id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.525 Rolnummer: A. 240591/VII-42271 Zaak: Arrest 264525 - Kansspelen - 16/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-16 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-14 04:21 Fiche Arrest nr 264.525 van 16 oktober 2025 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 264.525 van 16 oktober 2025 in de zaak A. 240.591/VII-42.271 In zake : de NV BETCENTER GROUP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 november 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemeenteraad van de stad Antwerpen van 25 september 2023 waarbij wordt geweigerd om een convenant af te sluiten voor het exploiteren van een wedkantoor op het adres Diepestraat 144 te Antwerpen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Wendy Depester heeft op 5 september 2024 een verslag opgesteld. VII-42.271-1/22 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 mei
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laurent Generet, die loco advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Arne Van Meerbeeck, die loco advocaat Thomas Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij exploiteert een kansspelinrichting klasse IV (wedkantoor) op het adres Diepestraat 144 te Antwerpen. Zij beschikt daartoe over een vergunning F2 die geldig is tot 2 september
- 3.
- Op 14 maart 2023 richt zij een aanvraag tot de stad Antwerpen om met betrekking tot de exploitatie van het wedkantoor een convenant af te sluiten zoals vereist door artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’ (hierna: kansspelwet) en om een advies van de burgemeester te verkrijgen in de zin van artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 VII-42.271-2/22 ‘betreffende de vorm van de vergunning klasse F2, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F2 moeten worden ingediend en onderzocht en de verplichtingen waaraan vergunninghouders F2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding’ (hierna: het koninklijk besluit van 22 december 2010). 3.
- Met de thans bestreden beslissing van 25 september 2023 weigert de gemeenteraad van de stad Antwerpen het gevraagde convenant af te sluiten. Deze beslissing is als gemotiveerd: “Aanleiding en context Op 14 maart 2023 werd namens de nv Betcenter Group (RPR 0877184856), met maatschappelijke zetel aan het Leopoldplein 16 bus 2 te 3500 Hasselt, een aanvraag ingediend om een convenant af te sluiten voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV, genoemd ‘Betcenter’, gelegen aan de Diepestraat 144 te 2060 Antwerpen. De kansspelinrichting klasse IV wordt eveneens feitelijk geëxploiteerd door de nv Betcenter Group. De nv Betcenter Group heeft een kansspelvergunning F2 voor de exploitatie van de kansspelinrichting klasse IV op dit adres, laatst hernieuwd door de Kansspelcommissie op 2 september 2020
(118007). De nv Betcenter Group wenst deze kansspelvergunning F2 te hernieuwen op de eerstvolgende zitting van de Kansspelcommissie. De uitbating van een vaste kansspelinrichting klasse IV moet op grond van artikelen 43/4, § 1 en 43/5, 6° van de Wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (verder: Kansspelwet) geschieden krachtens een convenant dat voorafgaandelijk wordt gesloten tussen de gemeente van vestiging en de uitbater. Deze bepalingen werden ingevoerd door de Wet van 7 mei 2019 tot wijziging van de Kansspelwet van 7 mei
- Artikel 36 van de wijzigingswet bepaalde dat de houders van een kansspelvergunning F2, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet over een vergunning beschikten, hun activiteiten onder dezelfde voorwaarden konden voortzetten. Pas ten vroegste twee jaar na de inwerkingtreding van de wet moesten ze voldoen aan deze voorwaarde. De wetswijziging trad in werking op 25 mei
- Thans moet bij de aanvraag om hernieuwing dus rekening gehouden worden met voormelde voorwaarden. Dit betekent eveneens dat de aanvrager ervoor dient te zorgen dat de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, zulks behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan. Om de kansspelvergunning F2 te hernieuwen bij de Kansspelcommissie is een convenant nodig tussen de nv Betcenter Group en de stad Antwerpen. VII-42.271-3/22 Juridische grond […] Regelgeving: bevoegdheid […] Argumentatie De nv Betcenter Group baat de kansspelinrichting klasse IV gelegen aan de Diepestraat 144 te 2060 Antwerpen uit. Hiervoor beschikt zij over een kansspelvergunning F2 die nu hernieuwd moet worden. De hernieuwing van de kansspelvergunning F2 gebeurt driejaarlijks. Voorafgaandelijk moet nu een convenant afgesloten worden met de gemeente zoals bepaald in de wijzigingswet van 7 mei
