id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 juli 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.887 Rolnummer: A. 241044/XII-9626 Zaak: Arrest 263887 - Dierenwelzijn - 04/07/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-07-07 Raadplegingen: 185 - laatst gezien 2026-06-18 22:50 Fiche Arrest nr 263.887 van 4 juli 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : heropening debatten Afstand Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 263.887 van 4 juli 2025 in de zaak A. 241.044/XII-9626 In zake :
- L.D.
- E.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koenraad Van De Sijpe en Charlotte Dupon kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozentegen : tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47/001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 29 januari 2024, strekt tot de nietigverklaring van: “
- de beslissing tot beslagname van 29 november 2023 van Inspecteur- dierenarts [L.B.] bij de Afdeling Dierenwelzijn van het Departement Omgeving, [ …] en handelend krachtens de bevoegdheid haar verleend bij de Wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ […] […]
- de beslissing tot bestemming van 3 januari 2024 van Afdelingshoofd [L.G.] van de Afdeling Dierenwelzijn van het Departement Omgeving, […] en handelend krachtens de bevoegdheid haar verleend bij de Wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren”. XII-9626-1/13 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr.262.066 van 252 januari 2025 heropent de Raad van State het debat en wordt de zaak verwezen naar de gewone rechtspleging. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 juni
- Staatsraad Frédéric Vanneste heeft verslag uitgebracht. Advocaat Robrecht Van Steenkiste, die loco advocaten Charlotte Dupon en Koenraad Van De Sijpe verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Silke Mijnendonckx, die loco advocaat Kristien Vanderheiden verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- In het arrest nr. 262.066 van 22 januari 2025, waarbij de Raad van State het debat heropent, worden de feiten als volgt weergegeven: XII-9626-2/13 “3.
- De verzoekende partijen hebben een hondenkwekerij met erkenningsnummer HK13400770 en ondernemingsnummer 0646.578.
- 3.
- Sedert 2020 voert de verwerende partij controles uit op deze hondenkwekerij in het kader van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: de wet van 14 augustus 1986). 3.
- Op 4 augustus 2020 voert de lokale politie Berlare-Zele in opdracht van de verwerende partij een eerste controle uit van de beroepskwekerij van de verzoekende partijen. Hierbij wordt vastgesteld dat de hokken te klein zijn, dat de honden amper buiten komen, en dat sommige hokken onvoldoende voorzien zijn van daglicht. De honden zijn onvoldoende gesocialiseerd en zijn bang van mensen. Hierover wordt respectievelijk op 19 mei 2020 PV DE.63.L8.002176/2020 en op 4 augustus 2020 PV GF003300/20 opgesteld door de Lokale Politie Berlare-Zele. 3.
- Op 2 december 2021 vindt opnieuw een controle plaats van de inspectiedienst Dierenwelzijn van de verwerende partij. Hierbij wordt opnieuw vastgesteld dat alle honden zeer angstig zijn en dat van de 140 aanwezige honden er 29 geen chip hebben, hoewel zij ouder zijn dan 8 weken (10 honden zijn zelfs volwassen). 3.
- Op 23 januari 2023 vindt opnieuw een controle plaats van de inspectiedienst Dierenwelzijn van de verwerende partij, samen met de Lokale Politie Berlare-Zele. Onder andere de volgende overtredingen worden vastgesteld: ‘De honden vertonen ernstige gedragsstoornissen die wijzen op angst voor mensen. De honden worden niet met zachtheid en bekwaamheid behandeld. De temperatuur in de hokken is niet aangepast aan de behoeften van de honden, met name de geschoren dieren. Drachtige teven worden langer dan 1 week voor het werpen in een kraamhok gehouden. Eén teef met jonge pups beschikt niet over een verwarmingsbron, en dit bij een te lage omgevingstemperatuur. Voor de verzorging en socialisatie van de dieren is onvoldoende bekwaam personeel aanwezig. Afwijkend gedrag wordt onvoldoende opgevolgd door de beheerder en de dierenarts. Bij de selectie van kweekdieren wordt geen rekening gehouden met hun fysiologische en gedragskenmerken. 7 honden kregen geen medische controle en/of verzorging. De gebitten worden niet op regelmatige basis gecontroleerd en verzorgd. Bij de steekproefsgewijze controle werden matige tandproblemen vastgesteld. De vacht van verschillende dieren wordt niet onderhouden en indien nodig getrimd, geknipt of geschoren. Pups verlaten het nest reeds voor het tweede controlebezoek van de contractdierenarts. De bezoekrapporten van de contractdierenarts zijn onvolledig (tweede pagina ontbreekt), en worden te summier ingevuld (geen identificatie, gedane onderzoeken en behandelingen). Er wordt geen melding gemaakt van de gedragsproblematiek bij de honden. De lijst in DogID op het adres van de inrichting stemt geenszins overeen met de geziene dieren.’ Deze vaststellingen worden geacteerd in het PV met kenmerk G-22-0931/LaB/23- 01-
- XII-9626-3/13 3.
