id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 augustus 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.029 Rolnummer: A. 245534/XIV-39862 Zaak: Arrest 264029 - Overheidsopdrachten - 28/08/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-08-28 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-15 05:52 Fiche Arrest nr 264.029 van 28 augustus 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.029 no lien 284813 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 264.029 van 28 augustus 2025 in de zaak A. 245.534/XIV-39.862 In zake: de NV LINEA TROVATA SUNTEC bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jade Leenaert en Niels Lemaire kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frédérick Valcke kantoor houdend te 8310 Karel van Manderstraat 123 tegen: het INTERGEMEENTELIJK SAMENWERKINGSVERBAND VOOR VUILVERWIJDERING EN -VERWERKING IN BRUGGE EN OMMELAND (IVBO) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Neil Braeckevelt en Marie-Mathilde Vermeyen kantoor houdend te 8000 0Brugge Ezelstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 8 augustus 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 16 juli 2025 van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband voor Vuilverwijdering en - verwerking in Brugge en Ommeland – IVBO om de overheidsopdracht voor leveringen met als voorwerp ‘Duurzame energieopslag en productie met laadinfrastructuur voor IVBO te Brugge’ te gunnen aan EXTRA- POWER, en de offerte van verzoekende partij substantieel onregelmatig te verklaren”. XIV-39.862-1/12 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 11 augustus 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2025, om 11.00 uur. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaten Jade Leenaert en Niels Lemaire, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Neil Braeckevelt, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit voor leveringen, met als voorwerp ‘Duurzame energieopslag en productie met laadinfrastructuur voor IVBO te Brugge’. De opdracht omvat de levering, plaatsing en installatie van een technisch gebouw, laadpalen, een batterij en een PV-installatie. Ze wordt gegund bij wijze van de openbare procedure. XIV-39.862-2/12 3.
- De opdracht wordt op 24 april 2025 gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen, en op 28 april 2025 bekendgemaakt in het Europees Publicatieblad. 3.
- Het bestek met referte A-BE-A100-0018 is van toepassing. Onder punt I.10 bepaalt het bestek de gunningscriteria: “ ” 3.
- Onder punt I.11 licht het bestek de gunningscriteria toe: XIV-39.862-3/12 “ ” 3.
- Punt IV van het bestek bevat volgende aanstiplijst: XIV-39.862-4/12 “ ” 3.
- Negen ondernemingen, waaronder de verzoekende partij, dienen een offerte in. 3.
- Op 27 juni 2025 schrijft de verwerende partij aan de verzoekende partij: “Uw indiening is goed ontvangen, echter hadden wij graag wat duiding gehad rond bepaalde zaken. Omwille van de geplande afronding van de procedure te behalen, verzoeken wij u vriendelijk om ten laatste op donderdag 04/07 om 10u schriftelijk te antwoorden op onderstaande verduidelijkingsvraag. • De bijlage ‘Certificaten’ betreft een uitreksel van het strafregister, vermoedelijk bedoeld voor een ISO9001-verklaring. Kunt u bevestigen of er een ISO9001-certificaat of een gelijkwaardige verklaring beschikbaar is en deze aanleveren? (Zie artikel III.2 en IV.) • Wij wensen inzicht in uw high level projectplan met betrekking tot de opgestelde deadlines door IVBO. (Zie artikel III.3.4.3 en IV.) XIV-39.862-5/12 • Wij verzoeken een principe schema van de aansluiting van de verschillende componenten, alsook informatie over het standby- en koelingsverbruik (bij 600 cycli) van de installatie. (Zie artikelen IV en I.11.1.2.) Tevens graag een overzicht van de slijt- en wisselstukken van de eerste 5 jaar. (Zie artikel III.11.3 en IV.)” Ook andere inschrijvers ontvangen een verzoek om verduidelijking. 3.
- Op 4 juli 2025 bezorgt de verzoekende partij een aantal aanvullende stukken aan de verwerende partij. 3.
- Het verslag van nazicht dateert van 4 juli
- De offerte van de verzoekende partij wordt nietig verklaard. 3.
- Na vergelijking van de regelmatig bevonden offertes, wordt voorgesteld om de opdracht aan de bv Extra-Power te gunnen. 3.
- Op 16 juli 2025 beslist de raad van bestuur van de verwerende partij om de opdracht aan de bv Extra-Power te gunnen. Dit is de bestreden beslissing. Op 18 juli 2025 wordt de verzoekende partij er door de verwerende partij van in kennis gesteld dat haar offerte nietig is verklaard. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1, 5 en 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende XIV-39.862-6/12 noodzakelijkheid, een ernstig middel waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. V. Onderzoek van de middelen Uiteenzetting van de middelen 5.
