← België

Arrest 263992 - Overheidsopdrachten - 01/08/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 augustus 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.992 Rolnummer: A. 245230/XIV-39839 Zaak: Arrest 263992 - Overheidsopdrachten - 01/08/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-08-04 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-06-14 02:44 Fiche Arrest nr 263.992 van 1 augustus 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 263.992 van 1 augustus 2025 in de zaak A. 245.230/XIV-39.839 In zake: de BV F. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Chris Schijns kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de PROVINCIE LIMBURG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Inke Dedecker en Estelle Briers kantoor houdend te 3500 Hasselt Spoorwegstraat 105 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV M. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Christiaens en Cato Bevers kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 4 juli 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van de deputatie van de provincie Limburg van 18 juni 2025 door middel waarvan wordt besloten om overheidsopdracht voor het ‘leveren en plaatsen van XIV-39.839-1/18 audiovisuele 2 infrastructuur in het opleidingsgebouw PLOT – Zwartegoudlaan Genk’ te gunnen aan [de bv M.]”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij beschikking van 7 juli 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 15 juli 2025 heeft [de bv M.] gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 juli 2025, om 12.00 uur. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Chris Schijns, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Estelle Briers, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaten Thomas Christiaens en Cato Bevers, die verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Lennard Michaux heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. XIV-39.839-2/18 III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit voor het ‘leveren en plaatsen van audiovisuele infrastructuur in het nieuwe opleidingsgebouw PLOT’ (Provincie Limburg Opleiding en Training). De opdracht wordt Europees en nationaal bekendgemaakt. Er wordt gekozen voor de openbare procedure. 3.2. In een eerste plaatsingsprocedure ‘Raamovereenkomst- audiovisuele infrastructuur PLOT’, bestaande uit 2 percelen, (namelijk perceel 1 met als voorwerp ‘Audiovisuele-infrastructuur’ en perceel 2 met als voorwerp ‘Digitale Signage schermen & Software’ - bestek nr. 2024N108602) wordt de opdracht (perceel 1) op 22 augustus 2024 gegund aan de nv D. Deze gunningsbeslissing wordt op 17 oktober 2024 ingetrokken, waarna wordt beslist de opdracht te gunnen aan de verzoekende partij. Ook deze gunningsbeslissing wordt op 14 november 2024 ingetrokken, waarna de verwerende partij beslist een nieuwe plaatsingsprocedure met een nieuw bestek voor te bereiden. Deze beslissingen hebben aanleiding gegeven tot de arresten nrs. 261.889 en 261.890 van 27 december 2024. 3.3. In bestek nr. 2025N156462 dat thans op de opdracht van toepassing is, zijn de volgende gunningscriteria in deze zaak relevant: “2 Kwaliteit en duurzaamheid 35 2.A. Subcriterium 1: Technische kwaliteit van het voorstel 15 De kwaliteit en compatibiliteit van de voorgestelde artikelen zal beoordeeld worden op basis van de technische specificatiefiches en technische schema’s die aan de offerte gevoegd worden en het voldoen hiervan aan de minimale technische vereisten/eigenschappen zoals opgenomen in de technische bepalingen van dit bestek. XIV-39.839-3/18 Volgende documenten moeten verplicht deel uitmaken van ‘het voorstel’ (technische fiches EN technische schema’s): • Technische fiches van volgende artikelen: o Roombookingspanelen o Smartboards (55”, 75”, 