← België

Arrest 264063 - Wegenwezen - 04/09/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.063 Rolnummer: A. 237642/X-18265 Zaak: Arrest 264063 - Wegenwezen - 04/09/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-09-19 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-15 05:54 Fiche Arrest nr 264.063 van 4 september 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 264.063 van 4 september 2025 in de zaak A. 237.642/X-18.265 In zake : J.S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Opsommer kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Gentstraat 152 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE ERPE-MERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9620 Zottegem Gentse Steenweg 323 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 7 november 2022, strekt tot de nietigverklaring van: “de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Erpe-Mere van 28 juni 2022 betreffende het ‘aanleggen van een nieuw fietspad langsheen de Sprinkel te Aaigem – fase
  2. Beslissen over de zaak van de wegen’, alsook [van] de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Erpe- Mere van 29 maart 2022 betreffende de ‘aanleg (van een) fietspad langsheen Sprinkel (2de fase). Vaststellen gunningswijze en voorwaarden van de opdracht’ dewelke een voorbereidende handeling uitmaakte van het uiteindelijke gemeenteraadsbesluit van 28 juni 2022.” X-18.265-1/11 II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 261.572 van 29 november 2024 wordt het debat heropend en wordt het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat met een aanvullend onderzoek gelast. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een aanvullend verslag opgesteld. Verzoekster heeft een aanvullende laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een aanvullende laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 mei
  4. Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Céline Ibe, die loco advocaat Wim Rasschaert verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Verzoekster woont te Erpe-Mere (Aaigem), waar zij tevens een landbouwbedrijf exploiteert (hierna: verzoeksters boerderij). X-18.265-2/11 Verzoeksters boerderij ligt langs de buurtweg nr. 49 (Sprinkel), die ongeveer 25 meter noordwaarts uitmondt op de buurtweg nr. 6 (Hazelbeek). Tussen de ingang van verzoeksters terrein en het kruispunt van de voornoemde buurtwegen heeft de bestaande weg een breedte van ongeveer zeven meter. Ten zuiden van de voornoemde ingang is de bestaande weg ongeveer drie meter breed. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel van de basiskaart van de website geopunt.be, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. 3.
  7. Het gemeentebestuur van Erpe-Mere wil een fietspad aanleggen langs de buurtweg nr.
  8. Hiertoe dient het gemeentebestuur op 22 februari 2022 bij zichzelf een omgevingsvergunningsaanvraag in, inclusief een (wijziging van het) rooilijnplan. X-18.265-3/11 Blijkens dit rooilijnplan wordt het fietspad ongeveer in het midden van de bestaande weg ingeplant. De breedte tussen de rooilijnen is overal drie meter, behalve ter hoogte van twee korte uitwijkstroken, respectievelijk ongeveer 150 meter en 350 meter ten zuiden van verzoeksters boerderij. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksels uit het rooilijnplan, waarop het fietspad geel is ingekleurd en waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-18.265-4/11 3.
  9. Tijdens het openbaar onderzoek betreffende de in het vorige randnummer bedoelde aanvraag – gehouden van 21 april tot 20 mei 2022 – wordt één bezwaarschrift ingediend, meer bepaald door verzoekster. In haar bezwaarschrift voert verzoekster het volgende aan: “De aanvraag gaat uit van een terugdringing van de bestaande weg naar een nieuwe bedding van [drie meter]. Langs de zijde van [verzoeksters boerderij] betekent dit zodoende een enorme versmalling van de bestaande weg: [De bestaande breedte van ongeveer zeven meter] over de gehele eerste 25 meter van Sprinkel (langs de kant van de Hazelbeek), zorgt […] voor een betere verkeersveiligheid. […] Inrijdend van aan de Hazelbeek en tot [verzoeksters boerderij] is er een zeer intensief gebruik van de betrokken weg. Niet enkel door de talrijke fietsers, wandelaars en de ruiters/menners, onder wie ook vele schoolkinderen, chiroleden en dergelijke meer. Er moeten ook geregeld voertuigen en vrachtwagens laden en leveren op het landbouwbedrijf van [verzoekster]. [Verzoekster] zelf en loonwerkers passeren er onder meer met tractoren, en soms zelfs uitgerust met machines voor uitzonderlijk vervoer (en dus meer dan 3 meter breed). […] De twee uitwijkstroken die in het plan voorzien zijn, zijn dan ook onvoldoende om de problematiek tussen de Hazelbeek en het bedrijf van [verzoekster] op te lossen, aangezien deze enkel op het stuk verderop worden voorzien. […] Het spreekt voor zich [dat] een zeer gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt wanneer de bedding van de weg van meer dan 6 meter zou worden teruggedrongen tot amper 3 meter. Er kan dan ook niet gesteld worden dat er ‘geen mogelijke effecten op de mobiliteit denkbaar’ zouden zijn, temeer nu in de verantwoordingsnota wordt aangegeven dat men met de heraanleg onder meer een verhoging van de fietsfrequentie beoogt.” 3.
