id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.928 Rolnummer: A. 244559/X-19028 Zaak: Arrest 264928 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 21/11/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-15 07:00 Fiche Arrest nr 264.928 van 21 november 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 264.928 van 21 november 2025 in de zaak A. 244.559/X-19.028 In zake: J.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelsesteenweg 472 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD IEPER Tussenkomende partij: de NV A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 april 2025, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de gemeenteraad Ieper dd. 3.02.2025 houdende Uitrustings- en infrastructuurwerken bij verkavelingsproject of groepswoningbouwproject – OMV_2023020931 – sloop bebouwing, bouwen 5 meergezinswoningen met aanleg van parking, […] – beroep – zaak der wegen en goedkeuring technisch dossier”. X-19.028-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 18 juli 2025 heeft de nv A. verzocht om in het geding te mogen tussenkomen. Aan verzoeker is op 30 juli 2025 ter kennis gebracht dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen. Op respectievelijk 16 oktober, 17 oktober en 20 oktober 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement). Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Tussenkomst
- De nv A. blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. X-19.028-2/4 IV. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de toelichtende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van de mededeling dat de verwerende partij verzuimd heeft om een memorie van antwoord in te dienen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het voormelde artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van het algemeen procedurereglement. Verzoeker heeft geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 8, juncto 7, van het algemeen procedurereglement.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
- Het verzoek van de nv A. tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 26 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-19.028-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig november tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-19.028-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.928 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div