86”) o Schermen (43”, 55”) o OPS o Alles-in-één videobars o Extensiemicrofoons o 19” rack + nodige apparatuur voor een werkend geheel (= technische fiches van alle apparatuur die voorkomt in het ingediende technische schema) o Draadloze microfoons o Catchbox microfoons o Ledscherm + nodige apparatuur voor een werkend geheel o Camera’s (docent & publiek) + nodige apparatuur voor een werkend geheel (= technische fiches van alle apparatuur die voorkomt in het ingediende technische schema) o Bedieningspanelen o Verrijdbaar meevolgscherm 43” • De technische schema's van de type F leslokalen en het auditorium dienen aangeleverd te worden. Deze technische schema’s tonen duidelijk aan welke artikelen door de opdrachtnemer zullen gebruikt worden en op welke manier deze met elkaar verbonden worden. Indien één van de bovenstaande fiches en/of technische schema’s niet aangeleverd wordt, zal dit leiden tot een automatische toekenning van 0 punten op dit subcriterium. De beoordeling gebeurt op ‘het voorstel’ (= totaal van technische fiches en technische schema’s). […] 3 Modaliteiten van de aangeboden dienstverlening 15 […] 3.C Subcriterium 3: Gecertificeerde kwaliteit van de organisatie 5 Voor deze aanbesteding inzake audiovisuele materialen wordt belang gehecht aan volgende erkende certificeringen: 1. ISO 9001 (Kwaliteitsbeheer) 2. ISO 14001 (Milieumanagement) of ecovadis gecertificeerd 3. ISO 27001 of NIS2 (informatiebeveiliging) Deze certificeringen waarborgen een hoge standaard op het gebied van kwaliteitsbeheer, informatiebeveiliging, naleving van regelgeving en milieumanagement. Het subcriterium richt zich op het aantonen van deze erkenningen om een duurzame, veilige en kwalitatieve samenwerking te garanderen. De beoordeling wordt uitgevoerd op basis van de door de leverancier aangeleverde certificeringsdocumenten. Leveranciers die aangeven bezig te zijn met het behalen van een certificering, dienen een officieel startbewijs te voegen bij hun offerte. XIV-39.839-4/18 Het gewicht wordt als volgt toegekend: • Voldoet aan drie certificeringen (100% of 5 punten) De leverancier voldoet aan alle drie de certificeringen. • Voldoet aan twee certificeringen en is aan de derde gestart (80% - 4 punten) De leverancier beschikt over twee certificeringen en kan met een officieel startbewijs aantonen dat er gewerkt wordt aan het behalen van de derde certificering. • Voldoet aan twee certificeringen (70% of 3,5 punten) De leverancier beschikt over twee certificeringen, maar is niet gestart met de derde certificering. • Voldoet aan één certificering en is minstens aan de tweede gestart (50% - 2,5 punten) De leverancier beschikt over één certificering en kan met een officieel startbewijs aantonen dat er gewerkt wordt aan het behalen van een bijkomende certificering. • Voldoet aan één certificering (30% of 1,5 punten) De leverancier beschikt over slechts één certificering en heeft geen verdere stappen ondernomen om aanvullende certificeringen te behalen. • Geen enkele certificering (0% of 0 punten) De leverancier beschikt over geen enkele van de vereiste certificeringen en kan ook niet aantonen dat er stappen ondernomen zijn om deze te behalen.” 3.4. Acht ondernemingen, waaronder de verzoekende partij en de tussenkomende partij, dienen een offerte in. 3.5. Op 16 juni 2025 wordt een gunningsverslag opgesteld. Wat subgunningscriterium 2.A ‘Technische kwaliteit van het voorstel’ betreft, wordt de offerte van de bv M., met een score van 14 op 15 punten, beoordeeld als volgt: “Alle gevraagde technische fiches en schema’s werden aangeleverd. [De bv M.] presenteert een uitgewerkt voorstel waarin technische diepgang en functionele samenhang duidelijk aanwezig zijn. Elke ruimte binnen het PLOT-opleidingsgebouw werd op een coherente manier benaderd, met oog voor zowel