- De voorwaarden waar de aanvrager conform artikel 43/5 van de Kansspelwet aan moet voldoen om een kansspelvergunning F2 te kunnen verkrijgen, gelden daarnaast eveneens voor het hernieuwen van dergelijke vergunning. Het gegeven dat er reeds een kansspelvergunning werd uitgereikt, doet geen afbreuk aan het feit dat er thans, na inwerkingtreding van de artikelen 43/4, § 1 en 43/5, 6°, alsnog een convenant moet worden afgesloten. Aangezien deze wetswijziging pas in werking trad nadat de eerdere kansspelvergunning werd uitgereikt, behoudt de gemeente haar discretionaire bevoegdheid om te beslissen of, en onder welke voorwaarden, er thans een convenant wordt afgesloten. Het is immers pas na deze wetswijziging dat de gemeente door de convenantverplichting de bevoegdheid heeft gekregen daadwerkelijk een rol te spelen in de verkrijgingsprocedure voor een kansspelvergunning. Artikel 43/5, 5°, van de Kansspelwet bepaalt ondubbelzinnig dat: ‘De aanvrager van het convenant ervoor moet zorgen dat een kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, zulks behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan.’ De parlementaire voorbereiding stipuleert verder dat: ‘Dat convenant bepaalt waar de kansspelinrichting wordt gevestigd, inzonderheid rekening houdend met onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, plaatsen waar erediensten worden gehouden of gevangenissen.’ De concrete omstandigheden die een weigering om een convenant te kunnen sluiten, kunnen verantwoorden zijn derhalve niet beperkt tot de inrichtingen die uitdrukkelijk vermeld staan in hoger geciteerd artikel uit de Kansspelwet. Dit werd bevestigd door een arrest van het Grondwettelijk Hof van 9 december 2021 (arrest nr. 177/2021). Er moet bij de beoordeling om al dan niet over te gaan tot het afsluiten van een convenant nagegaan worden of de voorgestelde locatie al dan niet in de nabijheid van dergelijke inrichtingen gelegen is. De ingevoerde bepaling strekt ertoe om de risico’s in verband met de ligging van een vaste kansspelinrichting klasse IV te beperken en kwetsbare spelers te beschermen. Dergelijk nabijheidsonderzoek is een determinerend motief in de afweging van de gemeente om in een individueel dossier te beslissen om al dan niet het convenant af te sluiten. De stad Antwerpen investeert in een coherent en geïntegreerd drugbeleid. Naast middelenverslavingen wordt binnen dit beleid ook aandacht geschonken aan gedragsverslavingen, zoals gamen en gokken. Het is daarbij VII-42.271-4/22 belangrijk om preventief en voor aanvang van de problematiek in te grijpen. Bijgevolg zijn uiterst belangrijke doelgroepen voor verslavingspreventie jongeren en kwetsbare personen. Onderzoek toont aan dat het in contact komen met middelen of verslavende gedragingen op jonge leeftijd, het risico op verslaving op latere leeftijd verhoogt. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van de hersenen: ‘Hoe eerder iemand begint, hoe meer invloed dit heeft op de ontwikkeling van de hersenen, hoe impulsiever iemand wordt, wat dan weer de kans op verslaving verhoogt. Dit is voor gokken net zo: problematische gokkers bleken telkens vroeger te zijn gestart met gokken -vaak al rond de leeftijd van 10 jaar- dan leeftijdsgenoten die (niet problematisch) gokken.’ (Shead, Derevensky & Gupta, 2010, Geel en Fisher in Bowden-Jones & Georges, 2015). Antwerpen is een bruisende studentenstad en heeft ook heel wat (middelbare) scholen op het grondgebied. Geld inzetten op sportwedstrijden is de gokvorm die het meest frequent wordt beoefend door de Vlaamse studenten, zo blijkt uit onderzoek van de VAD. (Van Damme et al., 2022). Nog problematischer, hoewel gokken onder de 18 jaar verboden is, is de vaststelling dat 0,9% van de middelbare schooljongeren een regelmatige speler is bij sportweddenschappen en 7,7% aangeeft ooit te hebben gespeeld. […] Er kan bijgevolg niet aan voorbijgegaan worden dat hier zeer strikt op moet worden toegezien. De voorgenomen inrichting is gevestigd aan de Diepestraat 144 te 2060 Antwerpen en gelegen in een wijk met diverse onderwijsinstellingen, uitgaansgelegenheden en locaties waar veel jongeren samen komen. In de Diepestraat en omgeving zijn heel veel horecagelegenheden gevestigd met een aanbod dat voornamelijk bestaat uit meeneem- en afhaalgerechten, zoals pita’s, broodjes, …, welke een aantrekkingskracht hebben voor de jongeren die in de buurt schoollopen. De Diepestraat zelf is vlot bereikbaar door tram- en busverbindingen van De Lijn. Het wedkantoor is gelegen in het hart van de stad. Vanwege de aanwezigheid van verschillende scholen is er eveneens veel passage van kinderen en jongeren. Dit is dagelijks duidelijk zichtbaar. Met name de nabijheid van de secundaire onderwijsinstellingen en de campussen van het hoger onderwijs doet zorgen baren. • Campus Noord van de Karel De Grote Hogeschool, aan de Oudesteenweg 81 te 2060 Antwerpen is gelegen op minder dan 800 meter wandelafstand van het wedkantoor. Dit is de campus waar de lerarenopleiding wordt aangeboden. • Aan de Kerkstraat 153 te 2060 Antwerpen, op minder dan 800 meter wandelafstand van het wedkantoor, biedt het Sint-Jozefinstituut buitengewoon secundair onderwijs (BSO en KSO) aan voor jongeren met een fysieke beperking en/of autismespectrumstoornissen en dit van de eerste tot en met de derde graad. • Het Koninklijk Atheneum Antwerpen, gelegen aan de Franklin Rooseveltplaats 11, 2060 Antwerpen, biedt secundaire opleidingen (ASO, TSO en BSO) aan van de eerste tot en met de derde graad in diverse opleidingen. Deze school ligt net binnen de 800 meter wandelafstand van het wedkantoor. VII-42.271-5/22 • Instituut Sint-Maria is gelegen aan de Lovelingstraat 8 te 2060 Antwerpen. Deze school heeft een studieaanbod van de eerste tot en met de derde graad secundair onderwijs in de richtingen ‘Kunst & Creatie’ en ‘Maatschappij & Welzijn’. • Het Sint-Agnesinstituut biedt aan de Oudesteenweg 81 te 2060 Antwerpen een onthaaljaar aan voor anderstalige nieuwkomers vanaf 12 jaar, en dit op een wandelafstand van 10 minuten van het wedkantoor. • Het Stedelijk Lyceum Lamorinière biedt in haar vestiging aan de Lange Beeldekensstraat 267 te 2060 Antwerpen, op minder dan 10 minuten wandelafstand van het wedkantoor, in de derde graad lessen