id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.581 Rolnummer: A. 242248/XII-9516 Zaak: Arrest 264581 - Rusthuizen - 21/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-21 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-14 04:06 Fiche Arrest nr 264.581 van 21 oktober 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Rusthuizen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 264.581 van 21 oktober 2025 in de zaak A. 242.248/XII-9516 In zake: de BV CHÂTEAU CHENOIS GESTION bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kristiaan Caluwaerts en Jorge Chavéz Aréstegui kantoor houdend te 2600 Berchem Potvlietlaan 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- IRISCARE
- de GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Poppe kantoor houdend te 9052 Gent Bollebergen 2A, bus 20 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Michel Kaiser en Pierre Bellemans kantoor houdende te 1040 Brussel Louis Schmidtlaan 56 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 20 juni 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de [m]ededeling van 19 april 2024 van de berekening met betrekking tot het verval van de erkenning voor 23 plaatsen in de ouderen- voorziening Carina, alsook tegen de bevestigende beslissing van 31 mei 2024”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XII-9516-1/4 Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 27 juni
- Op 1 september 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Regelmatigheid van het procedureverloop
- Het is de eerste verwerende partij, Iriscare, die de bestreden beslissing heeft genomen. Ook de beslissing om het bezwaar af te wijzen en de initiële beslissing te bevestigen werd genomen door de eerste verwerende partij. Artikel 15, §1, lid 2 van de ordonnantie van 24 april 2008 bepaalt dat “Het verval van de erkenningen wordt door Iriscare vastgesteld op 15 april van elk jaar (…).” De tweede verwerende partij, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, moet bijgevolg buiten de zaak worden gesteld. XII-9516-2/4 IV. Beoordeling ten gronde
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie dient buiten de zaak te worden gesteld.
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-9516-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-9516-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.581 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.