← België

Arrest 264524 - Kansspelen - 16/10/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.524 Rolnummer: A. 240587/VII-42270 Zaak: Arrest 264524 - Kansspelen - 16/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-16 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-14 04:21 Fiche Arrest nr 264.524 van 16 oktober 2025 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 264.524 van 16 oktober 2025 in de zaak A. 240.587/VII-42.270 In zake : de NV BETCENTER GROUP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 27 november 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemeenteraad van de stad Antwerpen van 25 september 2023 waarbij wordt geweigerd om een convenant af te sluiten voor het exploiteren van een wedkantoor op het adres Brederodestraat 133 te Antwerpen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Wendy Depester heeft op 5 september 2024 een verslag opgesteld. VII-42.270-1/22 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 mei
  3. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laurent Generet, die loco advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Arne Van Meerbeeck, die loco advocaat Thomas Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekende partij exploiteert een kansspelinrichting klasse IV (wedkantoor) op het adres Brederodestraat 133 te Antwerpen. Zij beschikt daartoe over een vergunning F2 die geldig is tot 2 september
  6. 3.
  7. Op 14 maart 2023 richt zij een aanvraag tot de stad Antwerpen om met betrekking tot de exploitatie van het wedkantoor een convenant af te sluiten zoals vereist door artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’ (hierna: kansspelwet) en om een advies van de burgemeester te VII-42.270-2/22 verkrijgen in de zin van artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 ‘betreffende de vorm van de vergunning klasse F2, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F2 moeten worden ingediend en onderzocht en de verplichtingen waaraan vergunninghouders F2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding’ (hierna: het koninklijk besluit van 22 december 2010). 3.
  8. Met de thans bestreden beslissing van 25 september 2023 weigert de gemeenteraad van de stad Antwerpen het gevraagde convenant af te sluiten. Deze beslissing is als gemotiveerd: “Aanleiding en context Op 14 maart 2023 werd namens de nv Betcenter Group (RPR 0877184856), met maatschappelijke zetel aan het Leopoldplein 16 bus 2 te 3500 Hasselt, een aanvraag ingediend om een convenant af te sluiten voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV, genoemd ‘Betcenter’, gelegen aan de Brederodestraat 133 te 2018 Antwerpen. De kansspelinrichting klasse IV wordt eveneens feitelijk geëxploiteerd door de nv Betcenter Group. De nv Betcenter Group heeft een kansspelvergunning F2 voor de exploitatie van de kansspelinrichting klasse IV op dit adres, laatst hernieuwd door de Kansspelcommissie op 2 september 2020

(118001). De nv Betcenter Group wenst deze kansspelvergunning F2 te hernieuwen op de eerstvolgende zitting van de Kansspelcommissie. De uitbating van een vaste kansspelinrichting klasse IV moet op grond van artikelen 43/4, §1 en 43/5, 6° van de Wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (verder: Kansspelwet) geschieden krachtens een convenant dat voorafgaandelijk wordt gesloten tussen de gemeente van vestiging en de uitbater. Deze bepalingen werden ingevoerd door de Wet van 7 mei 2019 tot wijziging van de Kansspelwet van 7 mei
  1. Artikel 36 van de wijzigingswet bepaalde dat de houders van een kansspelvergunning F2, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet over een vergunning beschikten, hun activiteiten onder dezelfde voorwaarden konden voortzetten. Pas ten vroegste twee jaar na de inwerkingtreding van de wet moesten ze voldoen aan deze voorwaarde. De wetswijziging trad in werking op 25 mei
  2. Thans moet bij de aanvraag om hernieuwing dus rekening gehouden worden met voormelde voorwaarden. Dit betekent eveneens dat de aanvrager ervoor dient te zorgen dat de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, zulks behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan. VII-42.270-3/22 Om de kansspelvergunning F2 te hernieuwen bij de Kansspelcommissie is een convenant nodig tussen de nv Betcenter Group en de stad Antwerpen. Juridische grond […] Regelgeving: bevoegdheid […] Argumentatie De nv Betcenter Group baat de kansspelinrichting klasse IV gelegen aan de Brederodestraat 133 te 2018 Antwerpen uit. Hiervoor beschikt zij over een kansspelvergunning F2 die nu hernieuwd moet worden. De hernieuwing van de kansspelvergunning F2 gebeurt driejaarlijks. Voorafgaandelijk moet een convenant afgesloten worden met de gemeente zoals bepaald in de wijzigingswet van 7 mei
