id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.559 Rolnummer: A. 240598/VII-42275 Zaak: Arrest 264559 - Kansspelen - 20/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-21 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-14 04:08 Fiche Arrest nr 264.559 van 20 oktober 2025 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 264.559 van 20 oktober 2025 in de zaak A. 240.598/VII-42.275 In zake : de BV WEDWINKEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Omar Souidi kantoor houdend te 1000 Brussel Hoogstraat 195 tegen : de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 november 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Antwerpen van 25 september 2023 om geen convenant af te sluiten met de bv Wedwinkel voor het exploiteren van een kansspelinrichting klasse IV, gelegen aan de Turnhoutsebaan 322 te Antwerpen (Borgerhout). II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 259.739 van 16 mei 2024 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. VII-42.275-1/14 De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Wendy Depester heeft op 26 november 2024 een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 september
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jeroen De Coninck, die loco advocaten Joost Bosquet en Omar Souidi verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Hans-Kristof Carême, die loco advocaat Thomas Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-42.275-2/14 III. Feiten 3.
- De verzoekende partij exploiteert een kansspelinrichting klasse IV aan de Turnhoutsebaan 322 te Antwerpen (Borgerhout). 3.
- Naar luid van artikel 4, § 1, van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’ (hierna: kansspelwet) is het verboden om een kansspelinrichting te exploiteren zonder voorafgaande vergunning van de Kansspelcommissie die overeenkomstig deze wet is toegestaan en behoudens de uitzonderingen door de wet bepaald. Overeenkomstig artikel 25, punt 7, van dezelfde wet is voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV een vergunning klasse F2 vereist, die telkens voor hernieuwbare periodes van drie jaar kan worden aangevraagd. Volgens artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de kansspelwet moet de uitbating van een (vaste) kansspelinrichting klasse IV geschieden krachtens een convenant dat voorafgaandelijk wordt gesloten tussen de gemeente van vestiging en de uitbater. 3.
- Voor de exploitatie van de betrokken kansspelinrichting beschikt de verzoekende partij over een kansspelvergunning klasse F
- Deze vergunning werd verleend voor de periode van 14 oktober 2020 tot en met 13 oktober
- 3.
- In het kader van de hernieuwing van de kansspelvergunning vraagt zij op 5 juli 2023 aan de stad Antwerpen om het door artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de kansspelwet vereiste convenant af te sluiten. 3.
- Op 28 augustus 2023 brengt de burgemeester van de stad Antwerpen ten behoeve van de Kansspelcommissie een ongunstig advies uit over de hernieuwing van de kansspelvergunning. VII-42.275-3/14 3.
- Met een besluit van 25 september 2023 weigert de gemeenteraad van de stad Antwerpen om met de verzoekende partij het gevraagde convenant af te sluiten. Dit is de bestreden beslissing die als volgt is gemotiveerd: “De BV WEDWINKEL baat de kansspelinrichting klasse IV gelegen aan de Turnhoutsebaan 322b te 2140 Borgerhout uit. Hiervoor beschikt zij over een kansspelvergunning F2 die nu hernieuwd moet worden. De hernieuwing van de kansspelvergunning F2 gebeurt driejaarlijks. Voorafgaandelijk moet nu een convenant afgesloten worden met de gemeente zoals bepaald in de wijzigingswet van 7 mei
