id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.352 Rolnummer: A. 239741/VII-42154 Zaak: Arrest 264352 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/09/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-06 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-14 04:15 Fiche Arrest nr 264.352 van 29 september 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 264.352 van 29 september 2025 in de zaak A. 239.741/VII-42.154 In zake : het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE STAD HERENTALS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bram Vangeel en Ineke Michielsen kantoor houdend te 2440 Geel Diestseweg 155 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Schijns en Jef Goffings kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV ELECTRABEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrik De Maeyer en Laurens De Brucker kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 3 augustus 2023, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2223-1025 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 29 juni 2023 in de zaak 2021-RvVb-0304-A. VII-42.154-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 7 september
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De nv Electrabel heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 6 november
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft op 30 januari 2025 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ (hierna: cassatieprocedurebesluit). De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 september
- Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bram Vangeel, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Lara Maes, die loco advocaten Chris Schijns en Jef Goffings verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Evi Van Paemel, die loco advocaten Patrik De Maeyer en Laurens De Brucker verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. VII-42.154-2/7 Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Het verzoek tot voortzetting van de procedure van de verzoekende partij bevat een schriftelijke repliek op het auditoraatsverslag. Het cassatieprocedurebesluit voorziet niet in de mogelijkheid om na de kennisgeving van het auditoraatsverslag nog een schriftelijke uiteenzetting in te dienen. Wanneer de auditeur concludeert dat het cassatieberoep moet worden verworpen, kan de verzoeker luidens artikel 18 van het cassatieprocedurebesluit vragen dat de procedure wordt voortgezet, bij gebreke waaraan de afstand van het geding kan worden uitgesproken. Het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij wordt slechts als procedurestuk aanvaard in zoverre hierin wordt verzocht om de procedure voort te zetten. In zoverre het stuk een schriftelijke voorbereiding vormt van de mondelinge uiteenzetting op de terechtzitting, wordt het beschouwd als een loutere inlichting. IV. Feiten 4.
- Met een besluit van 23 november 2020 verleent de verwerende partij, in graad van beroep, aan de tussenkomende partij een omgevingsvergunning voor de bouw en exploitatie van twee windturbines, en weigert zij een omgevingsvergunning voor de bouw en exploitatie van een derde windturbine. VII-42.154-3/7 4.
- Het bestreden arrest verwerpt het beroep dat de verzoekende partij heeft ingesteld tot vernietiging van het besluit van 23 november
- V. Samenvattende memorie
- Artikel 14, derde lid, van het cassatieprocedurebesluit bepaalt: “De memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie heeft de vorm van een samenvattende memorie waarin alle argumenten van de verzoekende partij op een rij worden gezet. Behoudens wat de ontvankelijkheid van het beroep en van de middelen betreft, doet de Raad van State uitspraak op basis van de samenvattende memorie”. De memorie van wederantwoord van de verzoekende partij dient dus de vorm te hebben van een samenvattende memorie waarin al haar argumenten op een rij worden gezet. De nakoming van de verplichting die uit deze bepaling voor verzoekende partij geldt, bepaalt de omvang waarover de Raad van State uitspraak moet doen vermits dit “op basis van de samenvattende memorie” geschiedt. In het aan dat besluit voorafgaande verslag aan de Koning wordt deze bepaling als volgt toegelicht: “De samenvattende memorie dient de argumenten van het verzoekschrift en van de memorie van wederantwoord als een geordend geheel weer te geven. De verzoekende partij […] wordt er aldus toe gebracht een allesomvattend overzicht in te dienen, dat de uiteenzetting van de feiten bevat, haar eventuele antwoorden op excepties van niet-ontvankelijkheid en haar middelen in één enkele, pertinente argumentering. […] Het gevolg van de verplichting om een samenvattende memorie in te dienen is dat de Raad van State in beginsel geen uitspraak meer hoeft te doen op basis van de uiteenzetting van de feiten en middelen vervat in het verzoekschrift.” Het doel van die bepaling is de vereenvoudiging van het onderzoek van het cassatieberoep door het de Raad van State mogelijk te maken VII-42.154-4/7 uitspraak te doen op basis van één enkel procedurestuk van een verzoekende partij, met name de samenvattende memorie. Alleen al aan de hand van dit processtuk moet het daarom duidelijk zijn welke de precieze argumentatie van de verzoekende partij is. Dit houdt in dat de aangevoerde cassatiemiddelen er minstens summier, doch volledig in worden opgenomen. Het is in cassatiezaken dus niet voldoende dat men door het indienen van een memorie van wederantwoord blijk geeft van zijn volgehouden belangstelling om de vernietiging van de aangevochten beslissing na te streven. Bovendien moeten in dit procedurestuk de cassatiemiddelen minstens worden samengevat. De Raad van State doet uitspraak op basis van de samenvattende memorie met andere woorden van de argumentatie zoals deze door de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord is samengevat. Over een middel dat niet (meer) in deze samenvatting is opgenomen dient geen uitspraak te worden gedaan. Aldus opgevat doet artikel 14, derde lid, van het cassatieprocedurebesluit geen afbreuk aan het recht op toegang tot de rechter, dat uit artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt afgeleid. De procedureregel legt immers aan de verzoekende partij geen onevenredig zware last op, en wordt redelijk verantwoord door de zorg om het werk van de Raad van State te verlichten. Uit het door de verzoekende partij aangehaalde arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens nr. 31517/12 van 18 oktober 2016 kan evenmin worden afgeleid dat artikel 14, derde lid, van het cassatieprocedurereglement, zoals hiervóór opgevat, artikel 6 van Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens schendt.
- In de voorliggende zaak neemt de memorie van wederantwoord van de verzoekende partij niet de vorm aan van een samenvattende memorie bedoeld in artikel 14, derde lid, van het cassatieprocedurebesluit. De verzoekende partij beperkt zich in de memorie van wederantwoord tot de enkele vermelding dat VII-42.154-5/7 zij “het enige middel uit het verzoekschrift [herneemt]”, en tot een repliek op de memories van de andere partijen, zonder het in het verzoekschrift aangevoerde middel minstens samen te vatten. Dergelijke uiteenzetting voldoet niet aan de hoger uiteengezette vereiste van een samenvattende memorie. Door de handelwijze van de verzoekende partij wordt de Raad van State immers verplicht om kennis te nemen van twee procedurestukken om de volledige argumentatie van de verzoekende partij te kennen. Derhalve zijn er geen middelen waarover uitspraak dient te worden gedaan en wordt het cassatieberoep, bij gebrek aan zelfs een minimale samenvatting van het in het verzoekschrift aangevoerde middel, verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-42.154-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig september tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-42.154-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.352 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div