  3. De voorwaarden waar de aanvrager conform artikel 43/5 van de Kansspelwet aan moet voldoen om een kansspelvergunning F2 te kunnen verkrijgen, gelden daarnaast eveneens voor het hernieuwen van dergelijke vergunning. Het gegeven dat er reeds een kansspelvergunning werd uitgereikt, doet geen afbreuk aan het feit dat er thans, na inwerkingtreding van de artikelen 43/4, §1 en 43/5, 6°, alsnog een convenant moet worden afgesloten. Aangezien deze wetswijziging pas in werking trad nadat de eerdere kansspelvergunning werd uitgereikt, behoudt de gemeente haar discretionaire bevoegdheid om te beslissen of, en onder welke voorwaarden, er thans een convenant wordt afgesloten. Het is immers pas na deze wetswijziging dat de gemeente door de convenantverplichting de bevoegdheid heeft gekregen daadwerkelijk een rol te spelen in de verkrijgingsprocedure voor een kansspelvergunning. Artikel 43/5, 5°, van de Kansspelwet bepaalt ondubbelzinnig dat: ‘De aanvrager van het convenant ervoor moet zorgen dat een kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, zulks behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan.’ De parlementaire voorbereiding stipuleert verder dat: ‘Dat convenant bepaalt waar de kansspelinrichting wordt gevestigd, inzonderheid rekening houdend met onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, plaatsen waar erediensten worden gehouden of gevangenissen.’ De concrete omstandigheden die een weigering om een convenant te kunnen sluiten, kunnen verantwoorden zijn derhalve niet beperkt tot de inrichtingen die uitdrukkelijk vermeld staan in hoger geciteerd artikel uit de Kansspelwet. Dit werd bevestigd door een arrest van het Grondwettelijk Hof van 9 december 2021 (arrest nr. 177/2021). Er moet bij de beoordeling om al dan niet over te gaan tot het afsluiten van een convenant nagegaan worden of de voorgestelde locatie al dan niet in de nabijheid van dergelijke inrichtingen gelegen is. De ingevoerde bepaling strekt ertoe om de risico’s in verband met de ligging van een vaste kansspelinrichting klasse IV te beperken en kwetsbare spelers te beschermen. Dergelijk nabijheidsonderzoek is een determinerend motief in de afweging van de gemeente om in een individueel dossier te beslissen om al dan niet het convenant af te sluiten. VII-42.270-4/22 De stad Antwerpen investeert in een coherent en geïntegreerd drugbeleid. Naast middelenverslavingen wordt binnen dit beleid ook aandacht geschonken aan gedragsverslavingen, zoals gamen en gokken. Het is daarbij belangrijk om preventief en voor aanvang van de problematiek in te grijpen. Bijgevolg zijn uiterst belangrijke doelgroepen voor verslavingspreventie jongeren en kwetsbare personen. Onderzoek toont aan dat het in contact komen met middelen of verslavende gedragingen op jonge leeftijd, het risico op verslaving op latere leeftijd verhoogt. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van de hersenen: ‘Hoe eerder iemand begint, hoe meer invloed dit heeft op de ontwikkeling van de hersenen, hoe impulsiever iemand wordt, wat dan weer de kans op verslaving verhoogt. Dit is voor gokken net zo: problematische gokkers bleken telkens vroeger te zijn gestart met gokken -vaak al rond de leeftijd van 10 jaar- dan leeftijdsgenoten die (niet problematisch) gokken.’ (Shead, Derevensky & Gupta, 2010, Geel en Fisher in Bowden-Jones & Georges, 2015). Antwerpen is een bruisende studentenstad en heeft ook heel wat (middelbare) scholen op het grondgebied. Geld inzetten op sportwedstrijden is de gokvorm die het meest frequent wordt beoefend door de Vlaamse studenten, zo blijkt uit onderzoek van de VAD. (Van Damme et al., 2022). Nog problematischer, hoewel gokken onder de 18 jaar verboden is, is de vaststelling dat 0,9% van de middelbare schooljongeren een regelmatige speler is bij sportweddenschappen en 7,7% aangeeft ooit te hebben gespeeld […]. Er kan bijgevolg niet aan voorbijgegaan worden dat hier zeer strikt op moet worden toegezien. De voorgenomen inrichting is gevestigd aan de Brederodestraat 133 te 2018 Antwerpen en gelegen in de wijk ‘het Zuid’ met diverse onderwijsinstellingen, uitgaansgelegenheden en locaties waar veel jongeren samen komen. In de Brederodestraat en omgeving zijn heel veel horecagelegenheden met een aanbod dat voornamelijk uit meeneem- en afhaalgerechten, zoals pita’s, broodjes, … bestaat, gevestigd. Deze hebben een aantrekkingskracht voor de jongeren die in de buurt schoollopen. De Brederodestraat zelf is een drukke winkelstraat met diverse winkels en horeca-inrichtingen, vlot bereikbaar door tram- en busverbindingen van De Lijn (met o.m. een halte op 56 meter wandelafstand van het wedkantoor en diverse tram- en bushaltes op minder dan 300 meter wandelafstand van het wedkantoor). Het treinstation Antwerpen-Zuid is gesitueerd op 550 meter wandelafstand van het wedkantoor. Het wedkantoor is gelegen in het centrum van de stad. Vanwege de aanwezigheid van verschillende scholen is er eveneens veel passage van kinderen en jongeren. Dit is dagelijks duidelijk zichtbaar. Met name de nabijheid van de secundaire onderwijsinstellingen en de campussen van het hoger onderwijs doet zorgen baren. De Karel De Grote Hogeschool heeft een grote campus aan de Brusselstraat 23 en 45 te 2018 Antwerpen, op minder dan 300 meter wandelafstand van het wedkantoor. Op deze campus worden de studierichtingen Gezondheidszorg, Sociaal-Agogisch werk en Onderwijs aangeboden. De Karel De Grote Hogeschool heeft overigens ook een campus (Sint-Lucas) aan de Van Schoonbekestraat 143 te 2018 Antwerpen op 1000 meter wandelafstand van het wedkantoor. Dit is dé campus van het hoger VII-42.270-5/22 kunstonderwijs in de stad Antwerpen en er worden diverse bachelor- en masteropleidingen aangeboden in de beeldende en audiovisuele kunsten. Aan de Van Schoonbekestraat 131 te 2018 [Antwerpen], op minder dan 300 meter wandelafstand van het wedkantoor, biedt het BUSO KOCA buitengewoon secundair onderwijs aan voor jongeren die doof zijn of slechthorend of met autismespectrum- en spraaktaalontwikkelingsstoornissen. Op hetzelfde adres is tevens een Multifunctioneel Centrum van KOCA