- Op 6 maart 2023 vindt een her-controle plaats van de inspectiedienst Dierenwelzijn van de verwerende partij, samen met de Lokale Politie Berlare- Zele. Tien honden worden vrijwillig afgestaan aan verschillende asielen. De volgende overtredingen worden vastgesteld: ‘De honden vertonen ernstige gedragsstoornissen die wijzen op angst voor mensen. De honden worden niet met zachtheid en bekwaamheid behandeld. De temperatuur in het hok van 3 geschoren Westies is niet aangepast aan de behoeften van de honden. Eén Beagle teef met jonge pups beschikt niet over een verwarmingsbron, en dit bij een lage omgevingstemperatuur. De warmtelamp wordt aangezet wanneer wij dit opmerken. Voor de verzorging en socialisatie van de dieren is onvoldoende bekwaam personeel aanwezig. Bij de selectie van kweekdieren wordt geen rekening gehouden met hun fysiologische en gedragskenmerken. Minstens 1 worpfiche is onjuist ingevuld (aantal pups lager dan het effectief geboren aantal). De contractdierenarts vult niet bij elk bezoek een bezoekrapport in. De inrichtingen voor meer dan vijftig volwassen dieren beschikt niet over een lokaal voor onderzoek, verzorging en kleinere diergeneeskundige ingrepen. De inrichtingen voor meer dan vijftig volwassen dieren beschikt niet over een afzonderingslokaal. Het voeder wordt niet op hygiënische wijze opgeslagen. Uit de lijst van DogID en de e-mails van [tweede verzoekster] blijkt dat bij meerdere honden verwacht werd dat de wijziging van eigenaar door de koper gebeurde.’ Deze vaststellingen worden geacteerd in het PV met kenmerk G-22- 0931bis/LaB/6-03-
- 3.
- Op 19 april 2023 vindt een verhoor van de verzoekende partijen plaats. Tijdens dit verhoor komt naar voor dat er geen inzicht is in de behoeften van de honden, voornamelijk op vlak van socialisatie. Bovendien wordt de problematiek in de kwekerij geminimaliseerd. De maatregelen die in de voorgaande processen-verbaal werden opgelegd, werden niet allen opgevolgd. Dit verhoor wordt geacteerd in het PV met kenmerk G-22- 0931ter/LaB/19-04-
- 3.
- Op 15 september 2023 laat de verwerende partij aan de eerste verzoekende partij en de bevoegde burgemeester weten dat zij de erkenning als beroepskwekerij voor honden van de eerste verzoekende partij intrekt met ingang van 15 december 2023, wegens herhaaldelijke overtredingen op de wet van 14 augustus
- 3.
- Op 16 november 2023 verzoekt de verwerende partij aan de Voorzitter van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde tot aflevering van een visitatiemachtiging om overdag alle woonvertrekken en bijhorende stallingen, gebouwen en lokalen te mogen betreden van 20 november 2023 tot 20 december 2023, waarbij eventueel beroep mag gedaan worden op een slotenmaker. Dit naar aanleiding van het niet opvolgen van de opgelegde maatregelen. Op 17 november 2023 wordt de verwerende partij hiertoe gemachtigd door de Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde. Deze machtiging geldt van 20 november 2023 tot en met 20 december 2023, tussen 5u XII-9626-4/13 ’s morgens en, omwille van een materiële vergissing, geen nader bepaald uur ’s avonds. 3.
