← België

Arrest 264360 - Overheidsopdrachten - 29/09/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.360 Rolnummer: A. 245214/XIV-39837 Zaak: Arrest 264360 - Overheidsopdrachten - 29/09/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-01 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-14 04:15 Fiche Arrest nr 264.360 van 29 september 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 264.360 van 29 september 2025 2025 in de zaak A. 245.214/XIV-39.837 In zake: de BV R. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tim Van Cauter kantoor houdend te 8790 Waregem Zultseweg 101 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Maeyaert kantoor houdend te 1000 Brussel Koloniënstraat 18-24 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 juli 2025 strekt tot de nietigverklaring en de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van onbepaalde datum van de raad van bestuur van de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn dat de opdracht Wegenis Antwerpen Kleine en Middelgrote onderhouds- en vernieuwingsprojecten in de -spoorzone toewijst aan [een derde].” II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikkingen van 3 juli 2025, 14 juli 2025 en 27 augustus 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 september
  3. XIV-39.837 -1/3 Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marta Van Kerckhoven, die loco advocaat Stijn Maeyaert verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Intrekking van de bestreden beslissing
  5. Nadat bij beschikking van 3 juli 2025 de terechtzitting over de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid een eerste maal werd vastgesteld op 24 juli 2025, werd de bestreden beslissing ingetrokken bij beslissing van de verwerende partij van 11 juli
  6. De voorliggende vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is zonder voorwerp en dienvolgens niet-ontvankelijk.
  7. De verzoekende partij heeft in een enig verzoekschrift de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de nietigverklaring gevorderd van de bestreden beslissing. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing, bestaat er te dezen aanleiding om toepassing te maken van artikel 30, § 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Het beroep tot nietigverklaring ondergaat hetzelfde lot als de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en wordt verworpen. XIV-39.837 -2/3 IV. Rechtsplegingsvergoeding
  8. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing dient de verzoekende partij als de in het gelijk gestelde partij te worden beschouwd. De gevorderde rechtsplegingsvergoeding van 924 euro dient verlaagd te worden tot het basisbedrag van 770 euro vermits in één en hetzelfde arrest uitspraak wordt gedaan over de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
  10. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig september tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.837 -3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.360 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.