gebruiksgemak als technologische meerwaarde. De documentatie – waaronder schema’s, technische fiches en een toelichtend begeleidend schrijven – geeft blijk van een goed doordachte totaalaanpak. Een sterke troef in het dossier is de uniforme uitrusting van de verschillende ruimtetypes. Leslokalen en vergaderruimtes worden voorzien van interactieve displays, draadloze microfoons, videobars en een centrale XIV-39.839-5/18 bediening via touchpanelen. Deze keuze voor standaardisatie verhoogt de gebruiksvriendelijkheid en vergemakkelijkt het beheer aanzienlijk. Daarnaast is er aandacht besteed aan de integratie van bestaande audiovisuele systemen, wat getuigt van een pragmatische en toekomstgerichte benadering. In grotere ruimtes, zoals de leslokalen type F en het auditorium, wordt gekozen voor meer geavanceerde technologie. De toepassing van AI- gestuurde camera’s die automatisch wisselen tussen spreker en publiek op basis van geluidsherkenning, maakt een kwalitatieve hybride leeromgeving mogelijk. Dankzij een centrale audio- en videoprocessor kunnen bronnen vlot beheerd worden, wat bijdraagt aan de flexibiliteit van het systeem. De oplossing is modulair opgebouwd en volledig gebaseerd op een netwerkstructuur. Hierdoor is uitbreiding eenvoudig realiseerbaar en kunnen beheer en monitoring op afstand plaatsvinden. De gebruikte tools ondersteunen remote interventies Een software-updates, wat bijdraagt aan een verhoogde betrouwbaarheid van het geheel. Wat betreft de technische onderbouwing zijn de ingediende schema’s helder, logisch opgebouwd en voldoende gedetailleerd. Ze bieden inzicht in de volledige structuur van signaalverdeling, camerabediening, audio-opbouw en systeemsturing – elementen die essentieel zijn voor een correcte uitvoering en een gestructureerde opvolging. Het voorstel van [de bv M.] België biedt een technisch onderbouwde en consistent uitgewerkte oplossing, afgestemd op de behoeften van PLOT. Door in te zetten op standaardisatie, schaalbaarheid en gebruiksvriendelijkheid, en tegelijk geavanceerde technologie aan te reiken waar nodig, ontstaat een totaaloplossing met duidelijke meerwaarde. Het dossier sluit nauw aan bij de vereisten van het bestek en vertoont tegelijk verschillende elementen die de dagelijkse werking op lange termijn kunnen versterken. Dit resulteert in een score van 14 op 15 op dit criterium.” Wat het subgunningscriterium 3.C ‘Gecertificeerde kwaliteit van de organisatie’ betreft, wordt de offerte van de verzoekende partij, met een score van 2,5 op 5 punten, beoordeeld als volgt: “[De bv F.] heeft in het kader van dit gunningscriterium documentatie aangeleverd met betrekking tot de gevraagde certificeringen. Op basis van het nazicht van de ingediende stukken kunnen volgende vaststellingen worden gedaan: ° ISO 9001:2015 (Kwaliteitsbeheer): [de bv F.] beschikt over een geldig en erkend ISO 9001:2015 certificaat. ° ISO 14001:2015 (Milieumanagement): [de bv F.] heeft het certificeringstraject formeel opgestart. Een officieel startbewijs werd bijgevoegd. ° ISO 27001 (Informatiebeveiliging): Ook voor ISO 27001 werd het certificeringstraject opgestart, met bijgevoegd bewijs van deelname. XIV-39.839-6/18 Op basis van de aangeleverde informatie voldoet [de bv F.] aan de voorwaarden van het bestek voor ISO 9001. Voor de andere criteria zijn formeel gestarte trajecten en toegevoegde bewijsstukken conform de eisen inzake lopende certificeringen. Deze combinatie van een reeds behaald kwaliteitscertificaat en actieve stappen richting certificering op het vlak van milieuzorg en informatiebeveiliging weerspiegelt een duidelijke focus op organisatorische groei, duurzaamheid en veiligheid. Dit biedt vertrouwen in de maturiteit en het engagement van de aanbieder. Gezien [de bv F.] in het bezit is van 1 certificering en nog minstens 1 in behandeling heeft, krijgt het hiervoor een score van twee en een half (2,5).” De offertes worden finaal gerangschikt als volgt: “1. [de bv M., zijnde de tussenkomende partij]: 94,43% 2. [de bv F., zijnde de verzoekende partij]: 92,75% […]” Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan de bv M. 3.6. Op 18 juni 2025 beslist de verwerende partij de opdracht te gunnen aan de bv M. Dit is de bestreden beslissing. 