← België

Arrest 264539 - Wegverkeer van mensen (bussen) - 17/10/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.539 Rolnummer: A. 243756/IX-10600 Zaak: Arrest 264539 - Wegverkeer van mensen (bussen) - 17/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-22 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-14 04:22 Fiche Arrest nr 264.539 van 17 oktober 2025 Economische zaken - Wegverkeer van mensen (bussen) Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 264.539 van 17 oktober 2025 in de zaak A. 243.756/IX-10.600 In zake : L.O. woonplaats kiezend te tegen : de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Vanhemelrijck kantoor houdend te 1910 Kampenhout Bergstraat 54 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 17 december 2024, strekt tot de nietigverklaring van de definitieve beslissing van de dienst administratieve boetes van De Lijn van 17 oktober 2024 waarbij aan de verzoekende partij een administratieve boete wordt opgelegd van 107 euro. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. Adjunct-auditeur Anke Meskens heeft overeenkomstig artikel 11/5 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’ IX-10.600-1/4 meegedeeld dat zij geen verslag over het beroep tot nietigverklaring zal neerleggen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 september
  3. Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter Vanhemelrijck, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Adjunct-auditeur Samuel Mens, daartoe gemachtigd door de auditeur-generaal, heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Intrekking – belang - schadevergoeding Uiteenzetting van verzoeker
  5. De bestreden beslissing werd ingetrokken bij besluit van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn van 7 maart
  6. Het voorliggende beroep is derhalve in principe zonder voorwerp geworden.
  7. Met een brief van 16 mei 2025 deelt verzoeker mee dat hij niettemin nog een belang heeft. Dat belang is voor verzoeker eensdeels daarin gelegen dat hij geen vergoeding kreeg voor de gemaakte “administratieve kosten, zoals het maken van de vele afschriften die vereist zijn in deze procedure, het maken van de bijgevoegde foto’s en de kosten van de aangetekende zendingen”. Die schade begroot verzoeker op 100 euro. Anderdeels ziet verzoeker zijn belang IX-10.600-2/4 erin gelegen dat de Raad van State formeel in een arrest vaststelt dat de verwerende partij “niet correct handelde”, zodat elke burger die de rechtspraak wil nakijken daarvan eveneens kennis kan nemen. In een brief van 30 juni 2025 herhaalt verzoeker dat standpunt. Beoordeling
  8. Indien een vordering tot schadevergoeding tot herstel hangende het beroep tot nietigverklaring wordt ingesteld, dan heeft zulks – zoals blijkt uit de arresten van de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak nrs. 241.865 en 241.866 van 21 juni 2018 – tot gevolg de mogelijkheden van de Raad van State om in het kader van het beroep tot nietigverklaring uitspraak te doen, te verruimen. Weliswaar zal het instellen van de vordering tot schadevergoeding tot herstel in de loop van de annulatieprocedure niet kunnen beletten dat wanneer de verzoekende partij het belang bij de gevorderde nietigverklaring heeft verloren, deze nietigverklaring door de Raad van State wordt afgewezen. Het instellen van de vordering tot schadevergoeding tot herstel plaatst de Raad van State in voorkomend geval evenwel voor de verplichting om niettemin – voor zover het ingestelde annulatieberoep initieel ontvankelijk was en voor zover het verlies van het belang niet het gevolg is van een handeling die de verzoekende partij zelf heeft gesteld of heeft nagelaten te stellen en die haar persoonlijk verwijtbaar is – een onderzoek van de middelen te verrichten en de eventuele onwettigheid van de bestreden beslissing vast te stellen voor zover dat nodig is om over de ingediende vordering tot schadevergoeding tot herstel uitspraak te kunnen doen.
  9. Wat sub 5 is uiteengezet, veronderstelt dan wel dat de verzoekende partij daadwerkelijk een vordering tot schadevergoeding tot herstel indient. Het is niet geheel duidelijk of verzoeker zulks beoogt, en in elk geval heeft IX-10.600-3/4 verzoeker verzuimd de daartoe in artikel 25/2, § 2, van het algemeen procedurereglement voorgeschreven vormvoorschriften na te leven, zodat vooralsnog geen dergelijk verzoekschrift is ingeschreven op de rol.
  10. Het komt gepast voor om verzoeker de mogelijkheid te bieden om in voorkomend geval de procedure met betrekking tot de schadevergoeding tot herstel te regulariseren en de behandeling van de zaak uit te stellen tot er uitsluitsel is over het bestaan van een regelmatig verzoekschrift tot schadevergoeding tot herstel. BESLISSING
  11. De Raad van State heropent het debat.
  12. Aan de verzoekende partij wordt de mogelijkheid geboden om de procedure tot schadevergoeding tot herstel te regulariseren overeenkomstig artikel 25/2, § 4, van het algemeen procedurereglement.
  13. De behandeling van de zaak wordt voor onbepaalde tijd uitgesteld. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jim Deridder, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jim Deridder IX-10.600-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.539 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.468 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.