id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juli 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.913 Rolnummer: A. 244492/IX-10642 Zaak: Arrest 263913 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 08/07/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-07-11 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-16 03:21 Fiche Arrest nr 263.913 van 8 juli 2025 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.913 no lien 284254 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 263.913 van 8 juli 2025 in de zaak A. 244.492/IX-10.642 In zake : M.Y. die woonplaats kiest te tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy Koning Albert II-laan 33 bus 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 maart 2025, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën van 14 januari 2025 waarbij verzoeker van rechtswege in non-activiteit zonder wedde wordt geplaatst voor de periode van 8 november 2024 tot 31 december
- II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft “een memorie van antwoord” en een administratief dossier ingediend. IX- 10.560-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 juni
- Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Juriste Elizaveta Leonova, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is administratief assistent bij de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën (“FOD Financiën”). Hij is reeds geruime tijd afwezig wegens ziekte. 3.
- Bij ter post aangetekende brief van 21 november 2024 deelt de Stafdienst Personeel en Organisatie van de FOD Financiën aan verzoeker het volgende mee: “Er werd vastgesteld dat u een medisch attest heeft ingediend bij het Bestuur van de medische expertise (Medex) voor een ziekteperiode van 1 november 2024 tot en met 31 december
- Luidens artikel 61 van het KB van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, is de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is om zijn ambt uit te voeren, verplicht de overheid waaronder hij ressorteert hiervan onmiddellijk op de hoogte te brengen volgens de modaliteiten bepaald door de Voorzitter van het directiecomité. Luidens de nota van 22 december 2022 over de procedure in geval van afwezigheden wegens ziekte, hospitalisatie, (arbeids)ongeval of ziekte door ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.913 IX- 10.560-2/7 zwangerschap diende u uw afwezigheid wegens ziekte van 1 november 2024 tot en met 31 december 2024 te registreren voor aanvang van uw shift. Er werd vastgesteld dat u deze afwezigheid wegens ziekte van 1 november 2024 tot en met 31 december 2024 tot op heden niet telefonisch heeft geregistreerd, noch via de applicatie PersoSelfService en zodoende het controleonderzoek door Medex onmogelijk heeft gemaakt. Luidens art 62 § 1, zesde lid van voornoemd koninklijk besluit wordt de ambtenaar die het de controlearts onmogelijk maakt om het medisch onderzoek uit te voeren van rechtswege in non-activiteit geplaatst. U wordt hierbij verzocht mij vóór 7 december 2024 de redenen mee te delen waarom u uw afwezigheid wegens ziekte van 1 november 2024 tot en met 31 december 2024 niet heeft geregistreerd. Op dit schrijven volgt geen herinnering. Bij gebrek aan antwoord voor de vooropgestelde datum wordt uw dossier voorgelegd aan de Voorzitter van het Directiecomité.” 3.
- Op 4 december 2024 reageert verzoeker als volgt: “Het Medex formulier van verlenging werd telkens rechtstreeks doorgestuurd naar Medex en ik belde telkens mijn ziekte in bij Medex. Na het krijgen van deze aangetekende brief heb ik onmiddellijk contact opgenomen met mijn psychiater om te vragen of hij het formulier deze keer niet had verzonden. De psychiater brengt de brief altijd onmiddellijk in het systeem in. De psychiater heeft vastgesteld dat er door een fout in het systeem het formulier niet is verzonden, maar werd bewaard op zijn computer. Ondertussen is het formulier in bezit van Medex.” Op 9 december 2024 deelt verzoeker nog mee wat volgt: “Op 18 oktober 2024 om 16u30 had ik consultatie bij de psychiater. Ik bel meestal mijn ziekte onmiddellijk door na consultatie. Ik moet hebben ingebeld op 18 oktober rond 17u
- Bijna één maand na consultatie ben ik op de hoogte gebracht dat registratie van ziekte op geen enkel manier is geregistreerd bij Medex. Mijn uitgaande gesprekken rond die periode en ervoor zijn niet opgeslagen. Hierdoor kan ik geen bewijs bezorgen. Hopelijk kan na controle van de lijst door PersoPoint aangetoond worden dat ik heb ingebeld.” 3.
