← België

Arrest 264870 - Overheidsopdrachten - 17/11/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.870 Rolnummer: A. 246143/XIV-39899 Zaak: Arrest 264870 - Overheidsopdrachten - 17/11/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-11-17 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-15 07:13 Fiche Arrest nr 264.870 van 17 november 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 264.870 van 17 november 2025 in de zaak A. 246.143/XIV-39.899 In zake: de BV W. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD KORTRIJK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Heuven kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 16 oktober 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 30 september 2025 van de stad Kortrijk waarbij de opdracht ‘reinigen en inspecteren van riolen 2025’ wordt gegund aan de nv D.B.S. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 16 oktober 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. XIV-39.899-1/11 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 november 2025, om 11.00 uur. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Carlos De Wolf, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Dirk Van Heuven, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp ‘Reinigen en inspecteren van riolen 2025’. 3.
  5. Als plaatsingsprocedure wordt gekozen voor een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. De opdracht wordt nationaal bekendgemaakt. 3.
  6. In het bestek dat op de opdracht van toepassing is, zijn in deel I. ‘Administratieve bepalingen’ de volgende bepalingen in deze zaak relevant: “I.5 Uitsluitingsgronden en kwalitatieve selectie’ Het offerteformulier moet vergezeld zijn van volgende stukken: […] Technische en beroepsbekwaamheid van de inschrijver (selectiecriteria) XIV-39.899-2/11 Nr. Selectiecriteria Minimumvereisten […] * Inschrijver beschikt over het ISO 17025 – certi- ficaat om rioolonderzoeken uit te voeren volgens 1 NBN – EN 13508-
  7. Voeg een kopie van dit certi- Nihil ficaat toe aan de inschrijving. […] […] I.6 Vorm en inhoud van de offerte […] Onderaanneming De inschrijver vermeldt in zijn offerte welk gedeelte van de opdracht hij voornemens is in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt, indien deze gekend zijn.” In deel II. ‘Contractuele bepalingen’ is de volgende bepaling in deze zaak relevant: “II.2 Onderaannemers De inschrijver kan zich beroepen op de draagkracht van onderaannemers of andere entiteiten. In dat geval voegt de inschrijver de nodige documenten toe aan zijn offerte, waaruit de verbintenis van deze onderaannemers of van andere entiteiten blijkt om de voor de opdracht noodzakelijke middelen ter beschikking te stellen van de inschrijver. Wanneer de opdrachtnemer voor zijn kwalitatieve selectie in verband met de criteria inzake de studie- en beroepskwalificaties, of inzake de relevante beroepservaring, gebruik heeft gemaakt van de draagkracht van vooraf bepaalde onderaannemers, is de opdrachtnemer verplicht deze voorgedragen onderaannemers in te zetten bij de uitvoering van de opdracht. Het gebruik van andere onderaannemers is onderworpen aan de toestemming van de aanbestedende overheid. In toepassing van artikel 74 van het KB van 18 april 2017, vermeldt de inschrijver welk gedeelte van de opdracht hij eventueel voornemens is in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt. De opdrachtnemer blijft aansprakelijk ten opzichte van de aanbestedende overheid wanneer hij de uitvoering van zijn verbintenissen geheel of gedeeltelijk aan onderaannemers toevertrouwt. De aanbestedende overheid acht zich door geen enkele contractuele band verbonden met die onderaannemers. Deze onderaannemers mogen zich niet in een toestand van uitsluiting bevinden, zoals bedoeld in artikel 67 van de wet van 17 juni 2016, tenzij in het geval waarbij de betreffende aannemer, leverancier of dienstverlener, overeenkomstig artikel 70 van de wet, ten aanzien van de aanbestedende overheid aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. Onderaannemers XIV-39.899-3/11 Onderaannemers moeten op voorhand gekend zijn en dienen te voldoen aan dezelfde eisen als de hoofdaannemer.” 3.
  8. Vier kandidaten, waaronder de verzoekende partij, dienen een offerte in. Op 17 juni 2025 beslist de verwerende partij om de verzoekende partij niet te selecteren omdat zij niet voldoet aan de kwalitatieve selectie. Met hetzelfde besluit wordt de opdracht gegund aan de nv D.B.S. Deze beslissing wordt in haar tenuitvoerlegging geschorst bij arrest nr. 263.991 van 30 juli 2025, en ingetrokken op 5 augustus
  9. 3.
  10. Op 29 augustus 2025 wordt een gunningsverslag opgesteld. De offerte van de verzoekende partij wordt hierin “nietig” verklaard en er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan de nv D.B.S. 3.
