id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.010 Rolnummer: A. 241078/X-18573 Zaak: Arrest 265010 - Wegenwezen - 27/11/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-12-05 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-15 06:41 Fiche Arrest nr 265.010 van 27 november 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 265.010 van 27 november 2025 in de zaak A. 241.078/X-18.573 In zake :
- P.H.
- M.L. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart De Becker kantoor houdend te 8500 Kortrijk Groeningestraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Vandeschoor kantoor houdend te 9000 Gent Sint-Antoniuskaai 28 tegen :
- de GEMEENTE BEERNEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9620 Zottegem Gentse Steenweg 323 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 31 januari 2024, strekt tot de nietigverklaring van: a. het besluit van 25 mei 2023 van de gemeenteraad van de gemeente Beernem houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan voor de verbinding gelegen tussen de weg G. en weg nr. 3 uit de Atlas der Buurtwegen en X-18.573-1/7 b. het besluit van 18 november 2023 van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken tot verwerping van het beroep van verzoekers tegen het voornoemde gemeenteraadsbesluit. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben elk een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een verslag opgesteld. Verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben elk een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 oktober
- Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaten Anneleen De Ruyck en Esther Vandendriessche, die loco advocaat Wim Rasschaert verschijnen voor de eerste verwerende partij, en advocaat Matthias Boydens, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-18.573-2/7 III. Feiten 3.
- Verzoekers wonen te Beernem aan de weg G. langs het kanaal van Gent naar Oostende (hierna: de kanaalweg). Zij zijn eigenaars van hun woonperceel. Tussen hun woning en de woning van de rechterbuur bevindt zich een grondstrook die de kanaalweg verbindt met de ten noorden ervan gelegen weg nr. 3 uit de Atlas der Buurtwegen (hierna: de kwestieuze grondstrook). 3.
- Op 24 januari 2021 richt de vzw Grote Routepaden een verzoekschrift aan het gemeentebestuur van Beernem om de kwestieuze grondstrook te erkennen als gemeenteweg. In dit verzoekschrift wordt uiteengezet dat deze grondstrook een onderdeel is van de Grote Routepaden (GR), dit is een wandelnetwerk dat aangeduid wordt met twee horizontale banden, bovenaan wit en onderaan rood. Volgens het verzoekschrift zijn er in de zomer van 2020 problemen ontstaan voor wandelaars die gebruik willen maken van de kwestieuze grondstrook en is de situatie in maart 2021 geëscaleerd toen er verbodsborden “private weg – geen doorgang” verschenen. 3.
- Tijdens een door de gemeente georganiseerd openbaar onderzoek, dat loopt van 6 december 2021 tot 10 januari 2022, dienen verzoekers een bezwaarschrift in. 3.
- Met een besluit van 28 april 2022 beslist de gemeenteraad van de gemeente Beernem om de kwestieuze grondstrook “te erkennen” als gemeenteweg (hierna: het gemeenteraadsbesluit van 28 april 2022). 3.
- Met een besluit van 23 februari 2023 stelt de gemeenteraad van de gemeente Beernem het ontwerp van rooilijnplan voor de nieuwe gemeenteweg voorlopig vast. X-18.573-3/7 3.
- Het ontwerp van rooilijnplan wordt door de gemeente aan een openbaar onderzoek onderworpen dat loopt van 14 maart tot 12 april
- Verzoekers dienen een bezwaarschrift in. 3.
- Met een besluit van 25 mei 2023 stelt de gemeenteraad van de gemeente Beernem het rooilijnplan voor de nieuwe gemeenteweg definitief vast (hierna: het gemeenteraadsbesluit van 25 mei 2023). Het gemeenteraadsbesluit van 25 mei 2023 is het eerste bestreden besluit. 3.
- Met een besluit van 18 november 2023 verwerpt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken het door verzoekers tegen het gemeenteraadsbesluit van 25 mei 2023 ingestelde bestuurlijk beroep (hierna: het ministerieel verwerpingsbesluit). Het ministerieel verwerpingsbesluit is het tweede bestreden besluit. IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het enige middel 4.
- In het enige middel voeren verzoekers de schending aan van de artikelen 4, 13, 17, 24 en 25 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, evenals van het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. 4.
- Verzoekers wijzen er vooreerst op dat in het gemeenteraadsbesluit van 28 april 2022 de gemeenteraad de woorden “in X-18.573-4/7 aanmerking te nemen” als gemeenteweg had moeten gebruiken in plaats van de woorden “te erkennen” als gemeenteweg. 4.
