id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.742 Rolnummer: A. 246280/X-19210 Zaak: Arrest 264742 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 03/11/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-11-03 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-15 07:40 Fiche Arrest nr 264.742 van 3 november 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 264.742 van 3 november 2025 in de zaak A. 246.280/X-19.210 In zake: VZW G.S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Lies Michielsen en Laura Adriaensens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Van Ruusbroecstraat 76-78 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 31 oktober 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 30 oktober 2025 van de Stad Antwerpen en ontvangen door de verzoekende partij op dezelfde datum, waarbij geen toelating wordt gegeven om de aangevraagde actie ‘Maandagactie voor Palestina’ te laten doorgaan [op] de Grote Markt en enkel wordt toegestaan op het Steenplein”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 31 oktober 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. X-19.210-1/15 De nota met opmerkingen en het administratief dossier werden ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 november 2025, om 9.00 uur. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaten Lies Michielsen en Joke Callewaert, die loco advocaat Laura Adriaensens verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Thomas Beelen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij organiseert een wekelijkse actie aan het stadhuis, en dit sedert 23 juni
- Zij voert actie aan de Suikerrui, en verkreeg daarvoor toelating. 3.
- Vanaf 15 september 2025 werd de manifestatie niet meer toegelaten op de Suikerrui, maar op het Steenplein. 3.
- Omdat deze locatie door de verzoekende partij als te afgelegen wordt beschouwd, diende zij vanaf 29 september 2025 een aanvraag in om te manifesteren op de Grote Markt aan het stadhuis, dan wel opnieuw aan de X-19.210-2/15 Suikerrui. De aanvragen werden niet toegelaten voor de Grote Markt, noch de Suikerrui, wel voor het Steenplein. 3.
- Ook voor de op maandag 3 november 2025 geplande manifestatie werd een aanvraag ingediend, dit op 21 oktober
- De aangevraagde locatie wordt onder meer als volgt verantwoord: “Centraal in onze actie staan onze 5 eisen aan het Antwerpse Stadsbestuur. Voor ons is het daarom van extra van belang […] om aan het stadhuis te staan volgende week en omdat we wekelijks met een grote groep zijn, is de Grote Markt daarvoor het best geschikt. Wanneer er gegronde redenen zijn waarom dit niet zou kunnen, willen wij meedenken over een alternatief dat voldoende ruimte biedt, aan het stadhuis.” Er wordt ook verwezen naar de Suikerrui als mogelijke locatie: “We willen graag in overleg gaan om te zien hoe we het op de Grote Markt reglementair kunnen laten plaatsvinden. We gaan daar heel graag over in dialoog. Vorige maandag stonden we er met een 200 tal mensen. […] We willen als alternatief ook de Suikerrui voorstellen. Sinds juli al gingen onze wekelijkse protesten daar zonder enig incident door.” 3.
- Op 30 oktober 2025 beslist de verwerende partij dat de manifestatie enkel mag doorgaan op het Steenplein. Dit is de bestreden beslissing. 3.