3.7. Met een e-mailbericht van 19 juni 2025, herhaald op 23 juni 2025, vraagt de verzoekende partij aan de verwerende partij “inzicht [te] krijgen in welke merken en types hier zijn aangeboden zodat wij een eventueel verweer kunnen onderzoeken”, aangezien “we zeer sterke twijfels [hebben] of hetgeen dat is aangeboden door de winnende inschrijver voldoet aan de gestelde specificaties. Met name de ledschermen en het camerasysteem”. Met e-mailberichten van 23 en 27 juni 2025 heeft de verwerende partij laten weten niet op deze vraag te kunnen ingaan gelet op het vertrouwelijk karakter van de commerciële en industriële informatie; voorts antwoordt zij dat de XIV-39.839-7/18 technische beoordeling door een externe deskundige van de door de gekozen inschrijver aangeboden merken en types van led-schermen en camerasysteem voldoende waarborgen biedt dat deze bestekconform zijn. Met een e-mailbericht van 30 juni 2025 vraagt de verzoekende partij, wat de offerte van de bv M. betreft, bewijs aan de hand van “screenshots vanuit de bijgevoegde specsheets waarop geen afbeeldingen of verwijzingen naar de fabrikant zichtbaar zijn”, “dat het ledscherm van het auditorium een helderheid biedt van 1000nits of meer en dat het contrast 6000:1 of hoger is”, en betreffende de aangeboden camera’s “dat het maximale energieverbruik lager is dan 12,95W en dat het pan snelheidsbereik groter is dan 1.7° tot 100°/s (dus minimale snelheid lager dan 1.7°/s en maximale snelheid hoger dan 100°/

  1. s)en tilt snelheidsbereik groter is dan 1.7° tot 69.9°/s. Het rotatiebereik zou groter of gelijk aan +-170 graden moeten zijn en verticaal minimaal van -30 tot +90 graden moeten lopen. Ook zou het gezichtsveld groter moeten zijn dan 80 graden bij de camera met 12x zoom en 60 graden bij de camera met 20x zoom.” De verwerende partij antwoordt met een e-mailbericht van 2 juli 2025 als volgt: “In antwoord op uw mail van 30 juni 2025, herhaal ik het standpunt van onze directeur dat hij u op 27 juni gemaild heeft. Ik kan u daarenboven meedelen dat de externe deskundige (nogmaals) bevestigd heeft dat de door de gekozen firma aangeboden led-scherm en camera’s voldoen aan de in de opdrachtdocumenten bepaalde technische specificaties. Screenshots van de specificaties van de verschillende onderdelen, kunnen evenwel niet bezorgd worden omdat deze uw firma in staat zouden stellen te achterhalen welke toestellen werden aangeboden. Deze vertrouwelijke productinformatie, gecombineerd met de publiek gekende totaalprijs, zou uw firma een oneerlijk concurrentieel voordeel opleveren bij toekomstige aanbestedingen. Dit is ook de reden waarom de gekozen firma zich heeft verzet tegen het bekendmaken van dergelijke informatie.” XIV-39.839-8/18 IV. Tussenkomst 4. De bv M. blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg wordt haar verzoek tot tussenkomst ingewilligd. V. Verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken 5. De verwerende partij en de tussenkomende partij vragen om de vertrouwelijke behandeling van bepaalde door hen neergelegde stukken die zij in de inventaris als vertrouwelijk aanduiden en waarbij zij de redenen opgeven waarom zij om die vertrouwelijke behandeling vragen. Er zijn geen gronden aangevoerd door de partijen om het aangevoerde vertrouwelijk karakter ervan, althans in deze fase van het geding, te lichten. De Raad van State mag overigens deze stukken in zijn beoordeling betrekken. VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 6. Krachtens artikel 17, §§ 1, 5 en 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: de wet van 17 juni 2013), moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. XIV-39.839-9/18 VII. