id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.073 Rolnummer: A. 240509/X-18505 Zaak: Arrest 264073 - Sluitingen van vestigingen - 05/09/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-09-09 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-15 05:55 Fiche Arrest nr 264.073 van 5 september 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 264.073 van 5 september 2025 in de zaak A. 240.509/X-18.505 In zake : B.A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tariq Pels kantoor houdend te 2000 Antwerpen Michel De Braeystraat 52 bus 109 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Manu Bande kantoor houdend te 2000 Antwerpen Michel De Braeystraat 52 bus 127 tegen : de STAD MECHELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 17 november 2023, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de burgemeester van de stad Mechelen van 16 oktober 2023 waarbij onder welbepaalde voorwaarden wordt overgegaan tot opheffing van de tijdelijke bestuurlijke sluiting van de inrichting LPG-Center gelegen te […] Mechelen”. X-18.505-1/12 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 258.041 van 28 november 2023 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 mei
- Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tariq Pels, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Emma Ceyssens, die loco advocaten Cies Gysen en Tom Swerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-18.505-2/12 III. Feiten 3.
- Verzoeker is eigenaar en uitbater van een autogarage gelegen te Heffen (Mechelen). 3.
- Bij brief van 26 september 2023 brengt de waarnemend burgemeester van de stad Mechelen verzoeker ter kennis dat hij voornemens is om zijn inrichting bestuurlijk te sluiten. Volgens de waarnemend burgemeester wordt er een loopje genomen “met de geldende regels voor het veilig uitvoeren van LPG- werkzaamheden”. Er wordt ook verwezen naar klachten van buurtbewoners “inzake geluidsoverlast, geurhinder, het hinderlijk stallen van wagens, de inname van parkeerplaatsen op de openbare weg, en onaangepaste snelheid bij het testen van voertuigen”. Verzoeker wordt uitgenodigd om op 2 oktober 2023 te worden gehoord. 3.
- Op 6 oktober 2023 besluit de burgemeester om de inrichting van verzoeker tijdelijk bestuurlijk te sluiten. Dit besluit, gesteund op de artikelen 133, tweede lid en artikel 135, § 2, van de Nieuwe Gemeentewet, steunt hoofdzakelijk op de vaststellingen dat verzoeker “bij de uitbating van zijn garage te Heffen een loopje neemt met de geldende regels voor het veilig uitvoeren van LPG-werkzaamheden, regels die er net zijn om de veiligheid te vrijwaren. Deze vaststellingen vormen een ernstige bedreiging voor de openbare veiligheid en gezondheid. Niet alleen voor de klanten en personen die de werkzaamheden uitvoeren in de garage, maar ook voor de nabije omgeving”. Het besluit overweegt voorts “dat door de uitvoering van de montage, de verwijdering, het onderhoud of de herstelling van onderdelen van LPG-installaties als niet erkende monteur en zonder te beschikken over een erkenning als LPG- installateur, de openbare veiligheid ernstig in het gedrang X-18.505-3/12 wordt gebracht door de uitbating van de garage ‘LPG-center’ […]. LPG is een gas, waarbij het uiterst belangrijk is dat de veiligheidsvoorschriften worden nageleefd, niet alleen voor de klanten en personen aanwezig in de garage, maar ook voor de veiligheidsrisico’s voor de nabije omgeving van de werkplaats”. Het burgemeestersbesluit verwijst voorts ook naar de problematiek inzake het stallen van “voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein voor de garage”: “Overwegende dat tijdens de controle op 7 september 2023 tevens werd vastgesteld dat er buiten op het binnenplein voor de ingang van de garage gesleuteld werd aan een personenwagen, dit terwijl het stallen van materiaal en wagens en het sleutelen eraan zonder omgevingsvergunning verboden is op het binnenplein. Deze activiteiten dienen in de garage te gebeuren; Overwegende dat [verzoeker] reeds meermaals in kennis werd gesteld van het verbod om op het binnenplein voertuigen te stallen en aan voertuigen te werken. Zo stelde de dienst Handhaving van de stad Mechelen tijdens een plaatsbezoek op 27 september 2022 vast dat er vijf wagens geparkeerd stonden op het binnenplein en dat er materiaal (auto-onderdelen/afval) gestockeerd werden voor de loods. Er werd met [verzoeker] afgesproken dat de wagens binnen de week dienden verwijderd te worden en dat er geen wagens meer mochten bijkomen. Een hercontrole vond plaats op 4 oktober
