id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.266 Rolnummer: A. 245360/X-19111 Zaak: Arrest 264266 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 23/09/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-09-26 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-14 04:24 Fiche Arrest nr 264.266 van 23 september 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK De Xe KAMER nr. 264.266 van 23 september 2025 in de zaak A. 245.360/X-19.111 In zake: M.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nicolas Vermeulen kantoor houdend te 1000 Brussel Brederodestraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Guillaume Vyncke kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B tegen: de GEMEENTE SINT-JANS-MOLENBEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Butenaerts kantoor houdend te 1080 Sint-Jans-Molenbeek Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
- de GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE
- IRISCARE beiden bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Anthony Poppe en Ellen Verschuere kantoor houdend te 9052 Gent Bollebergen 2A, 20 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------- X-19.111-1/9 I. Voorwerp van de vordering
- De op 18 juli 2025 ingestelde vordering strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Sint-Jans-Molenbeek van 21 mei 2025 houdende de goedkeuring van het protocolakkoord over de oprichting van een dienst die actief is op het vlak van de beperking van de aan druggebruik verbonden risico’s” te Sint-Jans-Molenbeek. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 25 juli 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender voor de vordering tot schorsing vastgesteld. Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 1 september 2025 hebben de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en Iriscare gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september 2025, om 14 uur. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Guillaume Vyncke, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Stijn Butenaerts, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Anthony Poppe, die verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. X-19.111-2/9 Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De ordonnantie van 22 juli 2021 ‘betreffende de erkenning en subsidiëring van de diensten die actief zijn op het vlak van de beperking van de aan druggebruik verbonden risico’s’ (hierna: de ordonnantie van 22 juli 2021) en het besluit van 4 juli 2024 van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot uitvoering van deze ordonnantie (hierna: het besluit van 4 juli 2024) leggen de voorwaarden vast voor de erkenning en subsidiëring van de diensten die actief zijn op het vlak van de beperking van de aan drugsgebruik verbonden risico’s (hierna: DABR). 3.
- De DABR oefent op grond van artikel 3, § 1, van de ordonnantie van 22 juli 2021 de volgende activiteiten uit: “1° voorlichting, bewustmaking en opvoeding van druggebruikers, van de bevolking in het algemeen en van de sociosanitaire, psychosociale, onderwijs- en socioculturele actoren op het vlak van de aan druggebruik verbonden risico’s en van de middelen om ze te verminderen; 2° doorverwijzing van de druggebruikers naar de welzijnsdiensten en de diensten voor algemene of gespecialiseerde zorg, om een gezondheidstraject uit te stippelen dat aangepast is aan hun specifieke situatie, teneinde de verslaving aan te pakken, hun geestelijke en lichamelijke gezondheid te verbeteren en hun sociale re-integratie te bevorderen; 3° opsporing en promotie van opsporing, in al haar vormen, van infectieziekten (onder meer HIV en hepatitis); 4° promotie en distributie, ook op de openbare weg, van gezondheidsmateriaal en - producten voor risicobeperking; 5° bevordering en supervisie van de gedragingen, handelingen en procedures ter preventie van de risico’s op een (al dan niet dodelijke) X-19.111-3/9 overdosis, van infecties en andere complicaties die verbonden zijn aan druggebruik, ook in een consumptiezaal met laag risico. […] 6° het beheer van een consumptiezaal met laag risico; 7° deelname aan de analyse, monitoring en voorlichting ten behoeve van de overheden en de gebruikers over de samenstelling, de gewoonten inzake transformatie en consumptie en het gevaarlijke karakter van de geconsumeerde substanties. 8° het inrichten van een noodopvang met verblijfsfunctie van korte duur voor de gebruikers van de dienst die actief is op het vlak van risicobeperking.” 3.3 De activiteiten zoals opgesomd in voormeld artikel 3, § 1, 5°, 6° en 8°, mogen alleen worden uitgevoerd door diensten die actief zijn op het vlak van risicobeperking en erkend zijn volgens de in de artikelen 5 tot 7 van de Ordonnantie van 22 juli 2021 bedoelde procedure (artikel 3, § 4). 3.
- Om door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie erkend te worden, moet een DABR overeenkomstig artikel 5, § 2, van de Ordonnantie van 22 juli 2021 onder meer aan de volgende voorwaarde voldoen: “1° beschikken over lokalen die aangepast zijn aan de logica van het transdisciplinair zorgtraject en de onvoorwaardelijke opvang, evenals, in voorkomend geval, van de noodopvang met verblijfsfunctie van korte duur, met garanties op het vlak van veiligheid van de lokalen en de omgeving ; 2° doeltreffende samenwerking met één of meer ziekenhuizen organiseren. Het Verenigd College bepaalt de inhoud van de samenwerking met de ziekenhuizen; 3° een overeenkomst voor psychosociale revalidatie van drugverslaafden afgesloten hebben met Iriscare, of samenwerken met een dienst voor de opvang van drugverslaafden die een dergelijke overeenkomst heeft gesloten met Iriscare en, in voorkomend geval, samenwerken met andere ambulante diensten en meer bepaald met diensten die actief zijn in de aanpak van drugverslavingen; 4° beschikken over een huishoudelijk reglement. Het Verenigd College stelt de minimuminhoud van het huishoudelijk reglement vast en kan, in voorkomend geval, specifieke bepalingen voorzien betreffende de noodopvang met verblijfsfunctie van korte duur, bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 8°; 5° beschikken over een overeenkomst die vooraf ondertekend moet worden door elke gebruiker van de consumptiezaal met laag risico. Het Verenigd College bepaalt de inhoud van de overeenkomst; X-19.111-4/9 6° regelmatige ontmoetingen met de buurt organiseren en beschikken over een rechtstreekse telefoonlijn waarop de omwonenden de verantwoordelijken voor de consumptiezaal met laag risico kunnen verwittigen in geval van problemen. Het Verenigd College stelt de nadere regels vast voor de organisatie van de regelmatige ontmoetingen en de telefoonlijn; 7° beschikken over een samenwerkingsovereenkomst die een structurele band tot stand brengt met de betrokken politiezone en de preventiedienst van de betrokken gemeente, met ondertekening van protocollen en de organisatie van stuur- en begeleidingscomités; 8° beschikken over een financieel plan dat de financiële levensvatbaarheid van het project garandeert.” Om erkend te worden moet de dienst die actief is op het vlak van risicobeperking, dus beschikken over een samenwerkingsovereenkomst die een structurele band tot stand brengt met de betrokken politiezone en de preventiedienst van de betrokken gemeente. 3.