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel 7. De verzoekende partij voert de schending aan van de artikelen 4, 71, 81 en 83 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: de wet van 17 juni 2016), de artikelen 4, eerste lid, 8°, en 8, van de wet van 17 juni 2013, de materiële motiveringsplicht juncto de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen’ (hierna: de wet van 29 juli 1991), het beginsel patere legem quam ipse fecisti, het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel, “Doordat eerste onderdeel een gebeurlijke gunning steeds een feitelijke gunningsbeslissing vereist. En doordat tweede onderdeel iedere regelmatige offerte dient te voldoen aan de eisen, voorwaarden en criteria vermeld in de aankondiging van de opdracht of in de opdrachtdocumenten tweede onderdeel. En doordat derde onderdeel elke individuele bestuurshandeling afdoende gemotiveerd moet zijn zodat de rechtsonderhorige in staat is om te begrijpen waarom het bestuur een bepaalde beslissing neemt en terwijl elk gunningscriterium moet leiden tot een objectieve vergelijking van de ingediende offertes. Alsook dat uit het zorgvuldigheidsbeginsel volgt dat de overheid verplicht zorgvuldig te werk moet gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor moet zorgen dat de feitelijke en juridische aspecten van het dossier deugdelijk geïnventariseerd en gecontroleerd worden, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen en dat de betrokken belangen zorgvuldig worden ingeschat en afgewogen, derwijze dat particuliere belangen niet nodeloos worden geschaad. Terwijl het materieel motiveringsbeginsel stelt dat elke administratieve rechtshandeling moet steunen op juiste feitelijke en rechtens aanvaardbare motieven. En terwijl geen enkele bestuurshandeling kennelijk onredelijk mag zijn. En terwijl uit het rechtszekerheidsbeginsel volgt dat de inhoud van het recht voorzienbaar en toegankelijk moet zijn, zodat de rechtzoekende in redelijke mate de gevolgen van een bepaalde handeling kan voorzien op het tijdstip dat de handeling wordt verricht en de overheid daarvan niet zonder objectieve en redelijke verantwoording mag afwijken. En terwijl het beginsel ‘patere legem quam ipse fecisti’ het bestuur en de organen die ervan afhangen ertoe verplicht de algemene regels die het zelf heeft vastgesteld te eerbiedigen bij de concrete toepassing ervan.” XIV-39.839-10/18 In een eerste onderdeel wijst de verzoekende partij de artikelen 4, eerste lid, 8°, en 8, van de wet van 17 juni 2013 aan als “relevante bepalingen”. Zij licht toe dat zij per e-mailbericht en per aangetekende brief van 19 juni 2025 in kennis werd gesteld van de gunning van de opdracht aan een andere inschrijver, terwijl de gunningsbeslissing van 18 juni 2025 zelf niet als bijlage bij de kennisgeving werd gevoegd. Artikel 8 van de wet van 17 juni 2013 stelt evenwel uitdrukkelijk dat aan elke inschrijver van wie de offerte niet is gekozen en aan de gekozen inschrijver, de gemotiveerde beslissing onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde gunningsbeslissing wordt meegedeeld. In een tweede onderdeel wijst de verzoekende partij de artikelen 4, 81, en 83 van de wet van 17 juni 2016, en de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991, aan als “relevante bepalingen”, alsook wijst zij op de zorgvuldigheidsplicht. Zij bekritiseert in essentie de beoordeling van de offerte van de tussenkomende partij aan subgunningscriterium 2.A ‘Technische kwaliteit van het