← België

Arrest 264926 - Tucht (openbaar ambt) - 21/11/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.926 Rolnummer: A. 242751/IX-10519 Zaak: Arrest 264926 - Tucht (openbaar ambt) - 21/11/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-11-24 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-15 07:00 Fiche Arrest nr 264.926 van 21 november 2025 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Opheffing Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 264.926 van 21 november 2025 in de zaak A. 242.751/IX-10.519 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de UNIVERSITEIT GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Inge Derde kantoor houdend te 9051 Gent Drie Koningenstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 15 augustus 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het bestuurscomité van het Universitair Ziekenhuis Gent van 24 juni 2024 waarbij aan verzoekster de tuchtsanctie ‘ontslag van ambtswege’ wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 261.558 van 28 november 2024 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. De verwerende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. IX-10.519-1/5 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Daniël Plas heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 8 mei
  3. Op 18 juni 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 september
  4. Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Inge Derde, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Daniël Plas, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. IX-10.519-2/5 III. Beoordeling
  6. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
  7. In het auditoraatsverslag wordt de nietigverklaring van de bestreden beslissing voorgesteld.
  8. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  9. Met een brief van 2 juli 2025 deelt de verwerende partij evenwel mee dat de bestreden beslissing is ingetrokken bij beslissing van het bestuurscomité van 30 juni
  10. Op de terechtzitting vraagt verzoekster de Raad van State om vast te stellen dat de bestreden beslissing ingetrokken is en dat het beroep zonder voorwerp is.
  11. Door de intrekking van de bestreden beslissing is het voorliggende beroep zonder voorwerp geworden, zodat er geen reden meer is om de bestreden beslissing nietig te verklaren met toepassing van artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. IX-10.519-3/5 IV. Kosten
  12. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
  13. De schorsing bevolen bij arrest nr. 261.558 van 28 november 2024 wordt opgeheven.
  14. De Raad van State verwerpt het beroep.
  15. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
  16. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.519-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig november tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jim Deridder, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jim Deridder IX-10.519-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.926 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.558 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.