← België

Arrest 263983 - Overheidsopdrachten - 28/07/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juli 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.983 Rolnummer: A. 245175/XIV-39831 Zaak: Arrest 263983 - Overheidsopdrachten - 28/07/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-07-29 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-06-16 03:03 Fiche Arrest nr 263.983 van 28 juli 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 263.983 van 28 juli 2025 in de zaak A. 245.175/XIV-39.831 In zake: de NV S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Geert Van Engelen en Joris Wouters kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36/9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE EVERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jérôme Denayer kantoor houdend te 1420 Braine-l’Alleud Chaussée de Tubize 481 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 27 juni 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “(d)e beslissing van de gemeente Evere van 15 april 2025 […] waarbij wordt beslist om de overheidsopdracht voor werken ‘Het ombouwen van het ‘halfnat’ hockeyveld tot een ‘nat’ hockeyveld met de bouw van een sanitair blok’, voorwerp van het bestek 121-2024, voor wat betreft perceel 2 ‘Transformatie van het hockeyveld en de omgevingsaanleg’ te gunnen aan [de nv L.] en niet aan verzoekende partij”. XIV-39.831-1/20 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 1 juli 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 juli 2025, om 11.00 uur. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris Wouters, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaten Sophie Jacques en Audrey Baeyens, die loco advocaat Jérôme Denayer verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor werken uit met als voorwerp ‘het ombouwen van het ‘halfnat’ hockeyveld tot een ‘nat’ hockeyveld met de bouw van een sanitair blok’. Lot 2 ‘Transformatie van het hockeyveld en de omgevingsaanleg’ is te dezen in het geding. De opdracht wordt nationaal bekendgemaakt. XIV-39.831-2/20 Er wordt gekozen voor een openbare procedure. 3.
  5. In het administratief deel van het bestek dat op de opdracht van toepassing is, worden de gunningscriteria bepaald als volgt: 3.
  6. In de beschrijvende meetstaat voor lot 2 – in de laatste versie zoals aangekondigd op 15 oktober 2024 – zijn de volgende bepalingen in deze zaak relevant: “
  7. Ondergrondse leidingen […] 17.90 beregeningsinstallatie – algemeen 17.91 beregeningsinstallatie - controle voor afbraak |SOG| Visuele en technische controle van de bestaande beregeningsinstallatie naar bestaand verslibbing, afgebroken delen naar verwijdering van mat, door middel van puntsgewijs aantal inspecties met camera. Minimum 5 inspecties XIV-39.831-3/20 met camera. Verslag over te maken aan bouwdirectie voor goedkeuring en beslissing van afbraak van volledige bestaande drainage. 17.92 beregeningsinstallatie - sproeikanon op paal |FH|st Voor een optimale beregening van een hockeyveld worden buiten het speelveld krachtige kanonsproeiers geplaatst, op standpijp. Aangestuurd door een beregeningscomputer, doen de sproeiers hun werk op elk gewenst moment. Dit kan voor, tijdens of na de wedstrijd. Er zijn verschillende opties voor het plaatsen van de sproeiers rond het hockeyveld bijvoorbeeld met 8 kanonsproeiers. De beregeningsinstallatie wordt aan de bestaande buffervaten voor hergebruik van regen- en drainagewater gekoppeld. Hiermee wordt het drainagewater - een mengsel van regenwater en sproeiwater - opgevangen, gefilterd en in een groten betonnen overstortput gepompt. Een gevuld opvangbekken is goed voor vier keer sproeien. Bij een te laag waterniveau kan de voorraad automatisch aangevuld worden met leidingwater. Specificaties ° 8 sproeikanonnen op paal, buiten het hockeyveld geplaatst, en tegen de nieuwe omheining van het veld ° Inclusief uitgraven van de ondergrondse leidingen van de bestaande pomp naar de nieuwe sproeikanonnen en opvullen. ° Moet voldoen aan de FIH-normen voor besproeiing met kanonnen van een specifiek stuk land. Kanonafstelling is inbegrepen in de installatie, zodat de besproeiing voldoet aan de FIH-normen. ° Inclusief inspectie van de besproeiingsinstallatie door een erkende organisme.” “