- Op 20 november 2023 omstreeks 10u begeven werknemers van de verwerende partij zich samen met de lokale politie Berlare-Zele naar het adres van de hondenkwekerij voor een controle in het kader van de dierenwelzijnswetgeving. Aangezien het niet mogelijk is om de kwekerij te betreden in aanwezigheid van de eerste verzoekende partij gelet op diens telefonische onbereikbaarheid, verschaft men zich toegang tot het erf zonder beschadigingen. Er worden ter plekke 27 overtredingen vastgesteld, waarvan 20 op de kwekerij. De vaststellingen worden geacteerd in het PV met kenmerk G-23-5933/LaB/20-11-2023 van 8 december 2023 en er wordt een foto-en videodossier samengesteld. Ten gevolge van deze vaststellingen worden de 58 aangetroffen honden in toepassing van artikel 42, § 1, van de wet van 14 augustus 1986, op 20 november 2023 administratief in beslag genomen en overgebracht naar een erkend asiel. Dit is de eerste bestreden beslissing. 3.
- Ten gevolge van de inbeslagname en plaatsing bij het erkend asiel, ontvangt de verwerende partij in de navolgende periode updates over de toestand van de honden en verslagen van de behandelende dierenarts evenals de DogID’s en chipnummers. 3.
- Op 29 november 2023 wordt de tweede verzoekende partij uitgenodigd voor verhoor door de verwerende partij. De tweede verzoekende partij bezorgt de verwerende partij op 10 december 2023 een schriftelijke verklaring. Eveneens op 29 november 2023 wordt de eerste verzoekende partij uitgenodigd voor verhoor door de verwerende partij. De eerste verzoekende partij wordt op 11 december 2023 verhoord door de Politie Zone Berlare-Zele. Tijdens dit verhoor doet de eerste verzoekende partij afstand van 52 honden, waarbij een afstandsverklaring wordt ingevuld en ondertekend. Hiervan wordt een PV met kenmerk G-23-5933bis/LaB/11-12-2023 opgesteld. 3.
- Ten gevolge van de afstandsverklaring van de eerste verzoekende partij, neemt de verwerende partij op 11 december 2023 de beslissing tot bestemming van de 52 honden, waarbij deze in volle eigendom worden gegeven aan het erkend asiel waar ze reeds verbleven ten gevolge van hun inbeslagname. 3.
- Ten gevolge van deze beslissing volgt er correspondentie tussen de raadsman van de eerste verzoekende partij en de verwerende partij. Zo ontvangt de verwerende partij op 12 december 2023 een e-mail van de raadsman van de eerste verzoekende partij met enige duiding omtrent de honden waarvan door zijn cliënt geen afstand werd gedaan (Shiba Inu Sloeber, Shiba Inu Sofie en haar 3 pups en Pinscher Rachel). Als antwoord op deze e-mail reageert de verwerende partij op 15 december 2023 met het verzoek tot overmaken van bijkomende informatie en foto’s. De verwerende partij is hierbij duidelijk en deelt mee dat het doorsturen van deze informatie geen garantie biedt op een teruggave van de dieren. Pas op 3 januari 2024 om 0:21u en 0:38u maakt de raadsman van de eerste verzoekende partij de gevraagde informatie en foto’s over aan de verwerende partij. 3.
- De verwerende partij draagt op 2 januari 2024 (ondertekend op 3 januari 2024) de zes honden in volle eigendom over aan de volgende asielen: Shiba Inu (kenmerk 947000000829245) met drie pups bij Animal Trust; Pinscher (kenmerk 947000000866274) bij Animal Trust; Shiba Inu (kenmerk 947000000588003) bij Wase Dierenbescherming. XII-9626-5/13 Dit is de tweede bestreden beslissing.” 3.