- De voorwaarden waar de aanvrager conform artikel 43/5 van de Kansspelwet aan moet voldoen om een kansspelvergunning F2 te kunnen verkrijgen, gelden eveneens voor het hernieuwen van dergelijke vergunning. Het gegeven dat er reeds een kansspelvergunning werd uitgereikt, doet geen afbreuk aan het feit dat er thans, na inwerkingtreding van de artikelen 43/4, §1 en 43/5, 6°, alsnog een convenant moet worden afgesloten. Aangezien deze wetswijziging pas in werking trad nadat de eerdere kansspelvergunning werd uitgereikt, behoudt de gemeente haar discretionaire bevoegdheid om te beslissen of, en onder welke voorwaarden, er thans een convenant wordt afgesloten. Het is immers pas na deze wetswijziging dat de gemeente door de convenantverplichting de bevoegdheid heeft gekregen daadwerkelijk een rol te spelen in de verkrijgingsprocedure voor een kansspelvergunning. Artikel 43/5, 5° van de Kansspelwet bepaalt ondubbelzinnig dat ‘De aanvrager van het convenant ervoor moet zorgen dat een kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, zulks behoudens met redenen omklede afwijking die door de gemeente wordt toegestaan.’ De parlementaire voorbereiding stipuleert verder dat: ‘Het convenant bepaalt waar de kansspelinrichting wordt gevestigd, inzonderheid rekening houdend met onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, plaatsen waar erediensten worden gehouden of gevangenissen.’ De concrete omstandigheden die een weigering om een convenant te kunnen sluiten, kunnen verantwoorden zijn derhalve niet beperkt tot de inrichtingen die uitdrukkelijk vermeld staan in hoger geciteerd artikel uit de Kansspelwet. Dit werd bevestigd door een arrest van het Grondwettelijk Hof van 9 december 2021 (arrest nr. 177/2021). Er moet bij de beoordeling om al dan niet over te gaan tot het afsluiten van een convenant nagegaan worden of de voorgestelde locatie al dan niet in de nabijheid van dergelijke inrichtingen gelegen is. De ingevoerde bepaling strekt ertoe om de risico’s in verband met de ligging van een vaste kansspelinrichting klasse IV te beperken en kwetsbare spelers te beschermen. Dergelijk nabijheidsonderzoek is een determinerend motief in de afweging van de gemeente om in een individueel dossier te beslissen om al dan niet het convenant af te sluiten. VII-42.275-4/14 De stad Antwerpen investeert in een coherent en geïntegreerd drugbeleid. Naast middelenverslavingen wordt binnen dit beleid ook aandacht geschonken aan gedragsverslavingen, zoals gamen en gokken. Het is daarbij belangrijk om preventief en voor aanvang van de problematiek in te grijpen. Bijgevolg zijn uiterst belangrijke doelgroepen voor verslavingspreventie jongeren en kwetsbare personen. Onderzoek toont aan dat het in contact komen met middelen of verslavende gedragingen op jonge leeftijd, het risico op verslaving op latere leeftijd verhoogt. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van de hersenen: ‘Hoe eerder iemand begint, hoe meer invloed dit heeft op de ontwikkeling van de hersenen, hoe impulsiever iemand wordt, wat dan weer de kans op verslaving verhoogt. Dit is voor gokken net zo: problematische gokkers bleken telkens vroeger te zijn gestart met gokken - vaak al rond de leeftijd van 10 jaar - dan leeftijdsgenoten die (niet problematisch) gokken.’ […] Antwerpen is een bruisende studentenstad en heeft ook heel wat (middelbare) scholen op het grondgebied. Geld inzetten op sportwedstrijden is de gokvorm die het meest frequent wordt beoefend door de Vlaamse studenten, zo blijkt uit onderzoek van de VAD. […] Nog problematischer, hoewel gokken onder de 18 jaar verboden is, is de vaststelling dat 0,9% van de middelbare schooljongeren een regelmatige speler is bij sportweddenschappen en 7,7% aangeeft ooit te hebben gespeeld. […] Er kan bijgevolg niet aan voorbijgegaan worden dat hier zeer strikt op moet toegezien worden. De voorgenomen inrichting is gevestigd in de levendige buurt van de Turnhoutsebaan in Borgerhout, met