niveau 2 en 3, wettelijk zijn bepaald en desgevallend bovenop de titel van niveau 1 komen en v) de titel van arts-specialist in de anesthesie-reanimatie een titel van niveau 2 is, die enkel door een arts die een bijzondere beroepstitel heeft verworven, mag worden gevoerd. Verzoeker benadrukt dat een specialisme of het bezit van de bijzondere beroepstitel vandaag wel een middel is om te bepalen welke nomenclatuurnummers de arts mag aanrekenen. Elke arts is, behoudens wettelijke uitzonderingen, in principe bevoegd om elke mogelijke geneeskundige handeling te stellen, ongeacht het bezit van een bepaalde beroepstitel. Dit neemt volgens verzoeker niet weg dat hij als basisarts, zonder behaald specialisme, nagenoeg nergens aan de slag kan als arts. Erkenningscriteria van een dienst binnen een ziekenhuis stellen het hebben van een bepaalde beroepstitel immers vaak als vereiste voorop. En zelfs als dat niet zo is, krijgt een basisarts volgens verzoeker geen functie binnen een ziekenhuiscontext want hij kan niks aanrekenen aan het RIZIV. Hetzelfde geldt volgens hem in een privépraktijk of multidisciplinaire praktijk: wat een doorsnee arts aan het RIZIV kan aanrekenen per prestatie kan een basisarts niet doorrekenen aan een patiënt. Verzoeker benadrukt vervolgens dat hij evenmin een stage in een ander specialisme kan beginnen, nu geen enkel coördinerend stagemeester, in een andere discipline, hem überhaupt momenteel onder zijn vleugels wil nemen. Tijdens het sollicitatieproces zal verzoeker open kaart moeten spelen en uitleggen waarom zijn stage in de anesthesie-reanimatie werd stopgezet. Wanneer een coördinerend stagemeester keuze heeft uit meerdere kandidaten, zoals dat momenteel wel steeds is, zal de keuze evident in dat geval niet langer tot een keuze voor verzoeker leiden. Verzoeker dient dus op korte termijn – eveneens zoals in onderwijsdossiers aanvaard wordt – duidelijkheid te hebben over zijn toekomst: kan hij verder specialiseren als anesthesist (hetgeen evident nog steeds zijn ambitie en droom is), XII-9877-16/24 of dient hij zich definitief te heroriënteren door een ander specialisme aan te vatten of zelfs zijn ambities als arts geheel op te bergen? Dit gegeven verantwoordt en noodzaakt volgens verzoeker een schorsingsprocedure. Beoordeling
- Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet de vordering tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van deze vordering wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 4, § 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing op elk moment worden bevolen indien de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden akte of het bestreden reglement prima facie kan worden verantwoord. Met deze wijzigingen aan artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State beoogt de wetgever de schorsingsprocedure te optimaliseren en maatwerk mogelijk te maken op basis van de spoedeisendheid die in de vordering tot schorsing wordt aangevoerd. (Wetsontwerp tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, KAMER, 2022-2023, 14 maart 2023, nr. 55-3220/1, 9). Het is evenwel niet de bedoeling met deze hervorming de strekking te wijzigen van het begrip spoedeisendheid zoals dat thans gedefinieerd is door de rechtspraak van de Raad van State. (Wetsontwerp tot XII-9877-17/24 wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, KAMER, 2022-2023, 14 maart 2023, nr. 55-3220/1, 11). Bijgevolg zal de spoedeisendheid worden vastgesteld wanneer de verzoekende partij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen. Wanneer de afdeling bestuursrechtspraak een vordering tot schorsing verwerpt wegens het gebrek aan spoedeisendheid, kan een nieuwe vordering slechts worden ingediend indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen. De afdeling bestuursrechtspraak kan bovendien een termijn bepalen waarin geen enkele nieuwe vordering tot schorsing of tot het bevelen van voorlopige maatregelen kan worden ingediend indien het enige nieuw ingeroepen element bestaat uit het verloop van de tijd (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
