← België

Arrest 264694 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 29/10/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.694 Rolnummer: A. 241040/X-18568 Zaak: Arrest 264694 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 29/10/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-10-30 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-14 04:02 Fiche Arrest nr 264.694 van 29 oktober 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 264.694 van 29 oktober 2025 in de zaak A. 241.040/X-18.568 In zake : de GEMEENTE NIJLEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Jadzia Talboom kantoor houdend te 2560 Kessel Torenvenstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sven Vernaillen en Maarten Van Den Nieuwenhuijzen kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 29 januari 2024, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 24 november 2023 betreffende het beroep tegen het weigeringsbesluit van de gemeenteraad van de gemeente Nijlen van 23 juni 2020 inzake de zaak van de wegen in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag voor het aanleggen van een “opritverharding” met nutsleidingen op openbaar domein Ringstraat-Landstraat (hierna: het bestreden besluit). II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-18.568-1/9 Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 oktober
  3. Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jadzia Talboom, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Katrien Dams, die loco advocaten Sven Vernaillen en Maarten Van Den Nieuwenhuyzen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 7 november 2019 ontvangt de gemeente Nijlen een omgevingsvergunningsaanvraag van een particulier voor “het aanleggen van [een] opritverharding met rioleringsinfrastructuur en nutsleidingen op het openbaar domein van de bestaande trage weg tussen de Ringstraat en de Landstraat. De in het project voorziene “oprit” moet het ingesloten en momenteel onbebouwde perceel van de voornoemde particulier (hierna: het ingesloten particuliere perceel) voor gemotoriseerd verkeer ontsluiten en loopt langs een woonperceel op de hoek van de Landstraat (hierna: het woonperceel op de hoek). X-18.568-2/9 Ter verduidelijking volgt hierna de weergave van twee uittreksels van afbeeldingen uit het aanvraagdossier, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. 3.
  6. Met een besluit van 23 juni 2020 neemt de gemeenteraad van de gemeente Nijlen een negatieve beslissing omtrent de zaak van de wegen omdat de verkeersveiligheid op de bestaande trage weg in het gedrang zal worden gebracht (hierna: het gemeenteraadsbesluit van 23 juni 2020). X-18.568-3/9 3.
  7. Op 7 augustus 2020 stelt de vergunningsaanvrager bestuurlijk beroep in tegen het gemeenteraadsbesluit van 23 juni
  8. 3.
  9. Met een besluit van 2 september 2021 beslist de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken om het bestuurlijk beroep te verwerpen. 3.
  10. Bij arrest nr. 256.527 van 12 mei 2023 vernietigt de Raad van State het in het vorige randnummer bedoelde besluit. 3.
  11. Met het bestreden besluit willigt de bevoegde minister het in randnummer 3.3 bedoelde bestuurlijk beroep in en vernietigt zij het gemeenteraadsbesluit van 23 juni 2020 op grond van volgende redengeving: “Samen met beroepsindiener dient de Vlaamse Regering vast te stellen dat uit verder nazicht van het dossier blijkt dat de voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag voor het aanleggen van een opritverharding louter werken betreft die zich binnen de rooilijn afspelen en aldus geen wijziging van de bestaande rooilijn impliceert. De Memorie van Toelichting verduidelijkt aangaande een wijziging van een gemeenteweg nog het één en ander verder: ‘Zoals verder in het voorstel van decreet wordt verduidelijkt, is zowel voor een wijziging als voor een verplaatsing een rooilijnplan vereist. Verfraaiings-, uitrustings- of herstelwerkzaamheden vallen niet onder de definitie van een ‘wijziging’. Er is bijgevolg ook geen (wijziging van een) rooilijnplan vereist voor de wijziging van de verharding of de verharde oppervlakte binnen de rooilijn, het voorzien van aanplantingen, waterafvoer of verlichting en dergelijke meer.’ […] Het is aldus duidelijk dat de decreetgever enkel de verplaatsing en de wijziging van de rooilijn onder de bevoegdheid van de gemeenteraad heeft willen brengen en de werken binnen de rooilijn uit de bevoegdheid van de gemeenteraad zijn uitgesloten en tot de uitsluitende bevoegdheid van de vergunningverlenende overheid behoren. Gelet op het voorgaande is het duidelijk dat de aanpassing van het tracé van de wegenis, m.n. wat betreft de breedte en de ligging van de wegzate ter hoogte van de aansluiting, niet volstaat om in casu te verantwoorden waarom een besluit van de gemeenteraad van de gemeente Nijlen omtrent de zaak der wegen, in het licht van artikel 31/1 Decreet betreffende de Omgevingsvergunning juncto artikel 47 van het Omgevingsvergunningsbesluit, vereist zou zijn geweest. De breedte en de ligging van de wegzate zijn immers niet doorslaggevend voor de bepaling X-18.568-4/9 van de bevoegdheid van de gemeenteraad. De gemeenteraad was in casu niet bevoegd een beslissing te nemen in de zin van artikel 31/1 Decreet betreffende de Omgevingsvergunning.” IV. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen 4.
  12. In het enige middel voert de verzoekende partij onder meer de schending aan van artikel 8 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet), evenals van het zorgvuldigheids-, het redelijkheids- en het motiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 4.