aan in de studierichting ‘Verzorging’. • Stedelijk Lyceum Lange Beeldekens, gelegen aan de Lange Beeldekensstraat 264 te 2060 Antwerpen, op 600 meter wandelafstand van het wedkantoor, biedt secundair onderwijs (A-stroom en B-stroom) aan aan leerlingen van de eerste graad. • Er is tevens een vestiging van het buitengewoon secundair gevestigd aan de Schoolstraat 2 te 2060 Antwerpen, en dit op 600 meter wandelafstand van het wedkantoor. In de ‘Leerexpert Schoolstraat’ wordt onderwijs ‘opleidingsvorm 3’ aangeboden aan jongeren van 13 tot 21 jaar. Het gaat om jongeren met een licht mentale beperking, jongeren met een leerstoornis en jongeren met een emotionele of gedragsstoornis. Het gaat hier om een zeer kwetsbare groep jongeren. Aangezien het wedkantoor is gelegen in de Antwerpse binnenstad, in de directe nabijheid van diverse horeca-inrichtingen en winkels, kan dit een verhoogde aantrekkingskracht hebben op scholieren en studenten die na schooltijd de binnenstad induiken, zelfs wanneer die (hoge)scholen zouden liggen op een iets ruimere wandelafstand van het wedkantoor. Het wedkantoor is gelegen nabij diverse onderwijsinstellingen voor middelbaar onderwijs, en verschillende campussen van de hogeschool, wat op zich volstaat om het convenant te weigeren op grond van artikel 43/5, 5° van de Kansspelwet. […] Verder dient erop toegezien te worden dat de vooropgestelde locatie niet in de nabijheid gelegen is van plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht. Daarenboven zijn er nog diverse ‘plaatsen waar jongeren gewoonlijk samenkomen’ in de onmiddellijke nabijheid gevestigd. Het gaat onder meer over: • Violencia vzw, gelegen aan het Stuivenbergplein 7 te 2060 Antwerpen, op minder dan 800 meter wandelafstand van het wedkantoor. Deze vzw biedt een wekelijks muziek-, dans- en sportaanbod aan aan jongeren tussen de 12 en de 26 jaar; • Het Afghaans Jongerencentrum Antwerpen (AJAC) is gelegen aan de Tulpstraat 55 te 2060 Antwerpen, op 700 meter wandelafstand van het wedkantoor. Hier wordt een divers aanbod georganiseerd voor Afghaanse jongeren; • De Intensieve Kring regio Antwerpen (I.K.R.A.) is gelegen aan de Trapstraat 3A te 2060 Antwerpen en is een jeugdwerking met activiteiten voor kinderen, tieners en jongeren. Deze organisatie is actief in het VII-42.271-6/22 jeugdwerk, met name groepsgericht sociaal-cultureel werk. Op hetzelfde adres is de Rode Roos gevestigd, een Turkse vereniging die zich richt op kinderen en jonge vrouwen en diverse activiteiten, uitstapjes, lezingen en workshops organiseert voor haar leden; • Protestants Sociaal Centrum Antwerpen, gelegen aan de Lange Stuivenbergstraat 54-56 te 2060 Antwerpen heeft een jongerenwerking opgezet voor niet-begeleide nieuwkomers tussen de 17 en 25 jaar. Er is een inloopcentrum, er worden groepsactiviteiten georganiseerd en er vindt een persoonlijke en administratieve begeleiding plaats voor deze jongeren. Deze ligt op een wandelafstand van 600 meter van het wedkantoor; • Jeugdcentrum Seventh Heaven, gelegen aan de Duinstraat 102 te 2060 Antwerpen, op minder dan 300 m van het wedkantoor, heeft een dansschool waar Russische volksdansen aangeleerd worden aan kinderen en jongeren van 3 tot 25 jaar. Er worden tevens theaterworkshops en praatgroepen georganiseerd voor deze doelgroep; en • Safe Space Antwerpen, aan de Kerkstraat 159 te 2060 Antwerpen, op minder dan 10 meter wandelafstand van het wedkantoor, biedt een kinderatelier aan (6 tot 12 jarigen) met een gevarieerd aanbod. Daarnaast is er een jongerenwerking (12 tot 30 jaar) waar diverse vrijetijdsactiviteiten georganiseerd worden, alsmede studeerplekken worden aangeboden. Er wordt ook regelmatig een Youth Talk georganiseerd voor deze jongeren met inspirerende sprekers. Met name de aanwezigheid in de onmiddellijke nabijheid, op slechts enkele minuten wandelen, van de kleuter-, lagere maar vooral secundaire scholen en een campus van de hogeschool, diverse campussen van de Universiteit Antwerpen én plaatsen waar veel jongeren samenkomen, is problematisch. De nabijheid van elk van bovengenoemde plaatsen, waar tevens veel jongeren samenkomen, volstaat derhalve om het sluiten van het convenant te weigeren op grond van artikel 43/5, 5° van de Kansspelwet. Vanwege de nagestreefde sociale bescherming van jongeren betreft de vestigingsplaats van het wedkantoor aldus een ongeschikte locatie gezien de wet uitdrukkelijk verbiedt dat kansspelinrichtingen gelegen zijn in de buurt van plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht. Dit wordt ook uitdrukkelijk door de Raad van State bevestigd: […] Het is immers net deze groep van jongeren die de wetgever wil beschermen, en terecht. De fysieke nabijheid of makkelijke beschikbaarheid van gokgelegenheden -in casu in het hart van de Antwerpse binnenstad- verhoogt de participatie aan gokken bij de bewoners uit de buurt. Zij zullen ook meer geld uitgeven aan gokspelen. Alsook de prevalentie van problematisch gokgedrag neemt toe (Vasiliadis, Jackson, Christensen & Francis, 2013; St- Pierre, Walker, Deverensky & Gupta, 2014), zeker bij jongeren. Onderzoek toont immers aan dat het in contact komen met middelen of verslavende gedragingen op jonge leeftijd, het risico op verslaving op latere leeftijd verhoogt. