← België

Arrest 264012 - Niet begeleide minderjarigen - 13/08/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 augustus 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.012 Rolnummer: A. 243714/VII-42730 Zaak: Arrest 264012 - Niet begeleide minderjarigen - 13/08/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-08-22 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-06-16 03:03 Fiche Arrest nr 264.012 van 13 augustus 2025 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.012 no lien 284534 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 264.012 van 13 augustus 2025 in de zaak A. 243.714/VII-42.730 In zake : B.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Geens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Vaalbeek (Oud-Heverlee) Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 december 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 14 oktober 2024 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van VII-42.730-1/5 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de VIIe kamer bij beschikking van 31 maart 2025 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 22 mei
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker komt België binnen en hij wordt op 7 oktober 2024 als niet-begeleide minderjarige vreemdeling aangemeld door de dienst Vreemdelingenzaken bij de dienst Voogdij. Hij heeft verklaard van Eritrese nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 10 maart
  6. De dienst Vreemdelingenzaken uit twijfel over verzoekers voorgehouden leeftijd. In het Universitair Ziekenhuis Pellenberg te Leuven ondergaat verzoeker op 11 oktober 2024 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker “op datum van 11-10-2024 een leeftijd heeft van 21,5 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar”. VII-42.730-2/5 Op 14 oktober 2024 beslist de dienst Voogdij verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Voorgestelde toepassing van de versnelde rechtspleging van artikel 93 van de algemene procedureregeling
  7. De auditeur-verslaggever heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ waarin zij verzoekers enige middel niet gegrond bevindt en van oordeel is dat het beroep tot nietigverklaring met korte debatten definitief kan worden beslecht door het te verwerpen. Naar luid van artikel 93, vierde lid, van voornoemd besluit van de Regent, wordt de zaak definitief beslecht indien de kamervoorzitter het eens is met de conclusie van het verslag. Het vijfde lid van dit artikel bepaalt dat, indien de kamervoorzitter van oordeel is dat de zaak niet gereed is om definitief te worden beslecht, hij deze verwijst naar de gewone rechtspleging.
  8. Te dezen voert verzoeker onder meer een schending aan van de formelemotiveringsplicht, zoals vervat in de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: wet van 29 juli 1991) omdat “[h]et enige element dat van belang wordt geacht in de bestreden beslissing […] kennelijk de uitgevoerde test [is], terwijl in de bestreden beslissing wordt aangehaald (onder de noemer ‘beslissing’) dat men ‘alle elementen uit uw dossier’ rekening werd gehouden. Dit dient derhalve ook de verklaringen van verzoeker te omvatten en het doopcertificaat en schoolrapport. Dit maakt immers deel uit van het dossier (‘U hebt een doopcertificaat en een schoolrapport overgelegd’)”. Concreet stelt verzoeker vast dat “[…] evenwel niet [blijkt] dat met het doopcertificaat en schoolrapport effectief werd rekening gehouden. Hiertoe ontbreekt elk motief. Verzoeker is onwetend op welke wijze deze gekende elementen, die deel uitmaken ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.012 VII-42.730-3/5 van het dossier, werden beoordeeld. Hiertoe is geen motivering opgenomen in de bestreden beslissing”.
  9. De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 verplichten de administratieve overheid in de akte de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat op “afdoende” wijze. Het afdoend karakter van de motivering betekent dat de motivering pertinent moet zijn, dit wil zeggen dat ze duidelijk met de beslissing te maken moet hebben en dat ze draagkrachtig moet zijn, dit wil zeggen dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De belangrijkste bestaansreden van de motiveringsplicht, zoals die wordt opgelegd door de wet van 29 juli 1991, bestaat erin dat de betrokkene in de hem aanbelangende beslissing zelf de motieven moet kunnen aantreffen op grond waarvan ze werd genomen, opdat de betrokkene met kennis van zaken zou kunnen uitmaken of het aangewezen is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden.
  10. De dienst Voogdij beschikt, wat de beoordeling van de bewijswaarde van de hem voorgelegde stukken betreft, over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid. Hiervoor kan, onder meer, worden gewezen op artikel 28, § 2 van de wet van 16 juli 2004 ‘houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht’, naar luid waarvan het tegenbewijs van de door de buitenlandse overheid vastgestelde feiten mag worden aangebracht met alle middelen. Het resultaat van een medische leeftijdsschatting vormt dergelijk (tegen)bewijsmiddel. Te dezen stelt de dienst Voogdij vast dat verzoeker een doopcertificaat en een schoolrapport heeft overgelegd, doch lijkt hij in de bestreden beslissing niet te verduidelijken waarom verzoekers documenten niet kunnen worden aanvaard dan wel waarom hij de medische leeftijdsschatting laat primeren op verzoekers documenten. Het komt de Raad van State voor dat over het enige middel geen uitspraak kan worden gedaan in de zin als voorgesteld in het auditoraatsverslag, dit na “korte debatten” zoals bedoeld in artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus
  11. Derhalve moet het middel tot nietigverklaring worden onderworpen aan het normale debat. VII-42.730-4/5
  12. Uit het voorgaande volgt dat de zaak nog niet in zoverre gereed is dat de beslechting van het geschil kan worden afgedaan met korte debatten. Ze wordt derhalve met toepassing van het vijfde lid van het voormelde artikel 93 verwezen naar de gewone rechtspleging. BESLISSING
  13. De Raad van State heropent het debat.
  14. De zaak wordt verwezen naar de gewone rechtspleging. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertien augustus tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.730-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.012 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.