← België

Arrest 264900 - Erkenningen – Accreditaties (economische zaken) - 19/11/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.900 Rolnummer: A. 243537/XIV-39680 Zaak: Arrest 264900 - Erkenningen – Accreditaties (economische zaken) - 19/11/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-11-21 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-16 03:02 Fiche Arrest nr 264.900 van 19 november 2025 Economische zaken - Erkenningen – Accreditaties (economische zaken) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 264.900 van 19 november 2025 in de zaak A. 243.537/XIV-39.680 In zake: XXXX tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 13 november 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Vlaamse regering, Energieagentschap Vlaanderen van 8 november 2024 om de erkenning van verzoeker als energiedeskundige te schorsen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 263.243 van 12 mei 2025 (ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.243) is de vordering tot schorsing als niet verricht beschouwd. Het genoemde arrest is op 20 mei 2025 aan verzoeker ter kennis gebracht. Op 30 juli 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van XIV-39.680-1/3 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, in de versie van toepassing op het voorliggende geschil, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  5. In het arrest nr. 263.243 van 12 mei 2025 (ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.243) besluit de Raad van State dat de vordering tot schorsing als “niet verricht” dient te worden beschouwd. In verband met het indienen van een verzoek tot voortzetting van de procedure is dat arrest te beschouwen als een arrest waarbij de vordering tot schorsing “afgewezen is” in de zin van het voormelde artikel 17, §
  6. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  7. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XIV-39.680-2/3 BESLISSING De Raad van State spreekt de afstand van geding uit. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien november tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.680-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.900 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.243 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.