gevestigd waarin jongeren vanaf 12 jaar tot 25 jaar met dezelfde problematiek worden opgevangen (dagopvang) en begeleid. Het Provinciaal Instituut PIVA, gelegen aan de Desguinlei 244 te 2018 Antwerpen, biedt secundaire opleidingen (TSO en BSO) aan van de eerste tot en met de derde graad in bakkerij, slagerij, hotel en toerisme. Er zijn ook verschillende richtingen in het zevende jaar. De school ligt net binnen de 800 meter wandelafstand van het wedkantoor. Aangezien het wedkantoor is gelegen in de Antwerpse binnenstad, in de directe nabijheid van diverse horeca-inrichtingen en winkels, kan dit een verhoogde aantrekkingskracht hebben op scholieren en studenten die na schooltijd de binnenstad induiken, zelfs wanneer die (hoge)scholen zouden liggen op een iets ruimere wandelafstand van het wedkantoor. Het wedkantoor is gelegen nabij diverse onderwijsinstellingen voor middelbaar onderwijs en verschillende campussen van de hogeschool, hetgeen op zich volstaat om het convenant te weigeren op grond van artikel 43/5, 5° van de Kansspelwet. […] Verder dient erop toegezien te worden dat de vooropgestelde locatie niet in de nabijheid gelegen is van plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht. Er zijn nog diverse ‘plaatsen waar jongeren gewoonlijk samenkomen’ in de onmiddellijke nabijheid gevestigd. Het gaat onder meer over: • Scouting Antwerpen Zuid, gelegen aan de Hertsdeinstraat 13 te 2018 Antwerpen, op minder dan 800 meter wandelafstand van het wedkantoor. Het betreft een scoutsgroep van ongeveer 200 jongeren tot 18 jaar en een dertigtal jongvolwassen begeleiders; • Chiro Lore, een jeugdbeweging voor kinderen en jongeren van 6 tot 18 jaar die elke zondagnamiddag samenkomen in hun lokalen aan de Hertsdeinstraat 25 te 2018 Antwerpen. De leidingsploeg bestaat uit een 15-tal jongvolwassenen; • Youthlogic FV, een door de stad Antwerpen erkende jeugdvereniging gelegen aan de Haantjeslei 183 te 2018 Antwerpen, op minder dan 800 meter wandelafstand van het wedkantoor; • AKCA vzw (Alevitisch Kultureel Centrum Antwerpen vzw), een door de stad Antwerpen erkende Turks-Alevitische vereniging die zich richt op kinderen en jongeren en verschillende activiteiten, kampen en uitstapjes organiseert. De vzw is gelegen aan de Verschansingstraat 16a te 2000 Antwerpen, op minder dan 800 m wandelafstand van het wedkantoor; en • JVG vzw (Jong van Geest vzw), een organisatie actief binnen kinderen en jongerenwerking, die werkt met kinderen, jongeren en jongvolwassenen. Er VII-42.270-6/22 worden sportieve en vormende activiteiten georganiseerd (urban dance, urban sports, …) alsmede creatieve workshops. De vereniging is gelegen aan de Coebergstraat 35-37 te 2018 Antwerpen. De vereniging ligt op minder dan 300 meter wandelafstand van het wedkantoor. Open bronnenonderzoek, met name Google Maps en Stad in Kaart, leert daarenboven dat ook volgende plaatsen in de onmiddellijke nabijheid van het wedkantoor zijn gevestigd: • Thaiboksclub Ting Tong Gym is gelegen aan de Balansstraat 125 te 2018 Antwerpen, op 180 meter wandelafstand van het wedkantoor en biedt (op zondag na) dagelijks ’s avonds tot 20.00 uur of 21.00 uur trainingen aan voor kinderen en voor jongeren vanaf 15 jaar; • Tri-Force Belgium is gevestigd op hetzelfde adres en biedt Brazilian Jiu Jitsu-trainingen aan voor jongeren en dit alle dagen van de week, zowel in de namiddag als ’s avonds tot 21.00 uur of 22.00 uur; • op het binnenplein van Den Bell, waar de stedelijke administratie is gevestigd, zijn basketbal- en minivoetbalvoorzieningen aanwezig. Het binnenplein, gelegen aan het Francis Wellesplein 1 te 2018 Antwerpen, wordt druk gefrequenteerd door jongeren en is gelegen op 650 meter wandelafstand van het wedkantoor; en • het Antwerpen Calisthenics Park - Nieuw Zuid biedt de mogelijkheid buiten te trainen en is zeer populair bij jongeren. Het is gelegen naast het Antwerps justitiepaleis, op 750 meter wandelafstand van het wedkantoor. Met name de aanwezigheid in de onmiddellijke nabijheid, op slechts enkele minuten wandelen, van de secundaire en hogescholen en plaatsen of sportclubs waar veel jongeren samenkomen is problematisch. Het gegeven dat het wedkantoor is gevestigd in een drukke winkelstraat in het stadscentrum doet de aantrekkingskracht op jongeren die na schooltijd of voor of na hun vrijetijdsbesteding hier voorbij komen, alleen maar vergroten. De nabijheid van elk van bovengenoemde plaatsen, waar tevens veel jongeren samenkomen, volstaat derhalve om het sluiten van het convenant te weigeren op grond van artikel 43/5, 5° van de Kansspelwet. Vanwege de nagestreefde sociale bescherming van jongeren betreft de vestigingsplaats van het wedkantoor aldus een ongeschikte locatie gezien de wet uitdrukkelijk verbiedt dat kansspelinrichtingen gelegen zijn in de buurt van plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht. Dit wordt ook uitdrukkelijk door de Raad van State bevestigd: […] Het is immers net deze groep van jongeren die de wetgever wil beschermen, en terecht. De fysieke nabijheid of makkelijke beschikbaarheid van gokgelegenheden -in casu in het centrum van de stad- verhoogt de participatie aan gokken bij de bewoners uit de buurt. Zij zullen ook meer geld uitgeven aan gokspelen. Alsook de prevalentie van problematisch gokgedrag neemt toe (Vasiliadis, Jackson, Christensen & Francis, 2013; St-Pierre, Walker, Deverensky & Gupta, 2014), zeker bij jongeren. Onderzoek toont immers aan dat het in contact komen met middelen of verslavende gedragingen op jonge leeftijd, het risico op verslaving op latere leeftijd verhoogt. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van de hersenen: hoe eerder iemand begint, hoe meer invloed dit heeft op de ontwikkeling van de hersenen, hoe impulsiever iemand wordt, wat dan weer de kans op verslaving VII-42.270-7/22 verhoogt. Het aantal uitsluitingen bij de Kansspelcommissie is al jaren in stijgende lijn aan het verlopen. (Kansspelcommissie, 2021). Dit duidt op een toenemend aantal mensen die aangeven (of door bewindvoerders, belanghebbenden, enzovoort) problemen te ervaren met hun gokgedrag. Als er bovendien geweten is dat het gros van de opbrengsten van sportweddenschappen offline wordt gegenereerd (Kansspelcommissie, 2021), is het noodzakelijk tegenwoordig extra alert te zijn voor de risico’s indien wedkantoren gesitueerd zijn in een buurt waarin veel kwetsbare personen, zoals jongeren, aanwezig zijn. Het gegeven dat het wedkantoor in het centrum van de stad is gevestigd, doet de aantrekkingskracht op jongeren die na schooltijd of voor of na hun vrijetijdsbesteding hiernaartoe trekken, alleen maar vergroten. Gelet op het geheel van deze omstandigheden is er geen enkele reden om af te wijken van de wettelijke nabijheidsregels. Het wedkantoor is momenteel open van 11.00 uur tot 23.00 uur, zodat de jongeren die de nabij gelegen scholen en sportclubs frequenteren, geconfronteerd worden met een open wedkantoor op de uren dat ze hier passeren. Op Google Street View is duidelijk te zien hoe opvallend het wedkantoor in het straatbeeld is, zodat kwetsbare groepen ook buiten de ruime openingsuren worden geconfronteerd met opzichtige reclame voor kansspelen. Op geen enkele wijze wordt door de aanvrager gemotiveerd hoe deze nabijheidsrisico’s kunnen worden geremedieerd. Verder moet nog worden opgemerkt dat het wedkantoor is gevestigd op slechts 66 meter wandelafstand van het wedkantoor van de NV DERBY gelegen aan de Brederodestraat 144 te 2018 Antwerpen. Dit is in strijd met artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting. De aanwezigheid van tal van kwetsbare inrichtingen in de omgeving van het wedkantoor betreffen concrete lokale omstandigheden die de stad Antwerpen ertoe dwingen om het afsluiten van een convenant met de nv Betcenter Group (RPR 0877184856) met maatschappelijke zetel aan het Leopoldplein 16 bus 2 te 3500 Hasselt, voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV, genoemd ‘Betcenter’, gelegen aan de Brederodestraat 133 te 2018 Antwerpen, te weigeren.” VII-42.270-8/22 IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Standpunt van de partijen
  4. In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 43/4, § 1, vierde lid, en 43/5 van de kansspelwet, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: motiveringswet), van de materiëlemotiveringsplicht en van het zorgvuldigheidsbeginsel. Tevens maakt de verzoekende partij gewag van machtsoverschrijding en/of -afwending. De verzoekende partij zet uiteen dat een convenant voor het exploiteren van een wedkantoor enkel kan worden geweigerd wanneer de inrichting gelegen is in de nabijheid van “onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en/of plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”. Het begrip nabijheid impliceert dat het moet gaan over een geringe afstand, met name een afstand van minder dan 500 meter. De verzoekende partij stelt vast dat de in de bestreden beslissing vermelde onderwijsinstellingen in werkelijkheid gelegen zijn op afstanden van 350 tot 1.100 meter en dat inzonderheid niet in redelijkheid aangenomen kan worden dat de Karel De Grote Hogeschool (campus Sint-Lucas), de instelling voor buitengewoon secundair onderwijs KOCA, het multifunctioneel centrum van KOCA en het Provinciaal Instituut PIVA in de nabijheid van het wedkantoor gesitueerd zijn. Daarenboven zijn de te beschermen instellingen op limitatieve wijze in de kansspelwet aangeduid, zodat andere zogenaamd “gevoelige” plaatsen (zoals bijvoorbeeld treinstations) niet bij de beoordeling van de convenantsaanvraag mogen betrokken worden. Dit geldt eveneens voor de “andere” motieven, zoals de naleving van de afstandsregel van artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 ‘tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of VII-42.270-9/22 stopzetting’, de wens van de verwerende partij om een coherent en geïntegreerd drugbeleid te voeren en de vaststelling dat het wedkantoor aan een drukke winkelstraat in het stadscentrum ligt en makkelijk bereikbaar is met het openbaar vervoer. Voorts merkt zij op dat in zoverre in de bestreden beslissing sprake is van “plaatsen waar jongeren gewoonlijk samenkomen” en dus niet van “plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”, artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet wordt geschonden. Evenmin kan aangenomen worden dat het in dit geval gaat om “plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht” die in de nabijheid van het wedkantoor gesitueerd zijn. Meer concreet stelt de verzoekende partij vast dat enkel de Thaiboksclub Ting Tong Gym en de sportclub Tri-Force Belgium op minder dan 500 meter gelegen zijn. Echter kunnen die twee plaatsen evenmin als weigeringsmotief aangewend worden omdat de verwerende partij “een beleid voert waarin recreatie- en sportinstellingen gelegen op 54 meter en meer niet als nabij worden beschouwd”.