  10. Op 28 juni 2022 keurt de gemeenteraad de zaak van de wegen en het rooilijnplan goed (hierna: het gemeenteraadsbesluit van 28 juni 2022). Het gemeenteraadsbesluit van 28 juni 2022 luidt: “Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om een nieuw fietspad aan te leggen in de voetweg nr. [49] te Aaigem. De aanvraag is gelegen in agrarisch gebied volgens het gewestplan. De aanvraag omvat het aanleggen van een fietspad langsheen de weg X-18.265-5/11 Sprinkel. Het in de aanvraag voorgestelde fietspad is een verbindingsweg tussen de wegen Landries en Hazelbeek. Het fietspad heeft een breedte van 2,80 m met langs weerszijden een overbreedte van 0,10 m over de volledige lengte van de verbindingsweg. […] In het kader van dit nieuwe tracé werd een omgevingsaanvraag ingediend […] inclusief een wijziging van het rooilijnplan. Tijdens het openbaar onderzoek van 21 april 2022 tot en met 20 mei 2022 werd 1 bezwaarschrift ingediend die betrekking heeft op het wegenisdossier of in verband kunnen gebracht worden met de beoordelingsgronden opgesomd in art. 3, 4 en desgevallend art. 6 en 7 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei
  11. […] Het komt de gemeenteraad toe zich hierover uit te spreken in het kader van ‘de zaak der wegen’, vooraleer het college van burgemeester en schepenen een beslissing kan nemen om al dan niet een omgevingsvergunning te verlenen. Besluit - met eenparigheid Artikel 1: Het enige ingediende bezwaar wordt ongegrond verklaard. De verkeersveiligheid is een item welke besproken werd tijdens de projectstuurgroep. Het ontwerp werd in consensus goedgekeurd. Artikel 2: Het voorliggende ontwerp van rooilijn tot de wijzig[ing] van gemeenteweg 49 te Aaigem voldoet aan de bepalingen uit het decreet houdende de gemeentewegen: Artikel 3 van het decreet (doelstellingen): De aanleg/inrichting van een veilige en comfortabele bovenlokaal functionele fietsroute is het hoofddoel van dit voorliggende ontwerp van rooilijn en zaak der wegen. De ligging van gemeenteweg 49 te Aaigem maakt de verbinding mogelijk tussen Hazelbeek en Landries op een breedte van 3 meter. De verbinding wordt aanzien als een functionele verbinding voor zachte modi tussen Mere en Aaigem. Een medegebruik voor landbouwers blijft mogelijk. Artikel 4 van het decreet (principes): De wijziging van de voetweg is ten voordele van het algemeen belang. De gemeenteweg loopt door actief landbouwgebied. De functionele verbinding voor zachte modi in combinatie met medegebruik door landbouwers maakt een wijziging van de weg noodzakelijk dit in functie van verkeersveiligheid: uitwijkstroken. De ontsluiting van de aangrenzende percelen blijft behouden. Door het bestendigen van deze verbinding via een rooilijn en het opwaarderen van de bedding, komt deze wijziging ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang worden gebracht. Artikel 3: De gemeenteraad keurt voorliggende zaak van de wegen en ontwerp van rooilijn voor de omgevingsvergunningsaanvraag met dossiernummer 1642/2022 goed.” X-18.265-6/11 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  12. Uit ’s Raads tussenarrest nr. 261.572 van 29 november 2024 volgt dat het beroep enkel ontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen het gemeenteraadsbesluit van 28 juni
  13. 5.
  14. De verwerende partij meent dat de Raad van State geen rechtsmacht heeft om zich over het beroep uit te spreken. Volgens haar is het werkelijke en rechtstreekse voorwerp ervan immers een geschil over een subjectief recht, daar verzoekster “zich beroept op de verkrijgende verjaring (en dan nog ten voordele van [de] gemeente), en (minstens impliciet) vraagt aan [de Raad van State] om dit vast te stellen”. 5.
  15. Zoals hierna zal blijken, betwist verzoekster de weerlegging van haar tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift in verband met de verkeersveiligheid. In zoverre is het werkelijke en rechtstreekse voorwerp van het beroep geenszins een geschil over een subjectief recht, zodat de exceptie van het gebrek aan rechtsmacht dient te worden verworpen. V. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen 6.
  16. In het tweede middel wordt onder meer de schending aangevoerd van artikel 47, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 ‘tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: het omgevingsvergunningsbesluit) in samenhang met het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 6.