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van de hersenen: hoe eerder iemand begint, hoe meer invloed dit heeft op de ontwikkeling van de hersenen, hoe impulsiever iemand wordt, wat dan weer de kans op verslaving verhoogt. Het aantal uitsluitingen bij de Kansspelcommissie is al jaren in stijgende lijn aan het verlopen. (Kansspelcommissie, 2021). Dit duidt op een VII-42.271-7/22 toenemend aantal mensen die aangeven (of door bewindvoerders, belanghebbenden, enzovoort) problemen te ervaren met hun gokgedrag. Als er bovendien geweten is dat het gros van de opbrengsten van sportweddenschappen offline wordt gegenereerd (Kansspelcommissie, 2021), is het noodzakelijk tegenwoordig extra alert te zijn voor de risico’s indien wedkantoren gesitueerd zijn in een buurt waarin veel kwetsbare personen, zoals jongeren, aanwezig zijn. Het gegeven dat het wedkantoor in het hart van de binnenstad is gevestigd, doet de aantrekkingskracht op jongeren die na schooltijd of voor of na hun vrijetijdsbesteding hiernaartoe trekken, alleen maar vergroten. Er is daarnaast een uitgebreid zorgaanbod voor jongeren en (jong)volwassenen met een verslavingsproblematiek aanwezig in de buurt van het wedkantoor. • Een afdeling van ADIC vzw, aan de Olijftakstraat 19 te 2060 Antwerpen, is gelegen op een wandelafstand van minder dan 800 meter van het wedkantoor. ADIC is een psychosociaal revalidatiecentrum voor (jong- )volwassenen met een verslavingsproblematiek (drugs) waar een divers aanbod van korte opvang tot langdurige residentiële behandelingen, alsmede ambulante behandelingen, worden aangeboden. • Ook De Sleutel, Dambruggestraat 78 te 2060 Antwerpen, is gelegen op een wandelafstand van minder dan 5 minuten van het wedkantoor. Ook hier worden ambulante en semi-residentiële behandelingen aangeboden aan jongeren en volwassenen met een drugsproblematiek, al dan niet in combinatie met andere verslavingen. • Het ZNA Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg, gelegen aan de Pothoekstraat 109 te 2060 Antwerpen, is gelegen op een wandelafstand van 10 minuten van het wedkantoor. Hier wordt voorzien in opvang en begeleiding voor personen vanaf 18 jaar met een psychische problematiek, zowel residentieel als ambulant. Vanzelfsprekend is deze groep (jong-)volwassenen extra kwetsbaar voor de verlokkingen van een wedkantoor. Gelet op het geheel van deze omstandigheden is er geen enkele reden om af te wijken van de wettelijke nabijheidsregels. Door de aanvrager wordt thans op geen enkele wijze verduidelijkt hoe kan worden geremedieerd aan deze nabijheidsrisico’s. De aanwezigheid van tal van kwetsbare inrichtingen in de omgeving van het wedkantoor betreffen concrete lokale omstandigheden die de stad Antwerpen ertoe dwingen om het afsluiten van een convenant met nv Betcenter Group (RPR 0877184856) met maatschappelijke zetel aan het Leopoldplein 16 bus 2 te 3500 Hasselt voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV, genoemd ‘Betcenter’, gelegen aan de Diepstraat 144 te 2060 Antwerpen, te weigeren.” VII-42.271-8/22 IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Standpunt van de partijen
- In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 43/4, § 1, vierde lid, en 43/5 van de kansspelwet, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: motiveringswet), van de materiëlemotiveringsplicht, en van het zorgvuldigheidsbeginsel. Tevens maakt de verzoekende partij gewag van machtsoverschrijding en/of -afwending. De verzoekende partij zet uiteen dat een convenant voor het exploiteren van een wedkantoor enkel kan worden geweigerd wanneer de inrichting gelegen is in de nabijheid van “onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en/of plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”. Het begrip nabijheid impliceert dat het moet gaan over een geringe afstand, met name een afstand van minder dan 500 meter. De verzoekende partij stelt vast dat de in de bestreden beslissing vermelde onderwijsinstellingen in werkelijkheid gelegen zijn op afstanden van 550 tot 850 meter van het wedkantoor. In dat verband belicht zij de invulling van het begrip ‘nabijheid’ bij de beoordeling van andere convenantsaanvragen (cfr. het derde middel). Daarenboven zijn de te beschermen instellingen en plaatsen op limitatieve wijze in de kansspelwet aangeduid, zodat andere zogenaamd “gevoelige” plaatsen niet bij de beoordeling van de convenantsaanvraag mogen betrokken worden. Dit geldt eveneens voor de “andere” motieven, zoals de wens van de verwerende partij om een coherent en geïntegreerd drugbeleid te voeren en de vaststelling dat het wedkantoor in het hart van de Antwerpse binnenstad is gelegen en vlot bereikbaar is met het openbaar vervoer. Voorts merkt zij op dat in zoverre in de bestreden beslissing sprake is van “plaatsen waar jongeren gewoonlijk samenkomen” en dus niet van VII-42.271-9/22 “plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”, artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet wordt geschonden. Evenmin kan aangenomen worden dat het in dit geval gaat om “plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht” die in de nabijheid van het wedkantoor gesitueerd zijn. Meer concreet stelt de verzoekende partij vast dat zeven van de negen in de bestreden beslissing aangehaalde plaatsen niet in de nabijheid van het wedkantoor gelegen zijn en dat enkel het jeugdcentrum ‘Seventh Heaven’ en de instelling ‘De Sleutel’ binnen een straal van 500 meter gelegen zijn. Echter kunnen die twee plaatsen evenmin als weigeringsmotief aangewend worden omdat de verwerende partij “een beleid voert waarin recreatie- en sportinstellingen gelegen op 54 meter en meer niet als nabij worden beschouwd”.