- Op 14 januari 2025 beslist de voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën om verzoeker van rechtswege in non-activiteit zonder wedde te plaatsen voor de periode van 8 november 2024 tot 31 december
- Daarbij wordt overwogen wat volgt: IX- 10.560-3/7 “Overwegende dat [verzoeker] een medisch attest voor een afwezigheid wegens ziekte van 1 november 2024 tot en met 31 december 2024 indiende bij het Bestuur van de medische expertise; Overwegende dat [verzoeker] zijn afwezigheid wegens ziekte van 1 november 2024 tot en met 31 december 2024 niet meldde volgens de procedure opgenomen in de nota van 22 december 2022 over de procedure in geval van afwezigheden wegens ziekte, hospitalisatie, (arbeids)ongeval of ziekte door zwangerschap; Overwegende dat de betrokkene door het niet melden van zijn afwezigheid wegens ziekte van 1 november 2024 tot en met 31 december 2024 het medisch onderzoek van de controlearts van het Bestuur van de medische expertise van 1 november 2024 tot en met 31 december 2024 onmogelijk maakte; Overwegende dat het Bestuur van de medische expertise besliste dat [verzoeker] tijdens zijn afwezigheid wegens ziekte van 7 mei 2024 tot en met 7 november 2024 niet diende te worden gecontroleerd door de controlearts van het Bestuur van de medische expertise; Overwegende dat de dienst Arbeidsvoorwaarden-Tijdsbeheer van de Stafdienst Personeel en Organisatie van de Federale Overheidsdienst Financiën de betrokkene per brief van 20 november 2024, verzonden via gewone post en per aangetekende zending, verzocht om de redenen te geven voor het niet melden van zijn afwezigheid wegens ziekte van 1 november 2024 tot en met 31 december 2024; Overwegende dat de betrokkene op 9 december 2024 per e-mail aan de dienst Arbeidsvoorwaarden-Tijdsbeheer van de Stafdienst Personeel en Organisatie van de Federale Overheidsdienst Financiën antwoordde dat hij zijn afwezigheid wegens ziekte van 1 november 2024 tot en met 31 december 2024 telefonisch registreerde op 18 oktober 2024 rond 17 uur 30 en per e-mail op 11 december 2024 aan de dienst Arbeidsvoorwaarden- Tijdsbeheer van de Stafdienst Personeel en Organisatie van de Federale Overheidsdienst Financiën het gsmnummer mededeelde van het toestel dat werd gebruikt voor de telefonische registratie met het oog op de uitvoering van een grondig nazicht; Overwegende dat het Directoraat-generaal PersoPoint van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning, beheerder van het telefonisch registratiesysteem van de ziekteverloven, op 11 december 2024 gevraagd werd om een grondig nazicht te doen naar de melding van ziekteverlof van [verzoeker] aan de hand van het door hem medegedeelde gsmnummer en na afloop van dit grondig nazicht geen enkele telefonische registratie van een ziekteverlof uitgevoerd door [verzoeker] werd gevonden gedurende de maand oktober 2024.” Dat is de bestreden beslissing. IX- 10.560-4/7 IV. Toepassing kortedebattenprocedure
- In het auditoraatsverslag wordt voorgesteld het beroep af te doen met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement, de zogenaamde kortedebattenprocedure. Vooreerst wordt geoordeeld dat verzoeker in zijn verzoekschrift “vooral een overzicht [geeft] van de feitelijke handelingen of pogingen die hij heeft ondernomen om Medex op de hoogte te brengen van zijn ziekte, zonder daarbij in te gaan op de concrete motieven die de overheid tot het nemen van de bestreden beslissing hebben aangezet”. In die uiteenzetting wordt in het auditoraatsverslag geen rechtsmiddel onderkend. Bovendien zou verzoeker vragen om de bestreden beslissing te “herzien” of de periode van non-activiteit “op te schorten of tenminste in te korten naar maximum 1 week”. Zulks mag verzoeker niet van de Raad van State verwachten, luidt het, want dat gaat de rechtsmacht van deze wettigheidsrechter te buiten.
- In zijn verzoekschrift betoogt verzoeker dat hij “[n]a de consultatie met [zijn] psychiater op 18 oktober 2024 […] Medex telefonisch [heeft] geconsulteerd en ingebeld”, dat de door hem geconsulteerde arts “tevens op 18 oktober 2024 het Medex attest digitaal [heeft] doorgestuurd”, dat achteraf is gebleken “dat er een fout was ontstaan bij het verzenden”, maar dat zulks “geheel buiten [het] medeweten” van verzoeker is gebeurd, dat hij vervolgens op 14 november 2024 – het ogenblik waarop hij “op de hoogte [werd] gesteld dat de laatste ziektemelding fout was gelopen” – “onmiddellijk naar Medex” heeft gebeld “om [zijn] ziekte nogmaals te registreren” en “een mail [heeft gestuurd] naar [zijn] dienst om ziekte voor alle zekerheid nogmaals door te geven”. Uit dat laatste leidt verzoeker af dat hij “[v]anaf 14 november 2024 tot en met 31 december 2024 […] beschikbaar [was] voor controle door Medex, waardoor die non-activiteit volledig onterecht is”. IX- 10.560-5/7
- Deze omschrijving zou zo gelezen kunnen worden dat verzoeker de bestreden beslissing verwijt de materiëlemotiveringsplicht te schenden en op welke wijze ze dat beginsel schendt. Minstens in die mate is er in dat geval sprake van een middel in de zin van artikel 2, § 1, eerste lid, 3°, van het algemeen procedurereglement. Zo blijkt de verwerende partij het overigens ook begrepen te hebben, nu zij in een na het auditoraatsverslag ingediende “memorie van antwoord” weliswaar de voormelde exceptie bijvalt, maar vervolgens “in ondergeschikte orde” ook “ten gronde” verweer voert.
- Dat verzoeker van de Raad van State vraagt om de bestreden beslissing te “herzien” of de periode van non-activiteit “op te schorten tenminste in te korten”, kan niet ertoe leiden dat de wettigheidsrechter in de plaats van het bestuur gaat beslissen. Evenmin echter is de door verzoeker gebruikte terminologie van aard om verzoeker de toegang tot zijn natuurlijke rechter te ontzeggen. Immers, verzoeker vordert blijkens de bewoordingen van zijn verzoekschrift tot tweemaal toe uitdrukkelijk en in hoofdorde de “nietigverklaring” van de bestreden beslissing.
- Gelet op wat voorafgaat, kan de Raad van State het beroep van verzoeker voorshands niet onontvankelijk achten om de in het auditoraatsverslag uiteengezette redenen zonder de partijen hierover op een correcte wijze tot hun schriftelijk verweer toe te laten, en kan de zaak niet haar beslag krijgen op grond van de voorliggende kortedebattenprocedure. Ze moet bijgevolg naar de gewone rechtspleging worden verwezen. BESLISSING
- Het debat wordt heropend.
- De zaak wordt verwezen naar de gewone rechtspleging, die – vanaf de betekening van dit arrest aan de verwerende partij – wordt hernomen met een IX- 10.560-6/7 termijn van zestig dagen voor de verwerende partij om een memorie van antwoord in te dienen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op acht juli tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jurgen Neuts IX- 10.560-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.913 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.913 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div