← België

Arrest 264866 - Overheidsopdrachten - 17/11/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.866 Rolnummer: A. 244509/XIV-39770 Zaak: Arrest 264866 - Overheidsopdrachten - 17/11/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-11-20 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-15 07:13 Fiche Arrest nr 264.866 van 17 november 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 264.866 van 17 november 2025 in de zaak A. 244.509/XIV-39.770 In zake: de NV A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jos Timmermans kantoor houdend te 9300 Aalst Leo de Béthunelaan 46 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD NIEUWPOORT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tim Van Cauter kantoor houdende te 8790 Waregem Zultseweg 101 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep:

  1. Het beroep, ingesteld op 13 mei 2025, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 4 maart 2025 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Nieuwpoort om de opdracht voor werken ‘Interieurrestauratie van Villa Hurlebise’, te gunnen aan de nv V. XIV-39.770-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 263.154 van 29 april 2025 werd het verzoek tot tussenkomst van de nv V. ingewilligd en is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Dit verslag, waarin wordt besloten om het beroep te verwerpen, werd te kennis gebracht van de partijen. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 10 september 2025 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 8 oktober
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Toepassing kortedebattenprocedure
  5. Op 10 juni 2025 beslist het college van burgemeester en schepenen van de verwerende partij tot intrekking van de bestreden beslising. XIV-39.770-2/4 Het voorliggende beroep heeft derhalve zijn voorwerp verloren, en is aldus doelloos geworden in de zin van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. IV. De rechtsplegingsvergoeding
  6. Er is te dezen grond om overeenkomstig artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de verzoekende partij een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen nu deze als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd. De verzoekende partij heeft een beroep tot nietigverklaring ingediend na een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. In dat geval worden geen twee rechtsplegingsvergoedingen toegekend, maar wordt met toepassing van artikel 67, § 2, eerste lid, van de algemene procedureregeling het basis-, minimum- of maximumbedrag forfaitair verhoogd met een bedrag dat overeenstemt met 20 procent van dit bedrag, op voorwaarde dat de regeling vervat in artikel 67, § 2, derde lid, van de algemene procedureregeling geen toepassing vindt. Door de intrekking van de bestreden beslissing is het beroep tot nietigverklaring evenwel zonder voorwerp en doelloos geworden en zijn slechts korte debatten vereist. De in artikel 67, § 2, eerste lid, van de algemene procedureregeling vervatte verhoging van de rechtsplegingsvergoeding is te dezen niet verschuldigd. Aan de verzoekende partij is derhalve één

(1)rechtsplegingsvergoeding van 770 euro verschuldigd. XIV-39.770-3/4 BESLISSING
  1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 263.154 van 29 april 2025 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
  2. De Raad van State verwerpt het beroep.
  3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 52 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst begroot op een rolrecht van 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien november tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.770-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.866 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.154 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.