- De motivering verwijst in de eerste plaats naar een aantal redenen die specifiek betrekking lijken te hebben op de locatie op de Grote Markt. Specifiek ten aanzien van de locatie Suikerrui wordt opgemerkt dat “de afstand naar de toegang van het stadhuis dermate kort [is] dat de openbare orde onvoldoende gegarandeerd kan worden door de ordediensten”. De bestreden beslissing luidt verder als volgt: “Daarnaast werd op voorgaande edities onder verschillende noemers rond de Grote Markt en op het Steenplein, met als insteek steun aan Palestina, volgende politionele vaststellingen gedaan: X-19.210-3/15 - De organisator kwam de gemaakte afspraken kennelijk niet na; - De grote opkomst hinderde de vlotte doorgang voor passanten en hulpdiensten langdurig en ernstig (Suikerrui/Grote Markt); - De talrijke voertuigen konden niet ordentelijk gestald worden en werden langdurig hinderlijk geparkeerd (Suikerrui/ Grote Markt); - Vuurwerk werd afgestoken; - Vandalisme werd gepleegd aan de trappen zijde Suikerrui door manifestanten; - Diverse personen meermaals herhaaldelijk met bedekt gezicht aanwezig waren en weigerden deze af te zetten wat een risico betekent naar escalatie en verstoring van de openbare orde; - De manifestanten zich onberekenbaar opstelden en de organisator hier onvoldoende vat op had (met als meest recente voorbeeld de plotse dynamische optocht richting Nationalestraat op 6 oktober jl. en de dynamische optocht richting Steenplein op 27 oktober jl.); - De organisator resoluut niet wil ingaan op voorstellen van de politie om de manifestatie te verplaatsen naar een evenwaardige locatie, en sinds 29 september 2025 wekelijks de actie probeert te laten doorgaan op een locatie die duidelijk niet toegelaten is; - De actievoerders meermaals niet ingingen op het verzoek van politie om de plaats te verlaten gelet op het ontbreken van de toelating en de politie belaagde (editie van 29 september jl.); - De voorgaande acties onder de verschillende noemers met als insteek steun aan Palestina gepaard gingen met bovenmatig ernstige en langdurige geluidsoverlast veroorzaakt door gezangen, het scanderen van leuzen (soms in een onverstaanbare taal), en elektronisch versterkte[…] speeches; - De voorwaarden rond (versterkt) geluid en geluidsvolumes en hinder meermaals niet gerespecteerd werden wat leidde tot klachten richting de ordediensten en de verstoring van de raadscommissie veiligheid op 13 oktober jl.; - Manifestanten potten en pannen laten kletteren ondanks eerdere opmerkingen; - De medewerkers van de interne ordediensten ook zelf aan de actie hebben deelgenomen. - Een deel van de manifestanten weigerden manifest en ondanks aanmaningen van de interne ordedienst en de politie om de Suikerrui te verlaten met de rest van de groep, waardoor de politie op 27 oktober jl. is moeten overgaan tot bestuurlijke arrestaties voor het vrijwaren van de openbare orde. Naast de hierboven aangehaalde redenen en vaststellingen in het kader van de ordehandhaving, worden in het politioneel advies ook volgende specifieke redenen aangehaald om uw aanvraag op de Grote Markt te weigeren: - Het hoog aantal manifestanten en bovenstaande feiten die bleken uit het politioneel toezicht die de openbare orde meermaals in het gedrang brachten en noopten tot een verplaatsing naar een geschiktere locatie op het Steenplein. X-19.210-4/15 - Het ernstige risico op escalatie gezien de onberekenbaarheid van de deelnemers. Deze onberekenbaarheid heeft zich sterk gemanifesteerd tijdens de meest recente edities, maar vooral tijdens: o de editie van 29 september, die plaatsvond tijdens de Gemeenteraad en gepaard ging met o.a. het gebruik van vuurwerk, vandalisme en belaging van politie-eenheden; o de editie van 6 oktober, waar de statische manifestatie plots een dynamische optocht werd richting Nationalestraat; o de editie van 27 oktober, waar er op de Suikerrui enkele speeches werden gegeven en er vervolgens een dynamische optocht werd georganiseerd richting Steenplein. Hierbij werd de kop van de optocht omkaderd door twee sprekers die elektronisch versterkt de menigte ophitsten om (soms in een onverstaanbare taal) leuzen te scanderen. De groep bleef ook gedurende enige tijd staan op de rijbaan van de Ernest van Dijckkaai ter hoogte van de Suikerrui, en blokkeerde daardoor het gemotoriseerd verkeer – met alle risico’s voor de openbare orde van dien. Zoals hierboven beschreven, zijn tijdens deze editie tenslotte ook meerdere actievoerders bestuurlijk gearresteerd omdat zij manifest de Suikerrui bleven inpalmen. De manifestatie mag omwille van de hierboven aangehaalde redenen enkel plaatsvinden op de door de politie voorgestelde locatie op het Steenplein. Van deze locatie mag niet worden afgeweken. Volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing op het Steenplein: - Doorgangen voor verkeer en hulpdiensten blijven permanent vrij. - Het start- en einduur zoals vergund, dient strikt nageleefd te worden. - De manifestatie blijft statisch op de locatie in kwestie. Verplaatsingen naar andere locaties zijn verboden. - Geen gebruik van potten, pannen of andere voorwerpen bedoeld om lawaai te maken. - Geluid (spraak/versterking) luidsprekers worden gericht naar de waterkant, niet naar woningen. - Het dragen van gelaat bedekkende attributen is verboden. - Geen plaatsing van fietsen buiten de aangeduide stallingen. Geen blokkering van voet- of fietspaden en geen bevestiging van fietsen aan straatmeubilair. - De organisator duidt een verantwoordelijke aan, aanwezig van opbouw tot afbraak van de manifestatie, bereikbaar op gsm-nummer. - Het terrein moet schoon worden opgeleverd. Afval moet meegenomen worden of gedeponeerd worden in voorziene recipiënten. Uit twee voorgaande manifestaties (op 15 september 2025 en 22 september 2025) bleek de locatie van het Steenplein geschikt als een zeer zichtbaar en gelijkwaardig alternatief voor de Grote Markt, met voldoende ruimte om de manifestatie veilig en ordentelijk te faciliteren.” X-19.210-5/15 IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt vermeld. V. Ernst van de middelen Samenvatting van de middelen 5.
