← België

Arrest 264653 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 24/10/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.653 Rolnummer: A. 242941/X-18833 Zaak: Arrest 264653 - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen - 24/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-28 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-14 04:08 Fiche Arrest nr 264.653 van 24 oktober 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Onbewoonbare en ongezonde/onveilige woningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 264.653 van 24 oktober 2025 in de zaak A. 242.941/X-18.833 In zake : H.V. woonplaats kiezend tegen : de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Laure Vander Donckt kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 26 augustus 2024, strekt tot de nietigverklaring van “het burgemeestersbevel gebaseerd op het interventieverslag d.d. 19 juni 2024”, uitgaande van de stad Gent. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 september
  3. X-18.833-1/7 Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, en advocaten Thomas Eyskens en Laure Vander Donckt, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is woonachtig te Gent aan de H.straat. 3.2.
  6. Op 18 juni 2024 voert de verwerende partij aan de eigendom van verzoeker een “afstapping” uit in aanwezigheid van verzoeker. Vastgesteld wordt dat: - een grote vitrineruit (ca. 4x3 meter) is gebroken (volgens de eigenaar gebeurde dit een maand geleden), - glasscherven en gebroken glas nog steeds genaakbaar zijn vanop de openbare weg, - en de tijdelijke afscherming van de raamopening niet terdege werd geplaatst; de bevestiging van het geheel aan platen vormt geen solide geheel en de afscherming is niet volledig. 3.2.
  7. Op diezelfde datum wordt aan verzoeker het mondelinge bevel gegeven om een solide houten afscherming te plaatsen bestaande uit type multiplexplaten tegen een houten keperwerk die de volledige raamopening afschermt en dit tegen uiterlijk 20 juni 2024 om12.00 uur. Indien deze werken niet X-18.833-2/7 worden uitgevoerd binnen de gestelde termijn zullen deze werken ambtshalve worden uitgevoerd op kosten van verzoeker. 3.2.
  8. Van deze “afstapping” wordt op 19 juni 2024 een verslag opgemaakt. 3.
  9. Bij besluit van 24 juni 2024, zijnde het thans bestreden besluit, bevestigt de burgemeester dit mondelinge bevel schriftelijk. Dit besluit is als volgt gemotiveerd: “Juridisch kader De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid: Nieuwe Gemeentewet, inzonderheid de artikelen 133 en 135, §2 De beslissing wordt genomen op grond van: Nieuwe Gemeentewet, inzonderheid de artikelen 133 en 135, §2 Motivering Gelet op het interventieverslag d.d. 19 juni 2024 van […], waarvan kopie als bijlage; Overwegende dat het gebouw in […] te 9000 Gent, dusdanige gebreken vertoont waardoor de openbare veiligheid in gevaar wordt gebracht, met name: • De grote vitrineruit (± 4m x 3m) is gebroken; glasscherven en gebroken glas is genaakbaar vanop de openbare weg; • De tijdelijke afscherming van de raamopening werd niet terdege geplaatst en is niet volledig; de bevestiging van het geheel aan platen vormt geen solide geheel waardoor de kans reëel is dat de beplating loskomt; wanneer deze loskomt valt die op het trottoir en/of de openbare weg; Overwegende dat, gelet op het bovenvermelde, een ernstig gevaar voor de openbare veiligheid wordt weerhouden; glas(scherven) zijn genaakbaar en de beplating kan loskomen en vallen; Overwegende dat, gelet op het ernstige en acute gevaar, het noodzakelijk was dat onmiddellijk maatregelen werden genomen om de openbare veiligheid te vrijwaren en er dus mondeling een bevel werd uitgevaardigd; Overwegende dat […] op 18 juni 2024 mondeling bevel [werd] gegeven tot het uitvoeren van veiligheidswerken aan de kelder van de woning, Bijgevoegde bijlage(n): – 20240619_VE_ interventieverslag […].pdf Beslissing Beslist het volgende: Artikel 1: Het op 18 juni 2024 mondeling gegeven bevel te bevestigen dat aan het gebouw gelegen in […] te 9000 Gent, […] tegen uiterlijk donderdag 20 juni 2024 om 12u00, de hiernavermelde veiligheidswerken dienen te worden uitgevoerd: X-18.833-3/7 • Plaatsen van een solide houten afscherming bestaande uit type multiplexplaten tegen een houten keperwerk die de volledige raamopening degelijk afschermen; Enkele foto’s van de gefinaliseerde werken dienen overgemaakt te worden aan […], controleur bij de Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu, cel Openbare Veiligheid, postadres: […] Artikel 2: Opdracht te geven de veiligheidswerken uit te voeren tegen de vermelde uitvoeringsdatum, termijn na dewelke […] het recht [wordt] voorbehoud[en] de veiligheidswerken ambtshalve te laten uitvoeren op kosten en risico van de eigenaar(s). Artikel 3: Indien een veiligheidsperimeter dient geplaatst te worden op de openbare weg, of voor de uitvoering van deze werken een inname van de openbare weg noodzakelijk is (plaatsen stelling, container, materiaal, veiligheidsperimeter, enz.) dan dient innames@stad.gent vóór de aanvang van de werken op de hoogte gebracht te worden en dient door hen de precieze locatie van de inname aangeduid te worden. Afwijkingen hierop zijn niet toegestaan. In het onderwerp dient steeds vermeld te staan dat het gaat om werken in het kader van de openbare veiligheid en/of gezondheid - burgemeestersbevel. Artikel 4: Deze bevestiging wordt betekend aan de eigenaar(s).” Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het middel Samenvatting van het middel