- In zoverre verzoeker ter staving van de spoedeisendheid in eerste instantie wijst op een morele schade, moet erop worden gewezen dat een moreel nadeel in principe goedgemaakt wordt door een eventueel later tussen te komen vernietigingsarrest. Waar verzoeker laat gelden dat het bijzonder zwaar om dragen is dat met de adviezen van de erkenningscommissie en van de adviescommissie zo goed als gezegd wordt dat zijn carrière als arts-specialist voorbij is en dat zijn toekomstige carrière als arts ernstig in het gedrang komt, volstaat de vaststelling dat deze argumenten niet worden aangenomen als een bijzondere omstandigheid waarmee verzoeker ook maar enigszins aantoont dat de aangevoerde morele schade van zodanige aard is dat een vernietigingsarrest, waarin de onregelmatigheid van de bestreden beslissing zou worden vastgesteld, hem geen voldoende morele genoegdoening zou kunnen verschaffen en aldus het resultaat ten gronde niet kan worden afgewacht. In zoverre volgens verzoeker de erkenningscommissie ervan zou zijn uitgegaan dat zijn carrière als arts-specialist voorbij is, moet worden XII-9877-18/24 opgemerkt dat de erkenningscommissie in haar advies van 26 november 2024 evenwel zelf heeft overwogen dat: “Een stopzetting […] betekent [niet] dat hij in de toekomst nooit meer opnieuw kan kandideren voor een ticket bij een Vlaamse / Franstalige universiteit. Hij kan elders altijd opnieuw kandideren voor anesthesie of een andere discipline. Hij kan ook nog naar het buitenland.” Wat de door verzoeker aangevoerde morele schade betreft, moet er in het bijzonder op worden gewezen dat hij eraan voorbijgaat dat het te dezen gaat om de stopzetting van een stage van een arts-specialist in opleiding in de anesthesie-reanimatie. Het valt niet te ontkennen dat een arts-specialist in opleiding zich tijdens zijn stageperiode onvermijdelijk in een precaire situatie bevindt. Een stage kan nu eenmaal op grond van de artikelen 13 en 16 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 februari 2017 worden beëindigd wanneer de kandidaat niet geschikt is voor het uitoefenen van de gekozen discipline en – anders dan dat bijvoorbeeld het geval is voor een vastbenoemde ambtenaar bij de (zware) sanctie van het ontslag om tuchtredenen – het resultaat van een stage dus steeds dient te worden afgewacht. De arts-specialist in opleiding dient dus rekening te houden met de mogelijkheid dat een aangevatte stage kan worden beëindigd. Het is dan ook niet vanzelfsprekend dat een arts-specialist in opleiding, zoals verzoeker, die te maken krijgt met een dergelijke beëindiging van zijn aangevatte stage, zich erop vermag te beroepen dat zijn zaak “te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring”. De specifiek aangevatte stage is immers net bedoeld om de geschiktheid van verzoeker voor de specifieke discipline van anesthesie-reanimatie na te gaan. Gelet op wat voorafgaat en net omdat het te dezen gaat om een stage van een arts-specialist in opleiding die stopgezet wordt, kan verzoeker niet dienstig verwijzen naar de rechtspraak inzake het tuchtrechtelijk ontslag. Een beëindiging van zulk een stage verschilt inderdaad wezenlijk van het opleggen van een tuchtstraf van het ontslag van ambtswege aan een vastbenoemd personeelslid in overheidsdienst. XII-9877-19/24 In zoverre volgens verzoeker sprake is van een aanzienlijke imago- en reputatieschade omwille van het gegeven dat zijn beroepsgeschiedenis thans negatief gekleurd is en ervan uitgaat dat het negatief gekleurd zijn van zijn beroepsgeschiedenis mogelijks zal doorwerken bij het zoeken naar potentiële nieuwe stagemeesters, ook zo hij zou starten aan een stage in een ander specialisme, moet worden vastgesteld dat verzoeker niet verder komt dan een algemene, vage en louter hypothetische uiteenzetting, zonder aannemelijk te maken dat het aangevoerde moreel nadeel, en in het bijzonder de ingeroepen imago- en reputatieschade, van dien aard is dat een eventueel later tussen te komen vernietigingsarrest niet voldoende genoegdoening zou kunnen verschaffen. In zoverre verzoeker argumenteert dat de erkenningscommissie zo goed als gezegd heeft dat zijn carrière als arts-specialist voorbij is, en deze insteek en motivering overgenomen wordt in de definitieve – hier bestreden – beslissing, moet worden vastgesteld dat dit in wezen een kritiek betreft op de motivering en dus de wettigheid van de bestreden beslissing oftewel een element dat betrekking heeft op de grond van de zaak en de ernst van de aangevoerde middelen. Daarmee is de spoedeisendheid an sich nog niet aangetoond. De grondvoorwaarde van het voorhanden zijn van een ernstig middel is immers te onderscheiden van de grondvoorwaarde van de “spoedeisendheid”, waaraan afzonderlijk moet zijn voldaan opdat de vordering zou kunnen worden ingewilligd. Een eventueel op het eerste gezicht vastgestelde onwettigheid impliceert nog niet dat de zaak voor verzoeker spoedeisend is.