voorstel’. Volgens haar laat deze motivering haar niet toe de feitelijke inhoud van de offerte van de tussenkomende partij te controleren en aldus de waarachtigheid van de motivering te achterhalen. Zij verwijst naar haar e- mailberichten die zij daartoe aan de verwerende partij heeft gericht. Zij heeft deze verduidelijking gevraagd omdat “in het kader van de eerdere stopgezette gunningsprocedure reeds twijfels bestonden omtrent de technische specificaties van het door [de bv M.] aangeboden materiaal”. Dat er sprake was van onduidelijke technische eisen in het bestek blijkt duidelijk uit de publicatie van meerdere errata, en van de vragen die op het forum van e-procurement werden gesteld, onder meer wat de touchscreens, de camera’s en de LED-schermen betreft. Ook werd volgend erratum gepubliceerd: “In het bestek is er sprake van 2 types led-schermen: 500 en 1000 cd/m2 (helderheid van het scherm van de LED walls). De inschrijvers mogen hiervan afwijken.” De verzoekende partij stelt dat zij dan ook alle reden had om argwanend te zijn ten opzichte van deze motivering, die bovendien dermate algemeen is dat er de facto geen sprake kan zijn van een afdoende motivering. Voor zover de externe deskundige zou hebben bevestigd dat de door de gekozen XIV-39.839-11/18 inschrijver aangeboden led-schermen en camera’s voldoen aan de technische specificaties, blijkt dit niet in concreto uit de motivering. In een derde onderdeel wijst de verzoekende partij de artikelen 4, 71, en 81 van de wet van 17 juni 2016, en de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991, aan als “relevante bepalingen”, alsook wijst zij op de zorgvuldigheidsplicht, het redelijkheids- of evenredigheidsbeginsel en de materiële en formele motiveringsplicht. Zij stelt vast dat, blijkens de beoordeling van de offertes aan het subgunningscriterium 3.C ‘Gecertificeerde kwaliteit van de organisatie’, de bv M. “op heden reeds twee erkenningen bezit en een derde erkenning in aanvraag heeft” terwijl de verzoekende partij “over één erkenning beschikt en twee andere in aanvraag heeft”. Zij noemt het opvallend dat net de specifieke situatie waarin zij zich bevindt niet voorkomt in de waarderingsschaal, en stelt dat het, gelet op de eerste stopgezette procedure waardoor de verwerende partij reeds een nazicht had kunnen verrichten naar het beschikken over deze certificeringen, geen toeval is dat de situatie waarin de verzoekende partij zich bevindt niet hoger wordt ingeschaald. Zij verwijst in het bijzonder naar het arrest van 24 januari 2008 in de zaak Lianakis, C-532/06, van het Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2008:40), waarin het Hof oordeelde dat criteria die de geschiktheid van een inschrijver aantonen, zoals ervaring, kwalificaties en technische uitrusting, niet gebruikt mogen worden als gunningscriteria. Voorts stelt de verzoekende partij dat blijkens de beslissing tot stopzetting van de eerste plaatsingsprocedure het werken via projectie (beamer) in het auditorium en de leslokalen van het type F niet mogelijk blijkt te zijn, en verdere optimalisaties en aanpassingen en de technische bepalingen van het bestek noodzakelijk zijn, terwijl volgens haar het actuele bestek op geen enkele wijze werd gewijzigd wat de technische vereisten betreft. Zij stelt dat de verwerende partij wel een selectiecriterium heeft verplaatst naar het gunningscriterium 3.C en aldus, gelet op haar voorkennis, het bestek heeft “geoptimaliseerd” in functie van de gekozen inschrijver. XIV-39.839-12/18 Beoordeling Eerste onderdeel 8. Artikel 4, eerste lid, van de wet van 17 juni 2013 luidt: “In het kader van de plaatsing van een opdracht stelt de aanbestedende instantie een gemotiveerde beslissing op: […] 8° wanneer ze een opdracht gunt, ongeacht de procedure. Artikel 8, § 1, van dezelfde