  5. De verwerende partij antwoordt dat de gevoelige plaatsen die in de bestreden beslissing worden aangehaald wel degelijk gelegen zijn in de nabijheid van het betrokken wedkantoor en dat het feit dat zij op grond van haar discretionaire appreciatiebevoegdheid ook nog andere elementen in rekening heeft gebracht bij de beoordeling van de convenantsaanvraag geen afbreuk doet aan de regelmatigheid van de bestreden beslissing. Zij ontkent dat de wetgever de bedoeling heeft gehad om de nabijheid te beperken tot een afstand van maximaal 500 meter. Integendeel heeft de wetgever er voor gekozen om de beoordeling van de prohibitieve nabijheid over te laten aan het betrokken gemeentebestuur om rekening te kunnen houden met de concrete plaatselijke toestand en alle specifieke omstandigheden. Voor de invulling van het begrip nabijheid moet bovendien ook rekening worden gehouden met de aantrekkingskracht van het wedkantoor en de inspanningen die de beschermde personen moeten doen om tot bij het wedkantoor te geraken. De verwerende partij geeft toe dat de in de bestreden beslissing vermelde afstand tot de instelling voor buitengewoon secundair onderwijs KOCA en het multifunctioneel centrum ervan een vergissing betreft en dat de werkelijke VII-42.270-10/22 afstand tot het wedkantoor niet 300 maar 1.000 meter bedraagt. Voorts meent de verwerende partij dat een semantische discussie wordt gevoerd over het onderscheid tussen “plaatsen waar jongeren gewoonlijk samenkomen” en “plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”, terwijl beide begrippen inhoudelijk identiek zijn. Tot slot stelt zij dat de wijze waarop andere aanvragen tot het afsluiten van een convenant zijn beoordeeld niet relevant is omdat in de motieven van de thans bestreden beslissing wordt aangegeven dat de aanvraag niet voldoet aan artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet.
  6. In haar memorie van wederantwoord dupliceert de verzoekende partij dat de Brederodestraat “net naast de E34 [is] gelegen, aan de rand van [de] stad” zodat er bezwaarlijk sprake kan zijn over een ligging in het stadscentrum, dat de verwerende partij in andere vergelijkbare gevallen van oordeel was dat “een afstand van 54 meter tot een basisonderwijsinstelling, een afstand van 350 meter tot een secundaire onderwijsinstelling of nog een afstand van 230 meter tot een speeltuin niet nabij is” en dat in de bestreden beslissing dan ook moet worden aangetoond waarom in voorliggend geval het begrip nabijheid anders moet worden opgevat. De verzoekende partij herhaalt dat slechts de onderwijsinstelling Karel De Grote Hogeschool (campus Zuid) gelegen is op een afstand van minder dan 500 meter en dat de weigering van het convenant wegens de nabijheid van slechts één onderwijsinstelling disproportioneel is.
  7. Met betrekking tot de betekenis van het begrip ‘nabijheid’ herhaalt de verzoekende partij in haar laatste memorie dat een afstand van 500 meter en meer niet nabij is in het licht van een logische en samenhangende uitlegging van de betrokken bepalingen van de kansspelwet. Met betrekking tot de nabijheid van de onderwijsinstelling Karel De Grote Hogeschool (campus Zuid) zet zij uiteen dat “uit het beslissingspatroon van verwerende partij zelf blijkt dat zij de onderwijsinstellingen die op minder dan 500 meter gelegen zijn, niet als nabij ziet en dit weldegelijk in gelijkaardige wijken”. Ten aanzien van de ligging van vier andere onderwijsinstellingen benadrukt de verzoekende partij dat de kansspelwet wordt geschonden door de prohibitieve nabijheid af te bakenen door “ruimer bemeten afstanden” van 900 meter en meer. VII-42.270-11/22 Beoordeling
  8. Naar luid van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet moet de aanvrager om een vergunning klasse F2 te kunnen verkrijgen “ervoor zorgen dat de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, zulks behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan”. Het nabijheidsverbod voor onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht strekt ertoe bepaalde kwetsbare categorieën van personen te beschermen tegen de verleiding om een wedkantoor op te zoeken omdat zij de inrichting niet ver verwijderd weten of omdat het slechts een minimale inspanning vergt om ze te bereiken. Uit artikel 43/5 van de kansspelwet blijkt niet dat het begrip ‘nabijheid’ zo geïnterpreteerd moet worden dat enkel onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en voornamelijk door jongeren bezochte plaatsen die gelegen zijn op een afstand van maximaal 500 meter van de kansspelinrichting bij de beoordeling van de aanvraag tot het sluiten van een convenant betrokken mogen worden. Bijgevolg komt het, zonder afbreuk te doen aan het wettigheidstoezicht van de rechter, aan de lokale overheden toe om het begrip “in de nabijheid” verder in te vullen rekening houdend met alle relevante plaatselijke omstandigheden.
  9. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat het sluiten van het convenant wordt geweigerd omdat het wedkantoor gelegen is in de nabijheid van meerdere onderwijsinstellingen, meer bepaald de Karel De Grote Hogeschool (campus Brusselstraat) op een wandelafstand van “minder dan 300 meter”, de Karel De Grote Hogeschool (campus Sint-Lucas) op een wandelafstrand van 1.000 meter, de instelling voor buitengewoon secundair onderwijs KOCA met multifunctioneel centrum “op minder dan 300 meter” en het Provinciaal Instituut PIVA voor technisch en bijzonder secundair onderwijs “binnen de 800 meter wandelafstand”. Daarenboven wordt in de bestreden VII-42.270-12/22 beslissing melding gemaakt van diverse plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, namelijk de scoutsgroep Antwerpen Zuid “op minder dan 800 meter wandelafstand”, de jeugdbeweging Chiro Lore, de jeugdvereniging Youthlogic FV “op minder dan 800 meter wandelafstand”, het Alevitisch Kultureel Centrum Antwerpen “op minder dan 800 m wandelafstand” en de jongerenwerking vzw JVG “op minder dan 300 meter wandelafstand”. Tevens wordt er in de bestreden beslissing op gewezen dat het wedkantoor gelegen is in een buurt met “heel veel horecagelegenheden met een aanbod dat voornamelijk uit meeneem- en afhaalgerechten, zoals pita’s, broodjes,…bestaat” die “een aantrekkingskracht [hebben] voor de jongeren die in de buurt schoollopen”, en dat de Brederodestraat een “drukke winkelstraat [is] met diverse winkels en horeca-inrichtingen” die “vlot bereikbaar [is] door tram- en busverbindingen van De Lijn”.
