id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.868 Rolnummer: A. 244554/XIV-39773 Zaak: Arrest 264868 - Overheidsopdrachten - 17/11/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-11-20 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-15 07:13 Fiche Arrest nr 264.868 van 17 november 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 264.868 van 17 november 2025 in de zaak A. 244.554/XIV-39.773 In zake: de NV BUREAU PARTNERS – ARCHITECTEN EN INGENIEURS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bettina Poelemans kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem Jean-Baptiste de Ghellincklaan 31/001 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: DE OPDRACHTHOUDENDE VERENIGING INTERGEMEENTELIJK SAMENWERKINGSVERBAND VOOR MILIEU LAND VAN AALST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9620 Zottegem Gentse Steenweg 323 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
- de BV SWECO
- de NV VK STUDIO ARCHITECTS, PLANNERS AND DESIGNERS samen vormend een tijdelijke maatschap bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Access Building Keizer Karellaan 586/9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- XIV-39.773-1/4 I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 3 april 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de raad van bestuur van de opdrachthoudende vereniging Intergemeentelijk Samenwerkingsverband voor Milieu Land van Aalst (ILvA) van 18 maart 2025 waarbij de offerte van de verzoekende partij voor de overheidsopdracht voor diensten ‘Aanstellen studiebureau ontwerp Nieuwbouw Site Industrielaan 18’ substantieel onregelmatig en nietig wordt verklaard en de opdracht wordt gegund aan de combinatie bv S. en nv V. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 263.169 van 29 april 2025 werd het verzoek tot tussenkomst van de bv S. en de nv V., samen vormend een tijdelijke maatschap, ingewilligd en werd de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 8 september 2025 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 8 oktober
- XIV-39.773-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Toepassing van artikel 17, § 8, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
- De bestreden beslissing is ingetrokken. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 8, vierde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. BESLISSING
- De Raad van State heft de bij arrest nr. 263.169 van 29 april 2025 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van de tussenkomst begroot op een rolrecht van 300 euro. XIV-39.773-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien november tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.773-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.868 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.169 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.