  8. Buitenverharderingen […] 90.29.
  9. verhardingen - natte grasmat – belijning |FH|m2 Levering en installatie van de vloermat in overeenstemming met de FIH- voorschriften. Al het tapijt is blauw, de lijnen zijn wit. Niet alleen de mat, maar ook alle ondertapijten moeten voldoen aan de FIH- vereisten en worden vervolgens gecertificeerd door een organisatie. Het ongevulde natte tapijt, gemaakt met een gekruld monofilament garen, wordt geproduceerd met behulp van een tuftproces. De lengte van de strengen en haren is tussen 11mm en 18mm, hoge dichtheid en geen opvulling van de mat. De borstelharen zijn gekruld om de dichtheid van de pluk te verhogen. Het oppervlak mag niet meer dan 6 mm vervormen onder een liniaal van 3 meter of 3 mm onder een liniaal van 30 cm. Het tapijt zit vast aan het substraat en is gemaakt van polyethyleen. […] Specificaties: ° Vezel: Polyethyleen polymeer: monofilament multidirectionele lus / dikte 160 μm / 7.000 dtex, ° Productietechniek : Lineair tuften ° Omvang : 3/16” ° Aantal plukjes / m² : tussen 60.000 en 72.000 / m² ° Vezelhoogte : 11 mm (uitgerekt) XIV-39.831-4/20 ° Totale hoogte : 13 mm (uitgerekt) ° Vezelgewicht : 1.5 g / m² ° Vezelgewicht : 1.500 g / m² ° Primaire rug : Polypropyleen/Polyester, UV gestabiliseerd + Glasvezel, ° Secundaire backing: Latex, ° Installatie: De grasmat moet rond de randen worden bevestigd met een geschikt systeem. Installatie wordt afgeraden bij temperaturen onder 10°C of in de regen. ° Kleurvastheid: Schaal 7 (DIN 54004) ° UV-stabiliteit: > 3.000 uur UV-A ° Doorlaatbaarheid: > 360 mm / u” 3.
  10. Vier ondernemingen dienen een offerte in, waaronder de verzoekende partij en de nv L. Een eerste gunningsbeslissing van 3 december 2024 wordt ingetrokken op 15 april
  11. 3.
  12. Een nieuw gunningsverslag wordt opgesteld op 27 maart
  13. Alle inschrijvers voor lot 2 worden geselecteerd. De offerte van inschrijver nv S.S. wordt substantieel onregelmatig bevonden. In punt 4 ‘Rekenkundig en technisch nazicht’ worden, wat lot 2 betreft, de prijzen van de offertes aangepast na “afronding en rekenkundig nazicht” en na “leemten”, waarna onder de hoofding ‘Behandeling van andere opmerkingen van inschrijvers en/of opmerkingen in offertes’ wordt gesteld: “Opmerkingen van de inschrijver [nv L.]: Post 17.92 beregeningsinstallatie - sproeikanon op paal: De inschrijver vermeldt dat de sproeipalen op de bestaande leidingen zullen worden aangesloten. Punt 17.91 verwijst naar de inspectie van het irrigatiesysteem vóór de sloop. De toestand van het bestaande irrigatiesysteem zal tijdens de werkzaamheden worden overeengekomen. De vraag in het lastenboek is zich aan te sluiten op een volledig nieuwe installatie na controle van het bestaande net. Wij zijn van oordeel niet akkoord te gaan met dit voorstel en bijgevolg de overgemaakte prijs volgens de offerte alsnog over te nemen voor het volledig vernieuwen van de installatie.” XIV-39.831-5/20 Onder ‘Beoordeling gunningscriteria en puntentoekenning’ worden de offertes, wat het eerste gunningscriterium betreft, beoordeeld als volgt: “ [SB.] [verzoekende partij] [L.] [SB.] [verzoekende partij] [L.] XIV-39.831-6/20 [SB.] [verzoekende partij] XIV-39.831-7/20 [L.] [SB.] [verzoekende partij] XIV-39.831-8/20 [L.] [SB.] [verzoekende partij] [L.] ” De inschrijvers worden finaal gerangschikt als volgt: [L.] [verzoekende partij] [SB.] XIV-39.831-9/20 3.