  10. In het middel betwist de verzoekende partij niet dat de Karel De Grote Hogeschool (campus Brusselstraat) een onderwijsinstelling is die gelegen is op een afstand van ongeveer 300 meter van het wedkantoor. Voorts spreekt zij niet tegen dat op ongeveer dezelfde afstand de vereniging JVG actief is die sport- en vormingsactiviteiten aanbiedt aan jongeren en jongvolwassenen. Zonder te moeten ingaan op de vraag of de op ruimere afstand gelegen onderwijsinstellingen, zoals onder meer het Provinciaal Instituut PIVA, en de overige in de bestreden beslissing vermelde plaatsen die vooral door jongeren zouden worden bezocht, eveneens behoren tot de prohibitieve nabijheid zoals bedoeld door artikel 43/5 van de kansspelwet, wordt besloten dat de ligging in de nabijheid van het wedkantoor van een onderwijsinstelling en een plaats die vooral door jongeren wordt bezocht volstaat om de weigering van het convenant naar recht te verantwoorden.
  11. Bijgevolg ontbreekt de noodzaak om te onderzoeken of de in de bestreden beslissing vermelde onderwijsinstellingen en plaatsen die vooral door jongeren zouden worden bezocht die op ruimere afstand van het wedkantoor VII-42.270-13/22 gelegen zijn, eveneens de weigering van het convenant in rechte kunnen verantwoorden. In de gegeven omstandigheid hebben die motieven immers een overtollig karakter. Hetzelfde geldt voor de in de bestreden beslissing uitgedrukte beschouwingen dat het wedkantoor gelegen is in een drukke winkelstraat met veel horecazaken, waarvan zonder nadere empirische onderbouwing wordt beweerd dat zij een bijzondere aantrekkingskracht uitoefenen op scholieren en jongeren, onder andere omdat ze makkelijk bereikbaar zouden zijn via het openbaar vervoer.
  12. In zoverre het middel de verwerende partij verwijt dat de beoordeling van de prohibitieve nabijheid in voorliggende zaak afwijkt van de maatstaven die gehanteerd werden in andere vergelijkbare dossiers over aanvragen tot het sluiten van een convenant, wordt verwezen naar de beoordeling van het derde middel.
  13. Het eerste middel is ongegrond. B. Tweede middel Standpunt van de partijen
  14. In een tweede middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 2 en 3 van de motiveringswet, van de materiëlemotiveringsplicht, van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel en van de plicht tot “zorgvuldige belangenafweging”. De verzoekende partij merkt op dat de verwerende partij niet heeft onderzocht of er in voorliggend geval een afwijking op de prohibitieve nabijheidsregels kon worden toegestaan. Nochtans was zij daartoe verplicht nadat uit het onderzoek van de convenantsaanvraag bleek dat in de nabijheid van het wedkantoor één of meerdere onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en/of plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht gelegen zijn. VII-42.270-14/22
  15. De verwerende partij antwoordt dat het verbod tot exploitatie van een wedkantoor in de nabijheid van één of meerdere onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en/of plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht de regel is en dat uit geen enkele wettelijke of reglementaire bepaling blijkt dat zij verplicht is om een convenant in afwijking van de prohibitieve nabijheidsregels af te sluiten. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt bovendien dat effectief werd onderzocht of in casu van de prohibitieve nabijheidsregels afgeweken kon worden.
  16. In haar memorie van wederantwoord laat de verzoekende partij nog gelden dat, zelfs indien aangenomen zou worden dat het sluiten van het convenant in principe geweigerd moest worden wegens de ligging van de kansspelinrichting in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en/of plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, alsdan de verwerende partij nog steeds de verplichting had om te onderzoeken of een afwijking van het nabijheidsverbod kon worden verleend.
  17. De verzoekende partij beklemtoont in haar laatste memorie dat uit de bestreden beslissing niet blijkt dat de verwerende partij de door artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet geboden mogelijkheid tot afwijking van de nabijheidsregels heeft onderzocht, dat zij bij het indienen van de aanvraag tot het sluiten van een convenant niet kan anticiperen op de mogelijkheid dat het lokaal bestuur bepaalde beschermde instellingen of plaatsen aanduidt die in de, niet nader omschreven, nabijheid van het wedkantoor gelegen zijn en dat zij in de aanvraag dan ook geen maatregelen kan voorstellen die daaraan verhelpen. In ieder geval zou het aan het lokale bestuur toekomen om te motiveren waarom zij van oordeel is dat geen remediërende maatregelen mogelijk zijn. Tot slot ontkent de verzoekende partij dat uit de bestreden beslissing blijkt dat de verwerende partij de afwijkingsmogelijkheid daadwerkelijk heeft onderzocht en volgens haar volstaat het in elk geval niet om het convenant te weigeren op basis van de in de aanvraag vermelde openingsuren van het wedkantoor. VII-42.270-15/22 Beoordeling
  18. Uit artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet vloeit voort dat een kansspelinrichting klasse IV niet mag worden gevestigd in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht “behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan”. In arrest nr. 177/2021 van 9 december 2021 is het Grondwettelijk Hof ertoe gebracht te onderzoeken of de verplichting om met de gemeente een convenant te sluiten voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV en het principiële verbod om zich te vestigen in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, evenredig zijn met de doelstelling van de kansspelwet om de sociale risico’s in verband met de ligging van de vaste kansspelinrichtingen klasse IV te beperken en de spelers te beschermen. In dit verband heeft het Grondwettelijk Hof onder meer het volgende overwogen: “Evenzo maakt de aan de gemeente toegekende afwijkingsmogelijkheid het haar eveneens mogelijk rekening te houden met de concrete lokale omstandigheden, alsook met de voorwaarden waarin in het met de inrichting gesloten convenant is voorzien: « Een afwijking op deze voorwaarde is evenwel mogelijk op grond van een motivering van de gemeente. Als de gemeente in het convenant dat zij met de inrichting heeft afgesloten, voldoende beschermingsmaatregelen heeft genomen ten aanzien van de potentiële speler, kan van deze voorwaarde afgeweken worden, bijvoorbeeld als een inrichting zich in de nabijheid van een school wil vestigen en de gemeente openingsuren heeft bepaald waardoor jongeren er niet kunnen komen tijdens of kort voor en na de schooluren. De gemeente moet haar beslissing om de vestiging in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, niet te verbieden, uitdrukkelijk motiveren » (Parl.St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3327/001, p. 14).”