- In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 19 en 26 van de Grondwet en van de artikelen 10 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). 5.
- Volgens de verzoekende partij is de weigering om de manifestatie op de gevraagde locatie toe te staan, een inmenging op het recht van vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering, en voldoet die inmenging niet aan de vereisten van wettelijkheid, legitieme doelstelling en noodzakelijkheid. Meer bepaald zijn de motieven van de bestreden beslissing volgens de verzoekende partij niet wettelijk, wordt het legitiem doel niet aangetoond, en worden er geen concrete gegevens voorgelegd “die aantonen dat de openbare orde daadwerkelijk verstoord wordt of verstoord dreigt te worden, hoe ernstig die verstoring [zou zijn] en waar zij zich voordoet”. Bovendien blijkt niet X-19.210-6/15 dat de inmenging noodzakelijk is in onze democratische samenleving, wel integendeel.
- In een tweede middel voert de verzoekende partij de miskenning aan van de formele- en de materiëlemotiveringsplicht. Volgens de verzoekende partij bevat de bestreden beslissing geen concrete individuele motieven die specifiek ingaan op de beoogde manifestatie: “Er worden algemene veronderstellingen naar voor gebracht over een mogelijke bedreiging van de openbare orde, echter zonder concrete risicoanalyse noch verwijzing naar reële aanwijzingen van dreiging of verstoring. […] Overigens is het zo dat een enkele verwijzing naar een risico op verstoring van de openbare orde geen afdoende motivering is. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verwacht dat staten en ordediensten aanvaarden dat manifestaties een zekere mate van verstoring van het dagelijks leven met zich meebrengen […]. Er is in deze geen motivering waarom deze specifieke manifestatie een dergelijke verstoring van de openbare orde met zich mee zou brengen die verboden moet worden. De redenen die wel gegeven worden, zijn incorrect en worden niet geconcretiseerd of ondersteund door enig bewijs.” Beoordeling
- Artikel 11 EVRM en artikel 26 van de Grondwet waarborgen de vrijheid om een zienswijze te openbaren door middel van een betoging, ook als deze zienswijze ongemakkelijk is voor bepaalde mensen of zelfs aanstoot geeft. Die vrijheid is weliswaar niet absoluut en kan aan beperkingen onderworpen worden, zoals op grond van artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet, ter handhaving van de openbare rust en veiligheid. Deze beperkingen moeten echter steunen op draagkrachtige motieven, wat onder meer inhoudt dat ze aangepast zijn aan de concrete ordehandhavingsbehoeften en er een redelijk verband van evenredigheid mee vertonen.
- Te dezen betreft de beperking niet de organisatie van de manifestatie op zich, maar specifiek de locatie ervan. X-19.210-7/15 Vast staat dat de verwerende partij de wekelijkse manifestatie van de verzoekende partij wekenlang heeft toegelaten op de Suikerrui, en deze slechts vanaf 15 september 2025 niet langer heeft toegelaten op de Suikerrui, maar op het Steenplein. De verzoekende partij van haar kant heeft weliswaar verzocht om de toelating om de manifestatie te laten doorgaan op de Grote Markt, maar heeft tegelijkertijd aangegeven zich te kunnen vinden in het behoud van de manifestatie op de Suikerrui. Een en ander doet in de huidige stand van de procedure dan ook in het bijzonder de vraag rijzen welke de redenen zijn die de verwerende partij ertoe hebben gebracht om de wekelijkse manifestatie sedert 15 september 2025 niet langer toe te laten op de Suikerrui.