- In zoverre verzoeker zich ter staving van de spoedeisendheid beroept op een financieel nadeel laat hij in essentie gelden dat: i) zijn kennis en kunde “atrofieert”, wat nefast is voor zijn ontwikkeling; ii) hij momenteel basisarts is (titel van niveau 1), de titel van arts-specialist in de anesthesie-reanimatie (titel van niveau 2) enkel mag worden gevoerd indien de arts een bijzondere beroepstitel verworven heeft, het bezit van de bijzondere beroepstitel een middel is om te bepalen welke nomenclatuurnummers de arts mag aanrekenen en elke arts, ongeacht het bezit van een bepaalde beroepstitel, bevoegd is elke mogelijke geneeskundige handeling te stellen, doch hij als basisarts nagenoeg nergens aan de XII-9877-20/24 slag kan als arts; iii) de redenering een stage in een ander specialisme te beginnen evident niet gevolgd kan worden en iv) hij op korte termijn duidelijkheid wenst omtrent zijn toekomst, kan zijn betoog niet worden bijgevallen. In de mate dat een verzoekende partij een financieel nadeel aanvoert, dient te worden opgemerkt dat het op zich niet volstaat een dergelijk nadeel in te roepen, om de behandeling bij spoedeisendheid te verantwoorden. Dit is uitzonderlijk anders, indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de omvang van dit financiële nadeel op de situatie van de verzoekende partij een zodanige impact heeft dat zij dit niet kan lijden tot de uitspraak ten gronde. Om de spoedeisendheid aan te tonen, moeten de financiële gevolgen, zo zij concreet zijn aangetoond, in beginsel onomkeerbaar zijn en moet de omvang cq impact van een financieel en economisch nadeel bijgevolg, om een gebeurlijke schorsing te verantwoorden, dermate zijn dat een verzoekende partij de duur die een annulatieprocedure in beslag neemt, niet zal kunnen overbruggen. Het financieel nadeel kan derhalve de spoedeisendheid verantwoorden wanneer het bestaan of voortbestaan zelf of, nog, het financieel evenwicht van een rechtspersoon ernstig in gevaar wordt gebracht en een vernietigingsarrest te laat zou komen. Als de activiteiten van de rechtspersoon zelf op een definitieve of op een moeilijk omkeerbare wijze in gevaar worden gebracht, dan geldt dit als een bijzondere reden. Wat dat betreft kan een verzoekende partij er zich niet toe beperken te stellen dat zij dit nadeel lijdt, zonder enig gegeven te verstrekken omtrent het bestaan en de omvang ervan. De verzoekende partij dient bijgevolg het bewijs aan te brengen, minstens door het voorleggen van concrete argumenten en gegevens en door het toelichten van de te verwachten gevolgen van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en dit alles gestaafd met verifieerbare overtuigingsstukken. De gegevens en stukken moeten de rechter wel toelaten de spoedeisendheid te verifiëren, wat inhoudt dat de verzoekende XII-9877-21/24 partij redelijkerwijze aannemelijk dient te maken dat, gelet op de omvang en de impact van de te verwachten financiële gevolgen, de vernietigingsprocedure niet kan worden afgewacht. Daarbij mag de Raad van State in beginsel alleen rekening houden met hetgeen in het verzoekschrift tot schorsing of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteengezet en gestaafd. Hoewel het zich laat verstaan dat de stopzetting van zijn stage in de anesthesie-reanimatie voor verzoeker ingrijpende gevolgen heeft, dan nog is vereist dat verzoeker, wil hij de spoedeisendheid verantwoorden, concreet aantoont aan de hand van verifieerbare gegevens én stavingstukken, dat het door hem aangevoerde nadeel, onomkeerbaar is en dat de omvang en impact van een financieel en economisch nadeel bijgevolg, om een gebeurlijke schorsing te verantwoorden, dermate zijn dat hij de duur die een annulatieprocedure in beslag neemt, niet zal kunnen overbruggen. Een financieel-economisch nadeel verantwoordt immers in de regel niet de spoedeisendheid tenzij verzoeker concreet kan aantonen in een zodanige penurie te zitten dat hij de normale afloop van de annulatieprocedure niet kan afwachten, bewijs dat zoals hierna zal blijken door hem niet wordt geleverd. Vermits het hoe dan ook aan verzoeker toekomt om door middel van overtuigende stukken een globaal en betrouwbaar inzicht te geven van zijn financiële toestand, zodat de Raad van State het door hem aangevoerde financieel nadeel met kennis van zaken kan beoordelen, volstaat de vaststelling dat, nu verzoeker zich beperkt tot een algemene, vage en hypothetische uiteenzetting en tot het stellen dat hij een “aanzienlijke” materiële financiële schade zal lijden, hij, door het ontbreken van overtuigingsstukken ter zake, verzuimt dienaangaande enig zicht te geven in zijn financiële en economische toestand, op een wijze die de Raad van State zou toelaten een getrouw beeld te krijgen van het geclaimde financieel- economisch nadeel. Verzoeker maakt bijgevolg geenszins aannemelijk dat zijn financiële situatie van dien aard is dat de afloop van de annulatieprocedure door hem niet kan worden afgewacht. Aan de hand van zijn uiteenzetting doet verzoeker er dan ook niet van blijken dat hij zich thans in een toestand zou bevinden met XII-9877-22/24 onherroepelijke schadelijke gevolgen ten gevolge van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing indien het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten worden afgewacht.
- Wat voorafgaat, leidt tot het besluit dat verzoeker niet aantoont dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. XII-9877-23/24 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op een juli tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9877-24/24 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.845 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div