- Een eerste en tweede middel worden afgeleid uit de schending van: “- artikel 83 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten […] - artikel 76 van het KB van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren (hierna KB Plaatsing) - artikel 34 van het KB Plaatsing - artikel 81 van de Wet Overheidsopdrachten en artikel 87 van het KB Plaatsing - artikel 4, eerste lid, 8° en artikel 5, 8° van de Wet Rechtsbescherming - de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen […] - het materiële motiveringsbeginsel - het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, zoals ook vervat in artikel 4 van de Wet Overheidsopdrachten - het zorgvuldigheidsbeginsel - het bestek en het patere legem beginsel.” 5.
- De verzoekende partij vat het eerste middel als volgt samen: “De offerte van verzoekende partij werd substantieel onregelmatig verklaard, terwijl er aan géén enkele hypothese opgelijst in artikel 76 KB Plaatsing voldaan is. De bestreden beslissing bevat alvast géén motivering in die zin. Er is dus niet aan de voorwaarden voor onregelmatigverklaring voldaan. De zgz. ontbrekende gegevens zijn wél degelijk berekenbaar op basis van de gegevens vermeld in de offerte. Hoogstens gaat het om materieel ‘gemis’ in de offerte, die door de aanbestedende overheid rechtgezet had kunnen worden zonder dat de offerte inhoudelijk wijzigde. Door dit niet te doen heeft verwerende partij onzorgvuldig gehandeld. Minstens is de bestreden beslissing op dit vlak gebrekkig gemotiveerd, en zijn dus ook de wettelijke bepalingen die in een motiveringsplicht voorzien, geschonden. Het zorgvuldigheidsbeginsel vereist overigens evenzeer, zeker gelet op de aanzienlijke waarde van de opdracht, dat indien de aanbestedende overheid niet zélf de ontbrekende gegevens kon aanvullen (wat overigens in casu XIV-39.862-7/12 onbetwistbaar wél het geval is) ze op zijn minst verzoekende partij hierover zou bevragen. Al zeker nu ze dit met andere inschrijvers wél deed. Door dit, zonder enige rechtvaardiging, niet te doen bij verzoekende partij werd de gelijkheid onder de inschrijvers geschonden, alsmede artikel 4 van de Wet Overheidsopdrachten. Doordat de offerte van verzoekende partij kennelijk ten onrechte onregelmatig werd verklaard, en dus niet beoordeeld werd op grond van de gunningscriteria, staat niet vast dat de opdracht gegund werd aan de meest voordelige economische inschrijver, en zijn dus ook artikel 81 Wet Overheidsopdrachten en artikel 83 KB Plaatsing geschonden, alsmede de besteksbepalingen terzake en het patere legem beginsel.” 5.
- De verzoekende partij vat het tweede middel als volgt samen: “In het kader van de beoordeling van de offertes werd aan verzoekende partij geen gelegenheid geboden om op de zgz. verschrijvingen verduidelijking te geven over de twee elementen waarop haar offerte als substantieel onregelmatig werd beschouwd. Verwerende partij heeft andere inschrijvers wél deze kans geboden. De gelijkheid onder de inschrijvers werd aldus geschonden. Aldus is de beslissing niet afdoende gemotiveerd, werd niet zorgvuldig gehandeld en staat evenmin ook wat dit tweede middel betreft, niet vast dat de opdracht aan de meest voordelige inschrijver werd gegund, dit rekening houdende met de gunningscriteria vermeld in het bestek en het patere legem beginsel.” Beoordeling 6.
- Artikel 76 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: het koninklijk besluit plaatsing 2017) bepaalt: “§
- De aanbestedende overheid gaat na of de offertes regelmatig zijn. De offerte kan substantieel of niet substantieel onregelmatig zijn. Een offerte is substantieel onregelmatig wanneer ze van aard is de inschrijver een discriminerend voordeel te bieden, tot concurrentievervalsing te leiden, de beoordeling van de offerte van de inschrijver of de vergelijking ervan met de andere offertes te verhinderen, of de verbintenis van de inschrijver om de opdracht onder de gestelde voorwaarden uit te voeren onbestaande, onvolledig of onzeker te maken. De volgende onregelmatigheden worden met name als substantieel beschouwd: 1° de niet-naleving van het milieu-, sociaal of arbeidsrecht, voor zover deze niet-naleving strafrechtelijk gesanctioneerd wordt; XIV-39.862-8/12 2° de niet-naleving van de vereisten bedoeld in de artikelen 38, 42, 43, § 1, 44, 48, § 2, eerste lid, 54, § 2, 55, 83 en 92 van dit besluit en in artikel 14 van de wet, voor zover zij verplichtingen bevatten ten aanzien van de inschrijvers; 3°de niet-naleving van de minimale eisen en de vereisten die als substantieel worden aangemerkt in de opdrachtdocumenten. §
- De offerte die slechts een of meer niet-substantiële onregelmatigheden bevat die, zelfs gecumuleerd of gecombineerd, niet de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengen, wordt niet nietig verklaard. §
- Wanneer gebruik wordt gemaakt van een openbare of niet-openbare procedure, verklaart de aanbestedende overheid de substantieel onregelmatige offerte nietig. Dit is ook het geval voor een offerte die meerdere niet-substantiële onregelmatigheden bevat wanneer de cumulatie of combinatie ervan de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengt. […]” 6.
