← België

Arrest 263998 - Overheidsopdrachten - 06/08/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 augustus 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.998 Rolnummer: A. 245357/XIV-39851 Zaak: Arrest 263998 - Overheidsopdrachten - 06/08/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-08-08 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-06-16 03:03 Fiche Arrest nr 263.998 van 6 augustus 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 263.998 van 6 augustus 2025 in de zaak A. 245.357/XIV-39.851 In zake: de NV GNC GROUP INT. woonplaats kiezend te 2360 Oud-Turnhout Beytnelus 18 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jos Janssen kantoor houdend te 3920 Lommel Lepelstraat 125 tegen: de STAD TURNHOUT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gitte Laenen en Robin Depoorter kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 19 juli 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Turnhout van 3 juli 2025 tot gunning van de overheidsopdracht met als voorwerp “Leveren en plaatsen van print- en beletteringswerk 2025-2029” aan een andere inschrijver. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 22 juli 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. XIV-39.851-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2025, om 10.00 uur. Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jos Janssen, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Robin Depoorter, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederick Ongena heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Vertrouwelijkheid van de stukken
  4. Wat de door de verwerende partij gevraagde vertrouwelijkheid van bepaalde stukken uit het administratief dossier betreft, is het passend in de huidige stand van het geding met toepassing van artikel 26 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ hierop in te gaan. IV. Feiten 4.
  5. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor leveringen uit met als voorwerp “Leveren en plaatsen van print- en beletteringswerk 2025-2029”. 4.
  6. Op 11 april 2025 wordt de opdracht bekendgemaakt op het e- Procurement platform. De opdracht wordt geplaatst via een openbare procedure. XIV-39.851-2/5 4.
  7. Uit het verslag van nazicht van de offertes van 17 juni 2025 blijkt dat vijf ondernemingen, waaronder de verzoekende partij, een offerte hebben ingediend. Na het voeren van het regelmatigheidsonderzoek en de toetsing van de offertes aan de gunningscriteria rangschikt de verwerende partij de offerte van de verzoekende partij als tweede. 4.
  8. Op 3 juli 2025 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Turnhout om het verslag van nazicht van de offertes goed te keuren en de opdracht te gunnen aan de als eerste gerangschikte onderneming. Dit is de bestreden beslissing. 4.
  9. Met een e-mail en een aangetekende brief van 4 juli 2025 stelt de verwerende partij de verzoekende partij ervan in kennis dat haar offerte niet werd gekozen. V. Onderzoek
  10. Krachtens de te dezen toepasselijke artikelen 4, § 1, eerste lid, 6°, en 8, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ dient het verzoekschrift een uiteenzetting van minstens één ernstig middel te bevatten.
  11. Onder een “middel” zoals bedoeld in het voormelde besluit moet worden verstaan een voldoende duidelijke omschrijving van de geschonden geachte rechtsregel of het -beginsel én van de wijze waarop die regel of dat beginsel naar het oordeel van de verzoekende partij door de bestreden handeling concreet wordt geschonden. XIV-39.851-3/5 Een voldoende duidelijke omschrijving vergt dat geen veronderstellingen moeten worden gemaakt over de juiste bedoelingen van de verzoekende partij waardoor in werkelijkheid de verwerende partij en nadien de Raad van State ertoe worden gebracht in de plaats van de verzoekende partij het verzoekschrift te redigeren.
  12. In haar summier inleidend verzoekschrift stelt de verzoekende partij dat zij de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vordert “[o]mwille van schending van de aanbestedingsregels”, meer bepaald het gelijkheidsbeginsel, het transparantiebeginsel en de verplichting tot correcte motivering. Zij beperkt zich tot de stelling dat de voornoemde schending blijkt uit het “bijgevoegd mailverkeer”.
  13. De verzoekende partij zet in haar inleidend verzoekschrift niet uiteen op welke wijze “de aanbestedingsregels” door de bestreden handeling worden geschonden. Het “bijgevoegd mailverkeer” betreft aan de verwerende partij verstuurde e-mails van de verzoekende partij waarin een feitelijke uiteenzetting is opgenomen waaruit moet blijken dat zij de afgelopen vier jaar een vlekkeloos parcours heeft afgelegd als leverancier van drukwerk en dat zij een andere appreciatie van de eigen offerte heeft dan de appreciatie van de verwerende partij. De in het verzoekschrift gehanteerde werkwijze komt erop neer dat het aan de verwerende partij en nadien de Raad van State wordt overgelaten om zelf een middel te construeren, wat – zoals vermeld – ontoelaatbaar is. Om die reden lijkt met de verwerende partij te moeten worden vastgesteld dat het inleidend verzoekschrift geen uiteenzetting van een “middel” bevat. XIV-39.851-4/5 De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing moet derhalve worden verworpen. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt de vordering.
  15. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes augustus tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jan Clement XIV-39.851-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.998 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.