wet luidt: “Onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde gunningsbeslissing deelt de aanbestedende instantie het volgende mee: […] 3° aan elke inschrijver van wie de offerte niet is gekozen en aan de gekozen inschrijver, de gemotiveerde beslissing. […]” 9. Zoals blijkt uit het administratief dossier heeft de verwerende partij te dezen op 18 juni 2025 een gunningsbeslissing genomen, waarbij het gunningsverslag van 16 juni 2025 “als integrerend deel aan dit besluit” wordt gehecht en goedkeuring wordt verleend aan dit verslag. De verwerende partij lijkt aldus niet te steunen op andere motieven dan die welke in het gunningsverslag zijn opgenomen. Een (beweerd) gebrek in de kennisgeving na het nemen van de bestreden beslissing tast de rechtmatigheid van de gunningsbeslissing zelf niet aan. 10. Voorts lijkt dat te dezen het normdoel van de kennisgevingsplicht werd bereikt. Met het e-mailbericht en aangetekende brief van 19 juni 2025, met als bijlage het gunningsverslag, werd de verzoekende partij in ieder geval op XIV-39.839-13/18 de hoogte gebracht van het bestaan van de bestreden beslissing tot gunning van de opdracht aan een andere inschrijver en van de motieven daarvoor. De verzoekende partij toont dan ook niet aan welk nadeel zij zou hebben geleden door de beweerde onwettigheid. 11. Het eerste onderdeel is niet ernstig. Tweede onderdeel 12. De formele motiveringsplicht vereist dat de niet-gekozen inschrijver op grond van de motivering in het gunningsverslag waarop de gunningsbeslissing steunt, afdoende te weten komt waarom de aanbestedende overheid, in het licht van de gunningscriteria, de voorkeur geeft aan deze of gene offerte. 13. De verzoekende partij heeft in dit tweede onderdeel in essentie kritiek op de beoordeling van de offerte van de tussenkomende partij wat subgunningscriterium 2.A ‘Technische kwaliteit van het voorstel’ betreft. Volgens haar is de motivering in het gunningsverslag een dermate algemene beoordeling dat van een afdoende motivering geen sprake kan zijn, en blijkt op geen enkele wijze in concreto dat de aangeboden led-schermen en camera’s zouden voldoen aan de technische specificaties van het bestek. Uit de motivering zoals hoger weergegeven (zie punt 3.5) blijken de verscheidene redenen waarom de verwerende partij de offerte van de tussenkomende partij wat dit subgunningscriterium betreft als zeer positief beoordeelt. Door louter te stellen dat deze motivering “dermate algemeen” zou zijn, maakt de verzoekende partij niet aannemelijk dat deze motivering niet afdoende zou zijn. XIV-39.839-14/18 14. Wat in het bijzonder de kritiek betreft dat uit de motivering niet in concreto blijkt dat de aangeboden led-schermen en camera’s zouden voldoen aan de technische specificaties van het bestek, en de verzoekende partij stelt dat zij niet “de feitelijke inhoud van de offerte” zelf heeft kunnen controleren, lijkt de formele motiveringsplicht niet zover te reiken dat ze de verwerende partij ertoe zou verplichten de uitgedrukte motieven nog nader te expliciteren. Overigens lijkt de verzoekende partij, door erop te wijzen dat in het kader van de eerste plaatsingsprocedure er “reeds twijfels bestonden van het door [de bv M.] aangeboden materiaal”, op het eerste gezicht uit het oog te verliezen dat thans een nieuwe plaatsingsprocedure voorligt, met een nieuw bestek en nieuw ingediende offertes. Voorts lijkt deze kritiek op het eerste gezicht niet de beoordeling van de offerte van de tussenkomende partij aan de hand van subgunningcriterium 2.A te betreffen, doch het al dan niet voldoen van die offerte aan de minimale vereisten van het bestek. Te dezen wordt de offerte van de tussenkomende partij in het gunningsverslag als regelmatig beschouwd, en bevestigt de verwerende partij in de nota dat de aangeboden producten