- Opnieuw werd vastgesteld dat er wagens van [verzoeker] werden gestald op het binnenplein, niettegenstaande hij hiervoor geen omgevingsvergunning heeft. Door dienst Handhaving van de stad Mechelen wordt een eerste aangetekend schrijven verstuurd op 11 oktober 2022 voor het verwijderen van de wagens binnen een termijn van zestig kalenderdagen. Op 28 oktober 2022 voert de dienst Handhaving opnieuw een controle uit op het binnenplein. Op dat ogenblik waren alle wagens van de garage van [verzoeker] verwijderd op het binnenplein. Op 16 november 2022 komt er echter opnieuw een melding binnen dat er op het binnenplein 12 wagens gestockeerd staan. De dienst Handhaving neemt opnieuw telefonisch contact op met [verzoeker]. Naar aanleiding van deze contactname verminderde de stallingsproblematiek in de periode tussen eind november 2022 en eind april
- Op 9 mei 2023 stelde de dienst Handhaving echter opnieuw vast dat er wagens op het binnenplein werden gestald. Vervolgens stelde de dienst Handhaving op 23 mei 2023, 26 juni 2023, en 4 juli 2023 vast dat er wagens gestald stonden op het binnenplein. Telkens werd [verzoeker] via een formele aanmaning van de dienst Handhaving in kennis gesteld van het verbod om wagens te stallen op het binnenplein en de opdracht gegeven om de wagens te verwijderen; Overwegende dat ik derhalve vaststel dat [verzoeker] zich structureel niet houdt aan het verbod om voertuigen en materialen te stallen op het binnenplein buiten de loods. Dit vormt niet alleen een stedenbouwkundige X-18.505-4/12 inbreuk op de omgevingsvergunningsplicht, maar belemmert ook de doorgang voor andere gebruikers van de garage boxen gelegen op het binnenplein. Dit blijkt ook uit het proces-verbaal van vaststelling van 28 september 2022 dat werd opgesteld door gerechtsdeurwaarder [G.I.V.] op vraag van een buurtbewoner; Overwegende dat één van de meest storende misdrijven in woongebied het onvergund stallen van wrakken, materialen en het parkeren van (een groot aantal) voertuigen is. Dit is dan ook de reden waarom de decreetgever deze handelingen uitdrukkelijk vergunningsplichtig heeft gemaakt. Het consequent niet naleven van het verbod tot stallen en werken aan voertuigen buiten de loods verstoort de openbare rust van de omwonenden aanzienlijk en kan niet langer worden getolereerd; […] Overwegende dat ik van oordeel ben dat door het blijven volharden in het stallen van voertuigen en materiaal en het uitvoeren van werkzaamheden aan wagens op het binnenplein voor de loods zonder te beschikken over een daarvoor vereiste omgevingsvergunning, de openbare rust ernstig in gedrang wordt gebracht. [Verzoeker] werd reeds verschillende kansen geboden om daar structureel mee te stoppen, zonder blijvend resultaat.” Op basis van al deze overwegingen besluit de burgemeester “om de inrichting LPG-center gelegen te […] Heffen, vanaf woensdag 11 oktober 2023 tijdelijk bestuurlijk te sluiten totdat wordt aangetoond dat de inrichting volledig in orde is met alle wettelijke vereisten voor de uitbating en de activiteiten die worden uitgevoerd in het LPG-center door [verzoeker], meer bepaald door volgende stukken over te maken: “ - Het bewijs te beschikken over een geldig certificaat als LPG-monteur en een geldige erkenning als LPG-installateur dan wel het bewijs van de volledige stopzetting van deze activiteiten; - Het bewijs dat alle voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein voor de garage definitief verwijderd zijn en ook structureel geen nieuw materiaal en voertuigen meer op het binnenplein zullen worden geplaatst; […] De uitbating kan enkel opnieuw aanvatten na beoordeling door de burgemeester van de voorgelegde stukken, waarbij de vrijwaring van de openbare veiligheid, gezondheid en rust centraal staat. […]” X-18.505-5/12 3.
