id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.639 Rolnummer: A. 237525/XII-9939 Zaak: Arrest 264639 - Dierenwelzijn - 24/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-29 Raadplegingen: 149 - laatst gezien 2026-06-17 12:54 Fiche Arrest nr 264.639 van 24 oktober 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 264.639 van 24 oktober 2025 in de zaak A. 237.525/VII-43.045 In zake:
- J.V.
- R.P. die woonplaats kiezen te 3600 Genk Wiekstraat 188 tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Met een ter post aangetekende brief van 29 september 2025 vragen de verzoekende partijen de vernietiging van alle genomen maatregelen en verzoeken zij “formeel om de recusatie (wraking) van de voorzitter van de zitting in dit dossier, wegens manifeste partijdigheid en gebrek aan objectiviteit tijdens de terechtzitting van 25 september 2025” en “om de recusatie (wraking) van de aangewezen auditeur in dit dossier Anja Somers, omwille van manifeste partijdigheid en gebrek aan objectiviteit” in de zaak A. 237.525/XII-9.
- II. Verloop van de rechtspleging
- Kamervoorzitter Chantal Bamps en eerste auditeur Anja Somers hebben, gelet op artikel 65 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement), elk een nota met opmerkingen opgesteld. VII-43.045-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025 om 11 uur. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joy Moens, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De verzoekende partijen stellen op 20 oktober 2022 een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in tegen de beslissing van de verwerende partij van 19 september 2022 tot het intrekken van de erkenning van eerste verzoeker voor het uitbaten van een hobbykwekerij voor honden en tot het opleggen van een verbod om een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen tot 15 november
- Met ’s Raads arrest nr. 256.119 van 23 maart 2023 wordt de vordering tot schorsing verworpen. Eerste auditeur Anja Somers stelt op 30 januari 2025 een verslag op met toepassing van artikel 12 van het algemeen procedurereglement. Zij geeft hierin aan dat de afstand van geding moet worden vastgesteld in hoofde van de tweede verzoekende partij omdat deze laatste geen verzoek tot voortzetting van het VII-43.045-2/7 geding heeft ingediend na de verwerping van de vordering tot schorsing. Verder worden de middelen in hoofde van de eerste verzoekende partij, voor zover ontvankelijk, ongegrond bevonden en wordt bijgevolg besloten tot de verwerping van het beroep tot nietigverklaring. De behandeling van het beroep tot nietigverklaring wordt vastgesteld op de zitting van 25 september 2025, datum waarop de zaak wordt behandeld en in beraad genomen. IV. Ontvankelijkheid van het verzoek tot wraking
- In haar verklaring van 2 oktober 2025 acht kamervoorzitter Chantal Bamps het wrakingsverzoek onontvankelijk in hoofde van de tweede verzoekende partij omdat in hoofde van deze laatste geen verzoek tot voortzetting werd ingediend en bijgevolg de afstand van het geding moet worden vastgesteld. Zij acht het wrakingsverzoek verder onontvankelijk omdat het werd ondertekend en ingediend door de verzoekende partijen zelf en niet door een advocaat die sedert meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven.
- Ook eerste auditeur Anja Somers acht in haar verklaring van 2 oktober 2025 het wrakingsverzoek onontvankelijk in hoofde van de tweede verzoekende partij omdat deze laatste heeft nagelaten om na de kennisgeving van het arrest tot verwerping van de vordering tot schorsing, tijdig een verzoek tot voortzetting in te dienen. Derhalve geldt volgens haar in hoofde van de tweede verzoekende partij een vermoeden van afstand van het geding, zodat het wrakingsverzoek onontvankelijk is. Eerste auditeur Anja Somers merkt eveneens op dat het wrakingsverzoek is ondertekend door de verzoekende partijen zelf en niet door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven. Zij acht het wrakingsverzoek onontvankelijk omdat het te laat is ingediend: het VII-43.045-3/7 auditoraatsverslag over het beroep tot nietigverklaring werd op 7 februari 2025 verzonden door de griffie en op 28 februari 2025 ontvangen door de verzoekende partijen. In hun laatste memorie verzetten de verzoekende partijen zich tegen het verslag, zij weigeren het verslag en wensen dat het wordt vernietigd, doch er wordt geen wrakingsverzoek ingediend. Dit verzoek volgt pas na de sluiting van het debat. Beoordeling
- Artikel 29, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat “[d]e beginselen die de wraking van rechters en raadsheren van de rechterlijke orde regelen, […] toepasselijk [zijn] op de leden van de afdeling bestuursrechtspraak en van het auditoraat”. Artikel 62 van het algemeen procedurereglement voorziet dat “[d]e leden van de afdeling bestuursrechtspraak en van het auditoraat kunnen gewraakt worden in het geval voorzien bij voorgaand artikel alsmede om de redenen die luidens de artikelen 828 en 830 van het Gerechtelijk Wetboek tot wraking aanleiding geven”. De wraking van de magistraten van de rechterlijke orde is geregeld in de artikelen 828 tot en met 842 van het Gerechtelijk Wetboek. Hierbij voorziet artikel 835 van het Gerechtelijk Wetboek dat “[o]p straffe van nietigheid […] de vordering tot wraking [wordt] ingeleid bij een ter griffie neergelegde akte die de middelen bevat en ondertekend wordt door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven”.
