id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.136 Rolnummer: A. 245440/IX-10709 Zaak: Arrest 264136 - Varia (justitie) - 11/09/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-09-23 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-15 05:43 Fiche Arrest nr 264.136 van 11 september 2025 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 264.136 van 11 september 2025 in de zaak A. 245.440/IX-10.709 In zake: XXXX tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Vanpraet kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306a bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 28 juli 2025, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “afwending van plichten als verwerkingsverantwoor- delijke van de Algemene Nationale Gegevensbank (A.N.G.) en basisgegevensban- ken”, in fine van het verzoekschrift genoemd “de afwijzende beslissing aangaande de toegang, bewaring en melding van inbreuken van persoonsgegevens in de Al- gemene Nationale Gegevensbank (A.N.G.) en basisgegevensbanken, betreffende gerechtelijke politie”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij beschikking van 31 juli 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een ad- ministratief dossier ingediend. IX-10.709-1/9 Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag op- gesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september 2025, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. De verzoekende partij en advocaat Jürgen Vanpraet, die ver- schijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit ar- rest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoör- dineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 14 december 2024 richt verzoeker een “verzoekschrift voor een bestuurlijke beslissing m.b.t. politionele gegevensbanken” aan de minister van Justitie, gevolgd op 15 februari 2025 en op 15 mei 2025 door een “aanmaning voor de bestuurlijke beslissing m.b.t. politionele gegevensbanken met toepassing van artikel 14, § 3 RvS-Wet”. Laatstvermelde aanmaning bevat het volgende verzoek: “Het verzoekschrift voor de bestuurlijke beslissing te ontvangen en naar rechtsgronden te behandelen; Toegang tot persoonsgegevens in de Algemene Nationale Gegevensbank en basisgegevensbanken te verschaffen, overeenkomstig artikel 38 §1 1A WGB en artikel 14
- g)van Richtlijn (EU) 2016/680; IX-10.709-2/9 Bewaring van alle persoonsgegevens die betrekking hebben te bevelen, overeenkomstig artikel 39 §3 2A van het WGB en artikel 16 §3
- b)van Richtlijn (EU) 2016/680, ongeacht het verstrijken van de bewaartermijnen; In voorkomend geval, in het kader van de wettelijke verplichtingen met betrekking tot gegevensbeveiliging (artikelen 61, 62 en 89 van het WGB), de onverwijlde melding te bevelen van eventuele inbreuken aan de be- voegde toezichthoudende autoriteiten, evenals aan mij als natuurlijk per- soon; De betekende aanmaning d.d. 15 februari 2025 te honoreren en een spoe- dige kennisgeving van de bestuurlijke beslissing te verlenen.” De verwerende partij heeft op deze brieven niet gereageerd, wat verzoeker opvat als een stilzwijgende afwijzende beslissing in de zin van artikel 14, § 3, RvS-Wet. Dat is de thans bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwe- rende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onder- zoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn. Dat is, zoals hierna zal blijken, niet het geval. V. Schorsingsvoorwaarden 5. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wet- ten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een be- handeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima fa- cie kan worden verantwoord. VI. Spoedeisendheid IX-10.709-3/9 Uiteenzetting in het verzoekschrift 6. Verzoeker argumenteert in het inleidend verzoekschrift over de spoedeisendheid wat volgt (voetnoten weggelaten): “42. De spoedeisendheid van de gevraagde schorsing met voorlopige maat- regelen is noodzakelijk om onherstelbare schade aan de rechten van Ver- zoeker te voorkomen. Verzoeker dreigt navolgende onomkeerbare nadelen te bekomen en voert daarbij verantwoording van de schorsing aan: 43. Dreigend verlies aan bewijsmateriaal: Verzoeker beoogt met het ver- zoek tot bewaring van persoonsgegevens in politionele gegevensbanken, bewijsmateriaal voor de waarheidsvinding van strafrechtelijke procedures te waarborgen. De wet op het politieambt wijst vijfjarige bewaartermijnen aan voor persoonsgegevens in basisgegevensbanken, die betrekking hebben op bestuurlijke politie en niet-concrete feiten bij gerechtelijke politie, zoals bepaald in artikel 44/11/2, § 2 en § 4 WPA. Aankopen van computer be- veiligingssoftware vanaf 2019 wijzen een voortdurend verstrijken van de vijfjarige termijn aan, waarna gegevens onherroepelijk gewist worden. Dit betekent dat cruciaal bewijsmateriaal voor het vaststellen van de aard en omvang van de onrechtmatige verwerking definitief verloren dreigt te gaan. Dit belemmert de waarheidsvinding van strafrechtelijke procedures en de mogelijkheid tot het afdwingen van herstel voor de geleden schade. 