  14. De verwerende partij beslist op 15 april 2025 lot 2 te gunnen aan de nv L. Dit is de bestreden beslissing. 3.
  15. Met een aangetekende brief en e-mailbericht van 12 juni 2025 wordt deze gunningsbeslissing aan de verzoekende partij ter kennis gegeven. Met een e-mailbericht van 16 juni 2025 formuleert de verzoekende partij een aantal opmerkingen bij het verslag van nazicht, die de verwerende partij beantwoordt met een aangetekende brief en e-mailbericht van 19 juni
  16. IV. Verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken
  17. De verzoekende partij en de verwerende partij vragen om de vertrouwelijke behandeling van bepaalde door hen neergelegde stukken die zij in de inventaris als vertrouwelijk aanduiden en waarbij zij de redenen opgeven waarom zij om die vertrouwelijke behandeling vragen. Er zijn geen gronden aangevoerd door de partijen om het aangevoerde vertrouwelijk karakter ervan, althans in deze fase van het geding, te lichten. De Raad van State mag overigens deze stukken in zijn beoordeling betrekken. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  18. Krachtens artikel 17, §§ 1, 5 en 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en XIV-39.831-10/20 diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VI. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  19. De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending aan van de artikelen 4 en 81 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: de wet van 17 juni 2016), artikel 76, §§ 1 en 3, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: het koninklijk besluit van 18 april 2017), het beginsel patere legem quam ipse fecisti, het gelijkheidsbeginsel en de formele en materiële motiveringsplicht, “Doordat verwerende partij de opdracht heeft gegund aan inschrijver [nv L.] nu deze inschrijver de economisch meest voordelige offerte zou hebben ingediend; Dat de offerte van deze inschrijver door verwerende partij als regelmatig is beschouwd; Dat in het gunningsverslag is te lezen dat inschrijver [nv L.] in haar offerte heeft vermeld dat met betrekking tot post 17.92 ‘beregeningsinstallatie – sproeikanon op paal’ de sproeipalen op de bestaande leidingen zullen worden aangesloten; Dat dit ook blijkt uit het uittreksel uit de offerte van inschrijver [nv L.]; Dat verwerende partij nergens behoorlijk motiveert waarom deze offerte alsnog als regelmatig kon worden aanvaard; Terwijl het bestek met betrekking tot de beregeningsinstallatie en de sproeikanonnen op paal onder meer voorschrijft dat de volledige beregeningsinstallatie vanaf de bestaande pomp moet vervangen worden, dus ook de leidingen tussen de pomp en de nieuwe sproeikanonnen; Dat het met andere woorden niet mogelijk is om in het kader van de uitvoering van opdracht de sproeipalen gewoon aan te sluiten op de bestaande leidingen; Dat verwerende partij om die reden ertoe gehouden was de offerte van inschrijver [nv L.] als substantieel onregelmatig en nietig te verwerpen; Dat verwerende partij nergens behoorlijk motiveert waarom deze offerte alsnog kon worden aanvaard; Zodat de bestreden beslissing de in het middel aangehaalde wetsbepalingen en beginselen schendt.” XIV-39.831-11/20 Beoordeling
  20. Artikel 76, § 1, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 luidt: “§
  21. De aanbestedende overheid gaat na of de offertes regelmatig zijn. De offerte kan substantieel of niet substantieel onregelmatig zijn. Een offerte is substantieel onregelmatig wanneer ze van aard is de inschrijver een discriminerend voordeel te bieden, tot concurrentievervalsing te leiden, de beoordeling van de offerte van de inschrijver of de vergelijking ervan met de andere offertes te verhinderen, of de verbintenis van de inschrijver om de opdracht onder de gestelde voorwaarden uit te voeren onbestaande, onvolledig of onzeker te maken. De volgende onregelmatigheden worden met name als substantieel beschouwd: […] 3° de niet-naleving van de minimale eisen en de vereisten die als substantieel worden aangemerkt in de opdrachtdocumenten.” Overeenkomstig artikel 76, § 3, van hetzelfde besluit verklaart de aanbestedende overheid, wanneer wordt gebruikgemaakt van een openbare procedure, zoals te dezen, de substantieel onregelmatige offerte nietig.