- De offerte van de verzoekende partij is nietig verklaard om de volgende redenen: “ ” 6.
- De gunningscriteria zijn uiteengezet onder randnummer 3.
- In geding zijn de subgunningscriteria “OPEX” en “systeemefficiëntie”. Aan de verzoekende partij wordt inzonderheid verweten de relevante informatie niet of misleidend te hebben voorgesteld. 6.
- Wat de motivering met betrekking tot het subgunningscriterium “OPEX” betreft, leest de verzoekende partij in de besluitvorming enkel het ontbreken van de prijs van het onderhoudscontract op jaarbasis. Uit de samenlezing XIV-39.862-9/12 van de opdrachtdocumenten van de verzoekende partij, de offerte en het bestreden besluit, blijkt prima facie evenwel dat de verwijzing in het bestreden besluit naar “andere relevante informatie” een bredere lading dekt. Blijkens de samenlezing van de punten I.10, I.11.1.2 en IV van het bestek (zie respectievelijk de randnummers 3.3, 3.4, 3.5) valt onder de OPEX vergelijking het standby verbruik (indien volledig jaar op standby) en het koelingsverbruik van de batterij in geval van 600 cycli, telkens berekend tegen 0,10 €/kWh, waar de onderhoudskosten op jaarbasis worden bijgeteld. De aanstiplijst onder punt IV van het bestek bevat in dat verband de uitdrukkelijke eis om de informatie omtrent het standby verbruik en de koeling van de batterij bij de offerte te voegen. 6.
- Op 27 juni 2025 heeft de verwerende partij zowel de verzoekende partij als andere inschrijvers in gelijke omstandigheden verzocht om “informatie over het standby- en koelingsverbruik (bij 600 cycli) van de installatie. (Zie artikelen IV en I.11.1.2.)” (zie randnummer 3.7). 6.
- In haar antwoordschrijven van 4 juli 2025 gaat de verzoekende partij niet in op deze vraag en brengt zij met betrekking tot de berekening van de kostprijs van de OPEX enkel een bijgewerkt voorstel van onderhoudscontract bij. De verwerende partij lijkt in haar nota terecht op te merken dat de informatie over het standby- en koelingsverbruik (bij 600 cycli) van de installatie, uitgedrukt in kWh en berekend tegen 0,10 €/kWh, nog steeds ontbreekt. Door deze informatie niet aan de verwerende partij te verschaffen, ook niet na de uitdrukkelijke vraag daartoe, is de verwerende partij prima facie verhinderd geworden om de offerte van de verzoekende partij af te toetsen aan het subgunningscriterium OPEX en de gegeven beoordelingsmethodiek. Voorshands wordt aangenomen dat de vaststelling in het bestreden besluit dat geen kWh waarde of andere relevante informatie is opgegeven, de substantieel onregelmatigverklaring van de offerte van de ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.029 XIV-39.862-10/12 verzoekende partij op grond van artikel 76, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit plaatsing 2017 kan rechtvaardigen. 6.
- Overeenkomstig het bepaalde in artikel 76, § 3, van het koninklijk besluit plaatsing 2017, laat de gekozen plaatsingsprocedure de aanbestedende overheid geen andere keuze dan de substantieel onregelmatige offerte van de verzoekende partij nietig te verklaren. In het licht daarvan, wordt prima facie aangenomen dat de argumentatie van de verzoekende partij met betrekking tot het subgunningscriterium “systeemefficiëntie” niet dienstig kan worden ingeroepen. 6.
- De middelen zijn niet ernstig. VI. Besluit
- Geen van beide middelen is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook verworpen. VII. Kosten
- De libellering van het bestreden besluit kan de verzoekende partij op het verkeerde been hebben gezet omtrent de draagwijdte van de motivering met betrekking tot het subgunningscriterium “OPEX”. Om die reden komt het de Raad van State gepast voor de kosten van de vordering, inbegrepen de gevraagde rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering. XIV-39.862-11/12
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achtentwintig augustus tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Stephan De Taeye XIV-39.862-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.029 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.