44. Voortdurende schendingen van grondrechten en fundamentele vrijhe- den: De stilzwijgende afwijzing bestendigt een situatie van onrechtmatige gegevensverwerking die een directe inbreuk vormt op de het grondrecht van privacy. Daarenboven bewerkstelligen inbreuken op de gegevensver- werking schendingen van grondrechten en fundamentele vrijheden. Opdat uw Raad schendingen hiervan in concreto kan opmaken, wordt verwezen naar het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep Brussel d.d. 29 februari 2024, waarbij in overeenkomst met artikel 21bis GW inzage en afschrift van heimelijke gerechtelijke dossiers werd verzocht. Hierbij werden stukken neergelegd tot het staven van onrechtma- tige onderzoekshandelingen, met in het bijzonder woonstschennissen door onwettige inkijkoperaties. Schending van de integriteit van strafrechtelijke procedures: In het bijzon- der dreigt onomkeerbaar herstel voor Verzoekers grondrechten op een eer- lijk proces en doeltreffende voorziening in rechte. Het beginsel van wapen- gelijkheid, een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces (ar- tikel 6 EVRM), vereist dat partijen over gelijke middelen en mogelijkheden beschikken om hun zaak te bepleiten. Het dreigend verlies aan bewijsma- teriaal en de voortdurende inbreuken op Verzoekers persoonsgegevens, rechten en vrijheden, waarbij met technische middelen casusinformatie ont- futseld wordt, creëren een ernstig onevenwicht in wapengelijkheid en be- langenconflict. Dit ondermijnt de effectiviteit van het strafrechtelijk rechts- middel waarover Verzoeker dient te beschikken. De beklaging van woonstschennissen door onwettige inkijkoperaties, die zich alvorens de IX-10.709-4/9 zitting bij het hof van beroep van Brussel d.d. 29 februari 2024 voordeden, wijzen het vergaande ontfutselen van informatie en schenden van wapen- gelijkheid op tastbare wijze aan. Zonder toegang tot en bewaring van de gevraagde persoonsgegevens, is het voor Verzoeker niet mogelijk de vol- ledige aard en omvang van de onrechtmatige gegevensverwerking en schendingen van grondrechten en fundamentele vrijheden vast te stellen. Deze mogelijkheid wordt bovendien steeds verder aangetast door het voort- durende verlies van essentieel bewijsmateriaal. 45. Secundaire en herhaaldelijke victimisatie: Ten gevolge van de voortdu- rende schendingen van grondrechten en fundamentele vrijheden, met in het bijzonder de rechten op een eerlijk proces en effectief rechtsmiddel, zijn er bijzondere herhaaldelijke en secundaire victimisatie, die Verzoekers gees- telijke, emotionele en lich[a]melijke integriteit schenden. Daarbij strekken schendingen tot het in het gedrang komen van Verzoekers veiligheid, en zijn er r[eë]le risico’s voor intimidatie en vergelding. De voorgelegde ele- menten van woonstschennissen in de aanloop van een rechtszitting, door vermoedelijk onwettige inkijkoperaties bewerkstelligd met onrechtmatige gegevensverwerking, demonstreert deze bijzondere victimisatie. 46. Gezien de dreiging van het verlies van bewijsmateriaal, de voortdu- rende schending van grondrechten en fundamentele vrijheden, het in het gedrang komen van rechtsprocedures […] en de secundaire en herhaalde- lijke victimisatie, is een schorsing met voorlopige maatregelen absoluut noodzakelijk om onherstelbare schade te voorkomen en de rechtsbescher- ming van Verzoeker te waarborgen.” Beoordeling 7. Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, RvS-Wet moet de vorde- ring tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indie- ner ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van deze vor- dering wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 4, § 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in con- creto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voort- durende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. 8. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op IX-10.709-5/9 aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om in haar verzoekschrift op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gege- vens bij te brengen die aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedra- gen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onder- bouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoet- sen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisend- heid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslis- sing is. In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het ver- zoekschrift tot schorsing of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteengezet én ge- staafd. 