- De verwerende partij antwoordt dat de gevoelige plaatsen die in de bestreden beslissing worden aangehaald wel degelijk gelegen zijn in de nabijheid van het betrokken wedkantoor en dat het feit dat zij op grond van haar discretionaire appreciatiebevoegdheid ook nog andere elementen in rekening heeft gebracht bij de beoordeling van de convenantsaanvraag geen afbreuk doet aan de regelmatigheid van de bestreden beslissing. Zij ontkent dat de wetgever de bedoeling heeft gehad om de nabijheid te beperken tot een afstand van maximaal 500 meter. Integendeel heeft de wetgever er voor gekozen om de beoordeling van de prohibitieve nabijheid over te laten aan het betrokken gemeentebestuur om rekening te kunnen houden met de concrete plaatselijke toestand en alle specifieke omstandigheden. Voor de invulling van het begrip ‘nabijheid’ moet bovendien ook rekening worden gehouden met de aantrekkingskracht van het wedkantoor en de inspanningen die de beschermde personen moeten doen om tot bij het wedkantoor te geraken. De verwerende partij geeft toe dat de in de bestreden beslissing vermelde wandelafstand van “minder dan 10 meter” tot de inrichting ‘Safe Space Antwerpen’ een materiële vergissing is die moet worden rechtgezet naar “minder dan 10 minuten wandelen”. Voorts meent de verwerende partij dat een semantische discussie wordt gevoerd over het onderscheid tussen “plaatsen waar jongeren gewoonlijk samenkomen” en “plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”, terwijl beide begrippen inhoudelijk identiek zijn. Tot slot stelt zij dat de wijze waarop andere aanvragen tot het afsluiten van een convenant zijn beoordeeld niet VII-42.271-10/22 relevant is omdat in de motieven van de thans bestreden beslissing wordt aangegeven dat de aanvraag niet voldoet aan artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet.
- In haar memorie van wederantwoord merkt de verzoekende partij op dat “de vermeende centrale ligging van het wedkantoor […] niet [kan] rechtvaardigen dat een afstand van 500 meter toch nabij zou zijn”, dat de verwerende partij in andere vergelijkbare gevallen van oordeel was dat “een afstand van 54 meter tot een basisonderwijsinstelling, een afstand van 350 meter tot een secundaire onderwijsinstelling of nog een afstand van 230 meter tot een speeltuin niet nabij is” en dat in de bestreden beslissing dan ook moet worden aangetoond waarom in voorliggend geval het begrip ‘nabijheid’ anders moet worden opgevat. De verzoekende partij herhaalt dat slechts twee instellingen, namelijk ‘Seventh Heaven’ en ‘De Sleutel’, op minder dan 500 meter van het wedkantoor gelegen zijn en dat de weigering van het convenant wegens de nabijheid van slechts één instelling disproportioneel is.
- Met betrekking tot de betekenis van het begrip ‘nabijheid’ herhaalt de verzoekende partij in haar laatste memorie dat een afstand van 500 meter en meer niet nabij is in het licht van een logische en samenhangende uitlegging van de betrokken bepalingen van de kansspelwet, dat in een stedelijke context werkelijk niet kan worden ingezien dat afstanden van 550 tot 850 meter geringe afstanden zijn en dat “ruimer bemeten” afstanden niet gering zijn. Noch de vlotte bereikbaarheid van de Diepestraat met het openbaar vervoer, noch de ligging van het wedkantoor in het hart van de stad, noch de nabijheid van diverse winkels en horeca-zaken, zijn volgens artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet pertinent om het begrip ‘nabijheid’ in te vullen. Beoordeling
- Naar luid van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet moet de aanvrager om een vergunning klasse F2 te kunnen verkrijgen “ervoor zorgen dat de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van VII-42.271-11/22 onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, zulks behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan”. Het nabijheidsverbod voor onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht strekt ertoe bepaalde kwetsbare categorieën van personen te beschermen tegen de verleiding om een wedkantoor op te zoeken omdat zij de inrichting niet ver verwijderd weten of omdat het slechts een minimale inspanning vergt om ze te bereiken. De concrete beoordeling van de nabijheid betreft ipso facto de aantrekkingskracht van de kansspelinrichting en van de inspanning om er te geraken. Uit artikel 43/5 van de kansspelwet blijkt niet dat het begrip ‘nabijheid’ zo geïnterpreteerd moet worden dat enkel onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en voornamelijk door jongeren bezochte plaatsen die gelegen zijn op een afstand van maximaal 500 meter van de kansspelinrichting bij de beoordeling van de aanvraag tot het sluiten van een convenant betrokken mogen worden. Bijgevolg komt het, zonder afbreuk te doen aan het wettigheidstoezicht van de rechter, aan de lokale overheden toe om het begrip “in de nabijheid” verder in te vullen rekening houdend met alle relevante plaatselijke omstandigheden.
- Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat het sluiten van het convenant wordt geweigerd omdat het wedkantoor gelegen is in de nabijheid van meerdere onderwijsinstellingen, meer bepaald de campus Noord van de Karel De Grote Hogeschool, het Sint-Jozefinstituut, het Koninklijk Atheneum Antwerpen, het Instituut Sint-Maria, het Sint-Agnesinstituut, het stedelijk lyceum Lamorinière, het stedelijk lyceum Lange Beeldekens en het BSO ‘Leerexpert Schoolstraat’. In de motivering van de bestreden beslissing wordt aangegeven dat deze onderwijsinstellingen gelegen zijn op minder of ongeveer 800 meter van het wedkantoor, dan wel op ongeveer “10 minuten” wandelafstand. Daarenboven wordt in de bestreden beslissing melding gemaakt van diverse plaatsen “waar jongeren gewoonlijk samenkomen”, met name de vzw Violencia, het Afghaans Jongerencentrum Antwerpen, de jeugdwerking Intensieve Kring Regio VII-42.271-12/22 Antwerpen, het Protestants Sociaal Centrum Antwerpen, het jeugdcentrum Seventh Heaven en de jeugdwerking Safe Space Antwerpen. Tevens wordt er in de bestreden beslissing op gewezen dat het wedkantoor gelegen is in de “Antwerpse binnenstad, in de directe nabijheid van diverse horeca-inrichtingen en winkels” wat kan leiden tot “een verhoogde aantrekkingskracht […] op scholieren en studenten die na schooltijd de binnenstad induiken, zelfs wanneer die (hoge)scholen zouden liggen op een iets ruimere wandelafstand van het wedkantoor”.