- Dit besluit werd bestreden met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State (zaak nr. 240.664/X-18.526). Bij arrest nr. 264.072 van 5 september 2025 werd het beroep verworpen. 3.
- Op 16 oktober 2023 wordt het volgend besluit genomen en aan verzoeker ter kennis gebracht: “Overwegende dat de raadsman van [verzoeker] via een schrijven van maandag 9 oktober 2023 meedeelde dat zijn client het nodige zou doen om alles wat hem toebehoort te verwijderen van het binnenplein en dat hij ervoor zou kiezen om de LPG-activiteiten in de garage voorlopig volledig [stop te zetten], maar dat hij wel verdere duiding wenste of dit ook het verbod inhield op het uitvoeren van activiteiten die betrekking hebben op het onderhoud van klasse 2 onderdelen; […] Overwegende dat de raadsman van [verzoeker] op woensdag 11 oktober 2023 via e-mail een filmpje bezorgde aan het kabinet van de burgemeester waaruit blijkt dat alle voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein die toebehoorden aan de heer Bert Aerts voor de garage verwijderd werden; Overwegende dat de raadsman van [verzoeker] via een e-mail aan het kabinet van de burgemeester op vrijdag 13 oktober 2023 verzocht tot opheffing van de bestuurlijke sluiting van de inrichting onder voorwaarde van verbod van het uitvoeren van LPG-activiteiten; Overwegende dat de burgemeester op basis van bovenstaande vaststellingen en overwegingen van oordeel is dat aan de voorwaarden zoals weergegeven in zijn besluit van 6 oktober 2023 voldaan is; […] Overwegende bovendien ook dat in het besluit van 6 oktober 2023 weergegeven wordt dat [verzoeker] ervoor dient te zorgen dat er geen nieuw materiaal en voertuigen meer op het binnenplein zullen worden geplaatst die toebehoren aan of verband houden met de uitbating van de garage; Besluit: Artikel
- Op basis van bovenstaande overwegingen besluit de burgemeester om de tijdelijke bestuurlijke sluiting van de inrichting LPG- center gelegen te […] Mechelen op te heffen mits naleving van volgende voorwaarden: - Het verbod op de uitvoering van alle LPG-activiteiten, met inbegrip van het onderhoud van klasse 2 onderdelen, tot [verzoeker] aantoont dat hij beschikt over een geldig certificaat als LPG-monteur en een geldige erkenning als LPG-installateur; - Het verbod op het uitvoeren van LPG-activiteiten wordt door [verzoeker] zichtbaar aangehangen in de inrichting; - Er worden geen voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein voor de garage geplaatst. […].” X-18.505-6/12 Dit is de bestreden beslissing. 3.
- Bij e-mail van 10 november 2023 vraagt de raadsman van verzoeker aan het kabinet van de burgemeester bevestiging dat de voorwaarde inzake het stallen van voertuigen “enkel doelt op de LPG-activiteiten en geen betrekking heeft op de standaard garage-activiteiten waarvoor een aktename van een melding werd gedaan”. 3.
- Bij e-mail van 13 november 2023 antwoordt het kabinet van de burgemeester dat op het binnenplein ook geen voertuigen voor reguliere garageactiviteiten mogen worden geplaatst. IV Onderzoek van het enige middel Samenvatting van het middel
- Verzoeker voert de schending aan van de artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 ‘houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid’ (hierna: DABM), inzonderheid artikel 16.4.5 en artikel 16.4.17, en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het evenredigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, en de materiëlemotiveringplicht. 5.