9. Een eerste nadeel dat verzoeker wil keren, betreft “de dreiging van het verlies van bewijsmateriaal”. Het is een nadeel dat verzoeker nergens op concrete wijze inzichtelijk maakt en dat voor de Raad van State niet minimaal aan- nemelijk wordt gemaakt. Zo onderbouwt verzoeker nergens de stelling “dat cruci- aal bewijsmateriaal voor het vaststellen van de aard en de omvang van de onrecht- matige verwerking definitief verloren dreigt te gaan”. Het is niet duidelijk over welke strafrechtelijke procedures en welk cruciaal bewijsmateriaal het gaat; even- min is duidelijk of een gebeurlijke nietigverklaring volgens de normale procedure te laat zou komen om het beweerde nadeel op te vangen; zo is ook niet duidelijk of er een rechtstreeks causaal verband bestaat tussen het aangevoerde nadeel en de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Hetzelfde kan worden gesteld over de “beklaging van woonst- schennissen door onwettige inkijkoperaties” en “de bijzondere herhaaldelijke en secundaire victimisatie, die Verzoekers geestelijke, emotionele en lich[a]melijke integriteit schenden”. Verzoeker maakt deze nadelen nergens concreet en IX-10.709-6/9 inzichtelijk. Evenmin worden er stavingsstukken gevoegd die deze stellingen on- derbouwen. Anders dan verzoeker ter terechtzitting beweert, levert hij zelfs geen “begin van bewijs”, wat dan volgens hem zou volstaan om de bewijslast te keren. Er kan trouwens ten zeerste worden getwijfeld aan het direct causaal verband tus- sen deze beweerde nadelen en de tenuitvoerlegging van de stilzwijgende afwij- zende beslissing. In zoverre verzoeker verwijst naar de ondermijning van “de ef- fectiviteit van het strafrechtelijk rechtsmiddel” en “de r[eë]le risico’s voor intimi- datie en vergelding”, volstaat de vaststelling dat de beduchtheid die bestaat bij ver- zoeker op zich niet volstaat om de behandeling bij spoedeisendheid te verantwoor- den, nu hij met het poneren van deze loutere bewering, verzuimt om aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens uiteen te zetten in welke mate hij onherroepelijke schadelijke gevolgen zou ondergaan indien hij het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten afwachten. Vage beweringen en hypo- thetische beschouwingen vermogen de spoedeisendheid niet aan te tonen. 10. Verzoeker beroept zich op talrijke schendingen van grondrech- ten en fundamentele vrijheden om de spoedeisendheid van zijn schorsingsvorde- ring te onderbouwen. Evenwel, de grondvoorwaarde van het voorhanden zijn van een ernstig middel is te onderscheiden van de grondvoorwaarde van de spoedei- sendheid, waaraan afzonderlijk moet zijn voldaan. De herhaling van de in de mid- delen aangevoerde grieven vermag de spoedeisendheid van de vordering in begin- sel dan ook niet te verantwoorden. Verzoeker poogt evenmin om de vermeende schending van grondrechten op enige wijze te betrekken op de eigen persoonlijke situatie. IX-10.709-7/9 11. Verzoeker refereert in zijn verzoekschrift en nogmaals ter te- rechtzitting nog aan een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Brussel van 29 februari 2024. In dit arrest is het volgende te lezen: “De federale procureur verklaarde tijdens de terechtzitting van 8 februari 2024 […] dat [verzoeker] niet gekend is en in geen enkel federaal dossier voorkomt, zodat er geen inzage kan worden gegeven in dossiers waarin hij geen belang heeft. […] [Verzoeker] beweert belanghebbende te zijn omdat hij het voorwerp zou uitmaken van onderzoekshandelingen op vordering van de federale procu- reur. De loyauteit van het openbaar ministerie wordt vermoed. Nu de federale magistraat stelt geen kennis te hebben van dossiers waarin [verzoeker] op enige wijze wordt vernoemd, dient er te worden vastgesteld dat het ver- zoekschrift op grond van artikel 21bis Wetboek van Strafvordering geen voorwerp heeft.” Het ontgaat de Raad van State hoe dit arrest de stelling van ver- zoeker over de spoedeisendheid steunt. 12. Voorgaande volstaat om de spoedeisendheid – en bijgevolg de vordering tot schorsing – te verwerpen. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. 2. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.709-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op elf september tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.709-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.136 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div