← België

Arrest 264269 - Wegverkeer van mensen (bussen) - 23/09/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.269 Rolnummer: A. 243444/IX-10580 Zaak: Arrest 264269 - Wegverkeer van mensen (bussen) - 23/09/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-09-26 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-14 04:24 Fiche Arrest nr 264.269 van 23 september 2025 Economische zaken - Wegverkeer van mensen (bussen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 264.269 van 23 september 2025 in de zaak A. 243.444/IX-10.580 In zake: J.C. woonplaats kiezend te tegen: de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Vanhemelrijck kantoor houdend te 1910 Kampenhout Bergstraat 54 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 9 november 2024, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van De Lijn van 11 september 2024, aangetekend ter kennis gebracht aan verzoeker op 12 september 2024”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Aan de verzoekende partij is op 20 februari 2025 de mededeling verzonden dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen. Op 18 juni 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling verzonden, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft van deze IX-10.580-1/3 mededeling kennisgenomen op 18 juni 2025, ze wordt door de verzoekende partij geacht te zijn ontvangen op 27 juni
  3. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de toelichtende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van de mededeling dat de verwerende partij verzuimd heeft om een memorie van antwoord in te dienen, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 8, juncto 7, van voormeld besluit van de Regent.
  6. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt het beroep. IX-10.580-2/3
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig september tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jim Deridder, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jim Deridder IX-10.580-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.269 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.