- De verwerende partij meldt dat alle honden die het voorwerp uitmaken van de onderhavige procedure, ondertussen werden geadopteerd door derden. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Bij arrest nr.262.066 van 22 januari 2025 oordeelt de Raad van State dat het beroep niet ontvankelijk is in zoverre het is gericht tegen de beslissing tot inbeslagname, maar dat de zaak volgens de gewone procedure moet worden behandeld wat het beroep tegen de bestemmingsbeslissing betreft. V. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep
- Ter terechtzitting doet de advocaat van de verzoekende partijen afstand van het beroep inzake alle honden, behalve inzake de hond Sloeber. VI. Ontvankelijkheid Belang
- De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord een exceptie van gebrek aan belang op. Indien de betrachting van de verzoekende partijen erin bestaat de dieren terug te krijgen terwijl de dieren reeds werden geadopteerd of geëuthanaseerd, is hun beroep volgens de verwerende partij onontvankelijk wegens geen belang. In casu is dit het geval, daar vier van de zes honden geadopteerd werden en de overige twee honden zich in een opvanggezin bevinden. De verwerende partij sluit zich in de laatste memorie aan bij hetgeen door de eerste auditeur in diens verslag wordt gesteld. De verwerende partij verzet zich tegen de uitbreiding van het initieel belang door de verzoekende XII-9626-6/13 partijen middels de memorie van wederantwoord. Ze betwist de emotionele band tussen de verzoekende partijen en de zes honden. Bovendien is het belang hypothetisch en werd het emotioneel lijden van de verzoekende partijen niet opgenomen in het verzoekschrift. Het inleidende verzoekschrift namens de verzoekende partijen werd neergelegd op 29 januari
- Op het moment van de gedinginleiding waren drie van de zes honden reeds geadopteerd, zijnde een volwassen Shiba Inu met chipnummer [de hond Sloeber] en twee Shiba Inu pups met chipnummer […]. De drie honden werden respectievelijk geadopteerd op 27 januari 2024, 7 januari 2024 en 13 januari 2024, aldus voorafgaand aan het inleiden van onderhavig geding. Bijgevolg hadden verzoekende partijen geen actueel belang bij het inleiden van onderhavige procedure aangaande drie van de zes honden. De resterende honden werden geadopteerd op 17 februari 2024, 20 juli 2024 en 8 november
- In elk geval lieten de verzoekende partijen na om afdoende te bewijzen dat zij een voldoende rechtstreeks en actueel belang hebben. De stelling dat de verzoekende partijen nog over het vereiste actuele belang zouden beschikken omdat bij een eventuele vernietiging van de bestemmingsbeslissing de dieren aan haar zouden teruggegeven worden, faalt volgens de verwerend partij naar recht. Overeenkomstig toenmalig artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 werden de inbeslaggenomen dieren in volle eigendom gegeven aan het asiel waar ze reeds verbleven en dat hiermee instemde. Het asiel is op dat ogenblik rechtmatig eigenaar geworden van de dieren. Zij mocht er op vertrouwen dat de beslissing genomen door het Vlaamse Gewest een wettige beslissing was. Het asiel is aldus eigenaar geworden van de dieren. Het is eigen aan de werking en het doel van een asiel dat zij instaan voor de opvang van de dieren in het kader van dierenwelzijn en dat zij er alles aan doen om voor deze dieren een nieuwe en goede thuis te vinden. In casu werden de dieren allemaal geadopteerd zodat deze door de adoptie eigendom zijn geworden van de derden die de dieren adopteerden. Er is aldus geen mogelijkheid tot teruggave door de verwerende partij bij een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing. Daarbij verwijst de verwerende partij naar recente rechtspraak van de Raad van State. XII-9626-7/13 Verzoekende partijen trachten volgens de verwerende partij middels hun laatste memorie hun actueel belang te vrijwaren door een vordering tot schadevergoeding tot herstel in te stellen. De Raad is hier enkel toe gehouden voor zover het ingestelde annulatieberoep initieel ontvankelijk was en voor zover het verlies van het belang niet het gevolg is van een handeling die de verzoekende partij zelf heeft gesteld of heeft nagelaten te stellen en die haar persoonlijk verwijtbaar is.