- De bestreden beslissing verwijst ter zake naar een aantal politionele vaststellingen die werden gedaan “op voorgaande edities onder verschillende noemers rond de Grote Markt en op het Steenplein, met als insteek steun aan Palestina”.
- De beslissing verwijst ter zake in de eerste plaats naar het kennelijk niet nakomen van de met de organisator gemaakte afspraken, zonder op het eerste gezicht evenwel nader te concretiseren over welke afspraken het precies gaat, en waarom de niet-naleving niet langer verantwoordt om de manifestatie op de Suikerrui toe te laten.
- In de tweede plaats maakt de bestreden beslissing melding van het gegeven dat “[d]e grote opkomst […] de vlotte doorgang voor passanten en hulpdiensten langdurig en ernstig [hinderde]”, maar er wordt prima facie niet nader toegelicht waarom dit wekenlang blijkbaar niet – maar sedert 15 september 2025 wel – als problematisch werd ervaren. X-19.210-8/15 In de mate dat de bestreden beslissing verwijst naar het niet ordentelijk of hinderlijk stallen van “talrijke voertuigen”, en naar het gegeven dat “[v]uurwerk werd afgestoken”, wordt niet aangegeven waarom deze elementen bij een verplaatsing naar het Steenplein niet langer problematisch zouden zijn. Zij lijken dan ook de beslissing tot de verplaatsing van de manifestatie niet te kunnen verantwoorden.
- De vermelding dat “[v]andalisme werd gepleegd aan de trappen zijde Suikerrui door manifestanten” is uiterst vaag, en maakt geen melding van de aard en de ernst van het vandalisme, en het aantal keren dat dit zich heeft voorgedaan.
- De overwegingen van de bestreden beslissing lijken bovendien in grote mate gerelateerd aan het gegeven dat “[d]e organisator resoluut niet wil ingaan op voorstellen van de politie om de manifestatie te verplaatsen naar een evenwaardige locatie, en sinds 29 september 2025 wekelijks de actie probeert te laten doorgaan op een locatie die duidelijk niet toegelaten is”, en dat “[e]en deel van de manifestanten [manifest weigerden] en ondanks aanmaningen van de interne ordedienst en de politie om de Suikerrui te verlaten met de rest van de groep, waardoor de politie op 27 oktober jl. is moeten overgaan tot bestuurlijke arrestaties voor het vrijwaren van de openbare orde”. De desbetreffende motieven lijken aldus te verwijzen naar problemen die eerder het gevolg lijken te zijn van de beslissing van de verwerende partij om de manifestatie van de Suikerrui naar het Steenplein te verplaatsen. Zij lijken dan ook geen verantwoording te kunnen bieden voor de beslissing om de manifestatie niet op de Suikerrui toe te laten. Ook de motieven inzake het “ernstige risico op escalatie gezien de onberekenbaarheid van de deelnemers” en het gegeven dat de “manifestanten zich onberekenbaar opstelden en de organisator hier onvoldoende vat op had [en] X-19.210-9/15 meermaals niet ingingen op het verzoek van politie om de plaats te verlaten gelet op het ontbreken van de toelating”, lijken te verwijzen naar de pogingen van de manifestanten om de manifestatie terug naar de Suikerrui te brengen. Het motief dat “[d]iverse personen meermaals herhaaldelijk met bedekt gezicht aanwezig waren en weigerden deze af te zetten wat een risico betekent naar escalatie en verstoring van de openbare orde”, lijkt dan weer niet aannemelijk te maken dat dit risico zich niet of niet in dezelfde mate zal voordoen wanneer de manifestatie op het Steenplein dient door te gaan.
- Dat voorgaande acties “gepaard gingen met bovenmatig ernstige en langdurige geluidsoverlast veroorzaakt door gezangen, het scanderen van leuzen (soms in een onverstaanbare taal), en elektronisch versterkte[…] speeches”, dat de “voorwaarden rond (versterkt) geluid en geluidsvolumes en hinder meermaals niet gerespecteerd werden wat leidde tot klachten richting de ordediensten en de verstoring van de raadscommissie veiligheid op 13 oktober jl.” en dat “[m]anifestanten potten en pannen laten kletteren ondanks eerdere opmerkingen” doet gewis blijken van hinder waartoe de betrokken manifestaties eerder aanleiding hebben gegeven. Ook die hinder – die minstens ten dele verwijst naar hinder die zich na 15 september 2025 heeft voorgedaan – lijkt niet te kunnen verantwoorden waarom de Suikerrui sedert 15 september 2025 niet langer kan gelden als een aanvaardbare plaats om de betrokken manifestatie te houden.