  13. De verzoekende partij voert aan dat in het bestreden ministerieel besluit ten onrechte is geoordeeld dat de gemeenteraad geen voorafgaandelijk besluit moest nemen over de zaak der wegen omdat de omgevingsvergunningsaanvraag niet gepaard zou gaan met een component zaak der wegen. Nochtans blijkt uit het aanvraagdossier dat de zaak der wegen aan de orde is, zodat de gemeenteraad van de verzoekende partij daarover wel degelijk uitspraak diende te doen.
  14. In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat het de gemeenteraad alleen toekomt om zich uit te spreken over een wijziging van de weg zoals die in artikel 2, 12°, van het gemeentewegendecreet is gedefinieerd, namelijk de verbreding of versmalling van de rooilijn. Het aanleggen van een oprit richting een specifiek perceel binnen de bestaande rooilijn valt buiten de bevoegdheid van de gemeenteraad. De beoogde werken vinden allemaal plaats aan de openbare gemeenteweg en dit binnen de feitelijke rooilijn. De gemeenteraad was dan ook niet bevoegd om een beslissing te nemen in de zin van artikel 31/1 van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’, waarin sprake is van “de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg”. De breedte en de ligging van de wegzate van de gemeenteweg zijn hierbij niet doorslaggevend voor de bepaling van de bevoegdheid van de X-18.568-5/9 gemeenteraad, maar wel de vraag of er een wijziging van de bestaande rooilijn heeft plaatsgevonden.
  15. In haar laatste memorie benadrukt de verwerende partij dat in het aanvraagdossier een rooilijnplan ontbreekt. Nochtans kan de gemeenteraad alleen tot een wijziging van de rooilijn besluiten wanneer er een ontwerp van rooilijnplan voorligt. Volgens de verwerende partij heeft de verzoekende partij “haar recht verwerkt” nu zij reeds bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van de aanvraag had dienen vast te stellen dat er geen ontwerp van rooilijnplan bij de aanvraag was gevoegd en er bijgevolg geen gunstige beslissing van de gemeenteraad in de zin van artikel 12, § 2, van het gemeentewegendecreet kon worden genomen. Beoordeling
  16. Het gemeentewegendecreet bepaalt: “Art. 2 - Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: […] 9° rooilijn: de huidige of de toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen, vastgelegd in een rooilijnplan. Als een rooilijnplan ontbreekt, is de rooilijn de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen; […] 12° wijziging van een gemeenteweg: de aanpassing van de breedte van de bedding van een gemeenteweg, met uitsluiting van verfraaiings-, uitrustings- of herstelwerkzaamheden. […] Hoofdstuk
  17. Aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van gemeentewegen Afdeling
  18. Algemene beginselen Art. 8 - Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. […] Art. 11 - §
  19. De gemeenten leggen de ligging en de breedte van de gemeentewegen op hun grondgebied vast in gemeentelijke rooilijnplannen, ongeacht de eigenaar van de grond. De gemeentelijke rooilijnplannen komen tot stand op de wijze, vermeld in afdeling
  20. De procedure voor het tot stand komen van gemeentelijke rooilijnplannen is ook van toepassing op het wijzigen ervan. Art.
  21. – […] §
  22. In afwijking van artikel 11 kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of X-18.568-6/9 opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. Die mogelijkheid geldt voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens dit decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat. […] Afdeling
  23. Procedurele bepalingen over gemeentelijke rooilijnplannen […] Art. 17- §
  24. De gemeenteraad stelt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan voorlopig vast. §
  25. Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan aan een openbaar onderzoek […]. […] §
  26. De gemeenteraad stelt binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk rooilijnplan definitief vast.”
  27. Het bestreden besluit motiveert de onbevoegdheid van de gemeenteraad door het te doen voorkomen dat het door de particulier aangevraagde project enkel betrekking zou hebben op het aanbrengen van verhardingen en nutsvoorzieningen binnen de ongewijzigde rooilijnen van een bestaande weg. De verwerende partij gaat aldus uit van een verkeerde voorstelling van de feiten, daar de aangevraagde “oprit” in werkelijkheid het aanleggen van een nieuwe – voor het gemotoriseerd verkeer toegankelijke – weg betreft, waarbij de rooilijn van de bestaande trage weg aan de zijde van het woonperceel op de hoek wordt gewijzigd. Terecht wijst de verzoekende partij erop dat het krachtens artikel 8 van het gemeentewegendecreet aan de gemeenteraad toekomt om al dan niet goedkeuring te geven voor het aanleggen van deze nieuwe weg met de daaraan gekoppelde wijziging van de rooilijn van de bestaande trage weg. X-18.568-7/9
  28. De argumentatie van de verwerende partij in verband met het ontbreken van een rooilijnplan in het aanvraagdossier mist pertinentie daar dit element geen enkele rol heeft gespeeld in de motivering van het bestreden besluit.
  29. Het enige middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
  30. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 24 november 2023 betreffende het beroep tegen het weigeringsbesluit van de gemeenteraad van de gemeente Nijlen van 23 juni 2020 inzake de zaak van de wegen in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag voor het aanleggen van een “opritverharding” met nutsleidingen op openbaar domein Ringstraat- Landstraat.
  31. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. X-18.568-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig oktober tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.568-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.694 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.