id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.407 Rolnummer: A. 242414/IX-10495 Zaak: Arrest 264407 - Tucht (openbaar ambt) - 01/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-02 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-14 04:18 Fiche Arrest nr 264.407 van 1 oktober 2025 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 264.407 van 1 oktober 2025 in de zaak A. 242.414/IX-10.495 In zake : M.T. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Butenaerts kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
(1999); - Een certificaat postacademische vorming ‘vertalen op Europees niveau’ (inleidende cursus, specifieke cursus ‘overheid Engels en Frans’ met opdrachten om Engelse en Franse zakelijke teksten uit verschillende domeinen te vertalen naar het Nederlands: Europese overheid, Milieu, Algemeen-politieke teksten, Technische teksten – 27 april 2002); - Certificaat van lesbijwoning van de vzw Centrum voor Levende Talen voor ‘Frans 5A – niveau gevorderde kennis 2’ (1998-1999); - Geslaagd voor de certificeringstest opleiding ‘Kwaliteitscontrole-vertalingen M120-NL-A’ (afgelegd op 2 oktober 2012); - Geslaagd voor de vergelijkende selectie van Nederlandstalige vertalers- revisoren (Nederlands, Frans, Duits – niveau 1) voor alle federale overheidsinstellingen, instellingen van openbaar nut, instellingen van de sociale zekerheid, instellingen voor wetenschappelijk onderzoek en het ministerie van Defensie. Uit deze stukken kan niet naar genoegen van recht worden afgeleid dat C.D.W. aantoonbaar over een zodanig niveau van tweetaligheid Nederlands-Frans beschikt dat zij met zekerheid in staat is om duidelijk en ondubbelzinnig naar het Nederlands te vertalen wat in het Frans is verklaard. Een talendiploma in de Germaanse talen beantwoordt niet aan die vereiste. De betrokken ambtenaar heeft weliswaar bijkomende vormingen of opleidingen gevolgd, maar die laten niet toe te besluiten dat de hiervóór beschreven tweetaligheid is verworven. Minstens toont de verwerende partij dit niet aan. Er ligt aldus geen bewijs voor dat de verklaringen van de getuige, zoals weergegeven in het Franstalige proces-verbaal, werden vertaald door iemand die over het vereiste niveau van tweetaligheid Frans-Nederlands beschikt om aan dergelijke vertalingen het door de wet vereiste betrouwbaarheidskarakter te verlenen. 11.
- Zoals gezien, is de verklaring van H.K. een essentieel onderdeel van het tuchtdossier. Het gemis aan een voldoende betrouwbare vertaling van een IX-10.495-12/14 dergelijk stuk leidt tot een miskenning van de rechten van verdediging.
- Het eerste middel is in de aangegeven mate gegrond. B. Tweede middel
- Een tweede middel steunt op een schending van “de beginselen van behoorlijk bestuur in het algemeen en meer in het bijzonder schending van het evenredigheidsbeginsel”.
- Hiervóór is het eerste middel gegrond bevonden. Daaruit volgt dat, zo de tuchtoverheid de tuchtprocedure wenst te hernemen waar ze is foutgelopen, aan het tuchtdossier een vertaling van de verklaringen van H.K. moet worden toegevoegd die aan de hiervóór besproken voorwaarden voldoet. Vervolgens moet aan verzoekster de kans worden geboden om van die vertaling kennis te nemen en opnieuw standpunt in te nemen omtrent het verweer dat zij wenst te voeren. Daarna pas, kan de tuchtoverheid zich opnieuw uitspreken, waarbij uiteraard op gepaste wijze met dat verweer rekening moet worden gehouden. De Raad van State kan op die nieuwe oordeelsvorming door de tuchtoverheid niet vooruitlopen. Een beoordeling van een eventuele schending van het evenredigheidsbeginsel is thans voorbarig.
- Het tweede middel behoeft vooralsnog geen onderzoek. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de voorzitster van het directiecomité van de federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer van 22 mei 2024 waarbij M.T. de tuchtstraf van de inhouding van wedde gedurende een periode van tien maanden en ten belope van 10% van het maandelijks loon per maand wordt opgelegd. IX-10.495-13/14
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op een oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Francis Van Nuffel, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.495-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.407 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div