  10. Onder de rubriek “middelen” vermeldt verzoeker “knevelarij” en “Valsheid in geschrifte”. Uit de bewoordingen van het verzoekschrift kan evenwel worden afgeleid dat verzoeker het veeleer niet eens is met de motieven zoals opgenomen in het burgemeestersbesluit. Zo betoogt verzoeker dat de glasscherven enkel een gevaar betekenen voor mensen met “kwade bedoelingen” en dat de aangebrachte afsluiting solide genoeg was. X-18.833-4/7 Beoordeling
  11. Het auditoraatsverslag komt tot de volgende bevindingen: “Ofschoon verzoeker onder de rubriek middelen gewag maakt van het misdrijf knevelarij en van valsheid in geschrifte dient te worden vastgesteld dat uit de bewoordingen van het verzoekschrift blijkt dat verzoeker het niet eens is met de motieven van het thans bestreden besluit. Voor zoveel als nodig kan worden vastgesteld dat de Raad van State niet bevoegd is om kennis te nemen van valsheid in geschrifte en dat verzoeker blijkbaar ook niet de daartoe geëigende procedure bij de bevoegde rechtbank heeft ingeleid. Hoe het thans bestreden besluit zich schuldig maakt aan het misdrijf van knevelarij wordt niet in concreto uiteengezet. Het middel zal dan ook worden besproken in het licht van de in het bestreden besluit opgenomen motieven en de kritiek van verzoeker tegen deze motieven. Het thans bestreden besluit, gesteund op de artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet, legt maatregelen op aan verzoeker omwille van het feit dat: - Glasscherven op de openbare weg liggen wat een gevaar voor de openbare veiligheid kan uitmaken - De raamopening niet volledig is afgedekt, het volstaat dat iemand zijn hand door het niet afgedekte gedeelte steekt waardoor opnieuw een gevaar voor de openbare veiligheid kan ontstaan Betreffende het motief van de aanwezige glasscherven op de openbare weg Dit motief lijkt niet te worden betwist door verzoeker. Verzoeker nuanceert door te betogen dat er geen glasscherven waren doch wel gebroken glas en dat normale mensen hun handen thuis houden. Dergelijk betoog is niet van aard de vaststelling dat er glas (of het nu om glasscherven of om gebroken glas handelt) aanwezig is op de openbare weg. De aanwezigheid van glas op de openbare weg maakt een risico voor de openbare veiligheid uit. Dit motief blijft overeind en kan de bestreden beslissing dragen. Betreffende de niet solide afscherming Uit het fotomateriaal zoals opgenomen in het interventieverslag blijkt dat de afscherming niet volledig is, dit wordt ook niet betwist door verzoeker. Hieromtrent betoogt verzoeker dat kinderen te klein zijn om in de buurt van de glasranden te komen en dat volwassenen hun manieren dienen te houden. De opmerking dat kinderen te klein zijn om aan deze glasranden te komen is andermaal niet van aard de vaststelling dat de raamopening niet volledig afgeschermd is te weerleggen, ook het beroep doen op de ‘goede manieren van volwassenen’ overtuigt niet om het eventuele gevaar van aanwezige glasranden en het niet volledig afgeschermd zijn van de raamopening te counteren. Dit motief blijft overeind en kan samen met het motief inzake de aanwezigheid van glas op de openbare weg het thans bestreden besluit verantwoorden. X-18.833-5/7 Betreffende het al dan niet solide zijn van de afscherming blijkt uit het fotomateriaal dat deze afscherming bestaat uit een geheeld van platen, allen met een verschillend formaat en waarvan niet duidelijk is hoe deze aan elkaar zijn bevestigd. Waar verzoeker, voor het eerst in zijn memorie van wederantwoord, betoogt dat deze platen waren vastgeschroefd op twee schuine houten latten dient te worden vastgesteld dat dit niet blijkt uit het fotomateriaal en ook niet door verzoeker wordt aangetoond. Hetzelfde geldt voor de bewering dat de houten platen waren vastgemaakt via oogjes die langs de binnenzijde verbonden waren met de tegenoverliggende binnenmuur. Dit werd bovendien niet door verzoeker aangehaald tijdens de afstapping of in zijn inleidend verzoekschrift. Het is dan ook niet kennelijk onredelijk dat verwerende partij oordeelt dat de aangebrachte afscherming niet solide genoeg is en een houten afscherming tegen een houten keperwerk vraagt. Het thans bestreden besluit is gesteund op pertinente, draagkrachtige motieven. De overige kritiek in het verzoekschrift is gericht tegen feiten die geen motieven van het thans bestreden besluit uitmaken en bijgevolg overbodig.”
  12. In zijn laatste memorie komt verzoeker terug op een aantal elementen, maar een coherente en concrete betwisting of weerlegging van de beoordeling door de eerste auditeur valt daarin niet terug te vinden. Daarbij komt dat de laatste memorie zich veeleer lijkt te richten op feitelijke elementen die van na de bestreden beslissing dateren, zoals een beweerde vaststelling van 26 juni 2023 waaromtrent een nieuw stuk wordt meegedeeld. Verzoeker gaat er aldus aan voorbij dat de wettigheid van een bestuurlijke beslissing in beginsel niet kan blijken uit elementen die zich na datum van de beslissing hebben voorgedaan.
  13. In die omstandigheden ziet de Raad van State geen reden om er een andere zienswijze dan in het auditoraatsverslag op na te houden. Hij valt de beoordeling in het auditoraatsverslag bij en maakt ze tot de zijne. X-18.833-6/7
  14. Daar het aangevoerde middel niet kan worden aangenomen, dient het beroep hoe dan ook te worden verworpen. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.833-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.653 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.