  17. Verzoekster licht toe dat zij in haar tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift er uitdrukkelijk op gewezen heeft dat door de terugdringing van de bestaande weg naar een nieuwe bedding van slechts drie X-18.265-7/11 meter ten noorden van haar boerderij, de verkeersveiligheid in het gedrang wordt gebracht. Verzoeksters bezwaarschrift wordt in het gemeenteraadsbesluit van 28 juni 2022 nominatief vermeld, maar haar bezwaar inzake de verkeersveiligheid is geenszins in acht genomen, laat staan beantwoord. Nergens wordt gemotiveerd waarom ten noorden van verzoeksters boerderij niet de bestaande breedte van ongeveer zeven meter wordt gebruikt. 7.
  18. In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij vooreerst dat het middel niet ontvankelijk is om de in randnummer 5.1 weergegeven reden. 7.
  19. Ten gronde repliceert de verwerende partij dat de opmerkingen en bezwaren van verzoekster, waar mogelijk, wel degelijk werden beantwoord. Volgens de verwerende partij vergeet verzoekster dat de gemeenteraad zich enkel mag uitspreken over de ligging, breedte, uitrusting en eventuele opname in het openbaar domein van de wegenis, maar niet over zaken betreffende de omgevingsvergunning. Stedenbouwkundige elementen mogen niet betrokken worden in de beoordeling van de wegenis. De kritiek in verzoeksters bezwaarschrift had echter grotendeels betrekking op stedenbouwkundige elementen en op elementen waarvoor de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen geen beslissingsbevoegdheid heeft. Bovendien wordt bij de beantwoording van bezwaren en opmerkingen niet verwacht dat deze letterlijk worden opgenomen in de beslissing. Voor de verwerende partij is het duidelijk dat de gemeenteraad de opmerkingen en bezwaren welke betrekking hadden op het wegenisaspect, en welke zij gerechtigd was te beantwoorden, heeft ontmoet.
  20. In haar laatste memorie wijst de verwerende partij erop dat de gemeenteraad duidelijk heeft aangegeven dat hij niet raakt aan de rooilijn zoals voorzien in de Atlas der Buurtwegen, met uitzondering van twee uitwijkstroken teneinde landbouwverkeer de mogelijkheid te geven te kruisen met trage weggebruikers en ander landbouwverkeer. Verzoeksters stelling dat er onvoldoende belang is gehecht aan de bestaande wegbreedte ten noorden van haar X-18.265-8/11 boerderij “wringt nogal voor de gemeente” daar zij rekening dient te houden met de wettelijke rooilijn uit de Atlas der Buurtwegen. De ‘verbreding’ van de weg ten noorden van verzoeksters boerderij – die uitsluitend privaat gebruik kent – is geen gemeenteweg. Er ligt immers geen rooilijnplan voor dat voor dit weggedeelte de rooilijnen uit de Atlas der Buurtwegen wijzigt. Rekening houdend met de actuele situatie op de gemeenteweg heeft de gemeenraad geoordeeld dat het nodig is dat enkel wordt voorzien in twee uitwijkstroken. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat verzoekster haar private toegang “afwimpelt op de gemeente”. Beoordeling
  21. De in randnummer 7.1 bedoelde exceptie wordt verworpen om de in randnummer 5.2 vermelde reden.
  22. Artikel 47, eerste lid, van het omgevingsvergunningsbesluit luidt: “Als een beslissing van de gemeenteraad vereist is over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.” Het materiëlemotiveringsbeginsel houdt in dat een besluit van het bestuur moet gedragen worden door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het besluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden geïnventariseerd en gecontroleerd, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen. Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren, volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te X-18.265-9/11 onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is.
  23. Anders dan de verwerende partij laat uitschijnen, is de verkeersveiligheid van het wegtracé een element dat de gemeenteraad in acht moet nemen wanneer hij een rooilijnplan goedkeurt.
  24. Terecht wijst verzoekster erop dat haar tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaar inzake de verkeersveiligheid van het tracégedeelte ten noorden van haar boerderij in het gemeenteraadsbesluit van 28 juni 2022 als volgt is beantwoord: “De verkeersveiligheid is een item welke besproken werd tijdens de projectstuurgroep. Het ontwerp werd in consensus goedgekeurd.”
  25. Vastgesteld moet worden dat het in het vorige randnummer geciteerde antwoord bepaald nietszeggend is en er niet van getuigt dat verzoeksters tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift met de gepaste zorgvuldigheid is onderzocht. Aan die vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de door de verwerende partij ingeroepen elementen, zoals haar bewering dat ten noorden van verzoeksters boerderij bepaalde wegstroken een privaat karakter zouden hebben.
  26. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
  27. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Erpe-Mere van 28 juni 2022 ‘Aanleggen van een nieuw fietspad langsheen de Sprinkel te Aaigem – fase
  28. Beslissen over de zaak van de wegen’. X-18.265-10/11 Het beroep wordt voor het overige verworpen.
  29. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  30. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoekster. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier september tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.265-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.063 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.572 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.