in de nabijheid diverse onderwijsinstellingen, uitgaansgelegenheden en locaties waar veel jongeren samenkomen. De Turnhoutsebaan zelf is een drukke winkelstraat met een divers aanbod van winkels en horecagelegenheden. Deze inrichting is gelegen in een gedeelte van de stad waar de leefbaarheid al onder druk staat door verschillende vormen van overlast en criminaliteit. Vanwege de aanwezigheid van verschillende scholen is er eveneens veel passage van kinderen en jongeren. Deze kwetsbare groep dient beschermd te worden tegen de risico’s van het gokken. In de administratieve akte met het nummer 022323/23 van 4 augustus 2023 maakt de politie melding van volgende locaties die in de nabijheid van het wedkantoor zijn gevestigd: […] Zaal ‘Roma’ gelegen op 110 meter wandelafstand (geen vogelvlucht) van het wedkantoor; […] Cultureel centrum ‘’t Werkhuys’ gelegen op 150 meter wandelafstand (geen vogelvlucht) van het wedkantoor; […] Secundaire school ‘Instituut Maris-Stella Sint-Agnes’ te Borgerhout gelegen op 300 meter wandelafstand (geen vogelvlucht) van het wedkantoor; […] Basisschool ‘Iqra’ gelegen op 350 meter wandelafstand (geen vogelvlucht) van het wedkantoor; […] CLW Antwerpen ‘Het Keerpunt’ gelegen op 350 meter wandelafstand (geen vogelvlucht) van het wedkantoor; […] Basisschool ‘De Kleine Wereldburger’ gelegen op 400 meter wandelafstand (geen vogelvlucht) van het wedkantoor; […] Basisschool ‘Mozaïek’ gelegen op 450 meter wandelafstand (geen vogelvlucht) van het wedkantoor; VII-42.275-5/14 […] Het Krugerpark gelegen op 450 meter wandelafstand (geen vogelvlucht) van het wedkantoor; en […] Jeugdwerk ‘Kras’ gelegen op 700 meter wandelafstand (geen vogelvlucht) van het wedkantoor. De nabijheid van onderwijsinstellingen doet zorgen baren. Voornamelijk de onderwijsinstelling voor secundair onderwijs maakt een risico uit. Het gaat om het IMS (Instituut Maris-Stella Sint-Agnes) waar ASO, TSO (dubbele finaliteit) en BSO van de eerste tot en met de derde graad aangeboden wordt. Bovendien is er een ruim studieaanbod in het zevende jaar. CLW Antwerpen ‘Het Keerpunt’ is een autonoom centrum voor duaal onderwijs met een aanbod voor jongeren van 15 tot 25 jaar. De jongeren krijgen twee dagen per week opleiding op de school en doen drie dagen per week op hun werkplek ervaring op. Het wedkantoor is gelegen nabij diverse onderwijsinstellingen voor middelbaar onderwijs hetgeen op zich volstaat om het convenant te weigeren op grond van artikel 43/5, 5° van de Kansspelwet. […] Verder dient er op toegezien te worden dat de vooropgestelde locatie niet in de nabijheid gelegen is van plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht. Open bronnenonderzoek, met name Google Maps en Stad in Kaart, leert daarenboven dat ook volgende plaatsen in de onmiddellijke nabijheid van het wedkantoor zijn gevestigd: Er liggen diverse haltes van het openbaar vervoer in de nabijheid van het wedkantoor, met name de haltes van De Lijn ‘De Roma’, ‘Drink’, ‘Hof ter Lo’, ‘Groeningerplein’, ‘Turnhoutsepoort’ en ‘Turnhoutsebaan’. De vzw ‘Jong Antwerpen’ is gelegen aan de Ceresstraat 12 te 2140 Borgerhout, op 800 meter wandelafstand van het wedkantoor. Hier worden wekelijks diverse instuifmomenten en activiteiten georganiseerd voor jongeren. Er liggen diverse jeugdbewegingen en jeugdverenigingen in de nabijheid van het wedkantoor (tot 800 meter wandelafstand), met name: • KSA ‘Xaverius’ aan de Collegelaan 36 (10 minuten wandelafstand); • Scouts en Gidsen Jins ‘83e Sint-Priscila’ aan de Wilrijkstraat 45 (9 minuten wandelafstand); • Scouts en Gidsen Vlaanderen ‘5de Sint-Lutgardis’ en ‘19e Maria Mediatrix’ aan de Zegelstraat 9 (2 minuten wandelafstand); • Scouts ‘Xaverius-Sint Rita’ aan de Collegelaan 36 (10 minuten wandelafstand); en • Jeugd- en sportinitiatief ‘Mobadara’ aan de Sint-Janstraat 