- De verzoekende partij betwist niet dat de in de bestreden beslissing vermelde scholen en hogescholen gekwalificeerd moeten worden als onderwijsinstellingen in de zin van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat die onderwijsinstellingen gelegen zijn op een afstand van ongeveer 550 tot 850 meter van het wedkantoor. Door dergelijke afstanden bij de beoordeling van de prohibitieve nabijheid te betrekken, heeft de verwerende partij het begrip nabijheid, zoals op te vatten door artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet niet miskend, te meer omdat in een bijzonder motief de vrees wordt uitgedrukt dat het wedkantoor door zijn ligging en ondanks de “iets ruimere wandelafstand” na de schooluren een “verhoogde aantrekkingskracht” zal hebben op scholieren en studenten.
- De ligging in de nabijheid van het wedkantoor van acht onderwijsinstellingen volstaat om de weigering van het convenant naar recht te verantwoorden. Bijgevolg ontbreekt de noodzaak om te onderzoeken of de in de bestreden beslissing vermelde plaatsen die vooral door jongeren zouden worden bezocht, eveneens de weigering van het convenant in rechte kunnen verantwoorden. In de gegeven omstandigheid hebben die motieven immers een overtollig karakter.
- In zoverre het middel de verwerende partij verwijt dat de beoordeling van de prohibitieve nabijheid in voorliggende zaak afwijkt van de maatstaven die gehanteerd werden in andere vergelijkbare dossiers over aanvragen VII-42.271-13/22 tot het sluiten van een convenant, wordt verwezen naar de beoordeling van het derde middel.
- Het eerste middel is ongegrond. B. Tweede middel Standpunt van de partijen
- In een tweede middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 2 en 3 van de motiveringswet, van de materiëlemotiveringsplicht, van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel en van de plicht tot “zorgvuldige belangenafweging”. De verzoekende partij merkt op dat de verwerende partij niet heeft onderzocht of er in voorliggend geval een afwijking op de prohibitieve nabijheidsregels kon worden toegestaan. Nochtans was zij daartoe verplicht nadat uit het onderzoek van de convenantsaanvraag bleek dat in de nabijheid van het wedkantoor meerdere onderwijsinstellingen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht gelegen zijn.
- De verwerende partij antwoordt dat het verbod tot exploitatie van een wedkantoor in de nabijheid van één of meerdere onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en/of plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht de regel is en dat uit geen enkele wettelijke of reglementaire bepaling blijkt dat zij verplicht is om een convenant in afwijking van de prohibitieve nabijheidsregels af te sluiten. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt bovendien dat effectief werd onderzocht of in casu van de prohibitieve nabijheidsregels afgeweken kon worden.
- In haar memorie van wederantwoord laat de verzoekende partij nog gelden dat, zelfs indien aangenomen zou worden dat het sluiten van het convenant in principe geweigerd moest worden wegens de ligging van de kansspelinrichting in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en/of VII-42.271-14/22 plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, alsdan de verwerende partij nog steeds de verplichting had om te onderzoeken of een afwijking van het nabijheidsverbod kon worden verleend.
- De verzoekende partij beklemtoont in haar laatste memorie dat uit de bestreden beslissing niet blijkt dat de verwerende partij de door artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet geboden mogelijkheid tot afwijking van de nabijheidsregels heeft onderzocht, dat zij bij het indienen van de aanvraag tot het sluiten van een convenant niet kan anticiperen op de mogelijkheid dat het lokaal bestuur bepaalde beschermde instellingen of plaatsen aanduidt die in de, niet nader omschreven, nabijheid van het wedkantoor gelegen zijn en dat zij in de aanvraag dan ook geen maatregelen kan voorstellen die daaraan verhelpen. In ieder geval zou het aan het lokale bestuur toekomen om te motiveren waarom zij van oordeel is dat geen remediërende maatregelen mogelijk zijn. Tot slot ontkent de verzoekende partij dat uit de bestreden beslissing blijkt dat de verwerende partij de afwijkingsmogelijkheid daadwerkelijk heeft onderzocht. Beoordeling
- Uit artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet vloeit voort dat een kansspelinrichting klasse IV niet mag worden gevestigd in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht “behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan”. In arrest nr. 177/2021 van 9 december 2021 is het Grondwettelijk Hof ertoe gebracht te onderzoeken of de verplichting om met de gemeente een convenant te sluiten voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV en het principiële verbod om zich te vestigen in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, evenredig zijn met de doelstelling van de kansspelwet om de sociale risico’s in verband met de ligging van de vaste kansspelinrichtingen klasse IV te beperken en de spelers te VII-42.271-15/22 beschermen. In dit verband heeft het Grondwettelijk Hof onder meer het volgende overwogen: “Evenzo maakt de aan de gemeente toegekende afwijkingsmogelijkheid het haar eveneens mogelijk rekening te houden met de concrete lokale omstandigheden, alsook met de voorwaarden waarin in het met de inrichting gesloten convenant is voorzien: « Een afwijking op deze voorwaarde is evenwel mogelijk op grond van een motivering van de gemeente. Als de gemeente in het convenant dat zij met de inrichting heeft afgesloten, voldoende beschermingsmaatregelen heeft genomen ten aanzien van de potentiële speler, kan van deze voorwaarde afgeweken worden, bijvoorbeeld als een inrichting zich in de nabijheid van een school wil vestigen en de gemeente openingsuren heeft bepaald waardoor jongeren er niet kunnen komen tijdens of kort voor en na de schooluren. De gemeente moet haar beslissing om de vestiging in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, niet te verbieden, uitdrukkelijk motiveren » (Parl.St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3327/001, p. 14).”