  11. Op 30 september 2025 beslist de verwerende partij de opdracht opnieuw te gunnen aan de nv D.B.S. Betreffende de offerte van de verzoekende partij wordt gesteld: “Onderzoek van de substantiële onregelmatigheid: [de bv W.] wil samenwerken met [X] voor wat betreft het visueel onderzoek waarvoor een ISO-certificaat vereist is. Zelf beschikken ze niet over het betrokken certificaat. Hierdoor dient men dus beroep te doen op de draagkracht van een firma om aan het betrokken selectiecriterium te voldoen. Echter ligt geen verklaring voor van de onderaannemer [X], zoals vereist door artikel II.2 van het bestek, terwijl nochtans dergelijke verklaring van dezelfde onderaannemer wél voorligt in de offerte van [de bv D.V.]. Dit betreft een substantiële onregelmatigheid. De niet gedateerde aannemingsovereenkomst bevat geen bevestiging dat, om te beantwoorden aan de selectiecriteria, beroep mag worden gedaan op de middelen van [X]. Rekening houdend met bovenstaande wordt de offerte van [de bv W.] door het bestuur als substantieel onregelmatig verklaard.” Dit is de bestreden beslissing. XIV-39.899-4/11 IV. Verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken
  12. De verzoekende partij en de verwerende partij vragen om de vertrouwelijke behandeling van bepaalde door hen neergelegde stukken die zij in de inventaris als vertrouwelijk aanduiden en waarbij zij de redenen opgeven waarom zij om die vertrouwelijke behandeling vragen. Er zijn geen gronden aangevoerd door de partijen om het aangevoerde vertrouwelijk karakter ervan, althans in deze fase van het geding, te lichten. De Raad van State mag overigens deze stukken in zijn beoordeling betrekken. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  13. Krachtens artikel 17, §§ 1, 5 en 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VI. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  14. De verzoekende partij voert de schending aan van de artikelen 4, eerste lid, 78, 81, § 1 en § 2, eerste lid, 1°, van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: de wet van 17 juni 2016), “artikel 68, § 3, juncto § 4, 10°, juncto artikel 72, § 1, tweede lid” van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: het XIV-39.899-5/11 koninklijk besluit van 18 april 2017), de artikelen 2 en 3 van “de Motiveringswet, m.n. de formele en/of de materiële motiveringsplicht”, artikel 1.10 van het bestek, het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het transparantiebeginsel, “Doordat het eerste onderdeel van de Bestreden Beslissing de offerte van Verzoekende Partij niet selecteert op basis van het motief dat Verzoekende Partij een beroep doet op de draagkracht van een derde, in casu [X], om te voldoen aan een door het Bestek gestelde vereiste wat betreft een ISO- certificaat, doch dat geen dergelijke verklaring zoals vereist door artikel II.2 van het Bestek voorligt; de bij de offerte gevoegde niet-gedateerde onderaannemingsovereenkomst met [X] zou bovendien geen bevestiging bevatten dat, om te beantwoorden aan de selectiecriteria, Verzoekende Partij een beroep mag doen op de middelen van [X]; Terwijl, om te voldoen aan de selectiecriteria, een inschrijver die zich beroept op de draagkracht van derden in toepassing van artikel 78 van de Wet van 17 juni 2016 – zoals bepaald in artikel 72, § 1, tweede lid van het Koninklijk Besluit van 18 april 2017 – gebruik kan maken van alle passende middelen om ten aanzien van de aanbestedende overheid te bewijzen dat zij de nodige middelen tot haar beschikking zal hebben; dat in haar offerte, Verzoekende Partij [X] heeft opgenomen als onderaannemer, waarbij een door de partijen ondertekende aannemingsovereenkomst werd toegevoegd en waarbij [X] zich ertoe verbindt, ingeval van gunning aan Verzoekende Partij, om het onderdeel van de Opdracht uit te voeren waarvoor een ISO 17025-certificaat vereist is overeenkomstig het Bestek; Terwijl, voormelde juridische argumentatie steun vindt zowel in artikel 73, § 1, eerste lid, van het Koninklijk Besluit van 18 april 2017 en artikel 12, § 2, 1°, van het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013, waarin de verplichting is voorzien om betreffende beroepskwalificaties en relevante beroepservaring waarop een inschrijver zich beroept om te voldoen aan de kwalitatieve selectiecriteria, deze onderneming ook effectief met de uitvoering van deze werken of diensten te belasten; Zodat, door onmiddellijk een onderaannemingsovereenkomst