id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juli 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.884 Rolnummer: A. 245151/X-19090 Zaak: Arrest 263884 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 03/07/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-07-03 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-16 03:20 Fiche Arrest nr 263.884 van 3 juli 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.884 no lien 284226 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 263.884 van 3 juli 2025 in de zaak A. 245.151/X-19.090 In zake:
- N.V.
- R.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Tom Bruyndonckx Dierck kantoor houdend te 2560 Kessel Torenvenstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE HERSELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9620 Leeuwergem Gentse Steenweg 323 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Flora Wauters kantoor houdend te 9770 Kruisem Simaeyzestraat 4 Tussenkomende partij: T.J. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sofie Papen kantoor houdend te 2200 Herentals Lierseweg 116 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 25 juni 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Herselt van 16 juni X-19.090-1/8 2025, met betrekking tot de aanvraag voor het “pop-up wandel- en fietscafé B&B D. Z. – 2025”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 25 juni 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 27 juni 2025 heeft T.J. gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 juli 2025, om 14.00 uur. Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tom Bruyndonckx Dierck, die verschijnt voor verzoekers, advocaat Flora Wauters, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Tariq Pels, die loco advocaat Sofie Papen verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- X-19.090-2/8 III. Feiten 3.
- Verzoekers wonen te Herstelt. Hun woonperceel is krachtens het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan ‘Herentals – Mol’ gelegen in agrarisch gebied. T. J. en D. V., de buren van verzoekers, baten op hun woonperceel, dat in hetzelfde agrarisch gebied is gelegen, de bed and breakfast (B&B) D. Z. uit. 3.
- De verwerende partij verleent op 7 maart 2022 en op 13 maart 2023 een toelating aan T. J. en D. V. tot uitbating van een pop-up wandel- en fietscafé voor een periode van vier maanden (mei tot eind augustus) op vrijdag, zaterdag en zondag van 13.00 uur tot 21.00 uur. 3.
- Op 3 juni 2024 verleent de verwerende partij een toelating aan T. J. en D. V. tot uitbating van een pop-up wandel- en fietscafé voor een periode van twee maanden (juli en augustus 2024) op zaterdag en zondag, telkens van 13.00 uur tot 20.00 uur. 3.
- Verzoekers dienen op 11 juni 2024 tegen de in het vorige randnummer bedoelde toelating een klacht in bij de gouverneur van de provincie Antwerpen, die het besluit vernietigt op 15 juli 2024 wegens een schending van de motiveringsplicht. 3.
- De verwerende partij verleent op 13 augustus 2024 opnieuw toelating aan T. J. en D. V. tot uitbating van een pop-up wandel- en fietscafé, met een ruimere motivering, voor de zaterdagen van 17 en 24 augustus en de zondagen van 18 en 25 augustus 2024, telkens van 13.00 tot 18.00 uur. 3.
- Op 3 februari 2025 ontvangt de verwerende partij van T. J. en D. V. een aanvraag voor de editie 2025 van hun pop-up wandel- en fietscafé. Zoals blijkt uit de op 15 juni 2025 aangepaste aanvraag, gaat het meer bepaald om vier namiddagen in de maand juli, te weten de zondagen 6, 13, 20 en 27 juli van 13.00 uur tot 18.00 uur. X-19.090-3/8 3.
- Met het bestreden besluit verleent de verwerende partij aan T. J. en D. V. toelating voor het “pop-up wandel- en fietscafé B&B D. Z. – 2025” op de voornoemde vier zondagnamiddagen. Als voorwaarde wordt onder meer opgelegd dat er “geen (elektronisch versterkte) muziek [mag] gespeeld worden”. IV. Tussenkomst
- T. J. blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet zijn verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt vermeld. VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen
- Verzoekers menen dat er “sprake [is] van schade van een aanzienlijke omvang en van een dreiging van ernstige ongemakken (geluids- en X-19.090-4/8 geurhinder, verstoring van de privacy, enzovoort)”. Zij betogen dat “[b]ij een gewoon administratief kort geding […] de broodnodige rust en stilte reeds onomkeerlijk verstoord [zouden] zijn door o.a. geluids- en visuele- en geurhinder, gegenereerd door de pop-up bar. […] de uitbaters [zullen] er immers niet voor terugdeinzen om de pop-up bar alsnog uit te baten, ondanks een schorsingsberoep bij [de Raad van State]. Zelfs een vernietiging […] hield hen in 2024 immers niet tegen […]. Er is ter zake dan ook dringend nood aan een onmiddellijke schorsing van de bestreden beslissing, om […] de nodige rust van verzoekende partijen […] te vrijwaren.” In het verzoekschrift wordt erop gewezen dat het voorgaande vooral geldt voor de tweede verzoeker, nu hij – met een in het verzoekschrift gebruikte term – wordt getroffen door “invaliditeit”. 7.