- De bestreden beslissing bevat onder meer de volgende overwegingen: “Gelet op het geheel van deze omstandigheden is er geen enkele reden om af te wijken van de wettelijke nabijheidsregels. Door de aanvrager wordt thans op geen enkele wijze verduidelijkt hoe kan worden geremedieerd aan deze nabijheidsrisico’s.”
- Daargelaten de vraag of artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet het betrokken bestuur al dan niet verplicht tot een systematisch onderzoek van de mogelijkheid om, ondanks de ligging van het wedkantoor in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, toch een convenant af te sluiten voor de exploitatie ervan, volstaat in casu de vaststelling dat de aanvraag van de verzoekende partij betrekking heeft op een wedkantoor dat gelegen is in de nabijheid van meerdere onderwijsinstellingen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht en dat de verzoekende partij in het kader van de aanvraagprocedure geen doordachte beschermingsmaatregelen heeft voorgesteld ten aanzien van al deze onderscheiden categorieën van potentiële spelers, zodat er voor de verwerende partij geen dwingende aanleiding bestond om een afwijking te overwegen en zij ervoor kon VII-42.271-16/22 opteren om op grond van haar discretionaire bevoegdheid het sluiten van het convenant te weigeren.
- Aangezien artikel 43/5 van de kansspelwet bepaalt dat de aanvrager ervoor moet zorgen dat de kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, moet aangenomen worden dat het ook aan de aanvrager van het convenant toekomt om maatregelen voor te stellen met het oog op het verkrijgen van de in dezelfde bepaling bedoelde afwijking op het nabijheidsverbod. Bijgevolg kon de verwerende partij ermee volstaan dat de aanvrager in voorliggend geval geen maatregelen heeft voorgesteld om te verhelpen aan de risico’s die verband houden met de ligging van het wedkantoor.
- Het tweede middel is ongegrond. C. Derde middel Standpunt van de partijen
- In een derde middel voert de verzoekende partij de schending aan van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, van het motiveringsbeginsel, en van het transparantie- en consistentiebeginsel. Zij zet uiteen dat een analyse die teruggaat tot 2021 leert dat de verwerende partij de beslissingen over convenantsaanvragen niet “op een transparante, consequente en voorspelbare wijze” neemt en dat uit het onderzoek van vijf vroegere beslissingen tot het sluiten van een convenant blijkt dat deze betrekking hebben op toestanden die vergelijkbaar zijn met de toestand die tot de bestreden weigeringsbeslissing heeft geleid. Uit deze vaststellingen leidt de verzoekende partij af dat de besluitvorming van de verwerende partij volstrekt arbitrair is omdat vergelijkbare gevallen op een verschillende manier worden afgedaan. Inzonderheid zou er sprake zijn van duidelijke discriminatie doordat met VII-42.271-17/22 andere exploitanten van wedkantoren, die in een vergelijkbare toestand verkeerden, wel een convenant werd afgesloten. In dit verband betreurt zij ook dat in de regelgeving geen objectief en transparant kader wordt aangereikt voor de beoordeling van dergelijke aanvragen.
- De verwerende partij antwoordt dat de rechtmatigheid van de bestreden beslissing enkel beoordeeld kan worden op basis van de erin veruitwendigde motieven omtrent de prohibitieve nabijheid, zodat de vergelijking met de beoordeling van andere aanvragen voor de exploitatie van wedkantoren irrelevant is en dat de wedkantoren waar de verzoekende partij naar verwijst “geenszins op dezelfde locatie [zijn] gelegen” als het wedkantoor waarop de bestreden beslissing betrekking heeft, te meer omdat elke aanvraag tot het sluiten van een convenant geval per geval in concreto moet worden onderzocht en beoordeeld rekening houdend met alle relevante gegevens van het dossier. Tevens wijst zij erop dat zij sinds 2021 18 keer heeft geweigerd om een convenant voor de exploitatie van een wedkantoor af te sluiten.
- In haar memorie van wederantwoord dupliceert de verzoekende partij dat het enige pertinente criterium om de nabijheid te beoordelen de afstand is tussen de door de wetgever beschermde plaatsen en het wedkantoor. Zo valt volgens haar niet in te zien waarom een afstand van 160 meter in het ene geval niet neerkomt op een nabijheid en in het andere geval wel.
- De verzoekende partij preciseert in haar laatste memorie dat de verwerende partij voor de exploitatie van minstens twee wedkantoren op het grondgebied van de stad Antwerpen wel een convenant heeft afgesloten terwijl in de nabijheid ervan, op een afstand van 300 tot 550 meter, ook diverse beschermde instellingen en plaatsen gelegen zijn. Met betrekking tot het sluiten van een convenant voor drie andere wedkantoren stelt zij dat de ongelijke behandeling bestaat in het feit dat zij niet in de mogelijkheid werd gesteld om remediërende maatregelen voor te stellen met het oog op het verkrijgen van een afwijking op het nabijheidsverbod en dat dergelijke maatregelen evenmin werden voorgesteld door de verwerende partij. VII-42.271-18/22 Beoordeling
- Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat een ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen - of een gelijke behandeling van niet-vergelijkbare gevallen - verboden is, tenzij daarvoor een objectieve en redelijke verantwoording bestaat. Wanneer de schending van het gelijkheidsbeginsel wordt aangevoerd, komt het aan de verzoekende partij toe voldoende concrete elementen aan te brengen die het mogelijk maken te onderzoeken of zij inderdaad ongelijk behandeld wordt ten aanzien van anderen die in een gelijke of minstens gelijkaardige situatie verkeren. Zij moet daarbij, in de eerste plaats, de vergelijkbaarheid aantonen van haar eigen situatie met die van anderen en vervolgens aantonen waarom de verschillende behandeling daarvan een discriminatie uitmaakt.
