id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.536 Rolnummer: A. 245943/XIV-39882 Zaak: Arrest 264536 - Overheidsopdrachten - 16/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-20 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-14 04:22 Fiche Arrest nr 264.536 van 16 oktober 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 264.536 van 16 oktober 2025 in de zaak A. 245.943/XIV-39.882 In zake: de BV E. woonplaats kiezend te 2800 Mechelen Maanstraat 7D tegen: de GEMEENTE ZAVENTEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Geerts kantoor houdend te 2140 Antwerpen Turnhoutsebaan, 139 A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 19 september 2025, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing “tot niet-gunning aan [de verzoekende partij] m.b.t. de opdracht ‘Livestreaming Gemeenteraad en Raad voor Maatschappelijk Welzijn Zaventem september 2025-2029.’” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Bij beschikking van 24 september 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 oktober
- XIV-39.882-1/4 Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Johan Geerts die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd An Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Regelmatigheid van de rechtspleging
- De nota met opmerkingen is ingediend buiten de in de procedurekalender bepaalde termijn. Met toepassing van artikel 7, § 3 van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna : de procedureregeling kort geding), samen te lezen met artikel 17, § 4, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, wordt deze nota ambtshalve uit het debat geweerd. IV. Toepassing van 11, derde lid van de procedureregeling kort geding
- De verzoekende partij was niet aanwezig noch vertegenwoordigd ter terechtzitting. Luidens artikel 11, derde lid van de procedureregeling kort geding wordt, wanneer de verzoekende partij noch verschijnt noch vertegenwoordigd is, de vordering tot schorsing afgewezen. . De vordering tot schorsing moet derhalve worden afgewezen. XIV-39.882-2/4 V. De rechtsplegingsvergoeding
- De verwerende partij vordert in haar nota met opmerkingen de basisrechtsplegingsvergoeding. Los van de vraag of die uit het debat geweerde nota kan worden beschouwd als een “nota tot vereffening van de kosten” wat het verzoek tot het bekomen van een rechtsplegingsvergoeding betreft, is die hoe dan ook ingediend buiten de termijn bepaald in artikel 84/1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’ dat te dezen op grond van artikel 2, eerste lid, van de procedureregeling kort geding toepasselijk is. Er is daarom geen reden om aan de verwerende partij een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 26 euro. XIV-39.882-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zestien oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.882-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.536 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div