  22. De gekozen inschrijver heeft bij zijn offerte een document ‘Commentaires joints à notre soumission du 17/10/2024 relative à la renovation du terrain de hockey du Evere White Star’ gevoegd, waarin met betrekking tot post 17.92 ‘beregeningsinstallatie – sproeikanon op paal’ wordt vermeld: “comme convenu lors de la visite de site, les canons pulvérisateurs seront installés sur les conduites existantes” (vertaald door de verzoekende partij: “zoals afgesproken tijdens het bezoek ter plaatse, zullen de spuitkanonnen worden geïnstalleerd op de bestaande leidingen”). De verzoekende partij voert aan dat de uitvoering die wordt vooropgesteld in de voornoemde “commentaar” van de gekozen inschrijver strijdig is met het voorschrift van de beschrijvende meetstaat en de opgegeven eenheidsprijs de uitgravingswerken van de ondergrondse leidingen van de bestaande pomp niet in rekening brengt, wat de vergelijkbaarheid van de offertes in het gedrang brengt. XIV-39.831-12/20
  23. Blijkens de beschrijving van post 17.92 ‘beregeningsinstallatie – sproeikanon op paal’ in de beschrijvende meetstaat is de uitgraving van de ondergrondse leidingen van de bestaande pompen begrepen in deze post. Blijkens de offerte van de gekozen inschrijver, vertrouwelijk stuk dat de Raad van State heeft kunnen inzien, is de eenheidsprijs van de gekozen inschrijver voor post 17.92 ongeveer gelijk aan de eenheidsprijzen opgegeven door de andere inschrijvers voor die post, evenals voor post 17.91 ‘beregeningsinstallatie – controle voor afbraak’ overigens, en wordt geen prijs voor een alternatieve uitvoering opgegeven. Op het eerste gezicht kan bijgevolg in redelijkheid worden aangenomen dat de inhoud van de commentaar niet heeft doorgewerkt in de samenvattende meetstaat bij de offerte en dat de aldaar opgegeven eenheidsprijs aldus de volledige vernieuwing van de installatie dekt. De verwerende partij maakt op het eerste gezicht aannemelijk dat de voornoemde “commentaar” geen invloed heeft op de draagwijdte van de verbintenis van de gekozen inschrijver om de opdracht onder de gestelde voorwaarden uit te voeren en deze louter een voorafname lijkt te doen op de wijze van uitvoering van de opdracht zonder gevolgen voor de offerte zelf. Ten overvloede lijkt op het eerste gezicht uit de beschrijving van post 17.91 te kunnen worden afgeleid dat de uiteindelijke uitvoeringswijze zal worden beslist in de uitvoeringsfase, aangezien in post 17.91 prijs wordt gevraagd voor de inspectie van het bestaande irrigatiesysteem met het oog op een “beslissing van afbraak van volledige bestaande drainage”. Ook in de aangehaalde passage in het gunningsverslag lijkt op het eerste gezicht te worden bevestigd dat “[D]e toestand van het bestaande irrigatiesysteem […] tijdens de werkzaamheden [zal] worden overeengekomen”.
  24. De verzoekende partij maakt, gelet op het voorgaande, op het eerste gezicht niet aannemelijk dat de aanbestedende overheid de offerte van de gekozen inschrijver diende te aanzien als substantieel onregelmatig omdat de XIV-39.831-13/20 opgegeven eenheidsprijs niet alle door de beschrijvende meetstaat gevraagde werkzaamheden zou omvatten of door een niet-besteksconforme uitvoering zou zijn ingegeven, en zij aldus de aangevoerde regelgeving en beginselen zou hebben geschonden. Wat in het bijzonder nog de aangevoerde schending van de formelemotiveringsplicht betreft, kon de verwerende partij er in de gegeven omstandigheden mee volstaan in het gunningsverslag te verwijzen naar de nog te nemen beslissing over het lot van de bestaande leidingen en de commentaar van de gekozen inschrijver te kwalificeren als een voorstel waarmee zij niet akkoord kan gaan. Overigens heeft de verzoekende partij aan de hand van het antwoord van de verwerende partij van 19 juni 2025 op haar opmerkingen reeds met kennis van zaken kunnen uitmaken of het opportuun was om de bestreden beslissing om die reden aan te vechten, zodat alleszins aan het normdoel van de formelemotiveringsplicht lijkt te zijn voldaan.