- In wezen meent de verzoekende partij dat zij verschillend werd behandeld doordat de verwerende partij in “situaties die volstrekt gelijkaardig zijn”, zowel “wat betreft de aard van de instellingen die relevant zouden kunnen zijn als de nabijheid van het wedkantoor ten aanzien van deze instellingen”, toch een convenant heeft afgesloten. Concreet verwijst zij naar de volgende beslissingen van de gemeenteraad van de stad Antwerpen:
(1)van 31 mei 2021 voor de exploitatie van een wedkantoor aan de Ruggeveldlaan 728 te Deurne,
(2)van 28 juni 2021 voor de exploitatie van een wedkantoor aan de Kapelstraat 14 te Hoboken,
(3)van 28 maart 2022 voor de exploitatie van een wedkantoor aan de Bleekhofstraat 1 te Borgerhout,
(4)van 25 april 2022 voor de exploitatie van een wedkantoor aan de Lakborslei 90 te Deurne en
(5)van 6 maart 2023 voor de exploitatie van een wedkantoor aan de Quellinstraat 24 te Antwerpen.
- De eerbiediging van het gelijkheidsbeginsel dient zich te verdragen met het legaliteitsbeginsel dat inhoudt dat niemand zich kan beroepen VII-42.271-19/22 op een onrechtmatig gedrag dat elders zou zijn verricht. Of anders gesteld, er bestaat geen gelijkheid in de onwettigheid. Uit de motivering van de gemeenteraadsbeslissingen van 28 juni 2021, 28 maart 2022 en 25 april 2022, respectievelijk met betrekking tot de exploitatie van een wedkantoor aan de Kapelstraat 14 te Hoboken, aan de Bleekhofstraat 1 te Borgerhout en aan de Lakborslei 90 te Deurne, blijkt niet dat de prohibitieve nabijheid van deze wedkantoren werd onderzocht. Integendeel wordt in deze beslissingen gesteld dat de “beoordeling of voldaan is aan de bepalingen van artikel 43/5 van de wet van 7 mei 1999 […] enkel de kansspelcommissie toe[komt]”. Klaarblijkelijk heeft de gemeenteraad daardoor miskend dat de wetgever met de invoering van de convenantverplichting precies de bedoeling had om de lokale besturen nauwer te betrekken bij de strijd tegen gokverslaving, in het bijzonder door de aantrekkelijkheid van wedkantoren voor bepaalde te beschermen categorieën van personen te laten onderzoeken en beoordelen in het licht van de concrete feitelijke kenmerken van de omgeving van de vestigingsplaats. Het gelijkheidsbeginsel verplicht het bestuur niet om onwettigheden in de toekomst te herhalen of halsstarrig voort te zetten in soortgelijke administratieve rechtshandelingen. Bijgevolg kan de verzoekende partij uit de gemeenteraadsbeslissingen van 28 juni 2021, 28 maart 2022 en 25 april 2022 geen rechtmatige aanspraak of verwachting putten dat de verwerende partij, ter eerbiediging van het gelijkheidsbeginsel, in het kader van de beoordeling van haar aanvraag tot het sluiten van een convenant opnieuw zou voorbijgaan aan het door de kansspelwet voorgeschreven nabijheidsonderzoek waarbij rekening moet worden gehouden met alle relevante concrete omstandigheden van de zaak. In dat opzicht doet het zelfs niet ter zake dat de nabijheid van de betrokken wedkantoren vergelijkbaar zou zijn.
- In de overige twee gevallen blijkt de gemeenteraad het convenant te hebben verleend met toepassing van de door artikel 43/5, eerste lid, VII-42.271-20/22 punt 5, van de kansspelwet bepaalde mogelijkheid om af te wijken van het nabijheidsverbod. De afwijking wordt in de gemeenteraadsbeslissing van 6 maart 2023, met betrekking tot de exploitatie van een wedkantoor aan de Quellinstraat 24 te Antwerpen, uitdrukkelijk gemotiveerd door te verwijzen naar de “strikte” voorwaarden “inzake de openingsuren van het wedkantoor, een volledig reclameverbod en strikte toezichtsregels, inclusief videobewaking” die in het convenant opgelegd worden teneinde de “risico’s voor kwetsbare groepen te remediëren alsook de aanvrager te verplichten strikt toe te zien op een normconforme uitbating door de feitelijke uitbaters van het wedkantoor”. In de gemeenteraadsbeslissing van 31 mei 2021, met betrekking tot de exploitatie van een wedkantoor aan de Ruggeveldlaan 728 te Deurne, is sprake van een afwijking op de “vergunningsvoorwaarde” van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet omwille van de “rechtszekerheid” waarbij verwezen wordt naar het feit dat de kansspelinrichting sedert begin 2015 ter plaatse gevestigd is. Ook wordt verwezen naar de bepalingen van het convenant “rond de openingsdagen en -uren” en naar een aantal feitelijke omstandigheden die de bescherming van “potentiële spelers verbonden aan de onderwijsinstelling” voldoende zouden garanderen.
- De verzoekende partij toont bijgevolg niet aan dat er sprake is van vergelijkbare situaties.
- Het derde middel is ongegrond. VII-42.271-21/22 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zestien oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, Francis Van Nuffel, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-42.271-22/22 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.525 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div