aan de offerte toe te voegen – en te verzekeren dat de onderneming, titularis van het door het Bestek vereiste ISO 17025-certificaat, m.n. [X], dit onderdeel van de Opdracht zal uitvoeren – de offerte van Verzoekende Partij voldoet aan het betreffende in het Bestek opgenomen selectiecriterium; Terwijl, het ontbreken van een datum op de onderaannemingsovereenkomst niet van aard is om de rechtsgeldigheid van de onderaannemingsovereenkomst aan te tasten, maar mogelijks enkel onzekerheid tot gevolg heeft wat betreft het tijdstip waarop de overeenkomst tussen [X] en Verzoekende Partij werd gesloten; echter, nu de ondertekende onderaannemingsovereenkomst bij de offerte van Verzoekende Partij was gevoegd, was deze onderaannemingsovereenkomst in ieder geval rechtsgeldig gesloten op het tijdstip dat de offertes werden ingediend, zodat er geen onduidelijkheid of onzekerheid voorligt met betrekking tot de XIV-39.899-6/11 bindende kracht van deze onderaannemingsovereenkomst op de datum van het indienen van de offertes; Zodat Verzoekende Partij bijgevolg, in toepassing van artikel 78 van de Wet van 17 juni 2016 in samenhang met artikel 68, § 3, juncto § 4, 10°, juncto artikel 72, § 1, tweede lid van het Koninklijk Besluit van 18 april 2017, heeft aangetoond dat haar offerte voldoet aan het betreffende selectiecriterium inzake technische en beroepsbekwaamheid, opgenomen onder randnr. 1.5 van het Bestek (blz. 6); Zodat, bijgevolg, het onderdeel van de Bestreden Beslissing houdende de niet-selectie van Verzoekende Partij, voormelde wettelijke bepalingen schendt, in samenhang met het gelijkheidsbeginsel, het transparantiebeginsel en het proportionaliteitsbeginsel, waarbij derhalve de materiële motivering de wettigheidstoets niet doorstaat; Zodat de Bestreden Beslissing met als onderdeel de gunning van de Opdracht aan Belanghebbende Partij op grond van artikel 1.10 van het Bestek juncto artikel 81, § 1 en § 2, eerste lid, 1°, van de Wet van 17 juni 2016, onwettig is, nu de offerte van Verzoekende Partij de laagste inschrijvingsprijs bevat, die het nauwst aansluit bij de door Verwerende Partij geraamde waarde van de Opdracht;” De verzoekende partij stelt in essentie dat zij, door het voorleggen van een aannemingsovereenkomst, met toepassing van artikel 72, § 1, tweede lid, van dit koninklijk besluit, gebruik heeft gemaakt van een passend middel om ten aanzien van de verwerende partij te bewijzen dat zij voor de uitvoering van het betreffende onderdeel van de opdracht de nodige middelen ter beschikking zal hebben.
  15. In de nota met opmerkingen vat de verwerende partij haar verweer samen als volgt: “Artikel II.2 van het bestek vereist dat de inschrijver de nodige documenten toevoegt aan zijn offerte, waaruit de verbintenis van deze onderaannemers of van andere entiteiten blijkt om de voor de opdracht noodzakelijke middelen ter beschikking te stellen van de inschrijver. Zulks gebeurt niet. Het louter bestaan van een onderaannemingsovereenkomst volstaat niet. Dat geldt temeer als die onderaannemingsovereenkomst niet gedateerd is en zelfs geen aannemingsprijs bevat. Terecht werd de offerte van verzoekster geweerd.” XIV-39.899-7/11 Beoordeling
  16. Luidens artikel 78 ‘Beroep op de draagkracht van andere entiteiten’ van de wet van 17 juni 2016 kan een ondernemer, in voorkomend geval en voor een bepaalde opdracht, om te voldoen aan de selectiecriteria terzake, zich beroepen op de technische en beroepsbekwaamheid van andere entiteiten. In uitvoering hiervan bepaalt artikel 73, § 1, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 dat een ondernemer zich, overeenkomstig artikel 78 van de wet, voor een welbepaalde opdracht kan beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten, met betrekking tot de in artikelen 68 en 70 bedoelde criteria inzake technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid. Wanneer een ondernemer zich op de draagkracht van andere entiteiten wil beroepen, toont hij ten behoeve van de aanbestedende overheid aan dat hij zal kunnen beschikken over de nodige middelen, met name door overlegging van een verbintenis daartoe van deze andere entiteiten. Overeenkomstig artikel 72, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 kunnen ondernemers, in verband met artikel 78 van de wet, gebruik maken van alle passende middelen om ten aanzien van de aanbestedende overheid te bewijzen dat zij de nodige middelen tot hun beschikking zullen hebben.