  25. Het eerste middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  26. In een tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 4 en 81 van de wet van 17 juni 2016, het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het beginsel patere legem quam ipse fecisti en de formele motiveringsplicht, “Doordat verwerende partij de opdracht heeft gegund aan inschrijver [nv L.] nu deze inschrijver de economisch meest voordelige offerte zou hebben ingediend; Dat verwerende partij aan inschrijver [nv L.] voor wat betreft het eerste subgunningscriterium van het eerste gunningscriterium ‘aantal vezels per m²’ een merkelijk hogere score heeft toegekend dan aan de twee andere inschrijvers; Dat verwerende partij vervolgens voor drie andere subgunningscriteria aan elke inschrijver, zonder enig onderscheid, de maximale score heeft toegekend; XIV-39.831-14/20 Terwijl verwerende partij ertoe gehouden was een correcte beoordeling te doen van het inhoudelijk aanbod van de inschrijvers in het licht van de gunningscriteria; Dat verwerende partij voor wat betreft het eerste gunningscriterium ‘aantal vezels per m²’ rekening moest houden met de relevante en correcte aantallen in de offerte van inschrijver [nv L.]; Dat verwerende partij verder voor wat betreft de drie andere subgunningscriteria geen gelijke score kon toekennen aan alle inschrijvers; Dat verwerende partij tot slot de in het bestek vermelde beoordelingsmethode niet kon wijzigen; Zodat de bestreden beslissing de in het middel aangehaalde wetsbepalingen en beginselen schendt”. Beoordeling
  27. Overeenkomstig artikel 4 van de wet van 17 juni 2016 behandelen de aanbesteders de ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en handelen zij op een transparante en proportionele wijze. Artikel 81, § 1, van dezelfde wet bepaalt dat de aanbestedende overheid de gunning van overheidsopdrachten baseert op de economisch meest voordelige offerte. De formele motiveringsplicht vereist dat de niet-gekozen inschrijver op grond van de motivering in het gunningsverslag waarop de gunningsbeslissing steunt, afdoende te weten komt waarom de aanbestedende overheid, in het licht van de gunningscriteria, de voorkeur geeft aan deze of gene offerte. De aanbestedende overheid beschikt bij de inhoudelijke beoordeling van de offertes en hun toetsing aan de gunningscriteria over een beoordelingsruimte. Het is in de eerste plaats de aanbestedende overheid die bepaalt wat zij als sterke en zwakke punten in de offertes beschouwt en die daaraan dienovereenkomstig punten toekent. De Raad van State is niet bevoegd om de beoordeling van de offertes over te doen en zijn eigen beoordeling in de plaats te stellen van deze van de overheid. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht mag hij desgevraagd wel nagaan of deze beoordeling rust op voldoende veruitwendigde en draagkrachtige motieven en of het bestuur daarbij niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Bij het beoordelen van een offerte dient de XIV-39.831-15/20 aanbestedende overheid immers op een zorgvuldige wijze te peilen naar de intrinsieke waarde van een offerte in de onderlinge vergelijking met de andere offertes waarbij het verschil zich op een evenredige wijze moet vertalen in een onderscheiden quotering of waardering. Een toetsing van de offertes aan de gunningscriteria veronderstelt dat een afdoende vergelijking van de offertes plaatsvindt, waarbij het aangebodene wordt getoetst aan de verwachtingen van de overheid, met vermelding en vergelijking van de respectieve sterke en zwakke punten van elk van de ingediende offertes. Eerste onderdeel
  28. In wat als een eerste middelonderdeel wordt beschouwd, voert de verzoekende partij in essentie aan dat de beoordeling van het eerste subgunningscriterium ‘Aantal vezels per m²’ van het eerste gunningscriterium ‘Technische waarde over de samenstelling van de grondlagen’ onjuist, minstens onzorgvuldig, is. Zij heeft voor dit subgunningscriterium 2 op 10 punten gescoord tegenover 10 op 10 punten voor de gekozen inschrijver. Zij voert aan dat in de offerte van de gekozen inschrijver ten onrechte niet enkel de zogenaamde “sportvezels” in rekening zijn gebracht die voldoen aan de door het bestek voorgeschreven dikte van 160 µm, doch ook de fijnere, ondersteunende vezels.