wel degelijk conform het bestek zijn. Dit lijkt op het eerste gezicht steun te vinden in de offerte van de tussenkomende partij, vertrouwelijk stuk dat de Raad van State heeft kunnen inzien. Wat in het bijzonder het aspect van de helderheid van de aangeboden led-schermen betreft, stelt de verwerende partij dat zij naar aanleiding van het verplicht plaatsbezoek op 10 maart 2025 heeft beslist, zoals werd bevestigd in een erratum nr. 3 van 13 maart 2025, dat de inschrijvers mogen afwijken van de vereiste helderheid (500 en 1000 cd/m2) van het scherm van de LED-walls. Zij maakt op het eerste gezicht aannemelijk dat aldus, wat de helderheid van de led-schermen betreft, geen minimale vereiste meer werd gesteld, wat niet verhindert dat de technische kwaliteit van de led-schermen in het kader van subgunningscriterium 2.A ook op dit aspect werd beoordeeld. Wat de aangeboden camera’s betreft, bevestigt de verwerende partij eveneens dat de offerte van de tussenkomende partij op dit vlak (maximale energieverbruik, pan snelheidsbereik, tilt snelheidsbereik, rotatiebereik en gezichtsveld) bestekconform is. Dit lijkt op het eerste gezicht eveneens steun te vinden in de offerte van de XIV-39.839-15/18 tussenkomende partij, in het bijzonder in de betreffende onderdelen van die offerte waar de verwerende partij en de tussenkomende partij naar verwijzen. 15. Uit wat voorafgaat, volgt op het eerste gezicht dat de beoordeling van de offerte van de tussenkomende partij in het gunningsverslag op het eerste gezicht afdoende is, en niet foutief lijkt te zijn wat de aangehaalde technische specificaties betreft. De verzoekende partij toont op het eerste gezicht geen schending aan van de (formele) motiveringsplicht. Wat de aangevoerde schending van de overige geschonden geachte bepalingen en beginselen betreft, wordt er geen specifieke argumentatie opgebouwd, zodat deze grieven geacht moeten worden ofwel samen te vallen met wat hiervóór al is besproken, ofwel niet ontvankelijk te zijn. 16. Het tweede onderdeel is niet ernstig. Derde onderdeel 17. De verwerende partij en de tussenkomende partij werpen een exceptie van gebrek aan belang op bij dit middel, omdat het puntenverschil wat dit subgunningscriterium 3.C betreft 1,5 op 100 punten bedraagt, terwijl in de totaalscore het verschil 1,68 op 100 punten bedraagt. Zij stellen dat, mocht de offerte van de verzoekende partij evenveel hebben gehaald als de tussenkomende partij, dit nog niet tot een andere rangschikking zou hebben geleid. Deze exceptie wordt op het eerste gezicht bijgevallen. De verzoekende partij zet zelf niet uiteen noch maakt zij aannemelijk dat, bij een herbeoordeling van de offertes, zelfs indien subgunningscriterium 3.C niet zou zijn meegenomen in de beoordeling van de offertes, dit puntenverschil zou worden overbrugd zodat haar offerte wel voor gunning van de opdracht in aanmerking zou komen. Voor zover zij ter terechtzitting stelt dat dit puntenverschil wel kan worden XIV-39.839-16/18 ingehaald in combinatie met het tweede onderdeel, volstaat de vaststelling dat dit tweede onderdeel hoger niet ernstig is bevonden. 18. Het derde onderdeel is niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang. 19. Het enige middel is, in zijn geheel genomen, niet ernstig. BESLISSING 1. Het verzoek van de bv M. tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd. 2. De Raad van State verwerpt de vordering. 3. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. XIV-39.839-17/18 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op een augustus tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Patricia De Somere XIV-39.839-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.992 Gerelateerde publicatie(
  2. s)citeert: ECLI:EU:C:2008:40 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.