- In het verzoekschrift omschrijven de verzoekende partijen hun belang: “Uit bovenstaande feitelijke uiteenzetting, onderbouwd door bewijsstukken, blijkt dat verzoekende partijen wel degelijk een emotionele band hebben met de drie huishonden en de drie huispups. Verzoekende partijen hebben na de inbeslagname laten weten dat deze honden hun eigen huisdieren zijn in tegenstelling tot de andere 52 honden waarvan zij uitdrukkelijk wel afstand hebben gedaan. Zij hebben na het verhoor nog nadere toelichting verschaft over hun band met deze honden, alsook tal van foto’s bezorgd aan de inspectiedienst waarop deze affectieve band te zien is […]. Verzoekende partijen hebben steeds ter kennisgegeven dat zij hopen dat deze zes honden snel terug naar huis kunnen terugkeren […]. De gehechtheid van verzoekende partijen aan deze zes honden, waarvan zij de eigenaar zijn, is bijgevolg duidelijk. Verzoekende partijen willen hun emotionele band die zij met deze honden hebben, niet verliezen, zo blijkt uit de bovenstaande feitelijke uiteenzetting. Verzoekende partijen lijden enorm onder het gemis van hun honden en vrezen dat hun emotionele band met deze zes honden door de bestreden beslissingen definitief onherstelbaar verbroken zal zijn. Uw Raad heeft reeds geoordeeld dat het feit dat een eigenaar het gezelschap van zijn hond wordt ontnomen, hem terecht kan doen vrezen dat de emotionele band die hij met het dier heeft opgebouwd, verzwakt of vernietigd wordt en dat dit geleden ongemak van enige ernst is en als rechtmatig belang in de zin van artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient beschouwd (RvS (6e k.) nr. 252.448, 16 december 2021 (CHIFAN)). Verzoekende partijen hebben bijgevolg een duidelijk belang bij onderhavig verzoekschrift, gezien zij ernstig benadeeld worden door de bestreden beslissingen”. In de memorie van wederantwoord herhalen de verzoekende partijen hun standpunt en voegen zij toe: “Verwerende partij beweert dat 4 van de 6 honden geadopteerd werden en de overige 2 honden zich in een opvanggezin bevinden en dat het verzoek tot nietigverklaring daarom onontvankelijk zou zijn wegens geen belang. XII-9626-8/13 Eerst en vooral is de adoptie van de 4 honden niet afdoende aangetoond. De foto’s van de documenten uit stuk 18 van verwerende partij zijn onleesbaar, onvolledig, niet ondertekend en lijken bovendien naderhand bewerkt te zijn. In het geval dat de adoptie bewezen wordt geacht, quod non, dan hebben verzoekende partijen in ieder geval nog belang bij een vernietiging van de bestreden beslissingen door Uw Raad. Een eventuele eigendomsoverdracht aan een adoptiegezin kan worden vernietigd via de burgerlijke rechtbank wanneer blijkt dat deze op een onrechtmatige wijze is tot stand gekomen, waarbij een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing door Uw Raad voor verzoeker doorslaggevend zal zijn in de burgerlijke procedure. Bovendien kan een gebeurlijke vernietiging voor verzoekers minstens de mogelijkheid openen om schadevergoeding te eisen voor de onrechtmatige eigendomsoverdracht van hun honden. Uiterst ondergeschikt, moest uw Raad van oordeel zijn dat verzoekende partijen geen belang meer hebben bij de vernietiging van de bestreden beslissingen m.b.t. de vier overgedragen honden, dan blijft het belang minstens t.a.v. twee honden die nog niet geadopteerd zijn actueel. Verzoekende partijen hebben bijgevolg een duidelijk belang bij onderhavig verzoekschrift, gezien zij ernstig benadeeld worden door de bestreden beslissingen.” In de laatste memorie wijzen de verzoekende partijen erop dat de vaststellingen dat de door de verwerende partij voorgelegde documenten onleesbaar, onvolledig noch ondertekend zijn en bovendien naderhand bewerkt, niet weerlegd zijn door de verwerende partij. De bewijslast rust op de verwerende partij. Vervolgens betwisten de verzoekende partijen dat zij hun belang zouden uitbreiden in de memorie van wederantwoord. Ze hebben reeds in het verzoekschrift toegelicht dat zij een affectieve band hebben met de huishonden en emotioneel lijden onder het gemis ten gevolge van de bestreden beslissing. Aan het emotioneel lijden (schade) kan bijgevolg een welbepaald herstel of schadevergoeding gekoppeld worden. Ten onrechte wordt in de analyse van het auditoraat het moreel belang van de verzoekende partijen (dat reeds in het inleidend verzoekschrift werd omschreven) achterwege gelaten. Naast de voordelen die een vernietiging van de bestreden beslissing zou kunnen opleveren voor de verzoekende partijen voor de burgerlijke rechtbank zoals eerder toegelicht, kunnen de verzoekende partijen op XII-9626-9/13 grond van artikel 11bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een schadevergoeding vorderen voor de geleden emotionele en morele schade. De verzoekende partijen vragen dan ook een vergoeding voor het emotioneel lijden onder het gemis van hun huishonden ingevolge de bestreden beslissing voor de periode vanaf de uitvoering van de bestreden beslissing. Een exacte begroting van deze morele schade, in casu het verdriet en gemis dat de verzoekende partijen voelen in afwezigheid van hun huishonden, is ten gevolge van de aard van de schade onmogelijk volgens de verzoekende partijen. Het komt dan ook aan de Raad toe om deze schade ex aequo et bono te begroten. De verzoekende partijen vragen een schadevergoeding van 1000 euro. Beoordeling
- Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, 244.015, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.015). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, 243.406, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406). Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.) 22 maart 2019, 244.015, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.015), zonder dat de verzoekende partij noodzakelijk elk belang bij de nietigverklaring verliest wanneer XII-9626-10/13 zij het initiële voordeel niet meer kan ambiëren (cf. GwH 9 juli 2020, 105/2020, ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.105, punten B.11.2 en B.12.2). Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, 109/2010, ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.109, punt B.4.3; GwH 9 juli 2020, 105/2020, ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.105, punt B.9.3; EHRM 17 juli 2018, 5475/06, ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD000547506, Vermeulen/België, punten 42 e.v.). Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, wordt dit belang in twijfel getrokken, dan valt het haar toe bij de eerstvolgende procedurele gelegenheid hierover opheldering te verschaffen en haar belang te staven. Doet een verzoekende partij zulks, dan heeft zij daarmee ook de contouren geschetst waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden (RvS (A.V.) 15 januari 2019, 243.406, ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406).
- De verzoekende partijen verwijzen reeds in het verzoekschrift naar de affectieve band met hun huishonden, in tegenstelling tot de andere 52 honden waarvan zij afstand hebben gedaan. In het verzoekschrift lichten zij toe dat zij emotioneel lijden onder het gemis ten gevolge van de bestreden beslissing. Ter terechtzitting doen de verzoekende partijen afstand van het beroep ten aanzien van vijf honden, maar benadrukken ze opnieuw de emotionele band met de hond Sloeber en hun moreel belang omwille van het emotioneel lijden. Het fotomateriaal dat in de nacht van 2 op 3 januari 2024 aan de verwerende partij werd bezorgd, toont volgens de verzoekende partijen “een vast schapenvachtje in de huiskamer” voor de hond Sloeber en diezelfde hond met zijn speeltje op het erf. XII-9626-11/13 Uit de omschrijving van het belang in het verzoekschrift kan niet, zonder zich te bezondigen aan een te restrictieve interpretatie, worden afgeleid dat de betrachting van het beroep er enkel in bestaat de honden terug te krijgen. De verzoekende partijen tonen in dit concrete geval een moreel belang aan om de bestreden beslissing ten aanzien van de hond Sloeber te doen vernietigen. Het feit dat de hond reeds geadopteerd is, doet geen afbreuk aan deze vaststelling.
- De exceptie is ongegrond. VII. Aanvullend onderzoek
- Het auditoraat heeft zijn onderzoek over de zaak beperkt tot het onderzoek van de exceptie van niet-ontvankelijkheid van het beroep opgeworpen door de verwerende partij, waarvan in de huidige stand van het onderzoek niet blijkt dat die leidt tot een definitieve oplossing van het geschil. Er is dan ook reden om het auditoraat te gelasten met een aanvullend verslag over de zaak. BESLISSING
- De Raad van State neemt akte van de afstand van het beroep in zake alle honden, behalve in zake de hond Sloeber.
- De Raad van State heropent het debat.
- Het door de Auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. XII-9626-12/13 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier juli tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Ann Coolsaet, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-9626-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.887 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.066 citeert: ECLI:BE:GHCC:2010:ARR.109 ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.105 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.406 ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.015 ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD000547506 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.