- Iriscare, een bicommunautaire instelling van openbaar nut voor gezondheid, bijstand aan personen en gezinsbijslag, wenst een drugsgebruikersruimte onder de benaming ‘LinkUp’ te realiseren op het grondgebied van de verwerende partij. 3.
- Het is in die context dat de gemeenteraad van de verwerende partij op 21 mei 2025 beslist om het “memorandum van overeenstemming goed te keuren met betrekking tot de oprichting van een dienst die actief is op het vlak van de beperking van de aan druggebruik verbonden risico’s […]” (hierna: het protocolakkoord). Dit is de bestreden beslissing, die als volgt wordt verantwoord: “Gezien de verslechterende situatie van het drugsgebruik en de drugshandel in de wijk Ribaucourt - Maritiem in Sint-Jans-Molenbeek; Overwegende dat het geïntegreerde centrum dat gepland is voor de Havenlaan 55, 1000 Brussel, pas in 2029 het daglicht zal zien; Het project LinkUp werd gelanceerd om op een veilige en aangepaste manier te voldoen aan de behoeften van die gebruikers. Dit project omvat X-19.111-5/9 de terbeschikkingstelling van een consumptiezaal met laag risico (CLR) en een dagopvang die dienstdoet als rustruimte. Deze ruimte is alleen toegankelijk voor de gebruikers van de CLR tijdens de openingsuren van de consumptiezaal. Overwegende dat het project LinkUp zijn intrek heeft genomen in het Sunrisegebouw in de Leopold II-laan […] in 1080 Sint-Jans-Molenbeek (hierna ‘het Sunrisegebouw’). Overwegende dat het doel van dit memorandum van overeenstemming is : - De verbintenis van de verschillende partners te formaliseren, - De activiteiten binnen en rond de DABR te regelen - Een stuurcomité op te richten dat verantwoordelijk zal zijn om de uitvoering en opvolging te vergemakkelijken van de activiteiten van de DABR.” 3.
- Het protocolakkoord bevat nadere bepalingen aangaande de doelstellingen en de werking van de DABR, de vestigingsplaats, en de samenstelling en de werking van het stuurcomité. 3.
- Verzoeker is woonachtig in de onmiddellijke omgeving van de vestigingsplaats van de voorziene DABR. IV. Tussenkomst
- Daar het bestreden besluit de belangen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van Iriscare raakt, dient hun verzoekt tot tussenkomst te worden ingewilligd. V. Ontvankelijkheid van de vordering
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij en de tussenkomende partijen opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. X-19.111-6/9 VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. VII. De voorwaarde van de spoedeisendheid Uiteenzetting van verzoeker
- Volgens verzoeker wijst alles erop dat het drugsgebruikerscentrum op zeer korte termijn, in de loop van september, zal openen: “In tussentijd zal verzoekende partij wel al geconfronteerd worden met de door hem ingeroepen nadelige gevolgen, te weten de verloedering van het openbaar domein, de overlast, diens veiligheid die in het gedrang komt, het concentratie-effect van druggebruikers dat wordt nagestreefd. Bovendien: éénmaal druggebruikers zullen worden geronseld naar de Ribaucourt/Maritiemwijk, is het niet onredelijk te verwachten dat zij zich permanent zullen blijven concentreren in de buurt, zelfs in het geval het druggebruikerscentrum zou moeten sluiten naar aanleiding van een mogelijkse vernietiging door Uw Raad van het bestreden besluit in een gewoon annulatieberoep. […] Het leefmilieu van verzoeker en diens veiligheid zullen gedurende gans die periode elke dag in het gedrang komen.” Beoordeling
- Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor ernstige nadelen, of minstens voor schade van enig belang, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. X-19.111-7/9 Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk kunnen veroorzaken.
- De bestreden beslissing op zich laat niet toe om reeds over te gaan tot de opening van het drugsgebruikerscentrum. Daartoe is vereist dat de DABR erkend wordt overeenkomstig de ordonnantie van 22 juli 2021 en dat een uitvoerbare stedenbouwkundige vergunning voorhanden is. Te dezen blijkt dat de DABR nog niet werd erkend, en dat de tenuitvoerlegging van de stedenbouwkundige vergunning die op 11 juli 2025 werd verleend, bij arrest nr. 264.264 van 23 september 2025 door de Raad van State werd geschorst.
- Er wordt dan ook niet aangetoond dat de te dezen bestreden beslissing op korte termijn aanleiding zal geven tot de opening van een drugsgebruikerscentrum op de bedoelde locatie. Enig uit de bestreden beslissing voortvloeiend nadeel dat verzoeker rechtstreeks zou raken, wordt niet aangetoond.
- Het besluit is dat de ingeroepen spoedeisendheid niet wordt aangetoond. VIII. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. X-19.111-8/9 BESLISSING
- Het verzoek van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en Iriscare tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig september tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-19.111-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.266 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.331 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div