- Volgens verzoekers spreekt het gemeenteraadsbesluit van 28 april 2022 zich op geen enkele manier uit over het al dan niet in aanmerking komen als gemeenteweg van de kwestieuze grondstrook. Het gemeenteraadsbesluit van 25 mei 2023 spreekt zich hierover evenmin uit en dit besluit bevat geen motief voor de erkenning. Tot slot is volgens verzoekers tevens het ministerieel verwerpingsbesluit onwettig aangezien de Vlaamse minister had moeten vaststellen dat het gemeenteraadsbesluit van 25 mei 2023 geen toetsing bevat aan de doelstelling en principes van artikel 4 van het gemeentewegendecreet.
- In hun memorie van wederantwoord herhalen verzoekers dat enige motivering omtrent het in aanmerking nemen en vervolgens de erkenning als gemeenteweg van de kwestieuze grondstrook in beide gemeenteraadsbesluiten ontbreekt. Bovendien hebben zij het bewijs van de gevaarlijke situaties die ter plaatse zouden kunnen ontstaan aan de Vlaamse minister bezorgd. Uit het ministerieel verwerpingsbesluit blijkt dat de Vlaamse minister hieraan totaal geen aandacht heeft besteed en de bezorgdheden van verzoekers ongemotiveerd naast zich neerlegt. Wat er in het ministerieel verwerpingsbesluit wordt beweerd over de plaatsgesteldheid gaat lijnrecht in tegen de toestand ter plaatse. Bovendien is de tweede verwerende partij nooit ter plaatse geweest zodat zij de feitelijke toestand niet goed heeft kunnen beoordelen. Beoordeling
- Terecht wijzen verzoekers erop dat in artikel 1 van het gemeenteraadsbesluit van 28 april 2022 ten onrechte de woorden “te erkennen” gebruikt worden, daar de erkenning pas volgt uit de definitieve vaststelling van het gemeentelijke rooilijnplan. Nu het evenwel vaststaat dat het gemeenteraadsbesluit van 28 april 2022 niet meer heeft willen doen en niet meer doet dan de betrokken grondstrook in aanmerking te nemen als gemeenteweg, is het gebruik van de X-18.573-5/7 woorden “te erkennen” in plaats van de woorden “in aanmerking te nemen” een materiële misslag die het bestreden besluit niet vitieert.
- Uit de gegevens van de zaak blijkt dat het gemeenteraadsbesluit van 28 april 2022 de kwestieuze grondstrook in aanmerking neemt als gemeenteweg omdat de gemeenteraad – met de woorden van dit besluit zelf – “het recreatief gebruik van het pad door wandelaars en fietsers” wil bestendigen. Daarnaast wordt in het gemeenteraadsbesluit van 28 april 2022 ingegaan op het bestaande “functionele gebruik naar woningen en landerijen” van de kwestieuze grondstrook. Verzoekers maken niet aannemelijk dat deze motieven niet afdoende zouden zijn.
- Voorts is de stelling van verzoekers dat het gemeenteraadsbesluit van 25 mei 2023 geen enkel motief voor de erkenning als gemeenteweg zou bevatten onjuist, nu in dit besluit uitdrukkelijk wordt gemotiveerd dat uit het feit dat de kwestieuze grondstrook deel uitmaakt van het bestaande netwerk van de Grote Routepaden volgt dat de erkenning als gemeenteweg “dus niet het eigen belang van enkele locals [zoals verzoekers in hun bezwaarschrift hebben beweerd] maar het algemeen belang [dient]”.
- Tot slot gaat het verzoekschrift eraan voorbij dat in het ministerieel verwerpingsbesluit punt na punt geantwoord wordt op de bezorgdheden die in verzoekers’ beroepsschrift zijn geuit, waarbij aandacht wordt besteed aan de doelstelling en principes van artikel 4 van het gemeentewegendecreet. In zoverre verzoekers dit antwoord in hun memorie van wederantwoord bekritiseren is hun kritiek onontvankelijk wegens laattijdigheid.
- Verzoekers overtuigen niet van een schending van de aangevoerde rechtsregels.
- Het middel wordt verworpen. X-18.573-6/7 V. Conclusie
- Gelet op de verwerping van het enige middel, moet het beroep hoe dan ook worden verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan elk van de verwerende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zevenentwintig november tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.573-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.010 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div