  19. De bestreden beslissing bevat onder meer de volgende overwegingen: “Gelet op het geheel van deze omstandigheden is er geen enkele reden om af te wijken van de wettelijke nabijheidsregels. VII-42.270-16/22 Het wedkantoor is momenteel open van 11.00 uur tot 23.00 uur, zodat de jongeren die de nabij gelegen scholen en sportclubs frequenteren, geconfronteerd worden met een open wedkantoor op de uren dat ze hier passeren. Op Google Street View is duidelijk te zien hoe opvallend het wedkantoor in het straatbeeld is, zodat kwetsbare groepen ook buiten de ruime openingsuren worden geconfronteerd met opzichtige reclame voor kansspelen. Op geen enkele wijze wordt door de aanvrager gemotiveerd hoe deze nabijheidsrisico’s kunnen worden geremedieerd.”
  20. Daargelaten de vraag of artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet het betrokken bestuur al dan niet verplicht tot een systematisch onderzoek van de mogelijkheid om, ondanks de ligging van het wedkantoor in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, toch een convenant af te sluiten voor de exploitatie ervan, volstaat in casu de vaststelling dat de aanvraag van de verzoekende partij betrekking heeft op een wedkantoor dat gelegen is in de nabijheid van onderwijsinstellingen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht en dat de verzoekende partij in het kader van de aanvraagprocedure geen doordachte beschermingsmaatregelen heeft voorgesteld ten aanzien van al deze onderscheiden categorieën van potentiële spelers, zodat er voor de verwerende partij geen dwingende aanleiding bestond om een afwijking te overwegen en zij ervoor kon opteren om op grond van haar discretionaire bevoegdheid het sluiten van het convenant te weigeren.
  21. Aangezien artikel 43/5 van de kansspelwet bepaalt dat de aanvrager ervoor moet zorgen dat de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, moet aangenomen worden dat het ook aan de aanvrager van het convenant toekomt om maatregelen voor te stellen met het oog op het verkrijgen van de in dezelfde bepaling bedoelde afwijking op het nabijheidsverbod. Bijgevolg kon de verwerende partij ermee volstaan dat de aanvrager in voorliggend geval geen maatregelen heeft voorgesteld om te verhelpen aan de risico’s die verband houden met de ligging van het wedkantoor.
  22. Het tweede middel is ongegrond. VII-42.270-17/22 C. Derde middel Standpunt van de partijen
  23. In een derde middel voert de verzoekende partij de schending aan van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, van het motiveringsbeginsel, en van het transparantie- en consistentiebeginsel. Zij zet uiteen dat een analyse die teruggaat tot 2021 leert dat de verwerende partij de beslissingen over convenantsaanvragen niet “op een transparante, consequente en voorspelbare wijze” neemt en dat uit het onderzoek van vijf vroegere beslissingen tot het sluiten van een convenant blijkt dat deze betrekking hebben op toestanden die vergelijkbaar zijn met de toestand die tot de bestreden weigeringsbeslissing heeft geleid. Uit deze vaststellingen leidt de verzoekende partij af dat de besluitvorming van de verwerende partij volstrekt arbitrair is omdat vergelijkbare gevallen op een verschillende manier worden afgedaan. Inzonderheid zou er sprake zijn van duidelijke discriminatie doordat met andere exploitanten van wedkantoren, die in een vergelijkbare toestand verkeerden, wel een convenant werd afgesloten. In dit verband betreurt zij ook dat in de regelgeving geen objectief en transparant kader wordt aangereikt voor de beoordeling van dergelijke aanvragen.
  24. De verwerende partij antwoordt dat de rechtmatigheid van de bestreden beslissing enkel beoordeeld kan worden op basis van de erin veruitwendigde motieven omtrent de prohibitieve nabijheid, zodat de vergelijking met de beoordeling van andere aanvragen voor de exploitatie van wedkantoren irrelevant is en dat de wedkantoren waar de verzoekende partij naar verwijst “geenszins op dezelfde locatie [zijn] gelegen” als het wedkantoor waarop de bestreden beslissing betrekking heeft, te meer omdat elke aanvraag tot het sluiten van een convenant geval per geval in concreto moet worden onderzocht en beoordeeld rekening houdend met alle relevante gegevens van het dossier. Tevens VII-42.270-18/22 wijst zij erop dat zij sinds 2021 18 keer heeft geweigerd om een convenant voor de exploitatie van een wedkantoor af te sluiten.
  25. In haar memorie van wederantwoord dupliceert de verzoekende partij dat het enige pertinente criterium om de nabijheid te beoordelen de afstand is tussen de door de wetgever beschermde plaatsen en het wedkantoor. Zo valt volgens haar niet in te zien waarom een afstand van 160 meter in het ene geval niet neerkomt op een nabijheid en in het andere geval wel.
  26. De verzoekende partij preciseert in haar laatste memorie dat de verwerende partij voor de exploitatie van minstens twee wedkantoren op het grondgebied van de stad Antwerpen wel een convenant heeft afgesloten terwijl in de nabijheid ervan, op een afstand van 300 tot 550 meter, ook diverse beschermde instellingen en plaatsen gelegen zijn. Met betrekking tot het sluiten van een convenant voor drie andere wedkantoren stelt zij dat de ongelijke behandeling bestaat in het feit dat zij niet in de mogelijkheid werd gesteld om remediërende maatregelen voor te stellen met het oog op het verkrijgen van een afwijking op het nabijheidsverbod en dat dergelijke maatregelen evenmin werden voorgesteld door de verwerende partij. Beoordeling
  27. Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat een ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen - of een gelijke behandeling van niet-vergelijkbare gevallen - verboden is, tenzij daarvoor een objectieve en redelijke verantwoording bestaat. Wanneer de schending van het gelijkheidsbeginsel wordt aangevoerd, komt het aan de verzoekende partij toe voldoende concrete elementen aan te brengen die het mogelijk maken te onderzoeken of zij inderdaad ongelijk behandeld wordt ten aanzien van anderen die in een gelijke of minstens gelijkaardige situatie verkeren. Zij moet daarbij, in de eerste plaats, de vergelijkbaarheid aantonen van haar eigen situatie met die van anderen en VII-42.270-19/22 vervolgens aantonen waarom de verschillende behandeling daarvan een discriminatie uitmaakt.