  29. Zoals hoger weergegeven (zie punt 3.3) wordt in de beschrijvende meetstaat onder punt ‘90.29.
  30. verhardingen - natte grasmat - belijning’ als specificatie voor de grasmat onder meer bepaald dat de vezel een dikte heeft van 160 μm. De verwerende partij betwist de stelling van de verzoekende partij niet dat in de laatste versie van de beschrijvende meetstaat de (oorspronkelijk bepaalde) vereiste van 1.142.400 vezels/m² niet meer voorkomt. De technische fiche van de grasmat zoals aangeboden door de gekozen inschrijver, alsook de certificering van deze grasmat door de Internationale Hockey Federatie (FIH), vertrouwelijke stukken die de Raad van State heeft kunnen inzien, vermelden 5.208.000 vezels/m² (respectievelijk XIV-39.831-16/20 5.712.000 vezels/m²). Deze grasmat krijgt bijgevolg in het gunningsverslag als beste offerte het maximumaantal punten. De andere inschrijvers bieden allen een grasmat aan met ongeveer 1.500.000 vezels/m² (of minder) en krijgen daarvoor punten met toepassing van de regel van drie. De voornoemde technische fiche en certificering doen ervan blijken dat een grasmat wordt aangeboden dat vezels met een dikte van 160 µm combineert met vezels met een dikte van 90 µm.
  31. Voor zover de technische bepalingen van het bestek onder meer voorschrijven dat de aangeboden mat vezels met een dikte van 160 µm/m² dient te bevatten, betreft die eis de regelmatigheid van de offerte. De verzoekende partij betwist de regelmatigheid van de offerte van de gekozen inschrijver, wat deze vereiste betreft, niet. Zij stelt integendeel in haar e-mailbericht van 16 juni 2025 dat “dat […] wel vezels zullen [zijn] met een dikte van 160 micron, zoals gevraagd in het bestek”. De regelmatig verklaarde offertes worden vervolgens inhoudelijk beoordeeld op hun technische kwaliteit en prijs. Wat het gunningscriterium ‘Technische waarde over de samenstelling van de grondlagen’ betreft, worden de regelmatige offertes ten eerste beoordeeld aan de hand van het ‘aantal vezels/m²’. Dit eerste subgunningscriterium vermeldt geen dikte van de vezels. De verzoekende partij maakt op het eerste gezicht niet aannemelijk dat de verwerende partij, anders dan in de fase van het regelmatigheidsonderzoek, in deze beoordelingsfase niet ook die vezels die niet beantwoorden aan een dikte van 160 µm in rekening mocht brengen om de offertes onderling te vergelijken en het subgunningscriterium ‘aantal vezels/m²’ te scoren. In het licht van deze vaststelling lijkt de argumentatie van de verzoekende partij dat de vezels, die niet beantwoorden aan de specificatie van 160 µm dikte, louter ondersteunend zijn en sporttechnisch gezien geen meerwaarde bieden, aldus in wezen neer te komen op kritiek op het subgunningscriterium zelf en geen afbreuk te doen aan de juistheid van de gedane beoordeling, die in overeenstemming is met dat criterium. XIV-39.831-17/20 Gelet op het feit dat het aantal vezels per m² van de betreffende grasmat blijkt uit de voornoemde technische fiche en FIH-certificering van de grasmat, lijkt de formele motiveringsplicht niet te vereisen dat over dit aantal vezels een meer uitgebreide motivering diende te worden gegeven in het gunningsverslag.
  32. Het eerste onderdeel is niet ernstig. Tweede onderdeel
  33. In wat als een tweede middelonderdeel wordt beschouwd, voert de verzoekende partij aan dat de vergelijking van de offertes onderling niet deugdelijk is. In de eerste plaats voert zij aan dat drie subgunningscriteria van het eerste gunningscriterium, namelijk ‘Vermindering van waterverbruik’, ‘Gestabiliseerd oppervlak’ en ‘Presentatie van het onderhoudssysteem’, zijn geneutraliseerd door alle inschrijvers een identieke score toe te kennen, zonder te motiveren waarom. In de tweede plaats voert zij aan dat wat het subgunningscriterium ‘Vermindering van waterverbruik’ betreft, in het gunningsverslag de regel van drie wordt toegepast terwijl die beoordelingsmethode niet in het bestek was voorzien.