- In een eerste onderdeel betoogt hij dat de bestreden beslissing, door het opleggen van de voorwaarde dat er geen voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein voor de garage geplaatst mogen worden, de facto titel XVI DABM buiten spel plaatst. Volgens verzoeker eigent de burgemeester zich een bevoegdheid tot handhaving van de Vlaamse milieuregelgeving toe, waarvoor geen wettelijke grondslag bestaat. Aldus wordt verzoeker belangrijke procedurele waarborgen X-18.505-7/12 ontnomen, waaronder de mogelijkheid tot het instellen van bestuurlijk beroep wat zowel de legaliteit als de opportuniteit van de maatregel betreft. Waar de burgemeester zich voor het nemen van het bestreden besluit heeft willen beroepen op de algemene bevoegdheid waarover hij beschikt met het oog op het handhaven van de openbare veiligheid en gezondheid van de inwoners van de gemeente, vermag de algemene bevoegdheid van de burgemeester evenwel geen afbreuk doen aan het specifieke decretale kader van titel XVI DABM. Daarenboven is de opgelegde maatregel volgens verzoeker niet afdoende gemotiveerd en wordt er louter verwezen naar de beslissing van 6 oktober 2023, waarin zou ‘weergegeven’ worden dat er geen nieuw materiaal en voertuigen op het binnenplein geplaatst mogen worden die verband houden met de garage. Een motivering door verwijzing naar de beslissing van 6 oktober 2023 om het thans opgelegde verbod op voertuigen en materialen op het binnenplein te schragen, kan daaraan niet verhelpen. In de mate dat uit de eerdere beslissing van 6 oktober 2023 blijkt dat de verwerende partij van mening is dat het tijdelijk parkeren van auto’s niet zou zijn toegelaten op het binnenplein en dat verzoekende partij hiervoor niet zou beschikken over de nodige vergunningen, wordt volgens verzoeker uit het oog verloren dat verzoeker beschikt over een meldingsakte van 17 juli 2015 voor de uitbating van een garage ter plaatse. 5.
- In een tweede onderdeel voert verzoeker aan dat de opgelegde voorwaarde, waarbij in zijn algemeenheid het plaatsen van voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein voor de garage wordt verboden, niet beantwoordt aan een concrete handhavingsbehoefte die het opleggen van een dergelijk algemeen verbod verantwoordt. De maatregel is ook “rechtsonzeker en onvoldoende kenbaar”. X-18.505-8/12 Verzoeker beschikt immers over een aktename van een melding klasse 3 van 17 juli 2015 om ter plaatse een standaardgarage uit te baten. Het is bijgevolg mogelijk en toelaatbaar dat bezoekers en cliënteel voor de garage het binnenplein oprijden tot bij de ingang van de garage. Het is ook niet uitgesloten dat bezoekers of leveranciers van verzoeker via het binnenplein tot bij de garage rijden en hun voertuig daar tijdelijk parkeren tijdens het bezoek of de levering aan de garage. Op basis van de thans geformuleerde maatregel zijn dergelijke voertuigen of leveringen op het binnenplein evenwel niet toegestaan. Verzoeker heeft geen exclusieve zeggenschap over het betrokken binnenplein. Zo bevindt zich in een aanpalende loods een sanitairbedrijf dat eveneens via het binnenplein wordt ontsloten. Het kan niet zijn dat verzoeker zou worden aangesproken op grond van de bestreden beslissing en de daarin opgelegde maatregel, voor wat andere gebruikers doen en laten. Beoordeling
- De bestreden beslissing is gesteund op de artikelen 133, tweede lid, en 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet. Artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet draagt de gemeenten op ten behoeve van de inwoners te voorzien in een goede politie, onder meer te zorgen voor de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen. Artikel 133 belast de burgemeester met de uitvoering van onder andere de politiewetten, inbegrepen artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet. Uit artikel 133 juncto artikel 135, § 2 van de nieuwe gemeentewet volgt dat de burgemeester de individuele uitvoeringsmaatregelen mag nemen die nodig zijn om in de gemeente de openbare veiligheid en rust te handhaven. X-18.505-9/12
- Te dezen rijst in essentie de vraag of de bestreden beslissing inpasbaar is in de bevoegdheid van de burgemeester om de nodige maatregelen te nemen met het oog op de handhaving van de openbare veiligheid en rust.