- In de mate dat de bestreden beslissing verwijst naar “[h]et hoog aantal manifestanten” blijkt uit de bestreden beslissing niet dat het aantal manifestanten in de loop der maanden is toegenomen, noch dat de toename van die aard is geweest dat de Suikerrui daardoor niet langer een geschikte plaats is geworden.
- Dat “[d]e medewerkers van de interne ordediensten ook zelf aan de actie hebben deelgenomen” lijkt evenmin te kunnen verantwoorden dat de manifestatie wel kan doorgaan op het Steenplein, maar niet op de Suikerrui. X-19.210-10/15
- In de mate dat – in het algemeen – wordt opgemerkt dat “de afstand naar de toegang van het stadhuis dermate kort [is] dat de openbare orde onvoldoende gegarandeerd kan worden door de ordediensten”, maakt de bestreden beslissing prima facie niet op grond van concrete gegevens aannemelijk dat de fysieke integriteit van de politieke mandatarissen, kabinetsmedewerkers of andere personen die zich in het stadhuis bevonden of zich via de Suikerrui naar het stadhuis begaven, in het gedrang is gekomen. Het loutere risico dat dergelijke problemen zich zouden kunnen voordoen, lijkt de verplaatsing van de Suikerrui naar het Steenplein niet te kunnen verantwoorden, te meer nu de verwerende partij niet lijkt aan te voeren dat zij over onvoldoende middelen beschikt om de openbare orde te verzekeren.
- In de huidige stand van het geding doet de bestreden beslissing niet blijken waarom de wekelijkse manifestaties tot 15 september 2025 zijn kunnen doorgaan op de Suikerrui, en dat dit sedertdien niet meer kan worden verantwoord. Heel wat motieven om de manifestatie van de Suikerrui te verplaatsen naar het Steenplein, lijken overigens gerelateerd te zijn aan de pogingen van de manifestanten om minstens terug op de Suikerrui te kunnen manifesteren. De bestreden beslissing maakt op het eerste gezicht niet aannemelijk dat de incidenten waarnaar wordt verwezen, zich ook zouden blijven voordoen wanneer de manifestatie terug op de Suikerrui zou worden toegelaten.
- Gelet op wat voorafgaat, wordt in de huidige stand van het geding aangenomen dat er geen afdoende draagkrachtige motieven voorhanden zijn om de gevraagde betoging niet toe te staan op de Suikerrui.
- In de aangegeven mate zijn de middelen ernstig. X-19.210-11/15 VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de verzoekende partij
- De bestreden beslissing betreft een manifestatie op 3 november
- De verzoekende partij houdt voor dat de “concrete, locatiegebonden omstandigheden van de Grote Markt […] essentieel zijn voor de beoogde manifestatie. Indien de manifestatie niet op deze specifieke locatie kan plaatsvinden, noch in de onmiddellijke nabijheid, heeft dit duidelijke en aanzienlijke nadelige gevolgen voor de uitvoering en het effect van de manifestatie”. De verzoekende partij beklemtoont in dat verband dat “de bedoeling van het samenkomen [is] om zich te richten aan het gemeentebestuur”: “De bedoeling van het protest is om het gemeentebestuur aan te spreken. Het stadhuis van Antwerpen is het symbool van de gemeentelijke macht en besluitvorming. Een protest op de Grote Markt spreekt het bestuur rechtstreeks aan, wat exact de bedoeling is van het protest. De Grote Markt heeft symbolische waarde als plaats van burgerprotest aangezien het stadhuis daar ligt, het stadsbestuur er zetelt en de gemeenteraad daar wordt georganiseerd. Bovendien is het een centrale, goed zichtbare plek, waar de deelnemers aan de actie hun boodschap op een nuttige manier kunnen overbrengen.”