  34. Te dezen heeft de verwerende partij ervoor gekozen de “technische waarde over de samenstelling van de grondlagen” als gunningscriterium op te nemen. Het bestek heeft aldus uitdrukkelijk een kwalitatief differentiërende toetsing van de offertes in het vooruitzicht gesteld. Verschillen tussen de offertes dienen zich bijgevolg op evenredige wijze te vertalen in een onderscheiden quotering of waardering. De toekenning van een globale gelijke score voor een aantal subgunningscriteria toont evenwel op zich niet aan dat de verwerende partij te dezen geen afdoende vergelijking zou hebben gemaakt tussen de offertes en zij deze criteria niet concreet zouden hebben toegepast. Wel dient de aanbestedende overheid te verantwoorden waarom volgens haar het aanbod van de XIV-39.831-18/20 verscheidene inschrijvers op gelijkwaardige manier beantwoordt aan haar verwachtingen.
  35. Het gunningsverslag bevat voor de drie geviseerde subgunningscriteria wel degelijk een analyse van de verscheidene offertes, die op het eerste gezicht doet begrijpen waarom de verwerende partij voor de betrokken subgunningscriteria geen onderscheid heeft kunnen maken. Wat het subgunningscriterium ‘Vermindering van waterverbruik’ betreft, betwist de verzoekende partij het motief niet dat alle drie inschrijvers “1l/m² volgens homologatie van de FIH” aanbieden en er bijgevolg geen verschil bestaat tussen de verschillende inschrijvingen. Voor zover zij het nut van een dergelijk subgunningscriterium in vraag stelt, formuleert zij een loutere opportuniteitskritiek die niet tot de onwettigheid van de bestreden beslissing kan leiden. Wat het subgunningscriterium ‘Gestabiliseerd oppervlak’ betreft, lijkt de verwerende partij op het eerste gezicht niet onrechtmatig de drie offertes globaal evenwaardig te hebben gescoord ondanks onderling vastgestelde verschillen met betrekking tot bijgebrachte technische fiches en stalen. Alle inschrijvers leggen een FIH-goedkeuring voor van het aangeboden tapijt en de E-laag, waaruit blijkt dat het product is getest en gekeurd op sportprestaties, duurzaamheid en milieu- vereisten. Ook wat het subgunningscriterium ‘Presentatie van het onderhoudssysteem’ betreft, lijkt de verwerende partij op het eerste gezicht een analyse van elk van de offertes te hebben uitgevoerd en niet onrechtmatig de drie offertes globaal evenwaardig te hebben gescoord. De verzoekende partij wordt dan ook niet bijgevallen in haar conclusie dat de verwerende partij de intrinsieke waarde van de verscheidene offertes onderling niet of op niet deugdelijke wijze heeft vergeleken, of dat zij de betrokken subgunningscriteria zou hebben geneutraliseerd.
  36. Voor zover de verzoekende partij, wat het subgunningscriterium ‘Vermindering van watergebruik’ betreft, nog aanvoert dat de verwerende partij XIV-39.831-19/20 onrechtmatig de beoordelingsmethodiek zou hebben gewijzigd, lijkt zij evenmin te kunnen worden bijgevallen. Daargelaten het feit dat “de regel van drie” een gebruikelijke beoordelingsmethode is, blijkt te dezen dat alle drie inschrijvers in hun offerte hetzelfde waterverbruik hebben opgegeven, namelijk “1l/m² volgens homologatie van de FIH”, zodat de in het gunningsverslag vermelde regel van drie in ieder geval in de feiten niet is toegepast omwille van het evenwaardig bevinden van de offertes.
  37. Het tweede onderdeel is niet ernstig.
  38. Het tweede middel is, in zijn geheel genomen, niet ernstig. BESLISSING
  39. De Raad van State verwerpt de vordering.
  40. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achtentwintig juli tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Patricia De Somere XIV-39.831-20/20 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.983 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.