  28. In wezen meent de verzoekende partij dat zij verschillend werd behandeld doordat de verwerende partij in “situaties die volstrekt gelijkaardig zijn”, zowel “wat betreft de aard van de instellingen die relevant zouden kunnen zijn als de nabijheid van het wedkantoor ten aanzien van deze instellingen”, toch een convenant heeft afgesloten. Concreet verwijst zij naar de volgende beslissingen van de gemeenteraad van de stad Antwerpen:
(1)van 31 mei 2021 voor de exploitatie van een wedkantoor aan de Ruggeveldlaan 728 te Deurne,
(2)van 28 juni 2021 voor de exploitatie van een wedkantoor aan de Kapelstraat 14 te Hoboken,
(3)van 28 maart 2022 voor de exploitatie van een wedkantoor aan de Bleekhofstraat 1 te Borgerhout,
(4)van 25 april 2022 voor de exploitatie van een wedkantoor aan de Lakborslei 90 te Deurne en
(5)van 6 maart 2023 voor de exploitatie van een wedkantoor aan de Quellinstraat 24 te Antwerpen.
  1. De eerbiediging van het gelijkheidsbeginsel dient zich te verdragen met het legaliteitsbeginsel dat inhoudt dat niemand zich kan beroepen op een onrechtmatig gedrag dat elders zou zijn verricht. Of anders gesteld, er bestaat geen gelijkheid in de onwettigheid. Uit de motivering van de gemeenteraadsbeslissingen van 28 juni 2021, 28 maart 2022 en 25 april 2022, respectievelijk met betrekking tot de exploitatie van een wedkantoor aan de Kapelstraat 14 te Hoboken, aan de Bleekhofstraat 1 te Borgerhout en aan de Lakborslei 90 te Deurne, blijkt niet dat de prohibitieve nabijheid van deze wedkantoren werd onderzocht. Integendeel wordt in deze beslissingen gesteld dat de “beoordeling of voldaan is aan de bepalingen van artikel 43/5 van de wet van 7 mei 1999 […] enkel de kansspelcommissie toe[komt]”. Klaarblijkelijk heeft de gemeenteraad daardoor miskend dat de wetgever met de invoering van de convenantverplichting precies de bedoeling had om de lokale besturen nauwer te betrekken bij de strijd tegen gokverslaving, in het bijzonder door de aantrekkelijkheid van wedkantoren voor bepaalde te beschermen categorieën van personen te laten onderzoeken en VII-42.270-20/22 beoordelen in het licht van de concrete feitelijke kenmerken van de omgeving van de vestigingsplaats. Het gelijkheidsbeginsel verplicht het bestuur niet om onwettigheden in de toekomst te herhalen of halsstarrig voort te zetten in soortgelijke administratieve rechtshandelingen. Bijgevolg kan de verzoekende partij uit de gemeenteraadsbeslissingen van 28 juni 2021, 28 maart 2022 en 25 april 2022 geen rechtmatige aanspraak of verwachting putten dat de verwerende partij, ter eerbiediging van het gelijkheidsbeginsel, in het kader van de beoordeling van haar aanvraag tot het sluiten van een convenant opnieuw zou voorbijgaan aan het door de kansspelwet voorgeschreven nabijheidsonderzoek waarbij rekening moet worden gehouden met alle relevante concrete omstandigheden van de zaak. In dat opzicht doet het zelfs niet ter zake dat de nabijheid van de betrokken wedkantoren vergelijkbaar zou zijn.
  2. In de overige twee gevallen blijkt de gemeenteraad het convenant te hebben verleend met toepassing van de door artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet bepaalde mogelijkheid om af te wijken van het nabijheidsverbod. De afwijking wordt in de gemeenteraadsbeslissing van 6 maart 2023, met betrekking tot de exploitatie van een wedkantoor aan de Quellinstraat 24 te Antwerpen, uitdrukkelijk gemotiveerd door te verwijzen naar de “strikte” voorwaarden “inzake de openingsuren van het wedkantoor, een volledig reclameverbod en strikte toezichtsregels, inclusief videobewaking” die in het convenant opgelegd worden teneinde de “risico’s voor kwetsbare groepen te remediëren alsook de aanvrager te verplichten strikt toe te zien op een normconforme uitbating door de feitelijke uitbaters van het wedkantoor”. In de gemeenteraadsbeslissing van 31 mei 2021, met betrekking tot de exploitatie van een wedkantoor aan de Ruggeveldlaan 728 te Deurne, is sprake van een afwijking op de “vergunningsvoorwaarde” van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet omwille van de “rechtszekerheid” waarbij VII-42.270-21/22 verwezen wordt naar het feit dat de kansspelinrichting sedert begin 2015 ter plaatse gevestigd is. Ook wordt verwezen naar de bepalingen van het convenant “rond de openingsdagen en -uren” en naar een aantal feitelijke omstandigheden die de bescherming van “potentiële spelers verbonden aan de onderwijsinstelling” voldoende zouden garanderen.
  3. De verzoekende partij toont bijgevolg niet aan dat er sprake is van vergelijkbare situaties.
  4. Het derde middel is ongegrond. BESLISSING
  5. De Raad van State verwerpt het beroep.
  6. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zestien oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, Francis Van Nuffel, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-42.270-22/22 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.524 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.