← België

Arrest 265021 - Dierenwelzijn - 28/11/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.021 Rolnummer: A. 246473/XII-9961 Zaak: Arrest 265021 - Dierenwelzijn - 28/11/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-15 06:38 Fiche Arrest nr 265.021 van 28 november 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 265.021 van 28 november 2025 in de zaak A. 246.473/XII-9961 In zake: J.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marie De Rycke kantoor houdend te 3660 Oudsbergen Dorpsplein 10b1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Staelens en Joost Hoste kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Verzoekende partij in tussenkomst: G.B. bewindvoerder gevestigd te bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marie De Rycke kantoor houdend te 3660 Oudsbergen Dorpsplein 10b1 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 20 november 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestemmingsbeslissing van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid, XII-9961-1/7 afdeling Dierenwelzijn van 25 september 2025 waarbij een hond in volle eigendom wordt geven aan een erkend dierenasiel. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 21 november 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 27 november 2025 heeft Gino Baleani gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 november
  3. Staatsraad Ann Coolsaet heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marie De Rycke, die verschijnt voor verzoeker en voor de tussenkomende partij, en advocaat Noor Van Den Brande, die loco advocaten Bart Staelens en Joost Hoste verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. XII-9961-2/7 III. Feiten 3.
  5. Op 28 juli 2025 doet de lokale politie – naar aanleiding van een melding – vaststellingen inzake overtredingen op het dierenwelzijn met betrekking tot de hond van verzoeker. 3.
  6. Op 28 juli 2025 wordt de hond van verzoeker bestuurlijk in beslag genomen. 3.
  7. Op 5 augustus 2025 wordt verzoeker strafrechtelijk verhoord. 3.
  8. Op 25 september 2025 beslist het afdelingshoofd Dierenwelzijn van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid om in toepassing van artikel 72, § 3, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn de hond in volle eigendom te geven aan het erkend asiel waar het dier op dat ogenblik verblijft. Dit is de bestreden beslissing. 3.
  9. De verwerende partij voert aan dat de hond op 20 november 2025 werd “geadopteerd” door een derde. IV. Tussenkomst
  10. Uit het onderzoek van de ontvankelijkheid van de vordering zal blijken dat deze niet ontvankelijk is. De tussenkomst aan de zijde van verzoeker is als accessorium van de vordering bijgevolg eveneens niet-ontvankelijk. XII-9961-3/7 V. Ontvankelijkheid van de vordering Standpunt van de partijen
  11. De verwerende partij werpt in de nota met opmerkingen op dat de vordering niet ontvankelijk is. Zij wijst erop dat verzoeker de vordering instelt in eigen naam, bijgestaan door zijn persoonlijk raadsman. Verzoeker werd op 8 augustus 2024 door de vrederechter te Bree evenwel onbekwaam verklaard, onder meer om op te treden in rechte. Volgens de verwerende partij moest de vordering worden ingediend door de bewindvoerder.
  12. Ter terechtzitting repliceert verzoeker op deze exceptie als volgt. Hij zet uiteen dat zijn bewindvoerder van in het begin was betrokken bij de procedure voor de Raad van State en dat de bewindvoerder volledig achter het ingediende beroep staat. Voorts zou de bewindvoerder aan verzoekers raadsman de mondelinge toestemming hebben gegeven om het beroep in te dienen. Verzoeker verwijst ook naar het verzoekschrift tot tussenkomst van de bewindvoerder, waaruit blijkt dat de door de verwerende partij opgeworpen exceptie ongegrond is. Beoordeling
  13. De Raad van State kan in een kort geding slechts een beperkt onderzoek wijden aan ontvankelijkheidsexcepties. Een verzoekende partij kan er zich immers minder behoorlijk tegen verweren dan in een procedure ten gronde. Daarom past het in een kort geding dat de Raad van State deze excepties eerder zou verwerpen dan aannemen, tenzij indien zijn beperkt onderzoek uitwijst dat een dergelijke exceptie een hoge graad van ernst vertoont.