- De verwerende partij en de tussenkomende partij stellen dat verzoekers nalaten te specificeren welke concrete hinder zij menen te zullen ondervinden. Dit is geenszins evident daar het gaat om een kleinschalig in de tijd beperkt initiatief. Meer bepaald kunnen wandelaars en fietsers vier zondagnamiddagen (van 13.00 tot 18.00 uur) even uitrusten en iets drinken. 7.
- Voorts verklaren de tussenkomende partij en de verwerende partij ter terechtzitting nadrukkelijk dat het bij die vier zondagnamiddagen zal blijven, daar T. J. en D. V. geenszins de intentie hebben om deze zomer nog een nieuwe aanvraag in te dienen voor bijkomende dagen en het evident niet de bedoeling kan zijn om voor het “pop-up wandel- en fietscafé B&B D. Z. – 2025” ‘gesaucissoneerde’ aanvragen in te willigen. Beoordeling 8.
- De procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid mag slechts worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak door de verzoekende partij op duidelijke en onomstotelijke wijze wordt aangetoond. Deze procedure houdt immers een ernstige verstoring in van het ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.884 X-19.090-5/8 normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij. Luidens artikel 8, § 1, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. De verzoekende partij moet aan de hand van precieze, pertinente en concrete gegevens aannemelijk maken dat de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en zelfs niet gedurende de doorlooptijd van een gewone vordering tot schorsing. 8.
- De Raad van State kan in beginsel alleen rekening houden met hetgeen in het verzoekschrift en zijn bijlagen in dit verband wordt uiteengezet en gestaafd. 8.
- De loutere omstandigheid dat de doorlooptijd van een gewone schorsingsprocedure of van een procedure ten gronde tot gevolg zal hebben dat de bestreden beslissing al volledig uitwerking zal hebben gehad, volstaat niet als verantwoording om een beroep te kunnen doen op de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. 8.
- Voorts wijst de verwerende partij er terecht op dat de grondvoorwaarde van de spoedeisendheid te onderscheiden is van de ontvankelijkheidsvoorwaarde van het belang. X-19.090-6/8 8.
- Te dezen poneren verzoekers dat zij ernstige geluidshinder zullen ondervinden en zij verwijzen – opnieuw in algemene termen – naar hinder op het vlak van geur, privacy en uitzicht, doch geen enkele vorm van de beweerde hinder wordt nader toegelicht. Dergelijke toelichting kon nochtans van verzoekers worden verwacht, gelet op de opgelegde voorwaarde dat er “geen (elektronisch versterkte) muziek [mag] gespeeld worden” en op het feit dat de toegelaten activiteiten strikt in de tijd beperkt zijn, meer bepaald vier zondagnamiddagen – waarbij de Raad van State goed akte neemt van de in randnummer 7.2 bedoelde verklaringen. Bovendien zijn de woonpercelen van verzoekers en van T. J. en D. V. respectievelijk meer dan 12.000 m² en meer dan 6.000 m² groot en omzoomd met hoge groenaanplantingen. In de voornoemde omstandigheden, moet worden vastgesteld dat verzoekers onvoldoende inzichtelijk maken dat zij niet te dragen nadelen zullen ondervinden. Het loutere feit dat tweede verzoeker getroffen wordt door “invaliditeit” doet niet anders besluiten. 8.
- Uit wat voorafgaat, volgt dat verzoekers er niet in slagen het uiterst dringende karakter van hun vordering op duidelijke en onomstotelijke wijze aan te tonen. VII. Besluit
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. X-19.090-7/8 BESLISSING
- Het verzoek van T.J. tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drie juli tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-19.090-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.884 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div