← België

Arrest 264864 - Overheidsopdrachten - 17/11/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.864 Rolnummer: A. 245395/XIV-39852 Zaak: Arrest 264864 - Overheidsopdrachten - 17/11/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-11-20 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-15 07:14 Fiche Arrest nr 264.864 van 17 november 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 264.864 van 17 november 2025 in de zaak A. 245.395/XIV-39.852 In zake: de BV S.K.J. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Neil Braeckevelt en Marie-Mathilde Vermeyen kantoor houdend te 8000 Brugge Ezelstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE EVERGEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9620 Zottegem Gentse Steenweg 323 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV W.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Piet Lombaerts en Matthias Castelein kantoor houdend te 8500 Kortrijk Spinnerijstraat 99/22 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 24 juli 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de gunningsbeslissing van gemeente Evergem dd. 7 juli 2025 waarbij de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp ‘raamcontract ontwerper voor infrastructuurprojecten van beperkte omvang’ [aan de nv W.] wordt gegund en niet aan verzoekster”. XIV-39.852-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 264.014 van 14 augustus 2025 werd het verzoek van de nv W. tot tussenkomst ingewilligd, is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en is de vordering voor het overige verworpen. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 9 september 2025 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 8 oktober
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Toepassing van artikel 17, § 8, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
  5. De bestreden beslissing is ingetrokken. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 8, vierde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. XIV-39.852-2/3 BESLISSING
  6. De Raad van State heft de bij arrest nr. 264.014 van 14 augustus 2025 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
  7. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien november tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.852-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.864 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.014 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.