id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.547 Rolnummer: A. 245449/XII-9905 Zaak: Arrest 264547 - Dierenwelzijn - 17/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-23 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-14 04:22 Fiche Arrest nr 264.547 van 17 oktober 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 264.547 van 17 oktober 2025 in de zaak A. 245.449/XII-9905 In zake : T.C. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bruno Van Lindt kantoor houdend te 3300 Tienen Peperstraat 15 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST ------------------------------------------------------------------------------------------------ I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 juli 2025, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing dd. 26.05.2025 (dossier G-25-0567) waarbij de drie paarden van verzoeker met chipnummer 967000010373321, 967000010373322 en 981100006149242 in toepassing van artikel 72 §1 van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17/05/2024 administratief in beslag genomen werden en in afwachting van de bestemmingsbeslissing overgebracht werden naar een erkend dierenasiel”. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. XII-9905-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 oktober
- Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Bij beslissing van 26 mei 2025 van de inspectie Dierenwelzijn worden drie paarden van verzoeker, in toepassing van artikel 72, § 1, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024, administratief in beslag genomen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Toepassing kortedebattenprocedure Ambtshalve exceptie wegens teloorgang van het voorwerp Uiteenzetting van de ambtshalve exceptie
- Het auditoraat werpt in zijn verslag ambtshalve de niet- ontvankelijkheid van het beroep op wegens de teloorgang van het voorwerp, op grond van de volgende overwegingen: “
- Artikel 72, § 4, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn luidt: ‘Het beslag, vermeld in paragraaf 1, wordt van rechtswege opgeheven door de beslissing, vermeld in paragraaf 3, of, bij het uitblijven van de voormelde beslissing, na zestig dagen vanaf de datum van de inbeslagname’”. XII-9905-2/4
- Het op grond van artikel 72, § 1, opgelegde beslag is derhalve ondertussen van rechtswege opgeheven. Als dit niet is geschied ingevolge een bestemmingsbeslissing als bedoeld in artikel 72, § 3, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn, dan nog moet worden vastgesteld dat sedert de inbeslagname meer dan 60 dagen zijn verstreken waardoor het beslag eveneens om die reden van rechtswege zou zijn opgeheven.
- Het beroep tot nietigverklaring gericht tegen de beslissing tot inbeslagname heeft bijgevolg geen voorwerp meer. Die vaststelling volstaat om het beroep tot nietigverklaring te verwerpen.” Beoordeling
- Wanneer de ontvankelijkheid van het beroep in vraag wordt gesteld – en zulks des te meer wanneer dit zoals te dezen gebeurt in het beredeneerd verslag dat over de zaak is opgesteld door het daartoe aangestelde lid van het auditoraat – dan moet die partij daarover een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen. Ter terechtzitting, dit is bij de eerste procedurele gelegenheid die zich voor verzoeker in het kader van de toegepaste procedure van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ daarvoor aanbood, heeft hij niets daartegen ingebracht. In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, dat het voorliggende beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk is, wegens het teloorgaan van het voorwerp. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. XII-9905-3/4
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 26 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9905-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.547 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.