  14. Bij beschikking van 8 augustus 2024 van de vrederechter van het kanton Bree is verzoeker onbekwaam verklaard voor het stellen van een reeks handelingen met betrekking tot zijn goederen. Hij is, aldus de beschikking, onder XII-9961-4/7 meer onbekwaam tot “
  15. Het optreden in rechte (als eiser of verweerder)”. Volgens dezelfde beschikking behoeft de beschermde persoon voor het verrichten van deze handelingen de vertegenwoordiging door de bewindvoerder, met uitzondering van de hoogstpersoonlijke handelingen die niet voor bijstand of vertegenwoordiging vatbaar zijn en de handelingen die worden toegestaan door de bewindvoerder en waarvoor de beschermde persoon de nodige gelden ter beschikking worden gesteld door de bewindvoerder. De vrederechter heeft de tussenkomende partij aangesteld als bewindvoerder.
  16. In de huidige stand van het geding stelt de Raad van State derhalve vast dat de vordering tot schorsing is ingediend door de onbekwaam verklaarde zelf, niet vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder. Derhalve is de vordering niet ontvankelijk.
  17. In de mate dat verzoeker en de tussenkomende partij opwerpen dat de bewindvoerder van in het begin betrokken was bij het indienen van het beroep bij de Raad van State en dat de bewindvoerder mondeling toestemming had gegeven voor het indienen van het beroep, stelt de Raad van State vast dat desondanks de vordering werd ingediend door verzoeker in eigen naam. Nog daargelaten dat geen bewijs voorligt van die beweerde betrokkenheid noch mondelinge toestemming door de bewindvoerder voorafgaand aan het indienen van de vordering, belet een betrokkenheid van de bewindvoerder noch diens mondelinge toestemming dat de vordering moest worden ingediend door verzoeker vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder. Dat blijkt niet het geval.
  18. In de mate dat verzoeker en de tussenkomende partij opwerpen dat het verzoekschrift tot tussenkomst volstaat om de opgeworpen exceptie te verwerpen, stelt de Raad van State het volgende vast. Het verzoekschrift tot tussenkomst is ingediend door Gino Baleani “in zijn hoedanigheid van bewindvoerder” van verzoeker. Voorts vermeldt het verzoekschrift dat de tussenkomende partij “zich volledig aansluit bij de XII-9961-5/7 vordering van [verzoeker]. Op deze manier wenst hij de procedure en meer bepaald het hoger beroep aangetekend door [verzoeker], indien nodig, te regulariseren. De bewindvoerder had immers mondeling reeds aan Mr. De Rycke toestemming gegeven om hoger beroep aan te tekenen waardoor het verzoekschrift de facto reeds van in het begin eigenlijk werd neergelegd door mr. De Rycke als raadsman van de bewindvoerder van dhr. Broux”. De bewindvoerder heeft aldus een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend in eigen naam, hoewel wordt vermeld dat dit in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van verzoeker gebeurt. Dit verzoekschrift tot tussenkomst doet bijgevolg geen afbreuk aan de vaststelling dat, te dezen, de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is ingediend in eigen naam door verzoeker, niet vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder. De tussenkomst in een procedure voor de Raad van State is een accessorium van het beroep tot nietigverklaring en te dezen, de vordering tot schorsing. Dit brengt met zich dat wanneer de vordering tot schorsing niet ontvankelijk is ingediend, de tussenkomst ter ondersteuning van die vordering ook niet ontvankelijk is. De tussenkomst kan te dezen dan ook niet verhelpen dat de vordering ingediend door verzoeker niet ontvankelijk is, omdat verzoeker bij het indienen van die vordering niet werd vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder.
  19. Uit wat voorafgaat, volgt dat de exceptie van de verwerende partij de vereiste ernst vertoont opdat ze in de huidige stand van de zaak kan worden aangenomen en dat ze in de aangegeven mate gegrond is. Conclusie
  20. De exceptie is in de aangegeven mate gegrond. XII-9961-6/7 BESLISSING
  21. Het verzoek van G.B. tot tussenkomst in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt niet ingewilligd.
  22. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achtentwintig november tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Ann Coolsaet, staatsraad, waarnemend voorzitter bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Ann Coolsaet XII-9961-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.021 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.454 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.