  17. Blijkens de offerte van de verzoekende partij, als vertrouwelijk stuk neergelegd en dat de Raad van State heeft kunnen inzien, wordt in het offerteformulier verklaard dat een gedeelte van de opdracht, namelijk “camera- inspectie + ISO 17025” in onderaanneming wordt gegeven en de onderaannemer “[X] zie bijlage” hiervoor zal worden aangewend. Als bijlage is een ondergetekende aannemingsovereenkomst tussen de verzoekende partij en onderaannemer X gevoegd. Daarin verbinden de XIV-39.899-8/11 beide partijen zich ertoe “[i]n het kader van Bestek nr 2023/3046 – reinigen en inspecteren van riolen”, “[i]n geval van gunning van deze opdracht aan [de bv W.] te zullen samenwerken voor de uitvoering van de opdracht [waarbij X] als onderaannemer van [de bv W.] meer specifiek de posten van de opdracht [zal] uitvoeren die betrekking hebben op visueel onderzoek volgens ISO 17025 en geaccrediteerd volgens NBN EN 13508-2”. Een ISO 17025-certificaat op naam van onderaannemer X wordt eveneens bij de offerte van de verzoekende partij gevoegd.
  18. Door de voornoemde onderaannemingsovereenkomst te ondertekenen, lijkt de onderaannemer X zich wel degelijk ertoe te hebben verbonden het gedeelte van de opdracht die betrekking heeft op het camera- onderzoek en waarvoor een certificaat ISO 17025 is vereist, waarover X blijkt te beschikken, te zullen uitvoeren. De verwerende partij maakt op het eerste gezicht niet aannemelijk, zoals zij stelt in de bestreden beslissing, dat “de niet gedateerde aannemingsovereenkomst […] geen bevestiging bevat dat, om te beantwoorden aan de selectiecriteria, beroep mag worden gedaan op de middelen van [X]”. Als een onderaannemer, die over het vereiste certificaat beschikt, zich er ten aanzien van de inschrijver toe verbindt voor de uitvoering van dit specifiek gedeelte van de opdracht te zullen samenwerken, dan lijkt zij zich ertoe te verbinden de noodzakelijke middelen daarvoor ter beschikking te zullen stellen. Daartoe lijkt op het eerste gezicht niet te zijn vereist dat die aannemingsovereenkomst – die bij de offerte was gevoegd – gedagtekend is en een aannemingsprijs dient te bevatten.
  19. Voor zover de verwerende partij zich in de bestreden beslissing beroept op artikel II.2 van het bestek, stelt de Raad van State vast dat luidens deze bepaling, in overeenstemming met voornoemd artikel 72, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 18 april 2017, de inschrijver “de nodige documenten” aan zijn offerte toevoegt “waaruit de verbintenis van deze onderaannemers of van XIV-39.899-9/11 andere entiteiten blijkt om de voor de opdracht noodzakelijke middelen ter beschikking te stellen van de inschrijver”. Artikel II.2 van het bestek lijkt op het eerste gezicht aldus evenmin bijzondere vormvereisten op te leggen aan de draagkrachtverbintenis. Dit lijkt des te meer nu uit de offerte van de gekozen inschrijver, vertrouwelijk stuk dat de Raad van State heeft kunnen inzien, evenmin blijkt dat een dergelijke formele “verbintenis terbeschikkingstelling middelen” van diens onderaannemer voorligt. De omstandigheid dat een (eenzijdige) “verbintenis terbeschikkingstelling middelen” van dezelfde onderaannemer X voorligt waarbij deze (wel) uitdrukkelijk verklaart “de noodzakelijke middelen” ter beschikking te stellen van een derde inschrijver voor de uitvoering van het betrokken gedeelte van de opdracht, lijkt aan het voorgaande op het eerste gezicht geen afbreuk te doen.
  20. Uit het voorgaande blijkt op het eerste gezicht dat de beoordeling door de verwerende partij van de substantiële onregelmatigheid van de offerte van de verzoekende partij, niet wordt geschraagd door deugdelijke en met de nodige zorgvuldigheid vastgestelde motieven. Bijgevolg staat niet langer vast dat de opdracht terecht werd gegund aan de nv D.B.S.
  21. Het enige middel is ernstig. VII. Besluit
  22. Het enige middel is in de aangegeven mate ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook ingewilligd. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 30 september 2025 van de XIV-39.899-10/11 stad Kortrijk waarbij de opdracht ‘reinigen en inspecteren van riolen 2025’ wordt gegund aan de nv D.B.S. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien november tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Patricia De Somere XIV-39.899-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.870 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.600 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.