← België

Arrest 264420 - Examens (onderwijs) - 02/10/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.420 Rolnummer: A. 245964/IX-10749 Zaak: Arrest 264420 - Examens (onderwijs) - 02/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-06 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-14 04:18 Fiche Arrest nr 264.420 van 2 oktober 2025 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Bevolen Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 264.420 van 2 oktober 2025 in de zaak A. 245.964/IX-10.749 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Van Damme kantoor houdend te 9070 Destelbergen Zenderstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het AUTONOOM PROVINCIEBEDRIJF PROVINCIAAL ONDERWIJS ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Peeters kantoor houdend te 2600 Berchem Borsbeeksebrug 36 bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 25 september 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van het autonoom provinciebedrijf Provinci- aal Onderwijs Antwerpen van 4 september 2025, waarbij aan verzoeker een oriën- teringsattest B wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 26 september 2025 werd de procedureka- lender vastgesteld. IX-10.749-1/7 De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een ad- ministratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Stella Zeimpekis, die loco advocaat Joost Van Damme verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Tom Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoör- dineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2024-2025 leerling in het eer- ste jaar van de tweede graad Biotechnieken (dubbele finaliteit) in de provinciale scholen voor Tuinbouw en Techniek te Boom, waarvan de verwerende partij het schoolbestuur vormt. Op het einde van het schooljaar kent de klassenraad aan verzoe- ker een oriënteringsattest B toe, met clausulering voor Biotechnieken (dubbele fi- naliteit). De na overleg met de directeur opnieuw samengeroepen klassenraad handhaaft dit attest, waarop verzoeker een beroep instelt bij het schoolbestuur. IX-10.749-2/7 Met een 4 september 2025 gedateerde beslissing besluit de be- roepscommissie “om […] het oorspronkelijk evaluatieresultaat te bevestigen”. Die beslissing is gemotiveerd als volgt: “Gelet op de devolutieve werking van het beroep is het thans aan de be- roepscommissie om te oordelen of [verzoeker] al dan niet geslaagd is. Uit het dossier blijkt dat [verzoeker] twee jaartekorten behaalde. Zo be- haalde hij een jaartekort van 48% voor Biologie en een jaartekort van 41% voor Toegepaste fysica en labo. Deze jaartekorten zijn het gevolg van een tekort van 45% op DW3 voor Biologie en van 16% op EX2 voor Toege- paste fysica en labo. Daarnaast behaalde [verzoeker] tekorten voor Engels (48% op EX2), Wis- kunde (48% op DW3), alsook voor Toegepaste chemie en labo (49% op DW3 en 38% op EX2). Naar het oordeel van de beroepscommissie rechtvaardigen de behaalde cij- fers en tekorten de toekenning van een oriënteringsattest B met clausulering voor Biotechnieken dubbele finaliteit. Bij de toekenning van een oriënteringsattest dient immers in acht genomen te worden of de leerling met kans op succes het hogere leerjaar kan aanvat- ten. Uit de behaalde resultaten blijkt [verzoeker] niet de daarvoor noodza- kelijke competenties en vaardigheden te hebben verworven. De argumenten die voor [verzoeker] worden uiteengezet in het beroep- schrift en tijdens de zitting van de beroepscommissie, zijn niet van dien aard om tot een ander besluit te komen.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  5. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een be- handeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima fa- cie kan worden verantwoord. Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt ver- meld. IX-10.749-3/7 V. Spoedeisendheid en uiterst dringende noodzakelijkheid
  6. Verzoeker beroept zich er terecht op dat het dreigende verlies van een schooljaar en de onmogelijkheid de studieloopbaan in het volgende leerjaar van de door hem gekozen studierichting voort te zetten een ernstig nadeel uitmaakt dat met (de doorlooptijd van) een annulatieberoep niet tijdig kan worden afgewend. Om die reden vermag hij een beroep te doen op de spoedeisendheid en op de be- handeling van zijn vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
  7. In de nota met opmerkingen stelt de verwerende partij weliswaar vragen bij het al dan niet diligent optreden van verzoeker. De verwerende partij spreekt evenwel niet tegen dat de kennisgeving van de bestreden beslissing is ge- beurd op een verkeerd adres en zij ontkracht evenmin de verklaring van verzoeker dat hij slechts op 12 september 2025 na eigen navraag in het bezit is gesteld van de bestreden beslissing, zodat de op 25 september 2025 ingestelde vordering de uiterst dringende noodzakelijkheid niet tegenspreekt.
  8. Ook de opmerking van de verwerende partij, dat een heroverwe- ging na een eventuele inwilliging van de vordering niet automatisch leidt tot een A-attest maar “even goed” opnieuw tot een B-attest kan leiden met een aangepaste motivering, is niet van aard de spoedeisendheid te ontkrachten.