13 (4 minuten wandelafstand). Verder zijn er diverse basket- en trapveldjes in de buurt van het wedkantoor gelegen. Dit zijn plaatsen waar traditioneel veel jongeren samenkomen, met name aan de Vinçottestraat 1 (6 minuten wandelafstand), de trapveldjes aan het Terloplein (9 minuten wandelafstand), het basketpleintje en het trapveldje aan het Krugerplein (4 minuten wandelafstand) evenals het basketpleintje en trapveldje aan het Luitenant Naeyaertplein (7 minuten wandelafstand). VII-42.275-6/14 Het zwembad en de sporthal ‘Plantin en Moretus’ liggen aan de Plantin en Moretuslei in Borgerhout, op 10 minuten wandelafstand van het wedkantoor. Bibliotheek ‘Vrede’ aan het Moorkensplein ligt op 8 minuten wandelafstand van het wedkantoor. Bovendien liggen ook diverse eetgelegenheden in de onmiddellijke nabijheid van het wedkantoor hetgeen veel passage met zich meebrengt en maakt dat de omgeving druk gefrequenteerd wordt. De nabijheid van elk van bovengenoemde plaatsen, waar tevens veel jongeren samenkomen, volstaat derhalve om het sluiten van het convenant te weigeren op grond van artikel 43/5, 5° van de Kansspelwet. Vanwege de nagestreefde sociale bescherming van jongeren betreft de vestigingsplaats van het wedkantoor aldus een ongeschikte locatie gezien de wet uitdrukkelijk verbiedt dat kansspelinrichtingen gelegen zijn in de buurt van plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht. […] Het is immers net deze groep van jongeren die de wetgever wil beschermen, en terecht. De fysieke nabijheid of makkelijke beschikbaarheid van gokgelegenheden - in casu in het hart van de Antwerpse binnenstad - verhoogt de participatie aan gokken bij de bewoners uit de buurt. Zij zullen ook meer geld uitgeven aan gokspelen. Alsook de prevalentie van problematisch gokgedrag neemt toe […], zeker bij jongeren. Onderzoek toont immers aan dat het in contact komen met middelen of verslavende gedragingen op jonge leeftijd, het risico op verslaving op latere leeftijd verhoogt. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van de hersenen: hoe eerder iemand begint, hoe meer invloed dit heeft op de ontwikkeling van de hersenen, hoe impulsiever iemand wordt, wat dan weer de kans op verslaving verhoogt. Het aantal uitsluitingen bij de Kansspelcommissie is al jaren in stijgende lijn aan het verlopen. (Kansspelcommissie, 2021). Dit duidt op een toenemend aantal mensen die aangeven (of door bewindvoerders, belanghebbenden, enzovoort) problemen te ervaren met hun gokgedrag. Als er bovendien geweten is dat het gros van de opbrengsten van sportweddenschappen offline wordt gegenereerd (Kansspelcommissie, 2021), is het noodzakelijk tegenwoordig extra alert te zijn voor de risico’s indien wedkantoren gesitueerd zijn in een buurt waarin veel kwetsbare personen, zoals jongeren, aanwezig zijn. Het gegeven dat het wedkantoor in het hart van Borgerhout is gevestigd, doet de aantrekkingskracht op jongeren, die na schooltijd of voor of na hun vrijetijdsbesteding hiernaartoe trekken, alleen maar vergroten. Gelet op het geheel van deze omstandigheden is er geen enkele reden om af te wijken van de wettelijke nabijheidsregels. Door de aanvrager wordt thans op geen enkele wijze verduidelijkt hoe kan worden geremedieerd aan deze nabijheidsrisico’s. De aanwezigheid van tal van kwetsbare inrichtingen in de omgeving van het wedkantoor betreffen concrete lokale omstandigheden die de stad Antwerpen ertoe dwingen om het afsluiten van een convenant met de BV WEDWINKEL, met maatschappelijke zetel aan de Santvoortbeeklaan 25 te 2100 Deurne, voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV, genoemd ‘EforBet’, gelegen aan de Turnhoutsebaan 322b te 2140 Borgerhout, te weigeren.” VII-42.275-7/14 IV. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen
- In een enig middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van de artikelen 43/4 en 43/5, eerste lid, punt 5 en 6, van de kansspelwet, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, van het vertrouwensbeginsel en van de materiëlemotiveringsplicht. Tevens wordt aangevoerd dat voor het nemen van de bestreden beslissing de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag ontbreekt. De verzoekende partij zet uiteen dat de verwerende partij met de bestreden beslissing heeft geweigerd om een convenant af te sluiten terwijl ze een andere aanvraag “tot het afsluiten van een convenant in de relevante omgeving en [in] vergelijkbare omstandigheden wel [heeft] ingewilligd zonder dat voor dit onderscheid in behandeling een objectief en pertinent criterium van onderscheid bestaat”. Voor dat andere wedkantoor zouden, althans volgens de verzoekende partij, “exact dezelfde” prohibitieve nabijheidsregels moeten gelden. Er zou sprake zijn van willekeur omdat de verwerende partij niet “op een continue en consistente wijze een consistente toepassing van nabijheidselementen [hanteert]”. Meer in het bijzonder stelt de verzoekende partij vast dat de weigering van het convenant steunt op de nabije ligging van twee instellingen voor middelbaar onderwijs, met name het Instituut Maris-Stella Sint-Agnes en het CLW Antwerpen, alsook op de nabijheid van verscheidene plaatsen die vooral door jongeren zouden worden bezocht. Tegelijk stelt zij vast dat de verwerende partij voor de exploitatie van een ander wedkantoor, gelegen aan de Bleekhofstraat te Borgerhout, in 2022 wel een convenant heeft afgesloten, terwijl twee secundaire scholen, een aantal basisscholen en diverse plaatsen waar traditioneel veel jongeren samenkomen behoren tot de onmiddellijke nabijheid van dat wedkantoor. Ook klaagt de verzoekende partij aan dat in het kader van de beoordeling van die VII-42.275-8/14 convenantsaanvraag geen nabijheidsonderzoek werd uitgevoerd en dat bijgevolg “de voorgeschreven wettelijke procedure niet [werd] gevolgd”. Zij besluit haar betoog door te stellen dat ze niet kan nagaan op grond van welke draagkrachtige en pertinente motieven een verschillende behandeling met een ander wedkantoor in het centrum van Borgerhout gerechtvaardigd was.
- De verwerende partij antwoordt dat de bestreden weigeringsbeslissing steunt op deugdelijke motieven die op omstandige wijze worden uitgedrukt en dat niet wordt betwist dat de in de beslissing vermelde onderwijsinstellingen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht gesitueerd zijn in de onmiddellijke nabijheid van het wedkantoor. Evenmin lijkt de verzoekende partij te betwisten dat wegens de nabijheid van die instellingen en plaatsen geen convenant kan worden afgesloten, tenzij door de gemeente van vestiging een met redenen omklede afwijking op de prohibitieve nabijheidsregels zou worden toestaan. In dit verband wordt in de bestreden beslissing gewag gemaakt van een aanzienlijke passage van scholieren en jongeren ter hoogte van het wedkantoor. Bovendien wordt aangegeven dat in de convenantsaanvraag op geen enkele wijze wordt verduidelijkt hoe kan worden geremedieerd aan de nabijheidsrisico’s. Voorts benadrukt de verwerende partij dat de verzoekende partij geen rechten kan putten uit de beoordeling van de aanvraag tot het sluiten van een convenant voor de kansspelinrichting aan de Bleekhofstraat te Borgerhout. Zelfs indien zou blijken dat het nabijheidsonderzoek bij de behandeling van die aanvraag niet of gebrekkig werd uitgevoerd, kan zulks er niet toe leiden dat alle latere aanvragen op dezelfde onregelmatige wijze moeten worden onderzocht en gehonoreerd. Tot slot stelt zij dat niet wordt aangetoond dat de nabijheid van de beide wedkantoren, die van elkaar gescheiden zijn door een afstand van 1.200 meter, überhaupt vergelijkbaar is.