- In het verslag bij het ontwerp van programmawet dat heeft geleid tot de bepaling waarmee artikel 835 van het Gerechtelijk Wetboek in zijn huidige vorm werd gewijzigd, staat te lezen: “De heer Thierry Giet (PS) begint met een uiteenzetting van zijn wetsvoorstel tot wijziging van artikel 835 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de VII-43.045-4/7 wraking van magistraten (DOC 51 0456/001); dat wetsvoorstel is aan het ontwerp van programmawet toegevoegd. Het wetsvoorstel, dat de tekst overneemt van een wetsvoorstel uit de vorige zittingsperiode, preciseert dat het verzoekschrift tot wraking moet zijn ondertekend door een advocaat. Door een beroep te doen op een beroepspersoon die deontologische regels in acht moet nemen, wordt immers een doeltreffend filter ingebouwd.” (Parl. St. Kamer, 2003-2004, nr. 51-0473/024, 22) In de memorie van toelichting bij het voornoemde wetsvoorstel wordt uiteengezet: “Benevens het feit dat het achtereenvolgend instellen van vorderingen tot wraking, met als enig doel de opschorting van de zaak, de rechtspraak kan verlammen, betekent het ter discussie stellen van de onpartijdigheid van een magistraat een ernstige daad te zijnen opzichte aangezien die onpartijdigheid een van de grondregels is van de rechterlijke organisatie en geacht wordt voorhanden te zijn, tot bewijs van het tegendeel. Ten einde te voorkomen dat een rechtzoekende die slechte bedoelingen heeft of wie het er niet om te doen is een magistraat te wraken, maar wel de rechtsgang te verlammen, de wrakingsprocedure oneigenlijk gebruikt, wordt dus voorgesteld te eisen dat diens voordracht tot wraking zou worden gedekt door een advocaat. Die advocaat, die verplicht is de door hem bij zijn eedaflegging aanvaarde deontologische regels te eerbiedigen, moet er zich dus van onthouden mede een verzoekschrift te ondertekenen dat kennelijk ongegrond is.” (Parl. St. Kamer, 2003-2004, nr. 51-0456/001, 4) Het Hof van Cassatie heeft in een arrest van 3 januari 2023 in de zaak P.22.1606.N-P.22.1783.N de door artikel 835 van het Gerechtelijk Wetboek op straffe van nietigheid voorgeschreven verplichting dat het wrakingsverzoek moet zijn ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven, een “essentiële formaliteit voor de geldigheid van het wrakingsverzoek” genoemd en hierover overwogen: “Dit voorschrift heeft tot doel te vermijden dat wrakingsverzoeken, die de normale werking van het gerecht verstoren, al te lichtzinnig worden ingesteld. Alleen van een advocaat met een zekere ervaring, die geen persoonlijke belangen heeft in de zaak die zijn perceptie over de feiten en het recht kan vertekenen, kan worden verwacht dat hij met voldoende afstand en terughoudendheid de wettigheid en de wenselijkheid van een wrakingsverzoek kan beoordelen. Bijgevolg dient deze verplichting een wettig doel, namelijk een behoorlijke rechtsbedeling, is ze niet VII-43.045-5/7 disproportioneel met het beoogde doel en getuigt ze dan ook niet van een overdreven formalisme.” (ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230103.2N.5)
- Te dezen is het verzoek tot wraking enkel ondertekend door de verzoekende partijen zelf en niet door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven. Uit het voorgaande blijkt echter dat de in artikel 835 van het Gerechtelijk Wetboek vervatte voorwaarde van de ondertekening van een wrakingsverzoek door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven, moet worden beschouwd als een algemeen beginsel dat eigen is aan de wraking van magistraten van de rechterlijke orde. Hieruit volgt dat de voorwaarde van de ondertekening van een wrakingsverzoek door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven, behoort tot de in artikel 29, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bedoelde “beginselen die de wraking van rechters en raadsheren van de rechterlijke orde” regelen. Het valt niet in te zien waarom een andere regeling van toepassing zou zijn op de leden van de Raad van State en van het auditoraat dan op de magistraten van de rechterlijke orde. Vermits de wet zelf verwijst naar de “beginselen die de wraking van rechters en raadsheren van de rechterlijke orde” regelen en hieronder ook de ondertekening van een wrakingsverzoek door een advocaat die meer dan tien is ingeschreven bij de balie valt, dient artikel 64 iuncto artikel 1 van het algemeen procedurereglement als lagere norm buiten toepassing te worden gelaten in de mate dat dit zou inhouden dat een verzoek tot wraking ook “door de partij zelf” zou kunnen worden ondertekend.
- Het verzoek tot wraking is om de voormelde reden onontvankelijk. Dit volstaat voor de verwerping ervan, zodat noch andere gebeurlijke gronden van niet-ontvankelijkheid noch de gegrondheid van het verzoek tot wraking worden onderzocht. VII-43.045-6/7 BESLISSING Het verzoek tot wraking van kamervoorzitter Chantal Bamps en eerste auditeur Anja Somers wordt verworpen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, met bijstand van Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-43.045-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.639 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.815 citeert: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230103.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.