  9. De eerste schorsingsvoorwaarde is vervuld. VI. Ernst van het eerste middel Standpunt van de partijen
  10. Het eerste middel is onder meer geput uit de schending van de formelemotiveringsplicht, omdat de beroepscommissie geen antwoord geeft op de haar door verzoeker voorgelegde grieven, zoals hij ze samenvattend herneemt in het inleidend verzoekschrift: IX-10.749-4/7 “- [Verzoeker] is pas in het tweede semester gestart met de richting bio- technieken op het PTS Provinciale Scholen voor Tuinbouw en Techniek te Boom. Hierdoor was er een gebrek aan evaluatiegegevens voor het eerste semester, waardoor verweerster zich geen volledig en representatief beeld heeft kunnen vormen van de capaciteiten en van het potentieel van verzoe- ker. - Er was geen handboek Biologie ter beschikking voor [verzoeker]. Een gelijkaardig probleem deed zich voor bij het opleidingsonderdeel chemie, waar [verzoeker] diende te werken met een verouderd boek dat inhoudelijk afweek van het nieuwe handboek waarover de overige leerlingen beschik- ten. [Verzoeker] beschikte niet over de noodzakelijke studiematerialen. - [Verzoeker merkt] op dat er geen rekening mag gehouden worden met de resultaten van het vak Fysica + labo wegens afwezigheid van een leerkracht voor dit vak en dat dit niet mag leiden tot een benadeling in de eindevalua- tie. - In de beslissing van de directie om de klassenraad niet opnieuw samen te roepen werd beweerd dat [verzoeker] niet zou hebben deelgenomen aan het examen chemie, hetgeen manifest feitelijke grondslag mist. [Verzoeker] heeft wel degelijk deelgenomen aan het examen chemie in het tweede se- mester en behaalde een slaagcijfer voor dit vak. Dit zou volgens [verzoeker] aantonen dat de basiskennis voor dit wetenschappelijke vak wel degelijk aanwezig is. - [Verzoeker had] tijdens de zitting van de beroepscommissie van verweer- ster een vakantietaak voor het vak biologie gevraagd.”
  11. De verwerende partij antwoordt in haar nota met opmerkingen dat de bestreden beslissing een motivering bevat die, naar het oordeel van de be- roepscommissie, de beslissing draagt. Aldus kan niet worden gesteld dat de for- melemotiveringsplicht is geschonden. De beroepscommissie heeft geantwoord dat verzoekers argumenten niet van aard waren om tot een andersluidende beslissing te komen. Met die toevoeging “kan geen sprake zijn van een schending van de formele motiveringsplicht”, aldus de verwerende partij. Beoordeling
  12. Zoals de Raad van State al in tal van arresten heeft overwogen – en er blijkbaar elk schooljaar beroepscommissies en hun raadslieden weerom op moet wijzen – vereist het bestaan en de zin van de door de decreetgever georgani- seerde administratieve beroepsprocedure dat de beroepsinstantie er in haar motive- ring blijk van geeft dat de bezwaren van de leerling daadwerkelijk in overweging IX-10.749-5/7 zijn genomen en in de nieuwe beoordeling zijn betrokken, dat de leerling begrijpt waarom die argumenten de beroepscommissie niet konden overtuigen en dat ten minste een uitdrukkelijke repliek volgt op de vragen die voor de leerling blijkens zijn beroepsschrift van wezenlijk belang zijn en die, mochten ze terecht zijn ge- steld, mogelijk tot een voor de leerling gunstiger resultaat leiden.
  13. In zijn bezwaarschrift heeft verzoeker concrete grieven aan de beroepscommissie voorgelegd die, mochten ze gegrond zijn, de representativiteit van de resultaten in vraag zouden kunnen stellen. Hij heeft ook om een vakantie- taak gevraagd. De beroepscommissie heeft hierop niet het minste antwoord ge- geven. Stellen dat de door verzoeker voorgelegde argumenten “niet van dien aard [zijn] om tot een ander besluit te komen”, kan door ieder redelijk denkend persoon slechts als een nietszeggende, lapidaire en holle frase worden gekwalificeerd.
  14. In de mate dat de verwerende partij in haar nota nog een korte poging onderneemt om in te gaan op enkele van verzoekers bezwaren, mag de Raad daarmee geen rekening houden. Die uitleg is immers niet te lezen in de bestreden beslissing, is uit oogpunt van de formelemotiveringsplicht laattijdig en is niet aan de beroepscommissie zelf toe te schrijven.
  15. In die omstandigheden kan de Raad éven summier zijn als de be- roepscommissie het was: het middel is ernstig.
  16. Ook de tweede schorsingsvoorwaarde is vervuld. IX-10.749-6/7 BESLISSING
  17. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de beroepscommissie van het autonoom provinciebedrijf Provinciaal Onderwijs Antwerpen van 4 sep- tember 2025, waarbij aan verzoeker een oriënteringsattest B wordt toege- kend.
  18. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twee oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren IX-10.749-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.420 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.440 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.