- Volgens de verzoekende partij verhindert de locatie op het Steenplein om de boodschap effectief over te brengen: “Het Steenplein is 300 meter verwijderd van het Stadhuis. Het protest kan vanop deze afstand nooit deze plek bereiken. Het protest wordt volledig onzichtbaar en onhoorbaar voor het stadhuis en kan niet rechtstreeks gericht worden aan het stadsbestuur. Bovendien is het een afgelegen, donkere plek die aan de ene kant uitgeeft op het water en waar aan de andere kant zeer weinig passage is en amper voetgangers passeren. Het protest wordt zo verbannen naar een plaats waar het al te makkelijk genegeerd kan worden. De boodschap van de manifestatie kan op deze manier niet op een nuttige manier overgebracht worden. Op de Suikerrui zijn er altijd tientallen mensen die in het voorbij wandelen blijven staan om mee te luisteren naar de manifestatie en op de Suikerrui X-19.210-12/15 weten en zien mensen ook effectief dat de actie bezig is en kunnen ze horen waarover die gaat. Op het Steenplein gebeurt dit simpelweg niet. Daar is bijna geen passage, zeker niet ‘s avonds om 19u. Het is een donkere plaats die ‘s avonds veel minder voorbijgangers aantrekt dan de Suikerrui. […] Aan het Steenplein is het ook onveiliger om te betogen. Het is er donkerder en de manifestanten moeten vlak naast de Schelde staan. De actie is langs vier kanten geïsoleerd, enerzijds de Schelde, anderzijds het Steen zelf (een kasteel), ten derde een drukke baan, de Jordaenskaai en ten vierde minstens deels door de brug […].”
- De verzoekende partij verwijst ook nog naar het gegeven dat haar “reputatie […] als serieuze gesprekspartner in het publieke debat wordt ondermijnd”. Beoordeling
- De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van het recht van verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven.
- Op de verzoekende partij die meent een beroep te kunnen doen op de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, rust te dezen een dubbele bewijslast. Zij moet niet alleen aantonen dat zij bij het instellen van de vordering met de vereiste spoed en diligentie is opgetreden, maar zij moet tevens de spoedeisendheid aannemelijk maken, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaken.
- Te dezen staat vast dat de verzoekende partij op elke maandag sedert 23 juni 2025 een manifestatie heeft kunnen houden. Tot 8 september 2025 kon die worden gehouden op de Suikerrui. Vanaf 15 september 2025 diende deze te worden gehouden op het Steenplein. X-19.210-13/15 De verzoekende partij heeft tot op heden tegen die verplaatsing geen enkele andere juridische actie ondernomen dan de voorliggende vordering tot schorsing. Naar hieruit ogenschijnlijk blijkt, achtte zij deze verplaatsing en de ermee gepaard gaande beperking van haar recht om te manifesteren tot nog toe niet onverdraaglijk en meer bepaald niet van die aard dat er bij hoogdringendheid tegen opgetreden moest worden en een einde aan gesteld diende te worden.
- Dat over de verplaatsing naar het Steenplein anders moet worden geoordeeld wat de bestreden beslissing met betrekking tot de manifestatie van 3 november 2025 betreft, wordt niet speciaal beargumenteerd en is evenmin spontaan duidelijk. De verzoekende partij beklemtoont weliswaar de verminderde impact die uitgaat van de aangewezen locatie op het Steenplein, in vergelijking met de locatie op de Grote Markt en de Suikerrui, en dit zowel in de richting van het stadsbestuur als ten aanzien van de voorbijgangers, maar deze argumentering is al enkele weken mogelijk. Het maakt dat ze zonder bijkomende verantwoording – die te dezen niet wordt gegeven – niet de uiterst dringende noodzakelijkheid van de gevorderde schorsing kan staven.
- Overigens moet worden aangenomen dat de verzoekende partij er redelijkerwijze moet op kunnen vertrouwen dat de verwerende partij, bij de beoordeling van toekomstige aanvragen voor maandagavondbetogingen op de Suikerrui, de passende aandacht zal besteden aan de door de verzoekende partij geformuleerde grieven en aan de beoordeling daarvan, in het kader van deze procedure, door de Raad van State. X-19.210-14/15 VII. Besluit
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drie november tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: David D’Hooghe, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq David D’Hooghe X-19.210-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.742 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div