- De bestreden beslissing van 16 oktober 2023 kan niet los worden gezien van het burgemeestersbesluit van 6 oktober 2023, waarbij tot een bestuurlijk sluiting werd besloten, en waarin de voorwaarden werden bepaald opdat de uitbating zou kunnen worden hervat. Bij de beoordeling of aan de motiveringsplicht werd voldaan, moet dan ook rekening worden gehouden met de motieven van de beslissing van 6 oktober
- Tussen partijen bestaat er geen discussie over de voorwaarden die betrekking hebben op de LPG-activiteit. De discussie spitst zich geheel toe op de toelaatbaarheid van de voorwaarde in de bestreden beslissing dat “geen voertuigen, wrakken en materiaal op het binnenplein voor de garage” mogen worden geplaatst.
- Luidens het burgemeestersbesluit van 6 oktober 2023 vormt het stallen van voertuigen en materialen op het binnenplein buiten de loods “niet alleen een stedenbouwkundige inbreuk op de omgevingsvergunningsplicht”, maar “belemmert [dit] ook de doorgang voor andere gebruikers van de garage boxen gelegen op het binnenplein”. Het besluit verwijst ter zake naar het proces-verbaal van vaststelling van 28 september 2022 dat werd opgesteld door een gerechtsdeurwaarder op vraag van een buurtbewoner. Het burgemeestersbesluit van 6 oktober 2023 is van oordeel dat “[h]et consequent niet naleven van het verbod tot stallen en werken aan voertuigen buiten de loods […] de openbare rust van de omwonenden aanzienlijk [verstoort] en […] niet langer [kan] worden getolereerd” en dat “door het blijven volharden in het stallen van voertuigen en materiaal en het uitvoeren van werkzaamheden aan X-18.505-10/12 wagens op het binnenplein voor de loods zonder te beschikken over een daarvoor vereiste omgevingsvergunning, de openbare rust ernstig in gedrang wordt gebracht”.
- In zijn procedurestukken betwist verzoeker dat het stallen van voertuigen, wrakken en materiaal niet vergund zou zijn. Hij verwijst ter zake naar de aktename van een melding klasse 3 van 17 juli 2015 om een standaardgarage uit te baten. Volgens verzoeker brengt de aktename met zich mee dat ook “het stallen van voertuigen, al dan niet afgedankt, en van materiaal vergund is op basis van de meldingsakte van 17 juli 2015”.
- Verzoeker erkent dat hij geen exclusieve zeggenschap heeft over het binnenplein. Hij overtuigt er niet van dat het binnenplein zou behoren tot het exploitatieterrein waarop de meldingsakte van 17 juli 2015 betrekking heeft. In die omstandigheden toont hij niet aan dat de burgemeester onwettig gehandeld heeft door te oordelen dat de openbare veiligheid en rust evenals de openbare orde op openbare plaatsen verstoord wordt door de obstructie voor de toegankelijkheid van de garageboxen van derden die voortvloeit uit het stallen van voertuigen en materiaal en het uitvoeren van werkzaamheden aan wagens op het binnenplein.
- Het gegeven dat een eventuele inbreuk op het verbod om voertuigen te stallen niet noodzakelijk aan verzoeker toerekenbaar zal zijn, vermits hij niet de enige is die van het binnenplein gebruik maakt, doet niet anders besluiten.
- Het enige middel wordt verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. X-18.505-11/12
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring en van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf september tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.505-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.073 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.041 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div