id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.584 Rolnummer: A. 244528/XII-9860 Zaak: Arrest 264584 - Dierenwelzijn - 21/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-21 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-14 04:06 Fiche Arrest nr 264.584 van 21 oktober 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 264.584 van 21 oktober 2025 in de zaak A. 244.528/XII-9860 In zake: G.S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marijke Everaert kantoor houdend te 9300 Aalst Parklaan 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 Avelgem Leopoldstraat 63 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 31 maart 2025, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van 30 januari 2025, nummer G-24-5689a door de Afdeling Dierenwelzijn bij het Departement Omgeving, waarbij de dieren van verzoeker (8 honden Berner Senne[n, 6] met ID’s […] en 2 pups zonder chip), 2 katten ( 1 grijze kater en 1 gevlekte kat met witte borst, beiden zonder chip) en 1 fret) werden bestemd, door ze in volle eigendom te geven aan een erkend asiel”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 263.523 van 6 juni 2025 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en de vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen verworpen. XII-9860-1/3 Het genoemde arrest is op 30 juni 2025 aan verzoeker ter kennis gebracht. Op 22 augustus 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XII-9860-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 26 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-9860-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.584 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.523 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.