← België

Arrest 264078 - Tucht (openbaar ambt) - 05/09/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.078 Rolnummer: A. 243647/IX-10592 Zaak: Arrest 264078 - Tucht (openbaar ambt) - 05/09/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-09-09 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-15 05:55 Fiche Arrest nr 264.078 van 5 september 2025 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 264.078 van 5 september 2025 in de zaak A. 243.647/IX-10.592 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Peeters kantoor houdend te 2600 Antwerpen-Berchem Borsbeeksebrug 36 bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de UNIVERSITEIT GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Jade Leenaert kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 3 december 2024, strekt tot de nietigverklaring van: “• De beslissing van de verwerende partij, ter kennis gebracht aan verzoeker en alle ICT-medewerkers op 8 oktober 2024, in de mate waarin daarin wordt meegedeeld dat verzoeker, in afwachting van de terugkoppeling van de resultaten van een effectenmeting op 21 oktober 2024, afstand zou houden ten aanzien van het functiedomein ICT en de medewerkers daarvan, en dat verzoeker daarmee zou ingestemd hebben; • De beslissing van verwerende partij van 21 oktober 2024 ‘tot het nemen van een ordemaatregel met onmiddellijke ingang (Tuchtreglement voor Personeel)’, op grond waarvan verzoeker met onmiddellijke ingang en bij hoogdringendheid, en dit tot 20 januari 2025 en met mogelijkheid tot verlenging gedurende drie maanden

(1)de toegang tot de gebouwen en de digitale werkvloer wordt ontzegd,
(2)een contactverbod met medewerkers wordt opgelegd,
(3)een contactverbod met externe IT-consultants en IT- leveranciers wordt opgelegd, en
(4)verzoeker geen financiële en HR- IX-10.592-1/4 bevoegdheden als directeur meer mag uitoefenen; • De beslissing van verwerende partij van 14 november 2024 met ref. ORD 2024/0003/SD, waarmee de beslissing van 21 oktober 2024 ‘tot het nemen van een ordemaatregel met onmiddellijke ingang (Tuchtreglement voor Personeel)’ wordt gehandhaafd, op grond waarvan verzoeker tot 20 januari 2025
(1)de toegang tot de gebouwen en de digitale werkvloer wordt ontzegd,
(2)een contactverbod met medewerkers wordt opgelegd,
(3)een contactverbod met externe IT-consultants en IT-leveranciers wordt opgelegd, en
(4)verzoeker geen financiële en HR-bevoegdheden als directeur meer mag uitoefenen.” II. Verloop van de rechtspleging
  1. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 11 februari
  2. Op 9 mei 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. IX-10.592-2/4 Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  5. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. IV. Kosten
  6. In een schrijven van 14 mei 2025 delen de raadslieden van de verwerende partij mee dat “cliënte [heeft] besloten om afstand te doen van de rechtsplegingsvergoeding”. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt het beroep.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
  9. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.592-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf september tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.592-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.078 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.