← België

Arrest 264543 - Ziekenhuizen - 17/10/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.543 Rolnummer: A. 240919/XII-9700 Zaak: Arrest 264543 - Ziekenhuizen - 17/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-20 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-14 04:22 Fiche Arrest nr 264.543 van 17 oktober 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenhuizen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.543 no lien 285554 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 264.543 van 17 oktober 2025 in de zaak A. 240.919/XII-9700 In zake : de VZW JESSA ZIEKENHUIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten An Vijverman, Ann Dierickx en Charlotte Plottier kantoor houdend te 3000 Leuven Mechelsestraat 107-109 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pierre Slegers en Margaux Kerkhofs kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 8 januari 2024, strekt tot de nietigverklaring van: “
  2. de nota van het Verzekeringscomité van de Dienst voor Geneeskundige verzorging van het RIZIV d.d. 8 november 2023 betreffende de ‘overeenkomst tussen het verzekeringscomité van de dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en verplegingsinrichtingen voor de vergoeding van AYA- referentieteams ter ondersteuning van zorg op maat voor AYA’s met kanker – artikel 56’ (…);
  3. de overeenkomst van het Verzekeringscomité als bijlage bij de nota van het Verzekeringscomité van de Dienst voor Geneeskundige verzorging van het RIZIV d.d. 8 november 2023 betreffende de ‘overeenkomst tussen het verzekeringscomité van de dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.543 XII-9700-1/5 verplegingsinrichtingen voor de vergoeding van AYA-referentieteams ter ondersteuning van zorg op maat voor AYA’s met kanker – artikel 56’ (…);
  4. de beslissing van het Verzekeringscomité van de Dienst voor Geneeskundige verzorging van het RIZIV genomen op haar zitting van 13 november 2023, waar de ‘overeenkomst tussen het Verzekeringscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en verplegingsinrichtingen voor de vergoeding van AYA-referentieteams ter ondersteuning van zorg op maat voor AYA’s met kanker’, werd goedgekeurd (…) telkens slechts voor zover: - het referentiecentrum slechts kan toetreden tot de ‘overeenkomst tussen het Verzekeringscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en verplegingsinrichtingen voor de vergoeding van AYA-referentieteams ter ondersteuning van zorg op maat voor AYA’s met kanker’ (…), indien het over de periode van 2018, 2019 en 2020 als gemiddelde op jaarbasis meer dan 50 nieuwe AYA diagnoses heeft geregistreerd van Belgische residenten. De cijfergegevens worden gebaseerd op basis van de geregistreerde gevallen, die jaarlijks vanuit de zorgprogramma’s voor volwassenen en pediatrische hemato-oncologie door elk ziekenhuis zijn aangeleverd aan het Kankerregister. Hierbij wordt rekening gehouden met enerzijds de leeftijd bij de diagnose (16 tot en met 35 jaar), en anderzijds met de pathologie (invasieve maligniteit, waaronder zowel de solide en hematologische maligniteiten). Hierbij worden non-melanoma huidkanker, in situ- tumoren, borderline tumoren, niet-maligne hersentumoren, cervical intraepithelial neoplasia (CIN 1, CIN 2, CIN 3) en herval niet opgenomen (artikel 5.
  5. van de overeenkomst); en - er binnen het referentiecentrum een formele samenwerking moet zijn tussen de zorgverleners uit de kinder- en volwassen oncologie/hematologie (artikel 5.
  6. van de overeenkomst)”. II. Verloop van de rechtspleging
  7. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XII-9700-2/5 Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 oktober
  8. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Charlotte Plottier, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Margaux Kerkhofs, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. III. Toepassing korte debattenprocedure Ambtshalve exceptie wegens het teloorgaan van het voorwerp van het beroep – gebrek aan belang in hoofde van de verzoekende partij
  10. Het auditoraat werpt in zijn verslag ambtshalve de niet- ontvankelijkheid van het beroep op wegens de teloorgang van het voorwerp, op grond van de volgende overwegingen: “Bij arrest nr. 263.602 van 16 juni 2025 heeft de Raad van State ‘(d)e beslissing van het Verzekeringscomité van het RIZIV van (13 november 2023) waarbij het Verzekeringscomité het ontwerp van “Overeenkomst tussen het verzekeringscomité van de dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en XII-9700-3/5 verplegingsinrichtingen voor de vergoeding van AYA referentieteams ter ondersteuning van zorg op maat voor AYA’s met kanker– artikel 56” goedkeurt’, vernietigd. De nota CGV 2023/321 van 8 november 2023 aan het Verzekeringscomité en het ontwerp van overeenkomst in bijlage hebben ten aanzien van verzoekende partijen geen eigen, onmiddellijk werkende rechtsgevolgen doen ontstaan. Het gaat om louter voorbereidende handelingen, waartegen geen ontvankelijk beroep kan worden ingediend. De exceptie van verwerende partij in dat verband is gegrond. Voor zover het annulatieberoep nog een voorwerp heeft, is het bijgevolg niet ontvankelijk.” V. Kosten en rechtsplegingsvergoeding
  11. Bij arrest nr. 263.602 van 16 juni 2025 heeft de Raad van State de bestreden beslissing vernietigd. Zoals hiervoor werd vastgesteld, heeft deze vernietiging tot gevolg dat het voorwerp van het beroep is teloorgegaan. Het teloorgaan van het voorwerp van het beroep is derhalve uitsluitend aan de verwerende partij toe te schrijven. In deze omstandigheden kan de verzoekende partij worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep.
  13. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. XII-9700-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9700-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.543 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.