- In haar memorie van wederantwoord betwist de verzoekende partij voor het eerst de kwalificatie van bepaalde in de bestreden beslissing vermelde scholen en plaatsen, respectievelijk als onderwijsinstellingen en plaatsen VII-42.275-9/14 in de zin van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet. Daarnaast argumenteert zij dat op geen enkele wijze rekening werd gehouden met de openingsuren van het wedkantoor, “hetgeen nochtans duidelijk van belang is aangezien er sprake is van twee onderwijsinstellingen die in de nabijheid zouden zijn gevestigd, waarvan CLW Antwerpen, Het Keerpunt waar de leerlingen slechts twee dagen per week les volgen” en de vermelde “jeugdbewegingen en jeugdverenigingen slechts één dag in de week jongeren ontvangen”. Tevens betwist zij de juistheid van de in de bestreden beslissing opgegeven afstanden tussen het wedkantoor en de vzw Jong Antwerpen en Jeugdwerk ‘Kras’. Tot slot meent de verzoekende partij dat haar niet kan worden verweten dat zij op geen enkele wijze zou hebben verduidelijkt hoe aan de nabijheidsrisico’s kan worden geremedieerd. Met betrekking tot het verschil in behandeling wijst zij erop dat haar wedkantoor en het wedkantoor aan de Bleekhofstraat te Borgerhout “een overlappend gebied” hebben en in dezelfde wijk liggen en dat de nabijheid van Jeugdwerk Kras op nauwelijks 250 meter afstand van het voormelde wedkantoor op zich een voldoende reden moest zijn geweest om geen convenant af te sluiten met de exploitant van dat wedkantoor.
- In haar laatste memorie stelt de verzoekende partij dat de voor het eerst in de memorie van wederantwoord aangevoerde kritieken “volledig in lijn [liggen] met het verweer van de memorie van antwoord” en dat die kritieken daarom tijdig zijn. Beoordeling
- Het middel is niet ontvankelijk in zoverre de verzoekende partij voor het eerst in de memorie van wederantwoord: - de kwalificatie betwist van bepaalde scholen als onderwijsinstellingen en bepaalde in de bestreden beslissing vermelde plaatsen als plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht in de zin van artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet; VII-42.275-10/14 - aanvoert dat de verwerende partij niet heeft onderzocht of de betrokken leerlingen en jongeren het wedkantoor kunnen bezoeken tijdens de reguliere openingstijden ervan; - poneert dat bepaalde in de bestreden beslissing opgegeven afstanden tussen het wedkantoor en sommige beschermde plaatsen niet correct zijn; - de deugdelijkheid betwist van het motief waarin haar wordt verweten geen maatregelen te hebben voorgesteld die kunnen remediëren aan het nabijheidsverbod. Deze kritieken hadden reeds in het verzoekschrift tot nietigverklaring kunnen worden aangevoerd en het opwerpen ervan in een later procedurestuk is dan ook laattijdig.
- Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat een ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen - of een gelijke behandeling van niet-vergelijkbare gevallen - verboden is, tenzij daarvoor een objectieve en redelijke verantwoording bestaat. Wanneer de schending van het gelijkheidsbeginsel wordt aangevoerd, komt het aan de verzoekende partij toe voldoende concrete elementen aan te brengen die het mogelijk maken te onderzoeken of zij inderdaad ongelijk behandeld wordt ten aanzien van anderen die in een gelijke of minstens gelijkaardige situatie verkeren. Zij moet daarbij, in de eerste plaats, de vergelijkbaarheid aantonen van haar eigen situatie met die van anderen en vervolgens aantonen waarom de verschillende behandeling daarvan een discriminatie uitmaakt.
- In wezen meent de verzoekende partij dat zij verschillend werd behandeld doordat de verwerende partij niet doet blijken van een “standvastige toepassing van het nabijheidsonderzoek” aangezien de gemeenteraad van de stad Antwerpen op 28 maart 2022 heeft beslist om voor de exploitatie van een gelijkaardige kansspelinrichting aan de Bleekhofstraat 1 te Borgerhout wel een convenant af te sluiten zonder dat de prohibitieve nabijheid van die inrichting VII-42.275-11/14 concreet werd onderzocht. Uit die omissie leidt de verzoekende partij af dat haar niet of minstens niet zonder bijzondere redengeving kan worden tegengeworpen dat de nabijheid van meerdere onderwijsinstellingen en plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht een deugdelijk motief vormt om in voorliggend geval het convenant te weigeren.
- De eerbiediging van het gelijkheidsbeginsel dient zich te verdragen met het legaliteitsbeginsel dat inhoudt dat niemand zich kan beroepen op een onrechtmatig gedrag dat elders zou zijn verricht. Of anders gesteld, er bestaat geen gelijkheid in de onwettigheid. Uit de motivering van de gemeenteraadsbeslissing van 28 maart 2022 blijkt niet dat de prohibitieve nabijheid van het wedkantoor aan de Bleekhofstraat 1 te Borgerhout werd onderzocht. Integendeel wordt in deze beslissing gesteld dat de “beoordeling of voldaan is aan de bepalingen van artikel 43/5 van de wet van 7 mei 1999 […] enkel de kansspelcommissie toe[komt]”. Klaarblijkelijk heeft de gemeenteraad daardoor miskend dat de wetgever met de invoering van de convenantverplichting precies de bedoeling had om de lokale besturen nauwer te betrekken bij de strijd tegen gokverslaving, in het bijzonder door de aantrekkelijkheid van wedkantoren voor bepaalde te beschermen categorieën van personen te laten onderzoeken en beoordelen in het licht van de concrete feitelijke kenmerken van de omgeving van de vestigingsplaats. De verzoekende partij erkent overigens zelf dat het aan de gemeente van vestiging toekomt om te onderzoeken of de kansspelinrichting “niet gevestigd wordt in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht”, zoals wordt vereist door artikel 43/5, eerste lid, punt 5, van de kansspelwet.
- Het gelijkheidsbeginsel verplicht het bestuur niet om onwettigheden in de toekomst te herhalen of halsstarrig voort te zetten in soortgelijke administratieve rechtshandelingen. Bijgevolg kan de verzoekende partij uit de gemeenteraadsbeslissing van 28 maart 2022 geen rechtmatige aanspraak of verwachting putten dat de verwerende partij, ter eerbiediging van het VII-42.275-12/14 gelijkheidsbeginsel, in het kader van de beoordeling van haar aanvraag tot het sluiten van een convenant opnieuw zou voorbijgaan aan het door de kansspelwet voorgeschreven nabijheidsonderzoek waarbij rekening moet worden gehouden met alle relevante concrete omstandigheden van de zaak. In dat opzicht doet het niet ter zake dat de nabijheid van de betrokken wedkantoren vergelijkbaar zou zijn.
- De motiveringsplicht vereist tot slot niet dat een administratieve overheid een bijzondere motivering verstrekt waarom zij in een concreet geval meent te moeten overgaan tot een correcte toepassing van de wet.
- Het enige middel, voor zover ontvankelijk, is ongegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-42.275-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-42.275-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.559 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.739 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.